Biotech & levenCRISPR & genbewerking

Onderzoekers vinden twee genen die T-celtherapie tegen solide tumoren versterkt

· Bijgewerkt 12 augustus 2026, 18:16 · 2 min leestijd

CRISPR & genbewerking
Beeld: Nature News

Amerikaanse wetenschappers hebben met een grootschalige CRISPR-screening in muizen twee genen gevonden die bepalen hoe goed menselijke T-cellen een solide tumor binnendringen en bestrijden. Door deze genen uit te schakelen, werkten cellulaire immuuntherapieën in meerdere muismodellen van kanker aanzienlijk beter. De vondst kan helpen om T-celtherapieën, die bij bloedkanker al succesvol zijn maar bij solide tumoren vaak tegenvallen, krachtiger te maken.

Cellulaire immuuntherapie met genetisch aangepaste afweercellen redt al duizenden patiënten met bloedkanker. Bij solide tumoren, zoals long-, borst- of darmkanker, werkt de behandeling veel minder goed. De tumor onderdrukt daar de T-cellen die haar moeten opruimen. Amerikaanse onderzoekers ontdekten nu twee genen die T-cellen die onderdrukking laten weerstaan, met beduidend meer tumorcontrole tot gevolg.

Een muismodel dat wél genoeg T-cellen oplevert

Om te ontdekken welke genen T-cellen sterker maken in een tumor, willen wetenschappers het liefst duizenden genen tegelijk uittesten in een levend organisme. Dat heet een genoomwijde CRISPR-screening: met het gen-knipsysteem CRISPR wordt in elke cel een ander gen uitgeschakeld, waarna onderzoekers meten welke uitschakeling de grootste invloed heeft. In reageerbuizen lukt dat al langer, maar veel eigenschappen die T-cellen in een tumor nodig hebben, komen daar niet aan het licht. Testen in levende muizen is realistischer, maar leverde tot nu toe te weinig menselijke T-cellen uit de tumor op om een betrouwbare, genoombrede screening te kunnen doen.

De onderzoekers ontwikkelden daarom een muismodel waarin veel meer menselijke T-cellen uit een solide tumor konden worden teruggewonnen. Daardoor waren relatief weinig muizen nodig om het hele menselijke genoom door te lichten. De T-cellen die zij uit de tumor haalden, vertoonden bovendien duidelijke kenmerken van uitputting, hetzelfde verschijnsel dat T-celtherapieën bij patiënten vaak minder effectief maakt. Dat maakte het model geschikt om te zoeken naar genen die deze uitputting tegengaan.

P2RY8 en GNAS: twee schakelaars voor een sterkere afweercel

Met twee aparte screenings zochten de onderzoekers naar genen die de hoeveelheid T-cellen in de tumor bepalen, en naar genen die hun functie beïnvloeden. De eerste screening wees een signaalroute aan rond het gen P2RY8, die normaal juist verhindert dat T-cellen goed doordringen in het tumorweefsel. Schakelden de onderzoekers dit gen uit, dan infiltreerden de cellen beter.

De tweede screening bracht het gen GNAS naar voren als centrale spil in de uitputting van T-cellen. GNAS codeert voor het eiwit Gαs, dat als knooppunt fungeert voor meerdere receptoren op het celoppervlak die onderdrukkende signalen uit de tumor opvangen. Door GNAS uit te schakelen, werden T-cellen ongevoelig voor verschillende van die onderdrukkende signalen tegelijk. In muismodellen met diverse soorten solide tumoren, en met zowel CAR- als TCR-gemodificeerde T-cellen, verbeterde dat de werkzaamheid van de behandeling aanzienlijk. Werden P2RY8 en GNAS tegelijk uitgeschakeld, dan namen de tumoren nog sterker af, wat aantoont dat de twee ingrepen elkaar aanvullen.

Nog geen klinische toepassing, wel een bruikbaar zoekplatform

De resultaten komen voort uit proeven in muizen en zijn dus geen bewijs dat de aanpassingen ook bij patiënten zullen werken. Wel laat de studie zien dat een genoomwijde screening in een levend dier, mits goed opgezet, systematisch nieuwe aangrijpingspunten kan opleveren voor het versterken van celtherapie. Voor laboratoria die CAR-T- en TCR-therapieën tegen solide tumoren ontwikkelen, biedt dit platform een manier om verder te zoeken naar genen die samen een nog grotere sprong in effectiviteit kunnen opleveren.

Achtergrond & begrippen

Wat betekent dit voor de toekomst? Als de gevonden genen ook bij mensen blijken te werken, kunnen T-celtherapieën tegen solide tumoren, die nu vaak minder goed aanslaan dan bij bloedkanker, aanzienlijk krachtiger worden. Het beschreven muismodel biedt bovendien een schaalbaar zoeksysteem waarmee onderzoekers voortaan sneller en grondiger naar zulke verbeteringen kunnen zoeken.

CRISPR-screening
Een methode waarbij met het gen-knipsysteem CRISPR in grote aantallen cellen telkens een ander gen wordt uitgeschakeld, om te ontdekken welke genen een bepaald proces beïnvloeden.
T-celuitputting
Een toestand waarin afweercellen na langdurige blootstelling aan onderdrukkende signalen in de tumor hun vermogen verliezen om kankercellen goed te bestrijden.
GPCR (G-eiwitgekoppelde receptor)
Een type eiwit op het celoppervlak dat signalen van buiten de cel opvangt en doorgeeft, en dat betrokken is bij talloze lichaamsprocessen.
CAR-T-therapie
Een behandeling waarbij T-cellen van een patiënt genetisch worden aangepast met een kunstmatige receptor (CAR) zodat ze kankercellen gerichter herkennen en aanvallen.
TCR-therapie
Een celtherapie waarbij T-cellen worden voorzien van een aangepaste T-celreceptor (TCR) die specifiek een tumoreiwit herkent.
Gen knockout
Het volledig uitschakelen van een gen, waardoor het bijbehorende eiwit niet meer wordt aangemaakt.

Bronnen

Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.

Meer over CRISPR & genbewerking