Biotech & leven › Kweekvlees & cellulaire landbouw

EU-project matcht 28 alternatieve eiwitten aan beste voedingstoepassing

· Bijgewerkt 24 oktober 2026, 01:46 · 2 min leestijd

Kweekvlees & cellulaire landbouw
Beeld: Vegconomist

Europese onderzoekers hebben 28 alternatieve eiwitbronnen, van schimmels tot algen, systematisch onderzocht om te bepalen in welk voedingsproduct elk ingrediënt het beste presteert. In plaats van een bekend eiwit als soja te vervangen, draait het EU-project EPIC-SHIFT de volgorde om: eerst de eigenschappen van het ingrediënt bepalen, dan de meest geschikte toepassing zoeken.

Het Spaanse onderzoeksinstituut CNTA (Centre for Food Technology and Safety) heeft samen met partners beschreven hoe het EU-project EPIC-SHIFT alternatieve eiwitten selecteert voor nieuwe voedingsproducten. De aanpak wijkt af van de gangbare praktijk in de voedingsindustrie, waarbij bedrijven meestal eerst een product ontwikkelen en daarna op zoek gaan naar een geschikt eiwit, bij voorkeur een bekend ingrediënt zoals soja. EPIC-SHIFT keert die volgorde om: eerst wordt gekeken wat een eiwit technisch kan, en pas daarna wordt bepaald in welk product het het beste past.

EPIC-SHIFT is een Horizon Europe-project van 4,5 miljoen euro dat in november 2024 van start ging onder leiding van de Zweedse Lund University. De methode staat beschreven in het rapport 'NFAP Market Projections According to Techno-Functional Properties', geschreven door CNTA, de Belgische bakkerij-ingrediëntengroep Puratos en Shake-Up Factory. NFAP staat voor novel foods based on alternative proteins: nieuwe voedingsmiddelen op basis van alternatieve eiwitbronnen die nog niet op grote schaal in de Europese keuken worden gebruikt.

Van schimmel tot zeewier

De onderzoekers brachten 28 eiwitingrediënten in kaart, verdeeld over zeven categorieën: schimmels, bacteriën, microalgen, macroalgen (zeewier), en bijproducten uit landbouw en aquacultuur. Later werd de scope verbreed met precisiefermentatie en moleculaire landbouw, twee technieken waarbij micro-organismen of planten genetisch worden ingezet om specifieke eiwitten te produceren. Voordat een ingrediënt werd getest, screenden de onderzoekers op wettelijke goedkeuring, consistente kwaliteit en beschikbaarheid in grotere hoeveelheden. Die laatste eis bleek een flinke hobbel: veel leveranciers van veelbelovende ingrediënten waren nog startende bedrijven die niet op schaal konden leveren.

Algen als voorbeeld

De ingrediënten die wel aan de criteria voldeden, werden verder onderzocht op technische eigenschappen, voedingswaarde en smaak. Daarnaast deden de onderzoekers interviews met bedrijven, consumentenonderzoek in vijf Europese landen en marktmodellering om te voorspellen hoe snel een product door de markt zou worden opgepikt. Het onderzoek naar algen laat zien hoe dat in de praktijk werkt. Van de negen geteste algensoorten bevatten de vijf microalgen meer eiwit en presteerden ze technisch beter dan de vier macroalgen. De macroalgen hadden een uitgesproken zeesmaak, wat hun inzetbaarheid beperkte. Daarom kozen de onderzoekers de microalgen voor verdere productontwikkeling.

Volgens Irene Arce Gutierrez, onderzoeker productontwikkeling bij CNTA, was dat precies het doel van het project: niet simpelweg het ene eiwit door het andere vervangen, maar elk eiwit inzetten waar het het beste werkt. Rapportcoördinator Irene González Pérez benadrukt dat de aanpak bedrijven een breder palet aan opties geeft, onderbouwd met harde data, zodat ze ook minder bekende eiwitbronnen serieus kunnen overwegen.

Achtergrond & begrippen

Wat betekent dit voor de toekomst? Door eiwitten eerst op hun technische eigenschappen te beoordelen, kunnen voedingsbedrijven straks gerichter kiezen uit een veel breder palet aan duurzame eiwitbronnen dan alleen soja. Dat kan de weg vrijmaken voor producten op basis van microalgen, schimmels of fermentatie-eiwitten die beter presteren dan traditionele alternatieven. Het geeft ook kleinere, nieuwe eiwitproducenten een kans om door te groeien, zodra hun productie opschaalt.

EPIC-SHIFT
Een Europees onderzoeksproject dat alternatieve eiwitbronnen koppelt aan de voedingstoepassing waarin ze het best functioneren.
Horizon Europe
Het grootste onderzoeks- en innovatiefinancieringsprogramma van de Europese Unie.
NFAP (novel food-based alternative protein)
Nieuwe voedingsmiddelen gemaakt van alternatieve, nog niet grootschalig gebruikte eiwitbronnen.
Techno-functioneel profiel
De technische eigenschappen van een ingrediënt, zoals bindend vermogen, textuur en vochtopname, die bepalen in welk product het goed werkt.
Precisiefermentatie
Een techniek waarbij micro-organismen zoals schimmels of bacteriën genetisch worden aangepast om gericht specifieke eiwitten te maken.
Moleculaire landbouw
Een methode waarbij planten of cellen worden ingezet om eiwitten te produceren die normaal uit dieren afkomstig zijn.
Microalgen
Eencellige waterplanten die rijk zijn aan eiwit en gekweekt kunnen worden in bassins of bioreactoren.
Macroalgen
Meercellige algen, beter bekend als zeewier, die in zee groeien.

Bronnen

Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.

Meer over Kweekvlees & cellulaire landbouw