Kennisbank › Longevity & anti-aging
Longevity & anti-aging: de wetenschap van langer en gezonder leven
Stel je een auto voor die na tien jaar niet meer op leeftijd wordt afgeschreven, maar waarvan slijtende onderdelen steeds tijdig worden vervangen: de motor gereviseerd, de remmen vernieuwd, roest verwijderd voordat het een probleem wordt. Longevity-onderzoek, ofwel verouderingsonderzoek, probeert iets vergelijkbaars met het menselijk lichaam. Niet door het leven eindeloos te rekken, maar door de biologische processen die ons lichaam met de jaren laten verslijten te vertragen, te stoppen of zelfs deels terug te draaien.
Het gaat daarbij niet primair om een paar jaar langer leven, maar vooral om gezondere jaren: minder chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, kanker, diabetes type 2 en dementie, die allemaal sterk samenhangen met veroudering. Onderzoekers noemen dit onderscheid healthspan (het aantal jaren dat je gezond bent) versus lifespan (de totale levensduur). Longevity-wetenschap richt zich vooral op het eerste, met de hoop dat een langer leven daar automatisch uit volgt.
Wat is het precies?
Veroudering is geen enkel proces, maar een optelsom van beschadigingen die zich in cellen opstapelen. In 2013 publiceerde een groep onderzoekers rond Carlos López-OtÃn een invloedrijk overzichtsartikel met de zogeheten hallmarks of aging: een lijst van biologische kenmerken die samen veroudering veroorzaken. Denk aan schade aan DNA die zich ophoopt, het korter worden van telomeren (de beschermende uiteinden van chromosomen), verstoorde eiwitopruiming in cellen, en een chronische, laaggradige ontsteking die met het ouder worden toeneemt. In 2023 is deze lijst geactualiseerd en uitgebreid.
Een centraal begrip daarbinnen is cellulaire senescentie. Dit zijn cellen die zijn gestopt met delen maar niet afsterven; ze blijven aanwezig en scheiden stoffen af die ontsteking en weefselschade in de omgeving aanwakkeren, ongeveer zoals een paar rottende appels de rest van de fruitmand aantasten. Senolytica zijn stoffen die specifiek deze 'zombie-cellen' proberen op te ruimen, in de hoop dat weefsels daardoor gezonder blijven.
Andere onderzoekslijnen richten zich op bekende medicijnen die mogelijk breder inzetbaar zijn. Rapamycine, oorspronkelijk een middel tegen orgaanafstoting na transplantaties, remt een cellulair signaalpad genaamd mTOR dat betrokken is bij groei en stofwisseling; bij muizen verlengt het de levensduur. Metformine, al decennia een standaardmiddel tegen diabetes type 2, wordt onderzocht omdat het mogelijk ook bij niet-diabetici gunstige effecten heeft op veroudering. Verder is er veel aandacht voor NAD+, een molecuul dat cellen nodig hebben voor energieproductie en dat afneemt met de leeftijd, en voor sirtuines, eiwitten die een rol spelen bij celherstel en die door NAD+ worden geactiveerd.
De meest experimentele richting is partiële celherprogrammering. Met de zogeheten Yamanaka-factoren (vier eiwitten waarmee de Japanse onderzoeker Shinya Yamanaka in 2006 volwassen cellen kon terugbrengen naar een soort stamcelstaat) proberen wetenschappers verouderde cellen deels 'jonger' te maken, zonder dat ze hun identiteit als bijvoorbeeld huid- of oogcel verliezen. Dit staat nog in een vroeg, overwegend dierlijk onderzoeksstadium.
Wat wil men ermee bereiken?
Het primaire doel is het verlengen van de gezonde levensverwachting: mensen op hun zeventigste of tachtigste net zo vitaal laten zijn als nu doorgaans op hun vijftigste. Omdat veroudering de grootste risicofactor is voor vrijwel alle chronische ziekten van de ouderdom, zou het vertragen van het onderliggende verouderingsproces in theorie effectiever kunnen zijn dan het apart bestrijden van elke ziekte.
Een tweede, meer beleidsmatig doel is dat 'veroudering' zelf als behandelbare aandoening wordt erkend door medische toezichthouders. Op dit moment kunnen geneesmiddelen alleen worden goedgekeurd voor een specifieke ziekte, niet voor 'ouder worden' als zodanig. Verschillende onderzoekers proberen daarom veroudering zelf meetbaar en dus behandelbaar te maken, wat grote gevolgen zou hebben voor hoe geneesmiddelenonderzoek wordt opgezet.
Voorbeelden uit de praktijk
Enkele concrete projecten illustreren waar het veld staat:
- De TAME-trial (Targeting Aging with Metformin), opgezet door endocrinoloog Nir Barzilai en collega's vanaf ongeveer 2015, wil voor het eerst een klinische studie uitvoeren die veroudering zelf als uitkomstmaat gebruikt in plaats van één specifieke ziekte, met metformine als onderzocht middel.
- Altos Labs, opgericht in 2022 met miljarden dollars aan investeringen, onderzoekt celherprogrammering om weefsels te verjongen en werkt samen met bekende namen uit het Yamanaka-onderzoek.
- Calico (Californie Life Company), in 2013 opgezet door Google/Alphabet, doet fundamenteel onderzoek naar de biologie van veroudering, onder meer met langlevende diersoorten als de naakte molrat.
- Loyal, een Amerikaans bedrijf, werkt sinds 2022-2023 met de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenautoriteit FDA aan een medicijn dat de levensduur van (grote) honden zou moeten verlengen; honden worden gezien als een sneller en goedkoper testmodel dan mensen.
- Het Interventions Testing Program van het Amerikaanse National Institute on Aging test sinds 2004 op gestandaardiseerde wijze in muizen welke stoffen, waaronder rapamycine, daadwerkelijk de levensduur verlengen, om zo betrouwbaardere resultaten te krijgen dan losse laboratoriumstudies.
Hoe ver is de techniek?
De meeste longevity-interventies bevinden zich nog in een preklinische fase (dierproeven) of in vroege, kleinschalige studies bij mensen. Resultaten bij muizen, die een veel kortere levensduur hebben en genetisch minder divers zijn dan mensen, vertalen zich niet automatisch naar mensen; wat bij een muis de levensduur met tientallen procenten verlengt, kan bij mensen een veel bescheidener of zelfs uitblijvend effect hebben.
Een structureel obstakel is dat toezichthouders zoals de Amerikaanse FDA veroudering niet erkennen als op zichzelf staande ziekte-indicatie. Daardoor moeten onderzoekers voor goedkeuring altijd een specifieke aandoening als eindpunt gebruiken, zoals diabetes of hartfalen, ook als het onderliggende doel breder is. Daarnaast ontbreekt een algemeen aanvaarde biomarker van veroudering: een meetbare waarde die betrouwbaar aangeeft hoe 'biologisch oud' iemand is, los van kalenderleeftijd. Er zijn kandidaten, zoals zogeheten epigenetische klokken die DNA-methylatiepatronen meten, maar consensus over welke het beste voorspelt ontbreekt nog.
Tot slot zijn de benodigde studies bij mensen duur en langdurig: als je wilt aantonen dat een middel het leven verlengt, moet je in principe decennia wachten, tenzij je genoegen neemt met tussentijdse maten zoals ziekte-uitstel. Voorlopig zijn er dan ook geen door toezichthouders goedgekeurde medicijnen die specifiek als anti-verouderingsmiddel zijn geregistreerd; bestaande off-label gebruik van middelen als rapamycine of metformine voor dit doel gebeurt buiten een formeel goedgekeurde indicatie om en is niet zonder risico's.
Wie werken eraan?
Het veld combineert academisch onderzoek met fors gefinancierde private bedrijven. Bekende commerciële spelers zijn Altos Labs en Retro Biosciences (celherprogrammering en celverjonging), Calico (fundamenteel verouderingsonderzoek, gelieerd aan Alphabet), Unity Biotechnology (senolytica) en kleinere bedrijven zoals BioAge Labs en NewLimit.
Op onderzoeksgebied lopen instituten als het Buck Institute for Research on Aging in Californië en het National Institute on Aging (NIA), onderdeel van de Amerikaanse National Institutes of Health, voorop. Aan universiteiten zijn onder meer het laboratorium van David Sinclair aan Harvard Medical School (bekend van onderzoek naar NAD+ en sirtuines) en de groep van Nir Barzilai aan het Albert Einstein College of Medicine (bekend van de TAME-trial) toonaangevend.
Geografisch is de Verenigde Staten, mede dankzij grote investeringen vanuit Silicon Valley, momenteel koploper in financiering en aantal bedrijven. Het Verenigd Koninkrijk en China investeren eveneens toenemend in verouderingsonderzoek, zowel academisch als commercieel, al is de omvang daar vooralsnog kleiner dan in de VS.