KennisbankKweekvlees & cellulaire landbouw

Kweekvlees & cellulaire landbouw: hoe vlees uit een bioreactor komt

Bijgewerkt: 4 augustus 2026 · 5 min leestijd

Kweekvlees & cellulaire landbouw: hoe vlees uit een bioreactor komt
Foto: Centers for Disease Control and Prevention (CC CC0, via Openverse)

Stel je een brouwerij voor, maar dan met spiercellen in plaats van gist. Dat is in de kern wat kweekvlees is: echt dierlijk weefsel, gegroeid in grote roestvrijstalen tanks, zonder dat daar een levend, slachtrijp dier aan te pas komt. De cellen komen oorspronkelijk wel van een dier — via een pijnloze biopsie — maar vermenigvuldigen zich vervolgens buiten het lichaam, in een voedingsvloeistof vol suikers, eiwitten en vitamines.

Het resultaat moet, in theorie, op moleculair niveau hetzelfde zijn als een stukje kip, rund of zalm uit de supermarkt: dezelfde spiervezels, hetzelfde vet, dezelfde smaak. Cellulaire landbouw is de bredere term voor deze aanpak, en omvat naast kweekvlees ook andere dierlijke producten die met celkweek of gefermenteerde micro-organismen worden gemaakt, zoals kweekzuivel of kweekleer. In dit artikel gaat het vooral over kweekvlees en kweekvis, de meest bekende toepassing.

Wat is het precies?

Het proces begint met een biopsie: een klein stukje weefsel wordt bij een dier weggenomen, vaak spier- of vetweefsel. Daaruit isoleren onderzoekers stamcellen, cellen die zich nog kunnen delen en uitgroeien tot gespecialiseerd weefsel zoals spier of vet. Bij spiercellen gaat het meestal om zogeheten satellietcellen, die van nature ook verantwoordelijk zijn voor spierherstel in een levend dier.

Die cellen gaan vervolgens in een bioreactor: een gecontroleerde tank waarin temperatuur, zuurgraad en zuurstof nauwkeurig geregeld worden, vergelijkbaar met de tanks die al decennia gebruikt worden om insuline of bier te produceren. De cellen krijgen een kweekmedium: een voedingsvloeistof met aminozuren, suikers, vetten, vitamines en groeifactoren die de cellen aanzetten tot delen en groeien.

Voor losse producten zoals gehakt of kipnuggets is dat vrij eenvoudig: de cellen groeien tot een soort celbrij die daarna verwerkt wordt. Voor een stukje biefstuk met een herkenbare structuur van spiervezels is meer nodig: een scaffold, een eetbaar steigerwerk (bijvoorbeeld van plantaardige vezels) waarlangs de cellen zich kunnen organiseren tot iets dat op een echte spier lijkt. Dit laatste is technisch veel lastiger en nog volop in ontwikkeling.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer is duurzaamheid. De veehouderij is wereldwijd verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen, en gebruikt veel land en zoet water. Voorstanders van kweekvlees hopen dat productie in een fabriek, zonder de voeding, mest en ademhaling van miljarden dieren, uiteindelijk minder land, water en uitstoot vergt — al hangt dat sterk af van hoe de energie voor de bioreactoren wordt opgewekt.

Een tweede motivatie is dierenwelzijn: geen dieren die geboren, gehouden en geslacht worden voor consumptie. Een derde is voedselveiligheid en volksgezondheid: een gesloten, steriele productieomgeving zou het risico op salmonella, antibioticaresistentie en dierziekten zoals vogelgriep kunnen verkleinen, omdat er geen levende dierpopulaties bij betrokken zijn.

Tot slot spelen voedselzekerheid en geopolitiek mee: minder afhankelijkheid van grote veestapels en de import van veevoer, en een productiemethode die minder kwetsbaar is voor droogte, ziekte-uitbraken of grondschaarste.

Voorbeelden uit de praktijk

Mosa Meat (Maastricht) presenteerde in 2013 onder leiding van hoogleraar Mark Post de allereerste kweekvleesburger ter wereld, destijds met een productiekostprijs van ongeveer 250.000 euro voor één burger. Het bedrijf werkt sindsdien aan opschaling en het verlagen van de kosten, en heeft een aanvraag lopen bij de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA om kweekvet op de EU-markt te mogen brengen.

Upside Foods en GOOD Meat (een merk van Eat Just) kregen in 2023 als eerste bedrijven groen licht van de Amerikaanse voedsel- en warenautoriteiten (FDA en USDA) om gekweekte kip te verkopen in de Verenigde Staten, aanvankelijk beperkt tot enkele restaurants.

GOOD Meat verkocht in 2020 als eerste ter wereld gekweekte kip in een restaurant in Singapore, nadat het land als eerste land ter wereld een goedkeuring voor kweekvlees had afgegeven.

Aleph Farms (Israël) richt zich op gekweekte biefstukken met vezelstructuur en kreeg in 2024 goedkeuring van de Israëlische gezondheidsautoriteiten voor de verkoop van gekweekt rundvlees.

BlueNalu (Verenigde Staten) werkt specifiek aan gekweekte vis, zoals bluefin tonijn, als antwoord op overbevissing.

Hoe ver is de techniek?

Kweekvlees is voorbij het stadium van labcuriosum, maar nog ver verwijderd van een product dat naast gewoon vlees in het schap ligt. De grootste hindernis is kosten: het kweekmedium met groeifactoren is duur, vooral als daarin dierlijke bestanddelen zoals foetaal kalfsserum worden gebruikt — iets wat de sector juist probeert te vermijden omdat het haaks staat op het dierenwelzijn-argument. Er wordt daarom hard gewerkt aan goedkopere, plantaardige of synthetische kweekmedia.

Een tweede hindernis is opschaling: bioreactoren die in het lab prima werken op literschaal, gedragen zich anders op de schaal van duizenden liters die nodig is voor commerciële productie. Zuurstof- en voedingsstoftransport naar cellen in het midden van een grote tank is bijvoorbeeld lastiger te regelen.

Op regelgevingsgebied is het beeld verdeeld. Singapore, de Verenigde Staten en Israël hebben goedkeuringen afgegeven; in de Europese Unie loopt de novel food-beoordeling nog en is nog geen enkel kweekvleesproduct toegelaten. Italië voerde in 2023 juist een verbod in op de productie en verkoop van kweekvlees, en verschillende Amerikaanse staten, waaronder Florida en Alabama, deden in 2024 hetzelfde. Dit laat zien dat de maatschappelijke en politieke acceptatie allesbehalve eenduidig is.

Onafhankelijke analyses, onder meer van het Amerikaanse Good Food Institute, wijzen erop dat grootschalige, kostencompetitieve productie op zijn vroegst over jaren te verwachten is, en dat sommige technische knelpunten — met name de kosten van kweekmedium op industriële schaal — nog niet definitief zijn opgelost. Kortom: de wetenschap werkt, de vraag is of en wanneer het ook economisch en maatschappelijk gaat werken.

Wie werken eraan?

Nederland speelt een relatief grote rol dankzij Mosa Meat en de Universiteit Maastricht, waar Mark Post zijn baanbrekende werk deed. De Nederlandse overheid kende in 2022 circa 60 miljoen euro toe vanuit het Nationaal Groeifonds aan een consortium van kennisinstellingen en bedrijven om Nederland tot koploper in cellulaire landbouw te maken.

Internationaal zijn de belangrijkste spelers onder meer Upside Foods en GOOD Meat / Eat Just (Verenigde Staten), Aleph Farms en Believer Meats (voorheen Future Meat Technologies, Israël), en BlueNalu (Verenigde Staten, gericht op vis). Ook grote voedingsconcerns zoals Tyson Foods en Cargill hebben in het verleden geïnvesteerd in kweekvleesbedrijven. Op onderzoeksgebied lopen universiteiten in Nederland, de VS, Israël, Japan en Singapore voorop, vaak met steun van nationale voedselveiligheidsautoriteiten die de regelgevende kaders moeten ontwikkelen.

Verder lezen

Nieuws over dit onderwerp