Klimaat & energie › Groene waterstof & e-fuels
Europese banken zien waterstof nog als niche, niet als markt
Elektrolyzers voor groene waterstof worden steeds groter en commerciëler, maar Europese banken blijven terughoudend met leningen voor waterstofproductie. Alleen projecten met een vaste, al bestaande afnemer krijgen financiering rond, blijkt uit de casus van het Nederlandse bedrijf Holthausen en een lening van de Europese Investeringsbank aan oliebedrijf OMV.
In de haven van Antwerpen-Bruggen staat sinds kort wat de ontwikkelaar een "commerciële" elektrolyzer noemt: een half megawatt groot systeem van het bedrijf Power to Hydrogen dat waterstof maakt voor industriële klanten in het NextGen-demonstratiegebied van de haven. Het apparaat gebruikt een nieuwe membraantechniek en moet goedkoper en flexibeler werken dan oudere systemen. Toch zegt dat label "commercieel" vooral iets over de techniek, en weinig over de vraag of het produceren en verkopen van die waterstof ook zonder subsidies uit kan.
Dat laatste blijkt lastiger dan gedacht. Het Nederlandse familiebedrijf Holthausen, actief in industriële gassen sinds 1945, laat dat goed zien. Het bedrijf had al waterstofproductie, tankstations, klanten en een distributienetwerk toen het geld wilde lenen voor grotere elektrolyzers. Banken hoefden dus geen gok te wagen op een onbekende startup: ze konden gewoon de boekhouding bekijken. Volgens de regionale ontwikkelingsmaatschappij NOM liepen de gesprekken met reguliere banken, inclusief de eigen bank van Holthausen, op niets uit. De waterstofactiviteiten van het bedrijf draaiden al jaren verlies. Uiteindelijk kreeg Holthausen het benodigde kapitaal alsnog, maar pas nadat de financiering werd aangevuld met maatschappelijk gedreven leningen, ontwikkelingskapitaal en overheidssteun.
Weak vraag, geen premie
Dit patroon is geen toeval. Zowel de Europese Commissie als het Internationaal Energieagentschap wijst in recente analyses op dezelfde knelpunten: er zijn te weinig langlopende afnamecontracten voor waterstof, bedrijven willen geen hogere prijs betalen voor de groene variant, en aangekondigde vraag vertaalt zich zelden in harde toezeggingen. Een goedkopere of flexibelere elektrolyzer lost dat probleem niet op. De techniek kan nog zoveel verbeteren, als klanten niet willen tekenen voor een langjarig contract tegen een prijs die de productie dekt, blijft financiering moeilijk.
OMV laat zien wat wel werkt
Er zijn wel degelijk grote waterstofprojecten die banken durven te financieren. De Europese Investeringsbank leende het Oostenrijkse energiebedrijf OMV 450 miljoen euro voor een groene waterstoffabriek van 140 megawatt. Via een speciale pijpleiding gaat die waterstof rechtstreeks naar de raffinaderij van OMV in Schwechat, waar nu nog waterstof uit fossiele bronnen wordt gebruikt. Dat project heeft alles wat het Holthausen-project miste: een vaste koper, een fysieke verbinding en een concrete vervanging van een product dat toch al werd ingekocht. Dit soort gebonden productie voor raffinaderijen, ammoniakfabrieken en chemiebedrijven is voor kredietverstrekkers een heel andere weegschaal dan waterstof die wordt geproduceerd in de hoop dat er later klanten komen.
Dat verschil is veelzeggend voor de bredere ambitie van een "waterstofeconomie", waarin goedkope groene waterstof nieuwe markten zou aanboren in transport, verwarming, elektriciteitsopslag en industrie. Zolang banken alleen instappen bij projecten met een gegarandeerde afnemer, zoals een raffinaderij of chemiefabriek, blijft die bredere visie voorlopig financieel onhaalbaar zonder extra overheidssteun. Kredietcommissies bij banken zijn daarmee minstens zo veelzeggend als nieuwe elektrolyzerfabrieken of aangekondigde waterstofhubs: ze laten zien waar de Europese waterstofmarkt zich in de praktijk echt ontwikkelt.
Achtergrond & begrippen
Wat betekent dit voor de toekomst? Zolang banken waterstofprojecten alleen financieren als er al een vaste afnemer is, zal groene waterstof vooral industrieën bereiken die de molecule nu al gebruiken, zoals raffinaderijen en de chemiesector. De bredere belofte van waterstof als brandstof voor transport, verwarming en energieopslag blijft daardoor sterk afhankelijk van subsidies en overheidssteun, in plaats van gewone bankfinanciering.
- Elektrolyzer
- Een apparaat dat met behulp van elektriciteit water splitst in waterstof en zuurstof; de kerntechnologie achter groene waterstofproductie.
- AEM-elektrolyse
- Een elektrolysetechniek die gebruikmaakt van een anion-exchange membraan (AEM); deze belooft lagere kosten en flexibeler gebruik dan oudere elektrolysemethodes.
- Offtake-contract
- Een langlopende overeenkomst waarin een koper zich vooraf verbindt om een vaste hoeveelheid van een product, zoals waterstof, af te nemen tegen een afgesproken prijs.
- Groene premie
- Het prijsverschil dat een koper extra moet betalen voor een duurzaam geproduceerde variant van een product, zoals groene waterstof, ten opzichte van de fossiele variant.
- Bankability (bancabiliteit)
- De mate waarin een project voldoende zekere inkomsten en risico's biedt om door een reguliere bank gefinancierd te worden, los van subsidies of overheidssteun.
Bronnen
Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.