RuimtevaartSatelliet-megaconstellaties

Plasmamotor tankt zijn eigen brandstof uit de ijle buitenlucht

· 2 min leestijd

Satelliet-megaconstellaties
Beeld: Phys.org

Een Duitse promovendus heeft een plasmamotor ontworpen die satellieten in een zeer lage baan om de aarde kan voortstuwen zonder een druppel conventionele brandstof. De motor zuigt ijle luchtmoleculen op en zet die om in stuwkracht, wat satellieten jarenlang in een lastige baan kan houden. Het ontwerp loste een reeks hardnekkige technische problemen op die deze aanpak tot nu toe onbruikbaar maakten.

Waarom een lage baan zo aantrekkelijk is

Satellieten in een baan tussen 100 en 450 kilometer hoogte, de zogeheten very low Earth orbit (VLEO), leveren scherpere camerabeelden en hebben minder zendvermogen nodig voor communicatie en radar. Bovendien verdwijnt uitgediende apparatuur hier vanzelf: de atmosferische weerstand trekt oude satellieten binnen enkele jaren de dampkring in, in plaats van dat ze eeuwenlang als ruimteschroot blijven zweven. Dat voordeel is meteen ook het probleem: dezelfde weerstand duwt een satelliet voortdurend omlaag, waardoor hij bijna continu moet bijsturen. Traditionele elektrische motoren gebruiken daarvoor een kostbaar gas als xenon, dat op den duur opraakt en de missie beëindigt.

Francesco Romano onderzocht tijdens zijn promotieonderzoek aan de Universität Stuttgart een alternatief: gebruik de luchtmoleculen die de weerstand veroorzaken zelf als brandstof. Dit idee staat bekend als atmosphere-breathing electric propulsion. Een intake vangt voor de satelliet ijle gasdeeltjes op en voert ze naar een plasmastuwraket, die het gas ioniseert en met hoge snelheid naar achteren afvuurt.

Bijtend zuurstof en een wisselvallige atmosfeer

De grootste hindernis is atomaire zuurstof. Op deze hoogte splitst uv-straling zuurstofmoleculen in losse atomen die extreem reactief zijn. Atomaire zuurstof vreet metalen elektroden en versnellingsroosters aan, en tast ook de kathode aan die normaal gesproken de lading van een ionenmotor neutraliseert. Zonder die neutralisatie zou de satelliet zelf elektrisch opladen en de uitgestoten deeltjes weer naar zich toe trekken, waardoor de stuwkracht verdwijnt. Ook de dichtheid en samenstelling van de atmosfeer wisselen voortdurend met dag en nacht, breedtegraad en zonneactiviteit, wat een motor dwingt om onder sterk uiteenlopende omstandigheden te blijven werken.

Romano loste dit op met een contactloze radiofrequentie-motor die geen kwetsbare kathode nodig heeft. Voor de luchtinname testte hij drie ontwerpen; een parabolische spiegel die deeltjes rechtstreeks de motor injaagt, bleek het beste te werken. In windtunneltests ving deze specular intake 94,3 procent van de binnenkomende deeltjes op, en verloor slechts 8 procent efficiëntie bij een kanteling van 15 graden. Voor de motor zelf liet Romano zich inspireren door de antennes in MRI-scanners: met een zogeheten vogelkooiantenne bereikte hij dat 99 procent van het elektrische vermogen daadwerkelijk in de plasmastraal terechtkwam, veel meer dan bij gangbare spoelen.

Getest in het lab, doorgerekend voor echte missies

In een vacuümkamer wekte de motor met slechts 50 tot 60 watt aan radiofrequent vermogen een stabiele plasmastraal op, ruim binnen het bereik van gewone satellietzonnepanelen. Op basis van deze metingen berekende Romano dat het systeem een satelliet op 190 tot 250 kilometer hoogte in een lage baan om de aarde kan houden met minder dan 1,6 kilowatt, zonder ooit brandstof te hoeven bijvullen. Hij paste zijn model ook toe op de Europese GOCE-missie, die destijds strandde toen de xenonvoorraad opraakte, en op Mars, waar de kooldioxide-atmosfeer een vergelijkbare motor op 120 tot 160 kilometer hoogte zou kunnen voeden.

Romano's werk is vooralsnog labonderzoek en geen kant-en-klaar ruimtevaartuig. Maar het laat zien dat satellieten in de toekomst mogelijk jarenlang kunnen blijven vliegen op niets meer dan de lucht die ze toch al tegenhoudt.

Achtergrond & begrippen

Wat betekent dit voor de toekomst? Als deze techniek zich buiten het lab bewijst, kunnen satellieten in een zeer lage baan jarenlang scherpere beelden en snellere verbindingen leveren zonder dat een beperkte brandstofvoorraad hun levensduur bepaalt. Dat kan ruimtevaart goedkoper maken en helpt tegelijk om ruimteschroot te beperken, omdat zulke satellieten vanzelf snel uit hun baan vallen zodra ze worden uitgeschakeld. Ook missies naar Mars zouden kunnen profiteren van motoren die op de plaatselijke atmosfeer draaien.

Very low Earth orbit (VLEO)
Een baan tussen ongeveer 100 en 450 kilometer hoogte, waar de atmosfeer nog dicht genoeg is om voordelen te bieden maar ook merkbare weerstand veroorzaakt.
Atmosphere-breathing electric propulsion (ABEP)
Een voortstuwingsprincipe waarbij een motor ijle luchtmoleculen uit de omgeving opvangt en gebruikt als brandstof, in plaats van een meegevoerde gasvoorraad.
Atomaire zuurstof
Losse zuurstofatomen die in de bovenatmosfeer ontstaan door uv-straling en die metalen onderdelen van satellieten sterk aantasten.
Plasmastuwraket
Een motor die gas ioniseert tot plasma en dit met hoge snelheid uitstoot om stuwkracht te leveren.
Heliconplasma
Een manier om gas met radiogolven om te zetten in plasma, zonder dat er een kathode of elektrode in contact met het plasma hoeft te staan.
Vogelkooiantenne
Een antenneontwerp, oorspronkelijk ontwikkeld voor MRI-scanners, dat elektrisch vermogen zeer efficiënt overdraagt aan een plasma.
Specular intake
Een luchtinlaat met een spiegelvormig oppervlak dat binnenkomende gasdeeltjes rechtstreeks de motor injaagt.
GOCE-missie
Een Europese aardobservatiesatelliet die in een zeer lage baan vloog en werd gedeorbiteerd nadat zijn xenonbrandstof op was.

Bronnen

Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.

Meer over Satelliet-megaconstellaties