Wholesale-prijs van elektriciteit: wat de groothandelsmarkt betekent voor de energietransitie
De wholesale-prijs, in het Nederlands ook wel de groothandelsprijs genoemd, is de prijs waartegen elektriciteit in grote hoeveelheden wordt verhandeld tussen producenten, energiebedrijven en grootverbruikers. Het is niet de prijs die particulieren op hun energierekening zien, maar de prijs die daaraan ten grondslag ligt, vergelijkbaar met de veilingprijs die een groenteboer betaalt voordat de tomaten in het schap van de supermarkt liggen. Pas daarna komen belastingen, netbeheerkosten en de marge van de energieleverancier erbij.
Deze prijs is de afgelopen jaren steeds relevanter geworden voor gewone huishoudens, en daarmee ook voor toekomsttechnologie. Doordat zonnepanelen en windturbines een groeiend deel van onze stroom leveren, schommelt het aanbod sterk met het weer. Op een zonnige, winderige dag kan de groothandelsprijs tot bijna nul zakken of zelfs negatief worden, terwijl hij op een donkere, windstille avond juist flink oploopt. Slimme apparaten, elektrische auto's en thuisbatterijen kunnen op die prijsschommelingen inspelen, en dat maakt de wholesale-prijs een sleutelbegrip in het nieuws over de energietransitie.
Wat is het precies?
Elektriciteit wordt in Europa grotendeels verhandeld via gespecialiseerde beurzen, waarvan EPEX Spot de bekendste is voor Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Producenten bieden aan hoeveel stroom ze op een bepaald moment kunnen leveren en tegen welke prijs; afnemers, zoals energieleveranciers, geven aan hoeveel ze denken nodig te hebben. Dit gebeurt vooral op de zogeheten day-ahead markt: een dag van tevoren wordt voor elk moment van de volgende dag een prijs vastgesteld.
Die prijsvorming werkt volgens het principe van de merit order. Alle aanbiedingen worden op prijs gerangschikt, van goedkoop naar duur. Zonne- en windenergie hebben nauwelijks variabele kosten, dus die worden als eerste ingezet en meestal heel laag geboden. Kolen- en gascentrales zijn duurder en schuiven pas naar voren zodra er meer vraag is dan het aanbod van goedkope bronnen kan dekken. De prijs die geldt voor iedereen op dat moment, wordt bepaald door de duurste centrale die nog net nodig is om aan de vraag te voldoen. Is er op een zonnige, winderige dag veel meer duurzame stroom dan nodig, dan kan de prijs zelfs onder nul zakken: producenten betalen dan om hun stroom kwijt te kunnen, omdat afschakelen soms nog duurder is.
Naast de day-ahead markt bestaat er ook een intraday markt, waar tot vlak voor levering nog bijgehandeld kan worden om onverwachte afwijkingen in vraag en aanbod op te vangen, bijvoorbeeld als de wind harder of zachter waait dan voorspeld.
Wat wil men ermee bereiken?
Het doel van een groothandelsmarkt is dat schaarse productiecapaciteit zo efficiënt mogelijk wordt ingezet: de goedkoopste beschikbare bronnen gaan eerst, en de prijs geeft in real time weer hoe krap of ruim het aanbod is. Dat prijssignaal is bedoeld om gedrag te sturen. Voor producenten loont het om te investeren in bronnen die op de juiste momenten leveren; voor grote industriële afnemers kan het lonen om productie te verschuiven naar goedkope uren.
Voor de energietransitie is er nog een reden waarom dit belangrijk is. Naarmate er meer zon en wind op het net komt, wordt het lastiger om vraag en aanbod in balans te houden, simpelweg omdat het aanbod niet meer stuurbaar is zoals bij een gascentrale. Door consumenten en bedrijven te belonen als ze stroom gebruiken op momenten dat die goedkoop en overvloedig is, en te ontmoedigen als die schaars is, hoopt men het net beter in balans te houden zonder dat daarvoor extra centrales of zware netverzwaring nodig zijn. Dit wordt ook wel vraagsturing of demand response genoemd.
Voorbeelden uit de praktijk
Een steeds bekender voorbeeld zijn dynamische energiecontracten, waarbij consumenten per uur (of tegenwoordig per kwartier) de werkelijke groothandelsprijs betalen in plaats van een vast tarief. De Noorse aanbieder Tibber introduceerde dit model en is ook in Nederland actief; Nederlandse spelers als Frank Energie, ANWB Energie en EnergyZero (onderdeel van Eneco) bieden vergelijkbare contracten aan. Klanten met zo'n contract kunnen fors besparen door bijvoorbeeld hun wasmachine of warmtepomp te laten draaien op momenten dat de groothandelsprijs laag is, maar lopen ook risico bij prijspieken.
In Utrecht loopt het project We Drive Solar, waarbij elektrische deelauto's via zogeheten vehicle-to-grid-laadpalen niet alleen stroom kunnen opladen, maar op momenten van overschot ook weer kunnen teruggeven aan het net. De auto's fungeren zo als rijdende batterijen die reageren op het prijssignaal van de groothandelsmarkt.
Op het niveau van het elektriciteitsnet zelf ontwikkelde netbeheerder TenneT samen met de regionale netbeheerders het platform GOPACS, dat wordt ingezet om lokale netcongestie te verminderen door partijen te belonen als ze op knelpunten in het net hun stroomverbruik of -productie aanpassen. Dit is nauw verwant aan de wholesale-prijs, omdat beide mechanismen draaien om financiële prikkels die gedrag sturen.
Tot slot leveren negatieve prijzen zelf steeds vaker het nieuws. In de afgelopen jaren zijn er, mede door de snelle groei van zonnepanelen op daken en velden, in Nederland en Duitsland op zomerse middagen regelmatig uren geweest waarin de groothandelsprijs onder nul zakte.
Hoe ver is de techniek?
De groothandelsmarkt voor elektriciteit zelf is geen nieuwe technologie; day-ahead en intraday handel via beurzen als EPEX Spot bestaat al zo'n twee decennia en functioneert dagelijks betrouwbaar. Wat wel volop in ontwikkeling is, is de manier waarop dat prijssignaal wordt gebruikt en hoe fijnmazig het is. Europese markten zijn de afgelopen jaren overgestapt van uurprijzen naar prijzen per kwartier, om beter aan te sluiten bij de snelle schommelingen die zon en wind veroorzaken; de exacte invoeringsdata verschillen per land en zijn de laatste tijd meerdere keren aangepast, dus lezers doen er goed aan de actuele stand bij hun eigen leverancier of netbeheerder te checken.
Aan de consumentenkant is de adoptie van dynamische contracten nog relatief beperkt: het vereist een slimme meter, een zekere risicobereidheid en vaak ook slimme apparatuur die automatisch op prijzen reageert. Batterijen, slimme laadpalen en thuisautomatisering die zelfstandig inspelen op de groothandelsprijs zijn technisch beschikbaar, maar de software en marktregels hiervoor zijn nog in ontwikkeling en niet overal even gebruiksvriendelijk. Een belangrijk obstakel is ook netcongestie: op steeds meer plekken in Nederland zit het lokale net vol, waardoor het aansluiten van nieuwe batterijen, laadpunten of zonneparken vertraging oploopt, ook al zou een lage groothandelsprijs eigenlijk uitnodigen tot meer gebruik.
Wie werken eraan?
EPEX Spot, onderdeel van de EEX-groep, is de belangrijkste beursoperator voor day-ahead en intraday elektriciteitshandel in West- en Midden-Europa, inclusief Nederland. Op Europees niveau zorgt ENTSO-E, de koepel van nationale transmissienetbeheerders, voor de coördinatie tussen landen, zodat prijzen en stromen over grenzen heen op elkaar aansluiten (marktkoppeling). In Nederland is TenneT de transmissienetbeheerder die verantwoordelijk is voor de balans op het hoogspanningsnet en nauw samenwerkt met de regionale netbeheerders aan initiatieven zoals GOPACS.
Aan de leverancierskant experimenteren bedrijven als Tibber, Frank Energie, ANWB Energie en EnergyZero met dynamische tarieven en de bijbehorende apps en slimme sturing. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op deze markt en publiceert consumenteninformatie over de kansen en risico's van dynamische contracten. Ook kennisinstellingen als TNO en TU Delft doen onderzoek naar flexibiliteit, vraagsturing en de rol van batterijen en elektrische auto's in een net met veel zon en wind.