Vraagrespons: hoe consumenten meehelpen het stroomnet in balans te houden
Stel je voor: het is een koude winteravond, iedereen kookt tegelijk, de verwarming staat aan en de elektrische auto's laden op. Het stroomnet moet op dat moment precies evenveel elektriciteit leveren als er wordt gevraagd, anders dreigen storingen. Vraagrespons is een manier om dat probleem niet alleen op te lossen door meer stroom op te wekken, maar door mensen en apparaten te vragen op andere momenten stroom te gebruiken.
Concreet betekent het dat huishoudens, bedrijven of hun slimme apparaten hun stroomverbruik tijdelijk verhogen of verlagen als reactie op een signaal: een hoge prijs, een verzoek van de netbeheerder, of een seintje van een app. Denk aan een wasmachine die automatisch pas start als er veel goedkope zonnestroom is, of een fabriek die een half uur wacht met een energie-intensief proces omdat het net dan overbelast dreigt te raken. Het principe is niet nieuw, maar wordt met de opkomst van zonnepanelen, windmolens en elektrische auto's steeds belangrijker.
Wat is het precies?
Vraagrespons (in het Engels demand response) werkt in een aantal stappen. Eerst is er een signaal dat aangeeft dat het net onder druk staat. Dat kan een prijssignaal zijn: bij een dynamisch energiecontract betaal je een tarief dat per uur verandert, en is stroom duur op momenten dat er schaarste is. Het kan ook een direct verzoek zijn van de netbeheerder of energieleverancier, bijvoorbeeld omdat een deel van het net lokaal overbelast dreigt te raken.
Vervolgens reageert de consument, handmatig of automatisch. Automatisering gebeurt via een Home Energy Management System (HEMS), een slim kastje of app dat apparaten aan- en uitschakelt op basis van de signalen, of via slimme laadpalen die het opladen van een elektrische auto vertragen of juist versnellen. Grote industriële afnemers doen dit vaak via contracten met een aggregator: een bedrijf dat de flexibiliteit van veel kleine of middelgrote afnemers bundelt tot één groot, verhandelbaar pakket, ook wel een virtual power plant (virtuele energiecentrale) genoemd, omdat het vanuit het net gezien lijkt op een echte centrale die vermogen op- of afschakelt.
Een cruciale voorwaarde is de slimme meter: een elektriciteitsmeter die per kwartier of uur het verbruik registreert en doorstuurt, in plaats van één keer per jaar te worden afgelezen. Zonder die gedetailleerde meting is het onmogelijk om vraagrespons eerlijk te belonen of te verrekenen. Voor de communicatie tussen apparaten, aggregators en netbeheerders bestaan technische standaarden zoals OpenADR (Open Automated Demand Response), die ervoor moeten zorgen dat apparatuur van verschillende fabrikanten dezelfde signalen begrijpt.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste drijfveer is de energietransitie zelf. Zon en wind leveren niet op commando: soms is er een overschot, soms een tekort, en dat wisselt per uur en per weer. Vraagrespons helpt om vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen zonder dat daarvoor extra, vaak fossiele, piekcentrales nodig zijn die maar een paar uur per jaar draaien.
Een tweede doel is het voorkomen van netcongestie: een situatie waarin een deel van het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld in een bepaalde regio, de gevraagde hoeveelheid stroom niet meer aankan. In Nederland is dit inmiddels een acuut probleem in delen van Brabant, Limburg, Gelderland en andere provincies, waar bedrijven soms maanden moeten wachten op een nieuwe of grotere netaansluiting. Vraagrespons is een van de instrumenten om die druk te verlichten zonder meteen fysiek het net te hoeven verzwaren, wat jaren kost.
Daarnaast is er een economisch motief: pieken in het verbruik zijn duur, omdat het net en de centrales voor die pieken gedimensioneerd moeten worden, ook al worden ze het grootste deel van het jaar niet gebruikt. Als consumenten hun verbruik spreiden, dalen die piekkosten, wat op termijn de energierekening voor iedereen kan verlagen. Ten slotte draagt vraagrespons bij aan leveringszekerheid: door verbruik te verschuiven in plaats van simpelweg de stroom uit te schakelen, kunnen blackouts worden voorkomen.
Voorbeelden uit de praktijk
In Nederland ontwikkelde netbeheerder TenneT samen met de Zwitserse en Italiaanse netbeheerders Swissgrid en Terna het platform Equigy, dat kleinschalige flexibiliteit van bijvoorbeeld thuisbatterijen en elektrische auto's bundelt en verhandelbaar maakt voor het balanceren van het net. Ook is er GOPACS, een marktplaats die TenneT samen met de regionale netbeheerders (onder meer Stedin, Liander en Enexis) heeft opgezet om lokale netcongestie op te lossen door partijen te belonen die hun verbruik of opwek op specifieke momenten en plekken aanpassen.
Op het gebied van elektrisch vervoer biedt het Nederlandse bedrijf Jedlix een dienst voor slim laden, waarbij automerken en energiebedrijven via een app het laadmoment van elektrische auto's afstemmen op momenten van lage prijzen of veel duurzame stroom. Ook aggregator Sympower, opgericht in Amsterdam, bundelt flexibel vermogen van bedrijven en biedt dit aan op de balanceringsmarkt van TenneT.
In Duitsland is Next Kraftwerke een van de bekendste aanbieders van virtuele energiecentrales, die duizenden decentrale installaties (van biogascentrales tot industriële koelhuizen) samenvoegt tot flexibel, verhandelbaar vermogen. In het Verenigd Koninkrijk introduceerde netbeheerder National Grid ESO in de winter van 2022-2023 de Demand Flexibility Service, waarbij huishoudens met een slimme meter een vergoeding kregen als ze op aangekondigde piekmomenten hun verbruik aantoonbaar verlaagden; het programma trok honderdduizenden deelnemers en werd nadien voortgezet. In Australië bouwde Tesla vanaf 2018 in Zuid-Australië een netwerk van duizenden thuisbatterijen die gezamenlijk als virtuele energiecentrale fungeren en het net ondersteunen bij pieken en storingen.
Hoe ver is de techniek?
De basistechnologie is niet nieuw en wordt al decennia toegepast bij grote industriële afnemers, die vaak tegen korting bereid zijn om op verzoek van de netbeheerder tijdelijk te minderen. Wat de laatste jaren echt verandert, is de opschaling naar kleinere afnemers: huishoudens, kleine bedrijven en individuele elektrische auto's. Dat is mogelijk geworden doordat slimme meters in veel landen, waaronder Nederland, inmiddels op grote schaal zijn uitgerold, en doordat slimme laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen steeds vaker internetverbinding en besturingssoftware hebben.
Toch zijn er nog flinke obstakels. Niet elk huishouden heeft een dynamisch energiecontract of de apparatuur om automatisch te reageren op prijssignalen; voor de meeste mensen vergt het nog altijd bewuste actie of een investering in slimme apparaten. De markten en regels voor vraagrespons verschillen bovendien sterk per land en zijn vaak complex, wat het voor aggregators lastig maakt om internationaal op te schalen. Er is ook zorg over privacy, omdat gedetailleerde verbruiksdata iets zeggen over iemands dagelijkse patronen. En hoewel standaarden als OpenADR bestaan, is de interoperabiliteit tussen apparaten van verschillende merken in de praktijk nog niet overal vlekkeloos geregeld.
Toch is de richting duidelijk: de Europese Unie verplicht lidstaten sinds het Clean Energy for All Europeans-pakket (afgerond in 2019) om consumenten het recht te geven op dynamische energiecontracten en om vraagrespons via aggregators mogelijk te maken. In Nederland groeit het aantal huishoudens met een dynamisch contract gestaag, en experimenteren netbeheerders met lokale flexibiliteitsmarkten om netcongestie te bestrijden. Vraagrespons is dus geen toekomstmuziek meer, maar ook nog geen vanzelfsprekend onderdeel van ieders energiegebruik.
Wie werken eraan?
In Nederland zijn de landelijke netbeheerder TenneT en de regionale netbeheerders, verenigd in Netbeheer Nederland (waaronder Stedin, Liander en Enexis), belangrijke aanjagers, samen met marktpartijen als Jedlix, Sympower en energieleveranciers die dynamische contracten aanbieden, zoals Tibber, ANWB Energie en Easyenergy. Toezichthouder ACM (Autoriteit Consument & Markt) stelt de spelregels vast voor deze markten.
Internationaal spelen netbeheerders als het Britse National Grid ESO en aggregators als het Duitse Next Kraftwerke en het Amerikaanse Enel X een grote rol. Techbedrijf Tesla combineert vraagrespons met zijn thuisbatterijen en software. Op onderzoeksgebied dragen instituten als TNO in Nederland en Fraunhofer ISE in Duitsland bij aan kennis over netintegratie en flexibiliteit, terwijl het Internationaal Energieagentschap (IEA) wereldwijd de voortgang van vraagrespons monitort en landen adviseert. Op beleidsniveau zet de Europese Unie, via richtlijnen zoals het Clean Energy-pakket, de kaders waarbinnen deze markten zich in de lidstaten ontwikkelen.