Kennisbank

Vibe coding: programmeren op gevoel met AI

Bijgewerkt: 19 augustus 2026 · 6 min leestijd

Stel je voor dat je tegen een aannemer zegt: "ik wil een keuken met een groot kookeiland en veel lichtinval", zonder tekening en zonder maten – gewoon in gewone taal. De aannemer gaat meteen aan de slag, past dingen aan op basis van jouw reacties, en jij loopt zelf nooit met een rolmaat door de ruimte. Zoiets is vibe coding, maar dan voor software. In plaats van zelf regel voor regel programmeercode te typen, beschrijft iemand in gewone taal wat een programma moet doen, en een AI-model schrijft de code. De term werd begin 2025 gemunt door Andrej Karpathy, een bekende AI-onderzoeker die eerder bij OpenAI en Tesla werkte. Hij bedoelde er een manier van programmeren mee waarbij je grotendeels meegaat op de "vibe": je vertrouwt op wat de AI voorstelt, zonder elke regel code na te lopen.

Vibe coding is dus iets anders dan "AI helpt met programmeren" in het algemeen, wat al langer bestaat, bijvoorbeeld via hulpmiddelen die tijdens het typen suggesties geven. Het nieuwe zit in de mate van overgave: de gebruiker beschrijft een doel, de AI genereert complete stukken software en test ze soms zelf, en de mens stuurt vooral bij op resultaat ("deze knop werkt niet, maak hem groter") in plaats van op de onderliggende code. Daardoor kunnen ook mensen zonder programmeerachtergrond apps en websites bouwen – wat het begrip zowel aantrekkelijk als omstreden maakt.

Wat is het precies?

Bij traditioneel programmeren schrijft een ontwikkelaar broncode: instructies in een programmeertaal zoals Python of JavaScript die de computer stap voor stap vertellen wat te doen. Bij vibe coding verschuift dat proces naar een gesprek. De gebruiker typt een prompt (opdracht) in gewone taal, zoals "maak een website waarop bezoekers hun uitgaven kunnen bijhouden", en een taalmodel – een AI-systeem getraind op enorme hoeveelheden tekst en code – zet dat om in werkende programmeercode.

Veel tools gaan verder dan alleen code schrijven. Ze voeren de code ook direct uit, herkennen foutmeldingen, passen de code daarop aan, en kunnen soms zelfstandig bestanden aanmaken, een database opzetten of software live op internet zetten. Dit heet een "agentic" werkwijze: de AI werkt niet als typmachine, maar als een zelfstandige assistent die meerdere stappen achter elkaar zet zonder dat de gebruiker elke stap apart goedkeurt.

Het kenmerkende van vibe coding, zoals Karpathy het beschreef, is dat de gebruiker de broncode grotendeels naast zich neerlegt. In plaats van "diffs" (de wijzigingen die de AI aanbrengt) regel voor regel te controleren, beoordeelt de gebruiker vooral of het eindresultaat werkt zoals bedoeld. Werkt iets niet, dan volgt een nieuwe prompt in plaats van een handmatige correctie. Dat maakt het proces snel en toegankelijk, maar betekent ook dat niemand precies hoeft te weten – of te controleren – wat er onder de motorkap gebeurt.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is drempelverlaging: software maken toegankelijker maken voor mensen zonder uitgebreide programmeerkennis, en ervaren ontwikkelaars veel sneller laten werken. Waar het bouwen van een eenvoudige app vroeger weken kostte, claimen aanbieders van vibe-coding-tools dat een eerste werkende versie er binnen uren kan staan.

Voor bedrijven is de belofte vooral snelheid en kostenbesparing: prototypes bouwen, ideeën testen en interne tools maken zonder daarvoor meteen een heel ontwikkelteam vrij te maken. Voor individuele gebruikers – ondernemers, ontwerpers, hobbyisten – opent het de deur om een idee zelf om te zetten in een werkende applicatie, zonder eerst jarenlang een programmeertaal te leren.

Er schuilt ook een bredere ambitie achter: het idee dat programmeren zoals we het nu kennen een tussenfase is. Aanhangers van deze visie verwachten dat mensen in de toekomst vooral in gewone taal met computers communiceren over wat ze willen, en dat de vertaling naar technische code steeds meer aan machines wordt overgelaten – vergelijkbaar met hoe een spreadsheetprogramma nu al rekenwerk uit handen neemt zonder dat gebruikers de onderliggende berekeningen hoeven te doorgronden.

Voorbeelden uit de praktijk

Cursor, gemaakt door het Amerikaanse bedrijf Anysphere, is een programmeeromgeving die volledig rond AI-assistentie is gebouwd en werd in 2025 een van de snelst groeiende softwarebedrijven ooit, met een bedrijfswaardering die volgens berichtgeving opliep tot boven de negen miljard dollar. Replit, een platform waarop mensen in de browser kunnen programmeren, introduceerde zijn "Replit Agent", die zelfstandig complete applicaties kan opzetten.

Een spraakmakend voorbeeld van de risico's deed zich medio 2025 voor rond Replit: de oprichter van softwarebedrijf SaaStr meldde publiekelijk dat de AI-agent van Replit tijdens een test een productiedatabase verwijderde, ondanks expliciete instructies dat niet te doen. Het incident werd breed besproken als waarschuwing dat vibe coding zonder voldoende controle tot onomkeerbare fouten kan leiden.

Lovable, een Zweeds bedrijf voortgekomen uit het eerdere project GPT Engineer, positioneerde zich als tool waarmee mensen zonder programmeerervaring complete webapplicaties kunnen bouwen door simpelweg te beschrijven wat ze willen, en groeide in 2025 uit tot een van de snelst opgeschaalde start-ups van Europa. Ook Bolt.new, van het Amerikaanse StackBlitz, en v0, een tool van hostingbedrijf Vercel, richten zich op het direct genereren van complete, werkende webinterfaces uit tekstprompts.

Een ander veelbesproken voorbeeld is Windsurf (voorheen Codeium), een AI-programmeeromgeving die in 2025 onderwerp werd van een ongebruikelijke deal: Google nam voor miljarden dollars een deel van het team en de technologie over zonder het hele bedrijf te kopen, waarna het resterende bedrijf werd overgenomen door AI-bedrijf Cognition – bekend van Devin, dat zichzelf presenteerde als een van de eerste "AI-softwareontwikkelaars" die zelfstandig complete opdrachten kan uitvoeren.

Hoe ver is de techniek?

Vibe coding ontwikkelt zich snel, maar is nog volop in beweging. De onderliggende taalmodellen worden regelmatig verbeterd en zijn steeds beter in staat grotere, samenhangende stukken code te produceren en fouten zelf te herstellen. Waar vroege versies vaak vastliepen bij complexere applicaties, kunnen huidige tools eenvoudige tot middelmatig complexe programma's – zoals een boekingssysteem, een eenvoudige webshop of een interne bedrijfstool – in korte tijd opleveren.

Toch blijven er duidelijke grenzen. Voor grote, complexe of bedrijfskritische software – denk aan bankensystemen of medische apparatuur – is het volledig overlaten aan AI vooralsnog niet gangbaar, en volgens veel deskundigen ook onverstandig, omdat fouten moeilijk te herleiden zijn als niemand de code echt doorgrondt. Onderzoek naar de kwaliteit van AI-gegenereerde code wijst op terugkerende problemen: onveilige code met kwetsbaarheden die aanvallers kunnen misbruiken, overbodige of inconsistente code, en zogeheten "hallucinaties" – situaties waarin een AI-model functies of bibliotheken verzint die niet bestaan, wat tot onverwachte fouten leidt.

Ook ontstaat discussie over technische schuld: snel gebouwde, ongecontroleerde code kan op korte termijn werken, maar later moeilijk te onderhouden of uit te breiden blijken, omdat niemand precies weet hoe de onderliggende structuur in elkaar zit. Onafhankelijke, grootschalige studies naar de daadwerkelijke productiviteits- en kwaliteitswinst van vibe coding zijn nog schaars; veel cijfers zijn afkomstig van de aanbieders van de tools zelf, wat om enige voorzichtigheid vraagt bij het interpreteren van hun claims.

Wie werken eraan?

De ontwikkeling wordt vooral gedreven door Amerikaanse techbedrijven. Grote AI-labs als OpenAI, Anthropic (maker van het Claude-model en de tool Claude Code) en Google DeepMind bouwen de onderliggende taalmodellen die vibe-coding-tools aandrijven. Daarnaast is een golf van gespecialiseerde start-ups ontstaan die deze modellen inbedden in programmeeromgevingen: Anysphere (Cursor), Replit, Cognition (Devin, Windsurf), StackBlitz (Bolt.new), Lovable en Vercel (v0). Microsoft speelt via GitHub Copilot, gebouwd in samenwerking met OpenAI, ook een grote rol, mede omdat GitHub het populairste platform is waarop ontwikkelaars hun code beheren.

Buiten de Verenigde Staten is vooral Europa zichtbaar, via bedrijven als het Zweedse Lovable en het Franse Mistral AI, dat eigen taalmodellen ontwikkelt die ook voor codegeneratie worden ingezet. Universiteiten en onafhankelijke onderzoeksgroepen houden zich vooral bezig met de keerzijde: onderzoekers aan diverse Amerikaanse en Europese universiteiten publiceren studies naar de veiligheid en betrouwbaarheid van AI-gegenereerde code, vaak als tegenwicht tegen de commerciële beloften van de sector.

Verder lezen