Transferrin: het lichaamseigen ijzertaxi dat wetenschappers inzetten als medicijnbezorger
Transferrin is een eiwit dat van nature in ons bloed rondzweeft en één belangrijke taak heeft: ijzer vervoeren. Zie het als een besteldienst die pakketjes ijzer ophaalt bij de darmen en de milt, en ze aflevert bij cellen die dat ijzer nodig hebben om te groeien en te delen. Elke cel die veel ijzer nodig heeft, heeft aan haar buitenkant speciale "brievenbussen" hangen, transferrinereceptoren genoemd, waar transferrin precies in past. Zonder dit systeem zou ijzer, dat in vrije vorm giftig en reactief is, ongecontroleerd door het lichaam zwerven.
Wat transferrin interessant maakt voor toekomsttechnologie is niet het eiwit zelf, maar wat onderzoekers ermee doen. Cellen die snel delen, zoals kankercellen, hebben een enorme ijzerhonger en bouwen daarom veel extra transferrinereceptoren op hun oppervlak. Wetenschappers zagen daarin een kans: als je een medicijn vastmaakt aan transferrin, of aan een stofje dat op dezelfde receptor aandokt, dan wordt dat medicijn bij voorkeur naar die hongerige cellen gebracht. Transferrin wordt zo, ooneigenlijk gebruikt, een soort adresetiket dat medicijnen naar hun bestemming loodst in plaats van dat ze zich willekeurig door het lichaam verspreiden.
Wat is het precies?
Transferrin is een glycoproteïne, een eiwit met suikergroepen eraan vast, van ongeveer 80 kilodalton groot. Het wordt vooral in de lever aangemaakt en circuleert in het bloedplasma. Elk transferrinemolecuul heeft twee bindingsplaatsen die elk één ijzer(III)-ion kunnen vasthouden, stevig genoeg om het ijzer af te schermen van de omgeving, maar los genoeg om het weer los te laten waar nodig.
De aflevering werkt via een precies mechanisme. Transferrin dat ijzer bij zich draagt, bindt aan de transferrinereceptor op het celoppervlak. De cel trekt vervolgens het hele complex, receptor en transferrin samen, naar binnen in een klein blaasje: dit heet receptor-gemedieerde endocytose. Binnen in dat blaasje wordt de zuurgraad verlaagd, waardoor transferrin het ijzer loslaat. Het ijzervrije transferrin, apotransferrin genoemd, wordt daarna teruggestuurd naar het celoppervlak en weer de bloedbaan in gestuurd om opnieuw dienst te doen.
Voor drug delivery, het gericht afleveren van medicijnen, wordt dit natuurlijke systeem gekaapt. Onderzoekers maken transferrin, of kunstmatige antilichaamfragmenten die dezelfde receptor herkennen, vast aan nanodeeltjes, aan giftige eiwitten of aan stukjes genetisch materiaal zoals siRNA. Omdat veel kankercellen en ook de cellen van de bloed-hersenbarrière, het beschermende laagje rond de hersenen, extra veel transferrinereceptoren hebben, fungeert dit adresetiket als een soort sleutel die deuren opent die anders gesloten blijven.
Wat wil men ermee bereiken?
Het grote probleem met veel medicijnen, vooral chemotherapie en nieuwe generaties genetische geneesmiddelen, is dat ze niet alleen zieke cellen raken maar ook gezond weefsel beschadigen. Dat veroorzaakt bijwerkingen en beperkt hoe hoog artsen kunnen doseren. Het doel van transferrin-gerichte technieken is dosisgerichtheid: de werkzame stof zoveel mogelijk bij de doelcellen krijgen en zo min mogelijk elders.
Een tweede, minstens zo grote uitdaging is de bloed-hersenbarrière. Dit is een dicht netwerk van bloedvatcellen dat de hersenen beschermt tegen schadelijke stoffen, maar daardoor ook de meeste medicijnen buitenhoudt. Omdat de hersenen relatief veel ijzer nodig hebben en de bloedvatcellen daar dus veel transferrinereceptoren dragen, wordt deze receptor gezien als een van de weinige natuurlijke "achterdeurtjes" om medicijnen alsnog de hersenen in te smokkelen. Dit is relevant voor hersentumoren, maar ook voor zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten waarbij enzymen in de hersenen ontbreken.
Het is belangrijk om de verwachtingen te temperen: dit is geen wondermiddel dat elk medicijn overal naartoe kan brengen. De receptor komt ook, zij het minder, voor op gezonde cellen, en niet elke ziekte gaat gepaard met een duidelijke overexpressie van de receptor. Het is één gereedschap in een grotere gereedschapskist van gerichte medicijnafgifte.
Voorbeelden uit de praktijk
Een van de bekendste vroege voorbeelden is CALAA-01, een nanodeeltje ontwikkeld door het team van chemicus Mark Davis aan het California Institute of Technology, in samenwerking met het bedrijf Calando Pharmaceuticals. Het deeltje bestond uit een drager op basis van cyclodextrine, een suikerachtige molecuul, versierd met transferrin, en bevatte siRNA gericht tegen een eiwit dat kankercellen nodig hebben om te delen. In 2010 publiceerde het team in het tijdschrift Nature het eerste gedocumenteerde bewijs dat systemisch, dus via de bloedbaan, toegediende siRNA via zo'n gericht nanodeeltje daadwerkelijk in menselijke tumorcellen terechtkwam en daar het beoogde gen uitschakelde. Het programma is later niet doorontwikkeld tot een goedgekeurd geneesmiddel.
In de jaren negentig en begin jaren tweeduizend werd transferrin-CRM107 onderzocht, een fusie-eiwit van transferrin en een aangepaste, giftige versie van difterietoxine. Het idee was dat het toxine alleen zou binnendringen in cellen met veel transferrinereceptoren, zoals glioblastoomcellen, de meest agressieve vorm van hersentumor. De stof werd rechtstreeks in en rond de tumor toegediend via een techniek genaamd convectie-versterkte afgifte. Ondanks veelbelovende vroege resultaten haalden latere, grotere trials niet de vooraf gestelde effectiviteitsdrempel, wat illustreert hoe moeilijk het is om labresultaten te vertalen naar overtuigende klinische winst.
Meer recent richten bedrijven zich op de transferrinereceptor als toegangspoort tot de hersenen, maar dan vaak met technisch gemanipuleerde antilichaamfragmenten in plaats van transferrin zelf, omdat die zich preciezer laten afstellen. Denali Therapeutics ontwikkelt bijvoorbeeld een platform, de "Transport Vehicle", dat op deze receptor aandokt om enzymen de hersenen in te smokkelen bij zeldzame stofwisselingsziekten zoals het syndroom van Hunter. Ook Japanse en Europese onderzoeksgroepen werken aan vergelijkbare receptor-shuttles. Dit soort programma's bevindt zich grotendeels nog in klinisch onderzoek; harde, definitieve goedkeuringen zijn op dit vlak eerder uitzondering dan regel, en de precieze stand van zaken verandert snel.
Daarnaast wordt transferrin al decennialang gebruikt als een praktisch hulpmiddel in laboratoria: het is een standaardingrediënt in kweekmedia zonder dierlijk serum, waarmee cellen voor onderzoek en voor de productie van biologische geneesmiddelen worden opgekweekt.
Hoe ver is de techniek?
Het basisidee, de transferrinereceptor gebruiken als ingang, bestaat al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw en is wetenschappelijk goed onderbouwd. Wat lastiger blijkt, is de vertaalslag naar werkzame, veilige geneesmiddelen die de strenge klinische trials doorstaan. Meerdere veelbelovende kandidaten, waaronder de hierboven genoemde voorbeelden, zijn gestrand of stilgevallen na tegenvallende trialresultaten.
De laatste jaren verschuift de aandacht van transferrin als eiwit zelf naar kunstmatige antilichamen en eiwitfragmenten die dezelfde receptor herkennen, omdat die zich beter laten optimaliseren op bindingssterkte, stabiliteit en productie op grote schaal. Voor de bloed-hersenbarrière-toepassingen is er duidelijke vooruitgang: verschillende van deze receptor-shuttles zitten inmiddels in gevorderde klinische fasen, vooral voor zeldzame erfelijke hersenaandoeningen bij kinderen.
Belangrijke obstakels blijven bestaan. De receptor komt ook op gezonde weefsels voor, zoals rode bloedcelvoorlopers, wat bijwerkingen kan veroorzaken. Daarnaast is aantonen dat een deeltje de juiste receptor bereikt in een petrischaaltje iets anders dan aantonen dat het bij mensen ook echt klinisch voordeel oplevert. Onafhankelijke, grootschalige studies met lange follow-up blijven nodig voordat definitieve conclusies te trekken zijn.
Wie werken eraan?
Het fundamentele onderzoek naar transferrin en de transferrinereceptor wordt al decennia gedaan aan universiteiten wereldwijd, met vroeg baanbrekend werk onder meer aan Amerikaanse instituten als Caltech. Op het gebied van toepassingen is het speelveld inmiddels een mix van academische groepen en biotech- en farmaceutische bedrijven.
In de Verenigde Staten is Denali Therapeutics een van de bedrijven die het meest zichtbaar publiceert over receptor-gebaseerde bloed-hersenbarrière-shuttles. Japanse spelers, zoals JCR Pharmaceuticals, werken aan vergelijkbare platformen. Grotere farmaceutische bedrijven met neurologie- en oncologieprogramma's, waaronder diverse Europese en Amerikaanse multinationals, verkennen eveneens receptor-gerichte afgiftetechnieken, vaak in samenwerking met of via licenties van gespecialiseerde biotechbedrijven. Daarnaast blijven academische laboratoria, onder meer in de Verenigde Staten, Japan en Europa, fundamenteel onderzoek doen naar nieuwe varianten van transferrin-gebaseerde en receptor-gebaseerde dragers voor nanomedicine.
Verder lezen
- NCBI / PubMed – database met wetenschappelijke publicaties
- UniProt – eiwitdatabank met de moleculaire details van transferrin
- Nature – wetenschappelijk tijdschrift met oorspronkelijk onderzoek naar transferrin-gerichte nanodeeltjes
- RCSB Protein Data Bank – driedimensionale structuren van transferrin en de transferrinereceptor
- MedlinePlus – toegankelijke medische achtergrondinformatie voor patiënten