Kennisbank

Traceerbaarheid: hoe technologie laat zien waar een product écht vandaan komt

Bijgewerkt: 14 september 2026 · 6 min leestijd

Stel je bestelt een pakketje: met een track-and-trace-code zie je precies wanneer het is ingescand in het distributiecentrum, wanneer het de sorteermachine passeerde en wanneer de bezorger eraan kwam. Traceerbaarheid past datzelfde idee toe op producten zelf, maar dan over hun hele levensloop: van grondstof in de mijn of op het land, via fabriek en transport, tot het schap in de winkel en soms zelfs tot de recyclingfabriek.

Waar een pakketbon alleen het transport volgt, probeert traceerbaarheid de hele keten zichtbaar te maken: welke boer leverde de cacao, in welke fabriek werd de batterij gemaakt, welke mijn leverde het kobalt. Die informatie wordt vastgelegd in digitale systemen zodat bedrijven, toezichthouders en soms ook consumenten kunnen navragen: klopt dit verhaal, en is het veilig, eerlijk en duurzaam geproduceerd?

Wat is het precies?

Traceerbaarheid begint met identificatie: elk product, elke partij of zelfs elk onderdeel krijgt een uniek kenmerk. Dat kan een simpele barcode zijn, een QR-code, of een chip die je op afstand kunt uitlezen (RFID of NFC, dezelfde techniek als in een ov-chipkaart).

Vervolgens wordt bij elke stap in de keten een 'gebeurtenis' vastgelegd: wie deed wat, waar, en wanneer. Een veelgebruikte standaard hiervoor heet EPCIS (Electronic Product Code Information Services), ontwikkeld door de standaardenorganisatie GS1 — hetzelfde bedrijf dat ooit de gewone winkelbarcode bedacht. Denk aan meldingen als 'partij X verliet magazijn Y om 14.32 uur' of 'zending Z werd omgepakt in haven A'.

Al die meldingen komen samen in een database. Vaak is dat een gewone, centraal beheerde database van één bedrijf. Bij ketens met veel onafhankelijke partijen — een boer, een tussenhandelaar, een fabriek, een importeur — kiezen sommige initiatieven voor een blockchain: een digitaal grootboek dat over meerdere computers verspreid staat, zodat niemand in zijn eentje de geschiedenis kan aanpassen. Dat klinkt geavanceerd, maar de techniek lost maar één probleem op: vertrouwen tussen partijen die elkaar niet volledig vertrouwen. Ze lost niet op of de informatie die wordt ingevoerd ook waar is — daarvoor blijven controles, keurmerken en steekproeven nodig.

Het eindstation is meestal een portaal of app: scan de QR-code op de verpakking en je krijgt een tijdlijn te zien, of een bedrijf kan in één oogopslag een besmette partij terugroepen zonder de hele voorraad te hoeven vernietigen.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer is voedselveiligheid. Bij een uitbraak van bijvoorbeeld salmonella wil je binnen uren weten uit welke partij, welk perceel en welke leverancier het besmette product komt, in plaats van dagenlang alle voorraad preventief terug te roepen. Walmart en IBM lieten in een bekende proef zien dat het traceren van een partij mango's via een blockchain-systeem terugliep van ruim zes dagen naar enkele seconden.

Een tweede doel is het tegengaan van fraude en namaak: van vervalste medicijnen tot bloeddiamanten en illegaal gekapt hout. Sinds 2019 moet in de Europese Unie ieder medicijndoosje een unieke 2D-barcode en een verzegeling hebben, die de apotheker scant om te controleren of de verpakking origineel is en niet eerder is geopend.

Daarnaast speelt duurzaamheid en de circulaire economie een steeds grotere rol. Om plastic, metalen of batterijmaterialen te kunnen recyclen, moet je weten wat er precies in zit — traceerbaarheid maakt dat inzichtelijk. Ook eisen overheden steeds vaker bewijs van herkomst: is het hout niet afkomstig van ontbossing, is het kobalt niet met kinderarbeid gedolven?

Tot slot gaat het om consumentenvertrouwen en wetgeving: bedrijven willen (en moeten steeds vaker) kunnen aantonen wat de CO2-voetafdruk van een product is, of hoeveel gerecycled materiaal erin zit.

Voorbeelden uit de praktijk

IBM Food Trust — vanaf 2016 ontwikkeld met onder meer Walmart, Carrefour en Nestlé, gebruikte blockchain-technologie om voedselketens te volgen. Het initiatief kreeg veel aandacht als voorbeeld van hoe snel je een besmette partij kunt opsporen; de precieze huidige omvang en status van het platform binnen IBM is de laatste jaren minder duidelijk geworden, omdat het bedrijf zijn blockchain-strategie heeft bijgesteld.

De Beers Tracr (gelanceerd in 2018) volgt diamanten van de mijn tot de juwelierszaak, om te voorkomen dat conflictdiamanten de markt bereiken en om de herkomst van stenen te bewijzen. Het platform is inmiddels losgemaakt van De Beers zelf en opereert als apart bedrijf dat ook andere diamantbedrijven bedient.

Circularise, een Nederlandse start-up opgericht in 2016 en gevestigd in de regio Den Haag/Delft, bouwt een systeem waarmee bedrijven in de kunststof- en batterij-industrie herkomst en materiaalsamenstelling kunnen delen zonder bedrijfsgeheimen prijs te geven, met technieken die vergelijkbaar zijn met 'zero-knowledge'-bewijzen (je bewijst dat iets klopt, zonder alle onderliggende data te tonen).

Fairphone, de Nederlandse fabrikant van modulaire smartphones, probeert sinds 2013 de herkomst van tin, tantaal, wolfraam en goud (de zogeheten 3TG-mineralen) uit conflictgebieden traceerbaar te maken, onder meer via samenwerking met het Responsible Minerals Initiative en de Fair Cobalt Alliance.

Medicijnverpakkingen in de EU — sinds de invoering van de Falsified Medicines Directive wordt elk doosje voorzien van een unieke code die bij aflevering wordt gecontroleerd, wat namaakmedicijnen in de legale keten sterk heeft teruggedrongen.

Hoe ver is de techniek?

Traceerbaarheid op basis van simpele barcodes is decennia oud en volledig ingeburgerd; vrijwel elk product dat je in een supermarkt koopt, is op die manier te volgen tot aan het distributiecentrum. Het lastige stuk zit verderop in de keten: bij de boer, de mijnwerker of het kleine naaiatelier, waar vaak geen computer of scanner voorhanden is en gegevens nog met de hand worden bijgehouden.

Geavanceerdere systemen met blockchain of gedeelde databases zitten nog vaak in de pilotfase. Ze werken goed wanneer een paar grote partijen meedoen, maar opschalen naar hele sectoren blijkt lastig: bedrijven moeten het eens worden over dataformaten, wie welke data mag zien, en wie de kosten draagt. Veel pilots halen daardoor het nieuws, maar bereiken zelden de hele markt.

Wetgeving is inmiddels de belangrijkste aanjager geworden. De Europese Unie nam in 2024 de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) aan, die de basis legt voor een 'digitaal productpaspoort': een verplicht digitaal dossier per product met informatie over materialen, herkomst en reparatiemogelijkheden. Voor batterijen ligt er al een concrete deadline vanuit de EU-batterijverordening: vanaf 2027 moeten grotere batterijen, zoals die in elektrische auto's, zo'n paspoort krijgen. Voor andere productgroepen, zoals textiel en elektronica, moeten de precieze eisen en data nog verder worden uitgewerkt.

De grootste obstakels blijven: standaardisatie (welk systeem praat met welk systeem), de kosten voor kleinere bedrijven om mee te doen, en het basale probleem dat een traceerbaarheidssysteem zelf niet kan verifiëren of de informatie die erin gestopt wordt ook waar is.

Wie werken eraan?

GS1 speelt wereldwijd een sleutelrol als beheerder van de barcode- en data-standaarden die de meeste traceerbaarheidssystemen gebruiken. Grote technologiebedrijven zoals IBM hebben pionierswerk verricht met blockchain-toepassingen in de voedselketen, terwijl gespecialiseerde bedrijven als Circularise (Nederland), Sourcemap en Tracr zich toeleggen op specifieke sectoren zoals kunststoffen, complexe toeleveringsketens en diamanten.

Op regelgevend vlak is de Europese Commissie de belangrijkste drijvende kracht, met de ESPR en het digitaal productpaspoort als centrale instrumenten, aangevuld met sectorspecifieke regels zoals de batterijverordening. Ngo's en certificeringsorganisaties zoals het Kimberley Process (diamanten), de Fair Cobalt Alliance en het Responsible Minerals Initiative zetten daarnaast normen voor eerlijke en conflictvrije winning van grondstoffen. Universiteiten, waaronder de TU Delft en Wageningen University, doen onderzoek naar zowel de technische kant (blockchain, sensoren) als de praktische haalbaarheid van traceerbaarheid in complexe, wereldwijde ketens.