Kennisbank

Terugroepactie: wat gebeurt er als nieuwe technologie toch niet veilig blijkt?

Bijgewerkt: 4 augustus 2026 · 5 min leestijd

Een terugroepactie is het moment waarop een fabrikant toegeeft dat een product dat al bij klanten thuis staat, in de garage staat of aan de muur hangt, een gevaar kan opleveren. De fabrikant roept het product dan terug: eigenaren worden gewaarschuwd en krijgen een gratis reparatie, vervanging of software-update aangeboden. Denk aan een wasmachine die kan kortsluiten, maar tegenwoordig steeds vaker ook aan een zelfrijdende auto die verkeerd reageert op een file, of een elektrische auto waarvan de batterij in zeldzame gevallen vlam kan vatten.

Bij traditionele producten betekende een terugroepactie vaak dat je met je toestel naar een winkel of monteur moest. Bij moderne, verbonden technologie kan dat anders: een auto met internetverbinding kan 's nachts, terwijl hij op de oprit staat, automatisch een software-update ontvangen die het probleem verhelpt. Dat klinkt praktisch, maar roept ook nieuwe vragen op over wie er nog controle heeft over het apparaat dat je hebt gekocht.

Wat is het precies?

Een terugroepactie begint meestal met een melding: van gebruikers die klachten indienen, van een fabrikant die tijdens eigen tests iets ontdekt, of van een toezichthouder die na ongelukken onderzoek doet. In Nederland en de Europese Unie moeten fabrikanten en importeurs gevaarlijke producten melden bij toezichthouders; voor auto's is dat in Nederland de RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer), in de Verenigde Staten is dat de NHTSA (National Highway Traffic Safety Administration).

Na de melding onderzoekt de fabrikant hoeveel producten het risico lopen, wat de oorzaak is en hoe ernstig het gevaar is. Vervolgens wordt een oplossing bepaald: dat kan een fysieke reparatie zijn, vervanging van een onderdeel, teruggave van geld, of — bij software-gestuurde apparaten — een update die op afstand wordt verstuurd. Zo'n update-op-afstand heet een OTA-update (over-the-air), letterlijk 'door de lucht', omdat er geen kabel of monteur aan te pas komt.

Ten slotte worden eigenaren geïnformeerd, vaak per brief, e-mail of in-app melding, en houdt de toezichthouder bij hoeveel producten daadwerkelijk zijn hersteld. Bij auto's publiceert de RDW deze cijfers openbaar, zodat je met je kenteken kunt controleren of jouw voertuig een openstaande terugroepactie heeft.

Wat wil men ermee bereiken?

Het doel is simpel: voorkomen dat mensen gewond raken of schade oplopen door een product dat achteraf niet veilig genoeg blijkt. Terugroepacties zijn een vangnet voor het moment dat testen vóór de verkoop iets over het hoofd hebben gezien — en dat gebeurt onvermijdelijk vaker bij complexe, nieuwe technologie dan bij een simpele broodrooster.

Voor fabrikanten is er ook een zakelijk belang: een snelle, transparante terugroepactie kan vertrouwen behouden, terwijl het verzwijgen van problemen — als dat later uitkomt — reputatieschade en boetes kan opleveren. Toezichthouders willen daarnaast leren van elke terugroepactie: patronen in defecten helpen om toekomstige veiligheidseisen aan te scherpen, bijvoorbeeld voor hoe batterijen worden getest of hoe zelfrijdende systemen moeten reageren in onverwachte situaties.

Bij software-gestuurde producten speelt nog iets anders mee: fabrikanten willen laten zien dat een OTA-update net zo betrouwbaar is als een fysieke reparatie, zodat terugroepacties sneller en goedkoper afgehandeld kunnen worden zonder dat de veiligheid eronder lijdt.

Voorbeelden uit de praktijk

Tesla, december 2023: Tesla riep in de Verenigde Staten ruim twee miljoen voertuigen terug nadat de NHTSA twee jaar onderzoek had gedaan naar ongelukken waarbij het rijhulpsysteem Autopilot betrokken was. De oplossing kwam volledig via een OTA-software-update die extra waarschuwingen en controles toevoegde om te checken of de bestuurder wel oplette. Het was een van de grootste terugroepacties ooit die zonder één fysieke garagebezoek werd afgehandeld.

Chevrolet Bolt EV (General Motors), 2020-2021: GM riep circa 140.000 elektrische Bolt-modellen terug vanwege een productiefout in de batterijcellen van leverancier LG, waardoor in zeldzame gevallen brand kon ontstaan. Uiteindelijk werden bij veel auto's de complete batterijpakketten vervangen. De totale kosten voor GM en LG samen liepen op tot meer dan 1,9 miljard dollar, wat laat zien hoe duur een terugroepactie bij batterijtechnologie kan uitpakken.

Hyundai Kona Electric, 2020-2021: Ook Hyundai moest wereldwijd Kona Electric-modellen terugroepen wegens brandgevaar door batterijcellen van dezelfde soort leverancier. Verschillende gevallen van zelfontbranding, ook in Nederland en Zuid-Korea, leidden tot het advies om auto's tijdelijk niet binnen te parkeren totdat de software-instellingen voor het opladen waren aangepast en cellen indien nodig vervangen.

Samsung Galaxy Note 7, 2016: Geen auto, maar een smartphone — en een van de bekendste terugroepacties in de techgeschiedenis. Ongeveer 2,5 miljoen toestellen werden wereldwijd teruggeroepen nadat lithium-ion-batterijen konden oververhitten en zelfs vlam konden vatten. Samsung stopte de productie uiteindelijk helemaal, met een geschat verlies van miljarden dollars.

Cruise robotaxi's (General Motors), oktober 2023: Na een ongeval in San Francisco, waarbij een voetganger na een botsing met een ander voertuig onder een Cruise-robotaxi terechtkwam en werd meegesleept, schortte de Californische toezichthouder de vergunning van Cruise op. Cruise legde daarop zijn hele Amerikaanse vloot stil en paste later de software aan waarmee voertuigen na een botsing reageren — een voorbeeld van een terugroepactie die niet over een defect onderdeel ging, maar over de besluitvorming van een zelfrijdend systeem.

Hoe ver is de techniek?

De techniek achter terugroepacties zelf verandert snel, vooral door twee ontwikkelingen. Ten eerste maken verbonden apparaten — auto's, maar ook slimme thermostaten, medische implantaten en zelfs sommige huishoudapparaten — het mogelijk om problemen op afstand te signaleren en soms zelfs op afstand te verhelpen, via telemetrie (automatisch verzonden gebruiksgegevens) en OTA-updates. Dat kan een terugroepactie sneller en goedkoper maken dan vroeger, toen iedereen fysiek naar een werkplaats moest.

Ten tweede verschuift de aard van de risico's. Vroeger ging een terugroepactie vrijwel altijd over een mechanisch of elektrisch defect. Bij zelfrijdende systemen en kunstmatige intelligentie kan het probleem ook in de software zelf zitten: een algoritme dat een situatie verkeerd inschat. Dat is lastiger te testen dan een kapot onderdeel, omdat het gedrag afhankelijk is van talloze verkeerssituaties die nooit allemaal vooraf te simuleren zijn.

Er zijn ook nog onopgeloste knelpunten. Niet elke OTA-update wordt door eigenaren snel geïnstalleerd, waardoor een 'opgeloste' terugroepactie in de statistieken toch nog kwetsbare voertuigen op de weg kan laten rijden. Daarnaast bestaat er discussie of software-only oplossingen wel altijd voldoende zijn, en of toezichthouders zoals de NHTSA voldoende technische kennis en capaciteit hebben om complexe software-updates goed te beoordelen. Ook cyberveiligheid speelt mee: een systeem dat op afstand updates kan ontvangen, moet ook beveiligd zijn tegen misbruik door kwaadwillenden.

Wie werken eraan?

Terugroepacties zijn geen onderzoeksveld met laboratoria, maar een samenspel van toezichthouders, fabrikanten en veiligheidsorganisaties. In de Verenigde Staten speelt de NHTSA de hoofdrol bij voertuigen, met een openbare database van terugroepacties. In Nederland en de EU is de RDW verantwoordelijk voor voertuigterugroepacties, terwijl de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en het Europese Safety Gate-systeem (voorheen RAPEX) toezien op de veiligheid van consumentenproducten in bredere zin, sinds 2024 onder de nieuwe Algemene Productveiligheidsverordening (GPSR).

Fabrikanten zelf — van Tesla en General Motors tot Samsung en Hyundai — hebben interne veiligheids- en kwaliteitsafdelingen die risico's opsporen en terugroepacties voorbereiden, vaak onder druk van aandeelhouders en juridische aansprakelijkheid. Onafhankelijke onderzoeksinstituten zoals het Amerikaanse IIHS (Insurance Institute for Highway Safety) en het Europese Euro NCAP dragen bij door voertuigen en veiligheidssystemen te testen en publiekelijk te beoordelen, wat indirect druk zet op fabrikanten om problemen vroegtijdig te melden.

Verder lezen