Tapeout: het moment waarop een chipontwerp onomkeerbaar wordt
Stel je voor dat je maandenlang aan een ingewikkeld bouwplan hebt gewerkt, tot in de kleinste details van elke leiding, kabel en steunbalk. Op een dag druk je op 'verzenden' en het plan gaat naar de fabriek die het gebouw daadwerkelijk gaat neerzetten. Vanaf dat moment kun je niets meer aanpassen zonder helemaal opnieuw te beginnen. Dat moment heet in de chipindustrie een tapeout: het punt waarop het definitieve ontwerp van een microchip wordt overgedragen aan de fabriek die de chip fysiek gaat maken.
De naam komt uit een tijd waarin ontwerpgegevens letterlijk op magnetische tape werden gezet en per koerier naar de fabriek werden gestuurd. Tegenwoordig gaat alles digitaal, maar de term is blijven hangen omdat hij zo treffend het gevoel van 'nu is het menens' beschrijft. Een tapeout is duur, tijdrovend om te herstellen als er iets misgaat, en daarom een van de meest gespannen momenten in het ontwerpproces van elk stukje elektronica met een chip erin, van je smartphone tot een supercomputer.
Wat is het precies?
Het ontwerpen van een moderne chip verloopt in fasen, en tapeout is de laatste stap van het ontwerptraject, vlak voor de fabricage begint. Eerst beschrijven ingenieurs wat de chip moet doen in een programmeertaal voor hardware, zoals Verilog of VHDL. Dit heet de RTL (register-transfer level) beschrijving: een soort blauwdruk van de logica, nog los van hoe die logica er fysiek uit komt te zien.
Die logische beschrijving wordt vervolgens omgezet in een verzameling elektronische bouwstenen zoals transistors en poorten, een proces dat synthese heet. Daarna volgt de place-and-route-fase: software bepaalt waar elk onderdeel precies op het oppervlak van de chip komt te liggen en hoe de miljarden verbindingsdraadjes ertussen lopen, vergelijkbaar met het uitstippelen van alle wegen en leidingen in een stad.
Voordat het ontwerp de deur uit mag, doorloopt het uitgebreide controles. Een design rule check (DRC) kijkt of alle lijnen en vormen voldoen aan de fysieke beperkingen van het fabricageproces, zoals minimale afstanden tussen draadjes. Een layout-versus-schematic-check (LVS) vergelijkt de uiteindelijke laag-voor-laag tekening met de oorspronkelijke logische schakeling om zeker te weten dat er niets is misgegaan. Pas als alles klopt, wordt het ontwerp omgezet naar een standaardbestandsformaat, meestal GDSII of het nieuwere OASIS, en dat bestand wordt naar de chipfabriek gestuurd. Dát moment is de tapeout.
In de fabriek, de zogeheten foundry, wordt dit bestand gebruikt om fotomaskers te maken: sjablonen waarmee laag voor laag patronen op een siliciumschijf (wafer) worden geëtst met behulp van lithografie. Van tapeout tot de eerste werkende chips terug in huis duurt doorgaans enkele maanden tot een half jaar, afhankelijk van hoe geavanceerd het productieproces is.
Wat wil men ermee bereiken?
Tapeout is geen doel op zich, maar een noodzakelijke stap om van een idee naar een fysiek product te komen. Het achterliggende doel van het hele voortraject is zo veel mogelijk fouten eruit halen vóórdat de productie start, want een fout die pas na de tapeout aan het licht komt, is bijzonder kostbaar om te herstellen.
Bij geavanceerde productieprocessen kan het maken van een complete set fotomaskers tientallen miljoenen dollars kosten. Een misser betekent niet alleen dat geld weggegooid geld is, maar ook maanden vertraging omdat het hele traject van maskers maken en wafers produceren opnieuw moet. Om die reden investeren chipontwerpers zwaar in simulatie, verificatie en geautomatiseerde controles voordat ze de knoop doorhakken.
Daarnaast is snelheid een belangrijke drijfveer. Bedrijven als Apple, Nvidia en AMD ontwerpen zelf chips maar bezitten geen eigen fabrieken (ze zijn 'fabless'); zij besteden de productie uit aan foundries zoals TSMC of Samsung. Voor hen is elke maand vertraging tussen ontwerp en tapeout een maand later marktintroductie, in een sector waar de concurrentie soms wordt beslist door wie als eerste een nieuwe generatie chips uitbrengt.
Voorbeelden uit de praktijk
Een aansprekend voorbeeld van een grote commerciële tapeout is de Apple M1-chip, die rond 2020 bij TSMC in productie ging op het destijds geavanceerde 5-nanometerproces. Ook Nvidia's krachtige AI-chips zoals de H100 (getapet in 2022) en de opvolgers daarvan worden geproduceerd bij TSMC op de meest geavanceerde procesknooppunten die op dat moment beschikbaar zijn.
Buiten de grote commerciële wereld is er een opvallende ontwikkeling in open chipontwerp. In 2020 realiseerden Google, het Amerikaanse chipbedrijf SkyWater Technology en het platform Efabless de eerste volledig open-source tapeout: een chip waarvan het complete ontwerpproces, inclusief de gebruikte software (de zogeheten process design kit, oftewel PDK) vrij toegankelijk was, geproduceerd op SkyWaters 130-nanometerproces in de Verenigde Staten.
Dat initiatief kreeg een vervolg in het project Tiny Tapeout, opgezet door de Britse ingenieur Matt Venn, dat sinds 2022 meerdere keren per jaar honderden kleine, door hobbyisten en studenten ontworpen schakelingen bundelt op één gedeelde chip en gezamenlijk laat produceren. Dit maakt een tapeout, normaliter voorbehouden aan grote bedrijven, ook toegankelijk voor individuele leerlingen en makers.
Op onderzoeksniveau werken instituten zoals het Belgische imec en Amerikaanse universiteiten regelmatig samen met foundries aan tapeouts van experimentele chips, bijvoorbeeld op het gebied van fotonica (chips die met licht in plaats van elektronen werken) of nieuwe geheugentechnologie, vaak in kleine oplages van enkele tientallen chips voor onderzoeksdoeleinden.
Hoe ver is de techniek?
Het tapeout-proces zelf is een volwassen, decennia oude praktijk; de kernstappen zijn sinds de jaren tachtig conceptueel hetzelfde gebleven. Wat wél voortdurend verandert, is de complexiteit van de chips die worden getapet en de precisie die daarvoor nodig is.
Bij de nieuwste procesknooppunten, zoals TSMC's 3-nanometerproces (in productie sinds 2022) en het 2-nanometerproces (verwacht rond 2025), zijn de structuren op de chip zo klein dat zelfs kleine onvolkomenheden in het ontwerp desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de opbrengst, oftewel het percentage werkende chips per wafer. Dit maakt de verificatiefase vóór tapeout steeds zwaarder: het duurt soms weken om alle simulaties en controles op een moderne chip te doorlopen, zelfs met de krachtigste rekenclusters.
Een andere trend is het gebruik van kunstmatige intelligentie in het ontwerpproces zelf, onder meer om automatisch de beste plaatsing van onderdelen te vinden en zo tijd te besparen vóór tapeout. Bedrijven als Synopsys en Cadence, de twee grootste leveranciers van ontwerpsoftware (EDA, electronic design automation), bieden hier inmiddels tools voor aan, al is onafhankelijk geverifieerd hoeveel tijdswinst dit in de praktijk oplevert nog beperkt.
Ook de open-source beweging rond chipontwerp groeit, maar blijft vooralsnog beperkt tot relatief eenvoudige, oudere procesknooppunten zoals 130 nanometer. De geavanceerdste procestechnologie is en blijft voorlopig het exclusieve domein van een handvol grote, kapitaalkrachtige foundries.
Wie werken eraan?
De belangrijkste speler op het gebied van chipproductie is het Taiwanese TSMC, dat het grootste deel van de wereldwijde geavanceerde chipproductie voor zijn rekening neemt en tapeouts verwerkt van klanten als Apple, Nvidia, AMD en Qualcomm. Samsung Electronics (Zuid-Korea) en Intel (Verenigde Staten) zijn de belangrijkste concurrenten, waarbij Intel zich ook steeds meer opstelt als foundry voor externe klanten via zijn Intel Foundry-tak.
Op het gebied van ontwerpsoftware domineren Synopsys en Cadence Design Systems, beide Amerikaanse bedrijven, aangevuld door Siemens EDA (voorheen Mentor Graphics, nu onderdeel van het Duitse Siemens). Zonder hun software is een moderne tapeout ondenkbaar.
Voor het open-source ecosysteem zijn Google, SkyWater Technology en het Amerikaanse platform Efabless de aanjagers geweest van de eerste open PDK's, terwijl Tiny Tapeout inmiddels een internationale gemeenschap van onderwijsinstellingen en hobbyisten bedient. Onderzoeksinstituten zoals imec in België en verscheidene Amerikaanse en Aziatische universiteiten dragen bij aan experimentele tapeouts voor nieuwe chiptechnologieën. Nationale overheden, waaronder de Verenigde Staten (met de CHIPS Act) en de Europese Unie (met de European Chips Act), investeren daarnaast fors om meer chipproductie- en ontwerpcapaciteit binnen hun eigen grenzen te krijgen, wat indirect ook meer tapeouts dichter bij huis moet opleveren.
Verder lezen
- TSMC — officiële website van 's werelds grootste chipfoundry
- Synopsys — leverancier van chipontwerpsoftware (EDA)
- Cadence Design Systems — EDA-tools voor chipontwerp en verificatie
- Tiny Tapeout — toegankelijk project voor gedeelde chip-tapeouts
- imec — Belgisch onderzoeksinstituut voor micro- en nanotechnologie