Kennisbank

Stralingsafscherming: hoe bescherm je mensen en apparatuur tegen kosmische en nucleaire straling?

Bijgewerkt: 19 augustus 2026 · 6 min leestijd

Stralingsafscherming is de verzamelnaam voor materialen en technieken die schadelijke ioniserende straling tegenhouden of afzwakken voordat die mensen, elektronica of biologisch weefsel bereikt. Ioniserende straling bestaat uit deeltjes of golven met zoveel energie dat ze elektronen uit atomen kunnen slaan, wat op celniveau schade aan DNA kan veroorzaken. Op aarde worden we grotendeels beschermd door de dampkring en het aardmagneetveld, maar astronauten, kerncentrales en medische apparatuur hebben extra bescherming nodig.

Een handige analogie: zie ioniserende straling als een stroom heel kleine, razendsnelle kogeltjes. Een paraplu houdt regen tegen, maar tegen deze 'kogeltjes' heb je een dikke, dichte muur nodig, en soms zelfs een specifiek type materiaal, omdat sommige kogeltjes dwars door gewoon metaal heen vliegen en er zelfs nieuwe, secundaire kogeltjes ontstaan wanneer ze op de verkeerde stof botsen. Stralingsafscherming is dus niet simpelweg 'dikker materiaal ophangen', maar een precieze puzzel van welk materiaal, hoe dik en waar.

Wat is het precies?

Straling die relevant is voor afscherming valt grofweg in twee categorieën. Op aarde en in kerncentrales gaat het vooral om straling van radioactieve atomen: alfadeeltjes, bètadeeltjes, gammastraling en neutronen. In de ruimte gaat het vooral om kosmische straling: galactische kosmische straling (GCR), een constante achtergrondstroom van zeer energierijke deeltjes uit de diepe ruimte, en straling van zonne-uitbarstingen, zogeheten solar particle events (SPE), die in korte, hevige pieken vrijkomt.

Elk type straling vraagt om een andere aanpak. Alfadeeltjes zijn al tegen te houden met een vel papier of de bovenste huidlaag. Gammastraling en hoogenergetische kosmische deeltjes hebben juist dichte, zware materialen nodig zoals lood of dikke lagen beton om voldoende te worden afgezwakt. Neutronen worden het effectiefst afgeremd door waterstofrijke materialen zoals water, polyethyleen (een veelgebruikt kunststof) of paraffine, omdat waterstofatomen ongeveer even zwaar zijn als een neutron en daardoor energie het efficiëntst overdragen bij een botsing.

In de ruimtevaart speelt een extra complicatie: wanneer zeer energierijke kosmische deeltjes op een metalen wand zoals aluminium botsen, kunnen ze die atomen uit elkaar doen spatten. Daarbij ontstaat secundaire straling, waaronder neutronen, die soms schadelijker is dan de oorspronkelijke straling. Om die reden zoeken ruimtevaartorganisaties naar waterstofrijke materialen die minder van dit ongewenste effect veroorzaken. Naast deze passieve afscherming met materialen wordt ook onderzoek gedaan naar actieve afscherming: het opwekken van een kunstmatig magneetveld of elektrisch veld rond een ruimtevaartuig dat geladen deeltjes afbuigt, vergelijkbaar met hoe het aardmagneetveld ons beschermt. Dit blijft vooralsnog experimenteel, vooral omdat het enorme hoeveelheden energie en zware apparatuur vereist.

Wat wil men ermee bereiken?

Het primaire doel is gezondheidsbescherming. Langdurige blootstelling aan ioniserende straling verhoogt het risico op kanker, kan het centrale zenuwstelsel aantasten en de vruchtbaarheid beïnvloeden. Voor astronauts op lange missies, bijvoorbeeld naar Mars, is dit een van de grootste onopgeloste risico's, groter dan bijvoorbeeld de reistijd zelf problematisch maakt.

Daarnaast beschermt afscherming elektronica en instrumenten. Straling kan geheugenchips laten 'flippen' (een enkel bit dat onbedoeld verandert, een zogeheten single-event upset) of sensoren op termijn beschadigen. Satellieten en ruimtesondes worden daarom deels ontworpen met stralingsbestendige, of 'rad-hard', elektronica en gerichte afscherming rond kwetsbare onderdelen.

In de kernenergiesector is het doel vooral het beschermen van personeel en omwonenden rond reactoren en opslagfaciliteiten voor radioactief afval, en het naleven van strikte internationale veiligheidsnormen. Bij medische toepassingen, zoals röntgenapparatuur en bestralingstherapie tegen kanker, wil men juist gezond weefsel om de behandelzone heen sparen terwijl de tumor gericht bestraald wordt.

Voorbeelden uit de praktijk

Op het Internationaal Ruimtestation (ISS) draagt de aluminium romp al een basisbescherming, maar bij zonnestormen trekken astronauten zich terug in delen van het station waar extra voorraden, waterzakken en apparatuur tegen de wanden zijn geplaatst om als geïmproviseerde extra afscherming te dienen.

De Mars-rover Curiosity, sinds 2012 actief, heeft aan boord het instrument RAD (Radiation Assessment Detector), dat continu de stralingsdosis meet, zowel tijdens de reis naar Mars als op het oppervlak. De metingen tijdens de achtmaandse heenreis, gepubliceerd door onderzoeker Cary Zeitlin en collega's in Science (2013), leverden een geschatte dosis op van ruwweg 0,3 tot 0,4 sievert per enkele reis, wat neerkomt op ordegrootte 0,6 sievert voor een retourreis zonder verblijf op het oppervlak. Deze data zijn een belangrijke bron voor het inschatten van de risico's van bemande Marsmissies.

Tijdens Artemis I in 2022 vloog NASA twee stralingsmeetpoppen genaamd Helga en Zohar mee aan boord van de Orion-capsule, in het experiment MARE (Matroshka AstroRad Radiation Experiment), geleid door het Duitse ruimtevaartinstituut DLR in samenwerking met het Israëlische ruimtevaartagentschap. Zohar droeg een beschermend AstroRad-vest, ontwikkeld door het Israëlische bedrijf StemRad samen met Lockheed Martin, terwijl Helga ongeschermd bleef. Door duizenden sensoren in beide poppen te vergelijken, wilden onderzoekers vaststellen hoeveel bescherming zo'n vest daadwerkelijk biedt aan stralingsgevoelige organen, met extra aandacht voor vrouwelijke astronauten.

Voor toekomstige maanbases, onderdeel van NASA's Artemis-programma, onderzoekt men het gebruik van maanregoliet (het losse grond- en steenpuin op het maanoppervlak) als afschermingslaag. Het idee is om enkele meters regoliet over of om een habitat te stapelen, eventueel met 3D-printtechnieken, zodat er geen zware afschermingsmaterialen vanaf de aarde meegenomen hoeven te worden.

In de kernenergiesector is het reactorvat van een kerncentrale doorgaans omgeven door dikke stalen en betonnen containment-structuren, aangevuld met waterbassins die zowel koelen als afschermen, een aanpak die al decennialang de industriestandaard is en voortdurend wordt verfijnd op basis van nieuwe veiligheidsinzichten.

Hoe ver is de techniek?

Passieve afscherming met materialen zoals aluminium, water, polyethyleen en lood is volwassen technologie en wordt vandaag al breed toegepast, van het ISS tot kerncentrales tot medische apparatuur. De ontwikkeling hier ligt vooral in het optimaliseren van materialen: lichtere, sterkere en waterstofrijkere composieten die minder massa vereisen zonder aan beschermend vermogen in te boeten, wat cruciaal is omdat elke kilo extra gewicht een ruimtemissie duurder maakt.

Vesten zoals AstroRad zijn inmiddels in de ruimte getest, maar bieden alleen gedeeltelijke, lokale bescherming van specifieke organen, niet een volledige oplossing tegen kosmische straling. Regoliet-gebaseerde afscherming voor maan- of Marshabitats bestaat nog vooral op conceptniveau en in grondgebonden experimenten; er is nog geen bemande basis gebouwd waarin dit in de praktijk is bewezen.

Actieve afscherming met magneet- of elektrische velden, soms een 'mini-magnetosfeer' genoemd, blijft grotendeels theoretisch en labonderzoek. Het belangrijkste obstakel is dat een bruikbaar veld enorme hoeveelheden energie en zware supergeleidende spoelen vereist, wat het voorlopig onpraktisch maakt voor een ruimtevaartuig. Een fundamenteler probleem is dat galactische kosmische straling zo energierijk is dat volledige afscherming, ongeacht de methode, extreem lastig blijft; de meeste huidige oplossingen verminderen het risico eerder dan dat ze het volledig wegnemen. Wetenschappers zijn het erover eens dat dit een van de grootste openstaande knelpunten is voor bemande Marsmissies van meerdere jaren.

Wie werken eraan?

NASA is wereldwijd toonaangevend in onderzoek naar stralingsafscherming voor bemande ruimtevaart, onder meer via het Human Research Program en de voorbereidingen voor het Artemis-programma. De European Space Agency (ESA) doet vergelijkbaar onderzoek binnen Europa, onder andere naar materialen en stralingsmonitoring.

Het Duitse ruimtevaartinstituut DLR (Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt) heeft een gespecialiseerde afdeling voor stralingsbiologie in Keulen en leidde het eerdergenoemde MARE-experiment. Het Israëlische bedrijf StemRad, in samenwerking met de Amerikaanse ruimtevaartreus Lockheed Martin, ontwikkelt draagbare beschermingsvesten. Ook Japans ruimtevaartagentschap JAXA en het Russische Roscosmos investeren in stralingsonderzoek voor hun eigen bemande programma's.

Op het gebied van kernenergie speelt het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een centrale rol bij het opstellen van internationale veiligheidsnormen voor afscherming, terwijl nationale toezichthouders en reactorbouwers, zoals Framatome in Frankrijk en Westinghouse in de Verenigde Staten, deze normen in de praktijk toepassen bij het ontwerp van reactoren.

Verder lezen