Startup-incubator: de kraamkamer voor jonge bedrijven
Een startup-incubator is te vergelijken met een broedmachine voor kuikens, of beter nog: met een kas voor jonge plantjes. Net zoals een kas jonge planten beschermt tegen kou, wind en te fel zonlicht totdat ze sterk genoeg zijn om buiten te overleven, biedt een incubator een beschermde omgeving aan startende bedrijven. Ze krijgen er een bureau, advies, contacten en soms geld, zodat ze niet meteen alleen de barre buitenwereld van de vrije markt in hoeven.
Concreet is een incubator een organisatie die net opgerichte bedrijven — meestal techbedrijven met een innovatief idee, maar nog zonder werkend verdienmodel — voor een periode van maanden tot een paar jaar begeleidt. Dat gebeurt via werkruimte, mentoring (persoonlijke begeleiding door ervaren ondernemers), toegang tot een netwerk van investeerders en klanten, en soms een eerste financiële injectie. In ruil daarvoor krijgt de incubator vaak een klein aandeel in het bedrijf (equity) of een vaste vergoeding. Het woord komt uit de biologie: een incubator is oorspronkelijk het apparaat waarin te vroeg geboren baby's of broedeieren onder gecontroleerde omstandigheden verder kunnen groeien.
Wat is het precies?
Een incubatietraject verloopt meestal in een aantal vaste stappen. Eerst is er een selectieronde: aspirant-startups dienen een plan in, en de incubator kiest de kansrijkste ideeën uit, vaak op basis van het team, de markt en de originaliteit van het idee.
Daarna verhuist het team naar de incubator, waar het toegang krijgt tot een werkplek, laboratoriumfaciliteiten (bij technische incubators) en een vast programma van workshops over bijvoorbeeld boekhouding, patenten aanvragen of pitchen aan investeerders. Een ervaren ondernemer of investeerder — een mentor — helpt het team wekelijks of maandelijks met concrete beslissingen.
Het doel is dat het bedrijf tijdens dit traject van een ruw idee naar een eerste werkend product groeit: een zogeheten MVP, ofwel minimum viable product — de eenvoudigste versie van een product waarmee je al kunt testen of klanten het willen gebruiken. Aan het eind van het traject moet de startup zelfstandig verder kunnen, meestal met een eerste ronde extern kapitaal, seed funding genoemd: de allereerste investering die een jong bedrijf ontvangt, vaak van durfkapitalisten (venture capitalists) of vermogende particulieren (business angels).
Het is belangrijk incubators te onderscheiden van accelerators, een verwant maar net ander concept. Een accelerator is een kort, strak programma van meestal drie tot vier maanden, waarin een vaste groep startups (een cohort) tegelijk doorloopt, eindigend in een demo day: een dag waarop de teams hun bedrijf pitchen aan een zaal vol investeerders. Een incubator is doorgaans losser georganiseerd, duurt langer, en richt zich meer op het uitwerken van een idee dan op het snel opschalen ervan. In de praktijk lopen beide termen door elkaar en noemen sommige organisaties zichzelf allebei.
Er bestaan verschillende typen incubators. Universitaire incubators helpen onderzoekers en studenten om wetenschappelijke kennis om te zetten in een bedrijf (valorisatie). Corporate incubators zijn opgezet door grote bedrijven die op zoek zijn naar innovatie buiten hun eigen muren. Publieke of regionale incubators worden gefinancierd door gemeenten, provincies of de Rijksoverheid om de lokale economie te stimuleren. En private incubators zijn vaak verbonden aan durfkapitaalfondsen die zo vroeg mogelijk toegang willen tot veelbelovende bedrijven.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste reden om incubators op te zetten, is dat het opstarten van een bedrijf risicovol en eenzaam is. Veel goede ideeën stranden niet doordat de technologie niet werkt, maar doordat oprichters vastlopen in praktische zaken: geen geld voor kantoorruimte, geen ervaring met contracten, geen netwerk om de eerste klant te vinden. Een incubator probeert die drempels weg te nemen, in de hoop dat meer bedrijven de eerste, kwetsbare jaren overleven.
Voor universiteiten is er een extra motief: veel wetenschappelijk onderzoek levert kennis op die nooit een product wordt, omdat onderzoekers geen ondernemerservaring hebben. Een incubator biedt een brug tussen laboratorium en markt.
Voor overheden en regio's spelen economische motieven: nieuwe, snelgroeiende bedrijven leveren banen en belastinginkomsten op, en een levendige startup-scene trekt weer nieuw talent en investeringen aan. Voor grote, gevestigde bedrijven ten slotte is een corporate incubator een manier om mee te bewegen met snelle technologische veranderingen — het zogeheten open innovation-model, waarbij een bedrijf ook buiten de eigen onderzoeksafdeling naar vernieuwing zoekt.
Voorbeelden uit de praktijk
YES!Delft is de incubator van de TU Delft, actief sinds 2005. De organisatie begeleidt vooral technische startups op het gebied van bijvoorbeeld robotica, luchtvaart en gezondheidszorg, en heeft in de loop der jaren honderden bedrijven onder haar hoede gehad.
Rockstart, opgericht in 2011 in Amsterdam, is een van de bekendste Nederlandse incubator-achtige organisaties. Rockstart richt zich met aparte programma's op specifieke sectoren, zoals AgriFood (landbouw en voeding), energie en opkomende technologie, en combineert daarbij elementen van zowel incubatie als acceleratie.
De ESA Business Incubation Centre (ESA BIC) is een netwerk van incubators dat de European Space Agency (ESA) in verschillende Europese landen heeft opgezet, waaronder een vestiging in Noordwijk. Startups die met ruimtevaarttechnologie werken — of die satellietdata gebruiken voor toepassingen op aarde — kunnen er begeleiding en een kleine subsidie krijgen.
Y Combinator, opgericht in 2005 in Silicon Valley door onder anderen Paul Graham, geldt als een van de invloedrijkste voorbeelden wereldwijd, al noemt de organisatie zichzelf tegenwoordig meestal een accelerator vanwege het korte, strak getimede programma. Bekende bedrijven als Airbnb, Dropbox en Stripe zijn er ooit doorheen gegaan.
Techstars, opgericht in 2006 in Boulder, Colorado, groeide uit tot een wereldwijd netwerk met lokale programma's, waaronder in het verleden ook een editie in Amsterdam, vaak in samenwerking met lokale partners of bedrijven.
Hoe ver is de techniek?
Een incubator is geen technologie in de klassieke zin, maar een organisatiemodel — en dat model bestaat inmiddels ruim veertig jaar. De eerste incubators ontstonden in de Verenigde Staten in de jaren tachtig, vaak gekoppeld aan leegstaande fabrieksgebouwen die goedkoop aan startende bedrijven werden verhuurd. Sindsdien is het concept wereldwijd verspreid en flink veranderd.
Een duidelijke trend is specialisatie: waar vroege incubators vaak breed openstonden voor alle typen startups, richten veel hedendaagse incubators zich op een specifiek domein, zoals klimaattechnologie, medische technologie of kunstmatige intelligentie. Ook zien we steeds meer hybride vormen die elementen van incubatie én acceleratie combineren, zoals Rockstart.
Tegelijk is er stevige kritiek. Onderzoek naar het effect van incubators laat wisselende resultaten zien: sommige startups die een incubatietraject doorlopen, doen het beter dan vergelijkbare bedrijven die dat niet deden, maar bij andere incubators — vooral corporate incubators die vooral zijn opgezet uit imago-overwegingen — is dat effect nauwelijks aantoonbaar. Een deel van het succes van bekende voorbeelden als Y Combinator komt bovendien doordat ze uit duizenden aanmeldingen de sterkste teams selecteren, waardoor niet duidelijk is hoeveel van het latere succes aan het programma zelf te danken is en hoeveel aan de kwaliteit van de geselecteerde teams (een vorm van zogeheten survivorship bias, oftewel het risico dat je alleen naar de succesvolle uitzonderingen kijkt en de mislukkingen over het hoofd ziet). Veel incubators, ook in Nederland, zijn de afgelopen jaren dan ook gestopt of ingrijpend van vorm veranderd omdat de subsidies of het rendement tegenvielen.
Wie werken eraan?
In Nederland zijn universitaire incubators als YES!Delft (TU Delft), HighTechXL (verbonden aan de High Tech Campus Eindhoven, dicht bij de TU Eindhoven) en incubatorprogramma's rondom Utrecht Science Park actief. Daarnaast opereren private organisaties als Rockstart en het internationale Startupbootcamp, dat in Amsterdam onder meer programma's voor fintech (financiële technologie) heeft gehad. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een uitvoeringsorganisatie van de Nederlandse overheid, ondersteunt daarnaast regionale innovatie- en ondernemersprogramma's waar incubators onderdeel van kunnen zijn.
Op Europees niveau financiert het European Institute of Innovation and Technology (EIT), een orgaan van de Europese Unie, verschillende innovatiegemeenschappen — zoals EIT Digital, EIT Health en EIT InnoEnergy — die onder meer incubatieactiviteiten organiseren in samenwerking met universiteiten en bedrijven door heel Europa. Ook de European Space Agency draagt met het ESA BIC-netwerk actief bij aan incubatie in de ruimtevaartsector.
Wereldwijd blijven de Verenigde Staten toonaangevend, met Silicon Valley (Y Combinator) en Colorado (Techstars) als bekende hotspots, terwijl Frankrijk met Station F in Parijs — geopend in 2017 en gepresenteerd als 's werelds grootste startup-campus — heeft laten zien dat ook Europa grootschalige, private initiatieven kan opzetten waarin tientallen bedrijven, waaronder techreuzen als Microsoft en Meta, eigen incubatorprogramma's onder één dak samenbrengen.