Sproeidrogen: hoe een eeuwenoude techniek de toekomst van medicijnen, batterijen en voedsel meebepaalt
Sproeidrogen klinkt als iets uit een chemisch laboratorium, maar de kans is groot dat u er dagelijks mee in aanraking komt. Elke lepel oploskoffie, elke schep melkpoeder in babyvoeding en steeds vaker ook elke pil in uw medicijnkastje is op deze manier gemaakt. Het principe is verrassend simpel: een vloeistof of een papperig mengsel wordt in piepkleine druppeltjes de lucht in gespoten, in een torenhoge kamer vol hete lucht. Binnen enkele seconden verdampt het water uit die druppeltjes en blijft er een fijn, droog poeder over.
Die eenvoud is precies waarom de techniek al meer dan een eeuw wordt gebruikt, en waarom ze nu een tweede jeugd doormaakt. Onderzoekers gebruiken sproeidrogen namelijk niet meer alleen om melk of koffie te verduurzamen, maar ook om broze medicijnmoleculen te stabiliseren, vaccins hittebestendig te maken zodat ze zonder koelkast de wereld over kunnen, en om de poeders te maken waaruit batterijen voor elektrische auto's worden opgebouwd. Wat ooit een simpele conserveringstechniek was, is uitgegroeid tot gereedschap voor een aantal van de meest actuele technologische uitdagingen van dit moment.
Wat is het precies?
Het proces begint met een vloeistof: dit kan een oplossing zijn (stoffen die volledig zijn opgelost, zoals suiker in water), een suspensie (kleine vaste deeltjes zwevend in vloeistof) of een emulsie (bijvoorbeeld vet druppeltjes in water, zoals in melk). Deze vloeistof wordt onder druk of met een draaiende schijf door een verstuiver geperst, die hem opsplitst in miljoenen minuscule druppels, vaak niet groter dan de dikte van een haar.
Die druppelwolk komt terecht in een grote, kegelvormige droogtoren waar hete lucht doorheen stroomt, doorgaans tussen de 150 en 250 graden Celsius. Omdat elk druppeltje zo klein is, heeft het een enorm groot oppervlak in verhouding tot zijn volume. Daardoor verdampt het vocht razendsnel, meestal binnen een paar seconden. Dat is het cruciale verschil met bijvoorbeeld drogen in een oven: het materiaal zelf wordt nauwelijks warm, omdat de verdamping de warmte als het ware wegneemt voordat die de kern van het druppeltje kan bereiken. Dit verschijnsel heet verdampingskoeling, hetzelfde effect waardoor u het koud krijgt als u nat uit een zwembad stapt.
Wat overblijft, zijn kleine, vaak bolvormige poederdeeltjes die onderin de toren worden opgevangen, of door een cycloon (een soort centrifuge voor lucht) uit de luchtstroom worden gefilterd. Het resultaat is een fijn, vloeibaar poeder dat makkelijk te verpakken, te vervoeren en te bewaren is.
Wat wil men ermee bereiken?
De oorspronkelijke belofte van sproeidrogen was houdbaarheid: water is de belangrijkste voedingsbodem voor bederf, dus een product zonder water bederft nauwelijks en weegt bovendien veel minder om te vervoeren. Dat idee staat nog altijd aan de basis van de melk- en koffie-industrie.
Maar de reden dat de techniek nu opnieuw in de belangstelling staat, is een andere: sproeidrogen kan kwetsbare stoffen beschermen doordat het proces zo snel en relatief mild verloopt. Veel geneesmiddelmoleculen, eiwitten en biologische materialen zoals vaccins zijn gevoelig voor warmte of vocht en verliezen daardoor hun werking. Een techniek die in een paar seconden droogt zonder de kern van het materiaal echt heet te laten worden, is voor dat soort stoffen bijzonder aantrekkelijk.
Daarnaast biedt sproeidrogen controle over de precieze vorm en grootte van poederdeeltjes. Voor batterijmateriaal is dat essentieel: hoe gelijkmatiger en ronder de poederdeeltjes, hoe beter ze zich later laten verwerken tot een elektrode met consistente eigenschappen. Voor medicijnen bepaalt de deeltjesgrootte weer hoe snel een stof oplost in het lichaam, en dus hoe goed het wordt opgenomen.
Voorbeelden uit de praktijk
Het bekendste en oudste voorbeeld is oploskoffie: Nestlé bracht in 1938 Nescafé op de markt, een van de eerste grootschalige toepassingen van sproeidrogen voor consumentenproducten. Vandaag de dag draait een groot deel van de wereldwijde koffie- en zuivelindustrie nog altijd op dezelfde basistechniek, met torens die per uur duizenden liters vloeistof kunnen verwerken. In Nederland gebruikt zuivelcoöperatie FrieslandCampina grootschalige sproeidroogtorens om melk om te zetten in melkpoeder voor onder meer babyvoeding en export.
In de farmaceutische industrie wordt sproeidrogen ingezet om medicijnen beter oplosbaar te maken. Veel nieuwe werkzame stoffen lossen namelijk slecht op in water, waardoor het lichaam ze nauwelijks opneemt. Door zo'n stof samen met een drager sproei te drogen, ontstaat een amorf poeder (een vaste stof zonder geordende kristalstructuur) dat veel sneller oplost. Het cystic fibrosis-medicijn ivacaftor, dat rond 2012 op de markt kwam, is een voorbeeld van een geneesmiddel dat met deze zogeheten spray-dried dispersion-technologie is gemaakt.
In de batterij-industrie wordt sproeidrogen, en de nauw verwante techniek sproeipyrolyse, gebruikt om zogeheten precursorpoeders te maken: mengsels van metaaloxiden zoals nikkel, mangaan en kobalt die de basisgrondstof vormen voor kathodemateriaal in lithium-ionbatterijen. Grote chemiebedrijven zoals BASF en Umicore gebruiken dit soort processen in hun productieketens voor batterijmaterialen, al is de exacte receptuur doorgaans bedrijfsgeheim.
Ook op het gebied van vaccins loopt onderzoek. Aan de University of Colorado Boulder werkt onderzoeker Robert Sievers al jaren aan een sproeidroogmethode met koolstofdioxide om vaccins, waaronder een mazelenvaccin, om te zetten in een poeder dat bij kamertemperatuur houdbaar is en via inademing kan worden toegediend in plaats van met een naald. Dat zou vaccinatie in landen zonder betrouwbare koelketen sterk kunnen vereenvoudigen. Dit werk bevindt zich echter nog in een vroeg, experimenteel stadium van klinisch onderzoek en is nog niet op grote schaal toegepast.
Hoe ver is de techniek?
Sproeidrogen zelf is geen nieuwe of onbewezen technologie: het basisprincipe bestaat al meer dan een eeuw en wordt op industriële schaal toegepast sinds het begin van de twintigste eeuw, aanvankelijk vooral voor melkpoeder. In die zin is de kerntechniek volwassen en betrouwbaar, en draaien er wereldwijd duizenden fabrieken op.
Wat nog volop in ontwikkeling is, zijn de nieuwere toepassingen. Voor batterijmaterialen wordt voortdurend gezocht naar manieren om de poederdeeltjes nog gelijkmatiger en energiezuiniger te maken, om zo de kosten en het energieverbruik van batterijproductie te verlagen. Voor medicijnen is spray-dried dispersion inmiddels een geaccepteerde, door toezichthouders goedgekeurde techniek, maar het blijft per stof uitzoeken welke combinatie van dragermateriaal en droogcondities werkt. Voor hittestabiele vaccinpoeders geldt dat de techniek in principe werkt, maar dat grootschalige productie, regelgeving en klinische goedkeuring nog forse hobbels zijn voordat het een gangbaar alternatief wordt voor de bestaande, met koeling bewaarde vaccins.
Een belangrijke beperking blijft bovendien dat sproeidrogen relatief veel energie kost, omdat er grote hoeveelheden lucht moeten worden verwarmd om water te laten verdampen. Onderzoekers en fabrikanten zoeken daarom naar manieren om het proces energiezuiniger te maken, onder meer door warmte uit de afgevoerde lucht te hergebruiken.
Wie werken eraan?
Op het gebied van apparatuur is het Duitse bedrijf GEA wereldwijd een van de grootste bouwers van industriële sproeidroogtorens; het van oorsprong Deense bedrijf Niro, een vroege pionier in de sector, maakt tegenwoordig deel uit van GEA. Ook het Zwitserse Bühler is een belangrijke speler in droogtechnologie voor de voedingsindustrie.
In de voedingssector zijn zuivelbedrijven zoals FrieslandCampina en Nestlé grote gebruikers en mede-ontwikkelaars van de techniek. In Nederland doet Wageningen University & Research onderzoek naar sproeidrogen voor onder meer het inkapselen van probiotica en smaakstoffen, en verricht onderzoeksorganisatie TNO toegepast onderzoek naar droogprocessen voor de procesindustrie.
In de farmaceutische sector zijn gespecialiseerde technologiebedrijven zoals Lonza (dat onder meer voortbouwt op eerder werk van Bend Research) actief in spray-dried dispersion-technologie voor medicijnfabrikanten. Op het gebied van vaccins is vooral academisch onderzoek, zoals dat van Robert Sievers aan de University of Colorado Boulder, richtinggevend, vaak in samenwerking met internationale gezondheidsorganisaties die zich richten op vaccinatie in lage-inkomenslanden. In de batterij-industrie zijn chemieconcerns als BASF en Umicore, beide actief in de productie van kathodemateriaal, belangrijke gebruikers van sproeidroog- en sproeipyrolysetechnieken.
Verder lezen
- GEA — wereldwijd fabrikant van industriële sproeidroogtechnologie
- Wageningen University & Research — onderzoek naar voedingstechnologie en droogprocessen
- TNO — Nederlands onderzoeksinstituut voor toegepaste wetenschap
- FrieslandCampina — Nederlandse zuivelcoöperatie en grootgebruiker van sproeidroogtorens
- Wikipedia — achtergrondartikel over spray drying