Solid Oxide Electrolyser: waterstof maken met gloeiend hete keramiek
Een solid oxide electrolyser (afgekort SOEC, van solid oxide electrolysis cell, letterlijk 'vaste-oxide-elektrolysecel') is een apparaat dat water splitst in waterstof en zuurstof met behulp van elektriciteit, net als de bekendere elektrolysers die je in waterstoffabrieken ziet staan. Het bijzondere zit in de werktemperatuur: waar gewone elektrolysers op kamertemperatuur of iets daarboven werken, draait een SOEC op 600 tot 850 graden Celsius. Door die hitte hoeft een deel van de energie die nodig is om water te splitsen niet als elektriciteit te worden geleverd, maar kan die als warmte worden toegevoerd — en warmte is vaak goedkoper dan stroom.
Vergelijk het met het koken van een ei. Je kunt een ei in ijskoud water leggen en alle energie via het fornuis toevoeren, of je kunt het water alvast laten voorverwarmen met restwarmte uit een andere pan. In het tweede geval heeft je fornuis (de elektriciteit) minder werk te doen. Zo ongeveer werkt een solid oxide electrolyser: de hoge temperatuur 'helpt mee' bij het splitsen van watermoleculen, waardoor er relatief weinig elektrische stroom nodig is per kilo geproduceerde waterstof. Dat maakt deze technologie in theorie een van de meest energiezuinige manieren om groene waterstof te maken, vooral als er toch al restwarmte in de buurt beschikbaar is, bijvoorbeeld van een fabriek of een kerncentrale.
Wat is het precies?
Een elektrolysecel bestaat altijd uit twee elektroden (een kathode en een anode) gescheiden door een elektrolyt: een materiaal dat wel ionen doorlaat maar geen elektronen, zodat er een gecontroleerde chemische reactie ontstaat in plaats van kortsluiting. Bij een SOEC is dat elektrolyt geen vloeistof of membraan, zoals bij de bekendere alkalische of PEM-elektrolysers (PEM staat voor proton exchange membrane, een kunststof membraan), maar een dunne laag keramiek. Meestal is dat zirkoniumoxide dat gestabiliseerd is met yttriumoxide, in de sector aangeduid als YSZ.
Die keramische laag geleidt bij kamertemperatuur nauwelijks iets, maar wordt bij honderden graden Celsius goed doorlaatbaar voor zuurstofionen (O2−). Aan de kathodekant komt waterdamp binnen; daar wordt met stroom water gesplitst in waterstofgas en zuurstofionen. Die ionen wandelen door het hete keramiek naar de andere kant, de anode, waar ze weer samenklonteren tot zuivere zuurstof (O2). Het resultaat: aan de ene kant van de cel komt waterstofgas vrij, aan de andere kant zuurstof, zonder dat de twee gassen elkaar raken.
Meerdere cellen worden op elkaar gestapeld tot een zogeheten stack, vergelijkbaar met een dikke sandwich van dunne keramische plaatjes. Zo'n stack wordt in een oven op temperatuur gehouden en aangesloten op een stroombron — idealiter windmolens, zonnepanelen of andere hernieuwbare bronnen, want alleen dan spreek je van groene waterstof. Een aparte, verwante toepassing is co-elektrolyse: dan voer je naast waterdamp ook CO2 toe, waardoor de cel niet alleen waterstof maar een mengsel van waterstof en koolmonoxide levert, syngas genoemd. Dat syngas is weer grondstof voor synthetische brandstoffen (e-fuels) via het Fischer-Tropschproces, een decennia oude chemische methode om uit syngas vloeibare koolwaterstoffen te maken.
Wat wil men ermee bereiken?
De hoofdreden om in deze relatief lastige technologie te investeren is elektrisch rendement. Bij alkalische en PEM-elektrolysers gaat doorgaans 50 tot 55 kilowattuur elektriciteit de deur uit per kilo waterstof die eruit komt. Een SOEC kan, doordat een deel van de energie als warmte binnenkomt, in theorie toe met beduidend minder elektriciteit per kilo, vooral als er gratis of goedkope restwarmte beschikbaar is. Voor een industrie die grote hoeveelheden waterstof nodig heeft en waarvoor stroomkosten een groot deel van de kostprijs bepalen, kan dat verschil doorslaggevend zijn.
Een tweede doelstelling is het produceren van syngas en daarmee synthetische kerosine, diesel of chemicaliën, voor sectoren die moeilijk te elektrificeren zijn, zoals luchtvaart en zware chemie. Omdat een SOEC ook 'omgekeerd' kan draaien — dan heet hij een solid oxide fuel cell (SOFC) en wekt hij juist stroom op uit waterstof — zien sommige bedrijven en onderzoekers hem bovendien als bouwsteen voor flexibele energieopslag: overdag waterstof maken met zonnestroom, 's avonds datzelfde apparaat gebruiken om er weer stroom van te maken.
Onderliggend doel is steeds hetzelfde: de kosten van groene waterstof en e-fuels omlaag brengen, zodat industrieën als staal, kunstmest en scheepvaart kunnen verduurzamen zonder op fossiele grondstoffen te blijven leunen.
Voorbeelden uit de praktijk
Het Duitse bedrijf Sunfire leverde binnen het Europese onderzoeksproject GrInHy2.0 een SOEC-installatie aan staalbedrijf Salzgitter Flachstahl, waar de geproduceerde waterstof werd gebruikt in het gloeiproces van staal. Het project liep de tweede helft van de jaren 2020 startend en toonde aan dat de technologie ook onder industriële omstandigheden, met schommelende restwarmte en bedrijfsvoering, bruikbare rendementen kan halen.
Het Deense bedrijf Topsoe (voorheen Haldor Topsoe) bouwde een productiefaciliteit voor SOEC-stacks in Herning, Denemarken, met als doel de fabricage van deze keramische cellen op te schalen van laboratoriumhoeveelheden naar industriële series. Dat past in de bredere Europese ambitie om niet alleen de vraag naar groene waterstof te stimuleren, maar ook de productiecapaciteit voor elektrolysers zelf binnen Europa op te bouwen.
In Frankrijk ontwikkelt Genvia, een samenwerking tussen onderzoeksinstituut CEA, olieveldtechnologiebedrijf SLB (voorheen Schlumberger) en cementproducent Vicat, een pilotproductielijn voor SOEC-systemen in Béziers. Vicat is daarbij een veelzeggende partner: de cementindustrie stoot van nature veel CO2 uit bij hoge temperatuur, wat co-elektrolyse met restwarmte en CO2 uit een cementoven in potentie interessant maakt.
In de Verenigde Staten heeft Bloom Energy, van oudsher vooral bekend van zijn solid oxide fuel cells (dezelfde technologie maar dan in omgekeerde, stroomopwekkende modus), een SOEC-elektrolyser op de markt gebracht en pilotprojecten uitgevoerd bij industriële afnemers, waarbij het bedrijf hogere elektrische rendementen claimt dan gangbare alkalische en PEM-systemen.
Het Britse bedrijf Ceres Power maakt zelf geen complete elektrolysers, maar ontwikkelt en licentieert de kerntechnologie van de keramische cellen aan grotere industriële partners zoals Bosch, Doosan en het Chinese Weichai, die de cellen vervolgens in eigen systemen inbouwen en op de markt brengen.
Hoe ver is de techniek?
Solid oxide electrolyse is minder volwassen dan alkalische elektrolyse, die al meer dan een eeuw bestaat, en ook minder ver ontwikkeld dan PEM-elektrolyse, die inmiddels op honderden megawatts schaal wordt toegepast. SOEC-installaties draaien wereldwijd vooral op het niveau van demonstratie- en pilotprojecten, doorgaans met vermogens van enkele honderden kilowatt tot een paar megawatt. Fabrieksschaal-productie van de keramische stacks zelf, zoals Topsoe en Sunfire nastreven, bevindt zich nog in een opbouwfase.
De belangrijkste technische obstakels liggen in de duurzaamheid van de materialen. De combinatie van hoge temperatuur, herhaaldelijk op- en afkoelen (thermische cycli) en agressieve chemische omstandigheden zorgt voor slijtage van de keramische cellen en van de afdichtingen tussen de lagen in een stack. Cellen die op papier een uitstekend rendement halen, verliezen in de praktijk soms te snel aan prestaties, wat de levensduur en daarmee de kosten per kilo waterstof over de gehele levensduur van de installatie beïnvloedt. Fabrikanten werken aan betere materialen en coatings om die degradatie te vertragen, maar publieke, onafhankelijk geverifieerde langetermijndata over meerdere jaren praktijkgebruik zijn nog beperkt.
Een ander knelpunt is dat er wereldwijd maar een handvol bedrijven is dat deze keramische cellen daadwerkelijk kan produceren, wat de opschaling en prijsdaling vertraagt vergeleken met de veel bredere leveranciersbasis voor alkalische en PEM-technologie. Toch groeit de interesse, mede doordat industrieën met veel restwarmte — staal, cement, chemie — steeds actiever naar deze technologie kijken als manier om die warmte nuttig te hergebruiken in plaats van te verspillen.
Wie werken eraan?
In Europa zijn Sunfire (Duitsland) en Topsoe (Denemarken) de bedrijven met de meest zichtbare industriële ambities op dit gebied, gesteund door Europese onderzoeksprogramma's. Genvia (Frankrijk) combineert publiek onderzoek van het CEA met industriële partners uit olieveldtechniek en cement. Elcogen, een bedrijf met wortels in Estland en Finland, is gespecialiseerd in de productie van de keramische cellen zelf en levert die aan andere systeembouwers. Ceres Power (Verenigd Koninkrijk) opereert als technologielicentiegever voor grote industriële spelers wereldwijd.
Buiten Europa is Bloom Energy in de Verenigde Staten de bekendste naam, met een achtergrond in solid oxide fuel cells die het bedrijf nu ook inzet voor elektrolyse. In Japan en Zuid-Korea lopen onderzoeksprogramma's bij onder meer nationale energie-instituten, vaak gericht op combinatie met kernenergie of industriële restwarmte. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) volgt de ontwikkeling van solid oxide electrolyse als onderdeel van zijn bredere waterstofrapportages, en brancheorganisatie Hydrogen Europe brengt Europese bedrijven en beleidsmakers in dit veld samen.
Verder lezen
- International Energy Agency (IEA) — waterstofrapporten en marktanalyses
- Sunfire — Duitse fabrikant van solid oxide electrolysers
- Topsoe — Deense fabrikant van SOEC-technologie
- Hydrogen Europe — Europese brancheorganisatie voor waterstoftechnologie
- U.S. Department of Energy — onderzoek en programma's rond waterstof en elektrolyse