Kennisbank

Siliciumcarbide: de supersnelle stroomgeleider achter elektrische auto's

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 6 min leestijd

Siliciumcarbide is een materiaal dat in de kern van steeds meer elektrische apparaten zit, van elektrische auto's tot zonnepanelen-omvormers, maar dat de meeste mensen nog nooit hebben gezien. Het bestaat uit dezelfde twee bouwstenen als zand (silicium) en potlood (koolstof), maar samengesmolten tot een keihard kristal dat elektrische stroom veel efficiënter kan sturen dan gewoon silicium, het materiaal waar bijna alle computerchips van worden gemaakt.

Vergelijk het met een waterleiding. Een gewone siliciumleiding kan maar een beperkte druk aan voordat hij lekt of barst, en er gaat onderweg altijd wat water verloren door wrijving. Een leiding van siliciumcarbide is dikker bestand tegen hoge druk, lekt veel minder en kan ook nog eens heter worden zonder problemen. Vertaald naar elektriciteit betekent dit: minder energieverlies, minder warmte die weggekoeld moet worden, en kleinere, lichtere onderdelen. Daarom duikt siliciumcarbide steeds vaker op in de stroomomvormers van elektrische auto's en snelladers.

Wat is het precies?

Siliciumcarbide (afgekort SiC) is een halfgeleider: een materiaal dat, afhankelijk van hoe je het bewerkt, stroom kan geleiden of juist blokkeren. Die eigenschap maakt halfgeleiders geschikt om transistors van te maken, de schakelaartjes die in vrijwel alle elektronica de stroom aan- en uitzetten. Het overgrote deel van alle chips ter wereld gebruikt hiervoor silicium, maar voor toepassingen met hoog vermogen (veel stroom en hoge spanning) loopt silicium tegen zijn grenzen aan.

De kern van het verschil zit in wat natuurkundigen de 'bandgap' noemen: de hoeveelheid energie die nodig is om een elektron in het materiaal te laten meedoen aan de stroomgeleiding. Siliciumcarbide heeft een bandgap die ongeveer drie keer zo groot is als die van silicium. Dat klinkt technisch, maar het effect is heel concreet: het materiaal kan een veel hogere elektrische spanning verdragen voordat het doorslaat (kortsluiting maakt), zonder dat de laag materiaal dikker hoeft te zijn. Dunnere lagen betekenen minder elektrische weerstand, en minder weerstand betekent minder energie die als warmte verloren gaat.

Een tweede voordeel is dat siliciumcarbide-schakelaars veel sneller aan en uit kunnen schakelen dan siliciumschakelaars, tienduizenden keren per seconde. Snellere schakeling maakt het mogelijk om de spoelen en condensatoren (onderdelen die energie tijdelijk opslaan in een stroomcircuit) kleiner te maken, wat weer leidt tot compactere en lichtere apparaten. Tot slot verdraagt het materiaal hogere temperaturen zonder uit te vallen, wat de koeling eenvoudiger maakt.

De fabricage is echter lastig. Om een bruikbaar kristal te krijgen, moet siliciumcarbide bij temperaturen van boven de 2000 graden Celsius langzaam laag voor laag groeien tot een cilindervormig blok, een 'boule' genoemd. Dat proces duurt dagen tot weken en is veel gevoeliger voor kristalfouten dan het kweken van silicium. Die boules worden vervolgens in dunne plakjes (wafers) gezaagd, waarop de chipfabrikanten hun transistors bouwen. Deze lastige en trage productie is de belangrijkste reden waarom siliciumcarbide-chips nog altijd een stuk duurder zijn dan hun siliciumtegenhangers.

Wat wil men ermee bereiken?

Het hoofddoel is simpel: minder energie verspillen bij het omzetten van elektrische stroom. Overal waar stroom van vorm verandert, bijvoorbeeld van wisselstroom naar gelijkstroom in een oplader, of van gelijkstroom naar wisselstroom in een elektromotor, gaat een deel van de energie verloren als warmte. Bij grote volumes, zoals miljoenen elektrische auto's of duizenden zonneparken, tikt dat verlies flink aan.

Voor elektrische auto's betekent een efficiëntere stroomomvormer een paar procent meer actieradius uit dezelfde accu, of een kleinere en dus goedkopere accu voor dezelfde actieradius. Bij snelladers maakt het mogelijk om meer vermogen in een compacter kastje te stoppen, zodat auto's sneller kunnen opladen zonder dat de lader oververhit raakt. Bij zonnepanelen en windturbines helpt het om meer van de opgewekte stroom daadwerkelijk bruikbaar te maken in plaats van te verstoken aan warmteverlies.

Er is dus geen wonderbelofte van een compleet nieuwe technologie, maar een gestage verbetering van iets dat we allang doen: stroom omzetten. Het is één van de vele kleine bouwstenen die samen de energietransitie iets efficiënter en de elektrificatie van vervoer iets praktischer maken.

Voorbeelden uit de praktijk

De Tesla Model 3, geïntroduceerd in 2018, was de eerste in grote aantallen geproduceerde elektrische auto met een hoofdinverter op basis van siliciumcarbide-transistors, geleverd door het Frans-Italiaanse bedrijf STMicroelectronics. Deze stap wordt in de sector algemeen gezien als het startpunt van de grootschalige doorbraak van SiC in de auto-industrie.

Sindsdien hebben meerdere automerken de stap gezet naar zogeheten 800-voltarchitecturen, elektrische systemen die met een hogere spanning werken en daardoor sneller kunnen laden. De Porsche Taycan (2019) en de Hyundai Ioniq 5 (2021) zijn voorbeelden van auto's die dankzij siliciumcarbide-elektronica in een kwartier een groot deel van hun accu kunnen bijladen.

Op productiegebied opende chipfabrikant Wolfspeed in 2022 zijn Mohawk Valley-fabriek in Marcy, in de Amerikaanse staat New York, destijds aangeprezen als de eerste volledig geautomatiseerde fabriek ter wereld voor siliciumcarbide-wafers van 200 millimeter doorsnede, een stap richting groter formaat wafers die de productie efficiënter moet maken.

STMicroelectronics kocht in 2019 het Zweedse Norstel, een producent van siliciumcarbide-substraten (de basisplakken waarop chips worden gebouwd), om zelf meer grip te krijgen op de aanvoer van ruw materiaal. In 2023 kondigde het bedrijf bovendien een joint venture aan met het Chinese Sanan Optoelectronics om een SiC-fabriek in China te bouwen.

Ook het Japanse Rohm investeert al jaren fors in siliciumcarbide, onder meer met uitbreidingen van zijn productiecapaciteit in Japan, gericht op de groeiende vraag vanuit de auto-industrie.

Hoe ver is de techniek?

Siliciumcarbide-chips zijn al meer dan tien jaar commercieel verkrijgbaar, maar de echte opmars begon rond 2018 dankzij de vraag vanuit de elektrische-autosector. Inmiddels gebruiken de meeste nieuwe modellen met snelle 800-voltsystemen wel ergens SiC-onderdelen.

Toch is het geen uitontwikkelde, goedkope technologie. Een siliciumcarbide-chip kost doorgaans nog altijd twee tot vijf keer zoveel als een vergelijkbare siliciumchip. Fabrikanten proberen dat verschil te compenseren door op systeemniveau te besparen: minder koeling nodig, kleinere accu's, lichtere bekabeling. Of dat per saldo voordeliger is, hangt sterk af van de toepassing.

Op productieniveau is de belangrijkste ontwikkeling de overstap van wafers van 150 millimeter naar 200 millimeter doorsnede, waarmee fabrikanten meer chips per productieronde kunnen maken en de kostprijs per chip omlaag kan. Deze overstap is nog volop gaande en niet overal voltooid. Een blijvend obstakel is de kristalkwaliteit: fouten in het kristalrooster, zoals de zogeheten micropipes (microscopisch kleine holle kanaaltjes in het kristal), verlagen de opbrengst van bruikbare chips per wafer en houden de kosten hoog.

Opvallend is dat na jaren van tekorten, waarin de vraag het aanbod overtrof, de markt zich rond 2023-2024 anders ontwikkelde: de groei van elektrische-autoverkopen vertraagde in delen van de wereld, waardoor sommige fabrikanten, waaronder Wolfspeed, hun investeringsplannen moesten bijstellen. Dit laat zien dat de opmars van siliciumcarbide weliswaar duidelijk is, maar niet zonder haperingen verloopt en gevoelig blijft voor schommelingen in de vraag naar elektrische voertuigen.

Wie werken eraan?

De Amerikaanse chipfabrikant Wolfspeed (voorheen Cree) geldt als een van de pioniers en grootste producenten van siliciumcarbide-materiaal en -chips. STMicroelectronics, met wortels in zowel Frankrijk als Italië, is eveneens een grote speler, mede dankzij de overname van substraatproducent Norstel in Zweden. Andere belangrijke chipbedrijven zijn het Duitse Infineon, het Japanse Rohm, het Amerikaanse onsemi, en de Japanse elektronicaconcerns Mitsubishi Electric en Fuji Electric.

China zet sterk in op eigen productiecapaciteit voor siliciumcarbide, met bedrijven als Sanan Optoelectronics en SICC, als onderdeel van een bredere strategie om minder afhankelijk te worden van buitenlandse chiptechnologie. In de Verenigde Staten wordt de opbouw van binnenlandse SiC-productie gestimuleerd via de CHIPS Act, de Amerikaanse wet die de eigen halfgeleiderindustrie moet versterken. De Europese Unie ondersteunt vergelijkbare initiatieven via IPCEI-programma's (Important Projects of Common European Interest), samenwerkingsprojecten tussen Europese landen op het gebied van micro-elektronica.

Verder lezen