Ruimtelijke lichtmodulator: licht programmeren, pixel voor pixel
Stel je een projectiescherm voor, maar dan omgekeerd: in plaats van dat het licht een plaatje op het scherm tovert, herschikt het scherm zelf het licht dat erdoorheen gaat of erop weerkaatst. Dat is in de kern wat een ruimtelijke lichtmodulator (in het Engels: spatial light modulator, afgekort SLM) doet. Het is een chip vol microscopisch kleine, individueel aanstuurbare elementen die elk een eigenschap van het licht op die specifieke plek kunnen veranderen: de helderheid, de richting, of de zogeheten fase (in feite het tijdstip waarop een lichtgolf zijn piek bereikt).
Een goede vergelijking is een marchingband op een voetbalveld die vanuit de lucht steeds nieuwe patronen vormt. Elke muzikant staat voor één pixel van de SLM: hij kan zich niet zomaar verplaatsen, maar door zijn houding of positie subtiel aan te passen, verandert het totaalbeeld van bovenaf compleet. Zo kan een SLM van een simpele, vlakke lichtbundel bijna elke gewenste lichtvorm maken, en dat razendsnel en volledig elektronisch herprogrammeerbaar, zonder bewegende lenzen of mechanische onderdelen.
Wat is het precies?
Een SLM bestaat uit een raster van duizenden tot miljoenen piepkleine elementen, vergelijkbaar met de pixels van een beeldscherm. Waar een gewoon scherm licht uitzendt om een plaatje te tonen, grijpt een SLM in op licht dat er al is: het laat licht er doorheen (transmissief) of kaatst het terug (reflectief), en verandert daarbij per pixel een eigenschap van dat licht.
Er bestaan grofweg twee families. De eerste is gebaseerd op vloeibare kristallen (liquid crystal), dezelfde technologie als in lcd-schermen. Door een elektrisch veld over een laagje vloeibaar kristal te zetten, draaien de moleculen iets, waardoor licht dat erdoorheen gaat vertraagd wordt of van polarisatie verandert. Een veelgebruikte variant heet LCoS (liquid crystal on silicon): het vloeibare kristal ligt dan op een siliciumchip die als spiegel werkt, waardoor het licht wordt teruggekaatst terwijl het tegelijk gemoduleerd wordt.
De tweede familie is mechanisch: de digitale micromirror device (DMD), ontwikkeld door Texas Instruments. Dit is een chip met per pixel een minuscuul spiegeltje, kleiner dan de dikte van een haar, dat razendsnel tussen twee standen kan kantelen. In de ene stand kaatst het licht naar de lens (pixel 'aan'), in de andere stand wordt het licht weggekaatst (pixel 'uit'). Door dat kantelen duizenden keren per seconde te herhalen, ontstaan grijswaarden en kleuren.
Wat een SLM in beide gevallen bijzonder maakt, is dat de aansturing volledig digitaal en programmeerbaar is: een computer stuurt in feite een 'instructieplaatje' naar de chip, en het licht volgt exact dat patroon. Door slimme wiskundige patronen te berekenen — vaak gebaseerd op dezelfde principes als een hologram — kan een SLM een lichtbundel niet alleen verzwakken of blokkeren, maar ook actief vervormen tot complexe driedimensionale lichtvelden.
Wat wil men ermee bereiken?
De drijfveer achter dit onderzoeksveld is simpel geformuleerd: licht is een van de meest veelzijdige gereedschappen die we hebben, en wie het precies kan vormgeven, opent nieuwe toepassingen in beeldvorming, meten, communiceren en zelfs rekenen.
Een eerste doel is projectie en beeldweergave: helderder, scherpere en compactere beamers en, op termijn, echte driedimensionale hologrammen in plaats van platte beelden. Een tweede doel is precisiemanipulatie: met gebundeld en gevormd licht kun je piepkleine deeltjes, cellen of zelfs losse atomen vastpakken en verplaatsen zonder ze aan te raken, met zogeheten optische pincetten. Een derde doel is meten en corrigeren: door het licht in een microscoop of telescoop actief te vervormen, kunnen wetenschappers vervormingen door bijvoorbeeld weefsel of atmosfeer compenseren, wat scherpere beelden oplevert. Tot slot wordt er onderzocht of licht, gestuurd door SLM's, ook gebruikt kan worden om te rekenen: bepaalde wiskundige bewerkingen, zoals die in kunstmatige intelligentie, kunnen in theorie razendsnel en energiezuinig met licht worden uitgevoerd in plaats van met elektronica.
Gemeenschappelijke belofte is dus: meer controle over licht betekent scherpere beelden, preciezere metingen, en nieuwe manieren om informatie te verwerken.
Voorbeelden uit de praktijk
De bekendste toepassing is de DLP-projector. Texas Instruners-ingenieur Larry Hornbeck ontwikkelde het micromirror-principe in 1987; vanaf 1996 kwamen de eerste DLP-projectoren op de markt en inmiddels zit de techniek in miljoenen bioscoop-, presentatie- en thuisbioscoopprojectoren wereldwijd.
In de biologie en materiaalkunde worden sinds begin jaren 2000 holografische optische pincetten gebruikt. Natuurkundige David Grier en collega's aan New York University lieten rond 2002 zien hoe een SLM een enkele laserbundel kan opsplitsen in tientallen aparte 'grijptangetjes' van licht, waarmee onderzoekers meerdere cellen of nanodeeltjes tegelijk en onafhankelijk van elkaar kunnen vasthouden en verplaatsen.
Een van de meest opvallende recente toepassingen komt uit de kwantumcomputing. Bedrijven als QuEra Computing (een spin-off van Harvard en MIT, gevestigd in Boston) en het Franse Pasqal (voortgekomen uit onderzoek van Antoine Browaeys aan het Institut d'Optique) gebruiken een SLM om met licht tientallen tot honderden losse atomen op precieze plekken in een vacuümkamer te 'pinnen', als een soort programmeerbaar rooster. QuEra demonstreerde in 2022 met zijn Aquila-systeem een opstelling met 256 van dit soort atoomvallen, die als qubits — de rekeneenheden van een kwantumcomputer — kunnen dienen.
In de microscopie worden LCoS-SLM's ingezet voor adaptieve optica: bij het bekijken van levend, diep weefsel met bijvoorbeeld two-photon-microscopie vervormt weefsel het licht op onvoorspelbare manieren. Een SLM kan die vervorming actief compenseren, wat al sinds de jaren 2010 in laboratoria wereldwijd wordt toegepast om scherpere beelden van bijvoorbeeld hersencellen te krijgen.
Ook in de telecommunicatie draaien SLM's mee: fabrikanten als Santec bouwen op LCoS gebaseerde 'wavelength selective switches' die in glasvezelnetwerken automatisch bepalen welke lichtkleur (golflengte) via welk pad wordt doorgestuurd, essentieel voor de grote datacentra en internetknooppunten die het huidige internet overeind houden.
Hoe ver is de techniek?
De basistechnologie is allesbehalve nieuw: DMD-chips draaien al bijna dertig jaar mee in projectoren en LCoS-SLM's zijn eveneens decennialang gangbaar in onderzoekslabs en telecomapparatuur. Op die fronten is de techniek volwassen en betrouwbaar.
Waar het spannend wordt, is in de nieuwere toepassingen. Kwantumcomputers op basis van atoomroosters met SLM's groeien snel: van enkele tientallen atomen een aantal jaar geleden naar honderden nu, met de ambitie om richting duizenden te gaan. Maar de techniek kampt nog met praktische obstakels, zoals het foutgevoelig blijven van individuele atomen en de snelheid waarmee nieuwe roosters kunnen worden opgebouwd.
Holografische, echt driedimensionale beeldschermen en AR-brillen zijn een ander groeigebied, met de laatste jaren vooruitgang in compactere optica en snellere berekeningen, maar dit blijft grotendeels onderzoek en prototypes; commerciële producten met scherpe, kleurrijke, real-time hologrammen voor consumenten zijn er nog niet.
Een structureel obstakel bij vloeibaar-kristal-SLM's is de snelheid: de kristallen hebben tijd nodig om te draaien, waardoor ververssnelheden doorgaans beperkt blijven tot honderden hertz tot een paar kilohertz. DMD-chips zijn juist erg snel (tienduizenden keren per seconde), maar kunnen van zichzelf alleen 'aan' of 'uit' schakelen, niet de fase van het licht sturen — iets wat voor veel geavanceerde toepassingen, zoals hologrammen, juist cruciaal is. Onderzoekers werken daarom aan nieuwe materialen, zoals op nanostructuren gebaseerde 'metasurfaces', die mogelijk sneller schakelen en compacter zijn, maar die technologie staat nog vroeg in de ontwikkeling.
Wie werken eraan?
Op de markt voor gevestigde SLM-hardware domineren een beperkt aantal spelers. Texas Instruments (Verenigde Staten) is al decennialang toonaangevend met zijn DLP/DMD-chips. Op het gebied van LCoS-SLM's zijn Hamamatsu Photonics (Japan), Meadowlark Optics (Verenigde Staten) en Holoeye Photonics (Duitsland) bekende namen in onderzoekslaboratoria wereldwijd, terwijl Santec (Japan) zich richt op telecomtoepassingen.
In de kwantumcomputing lopen bedrijven als QuEra Computing en Atom Computing (beide Verenigde Staten) en Pasqal (Frankrijk) voorop met SLM-gestuurde atoomroosters, veelal voortbouwend op fundamenteel onderzoek van universiteiten als Harvard, MIT en het Franse Institut d'Optique. Ook academische groepen aan onder meer de universiteiten van Cambridge, Glasgow (Schotland) en diverse Duitse Max Planck-instituten publiceren regelmatig over nieuwe toepassingen van ruimtelijke lichtmodulatoren, van microscopie tot optische computing.
Verder lezen
- Texas Instruments — achtergrond over DLP- en DMD-technologie
- Hamamatsu Photonics — technische informatie over LCoS-SLM's
- SPIE — internationale vakvereniging voor optica en fotonica
- QuEra Computing — kwantumcomputers op basis van neutrale-atoomroosters
- Nature — wetenschappelijk tijdschrift met onderzoekspublicaties over fotonica en kwantumtechnologie