Kennisbank

Het ribosoom: de eiwitfabriek die elke cel draaiende houdt

Bijgewerkt: 27 september 2026 · 6 min leestijd

Een ribosoom is een piepklein onderdeel van iedere levende cel dat eiwitten maakt. Eiwitten zijn de werkpaarden van het leven: ze vormen spieren, transporteren zuurstof, verteren voedsel en sturen chemische processen aan. Zonder ribosomen zou een cel wel de bouwtekening voor eiwitten hebben, maar niemand die deze daadwerkelijk uitvoert.

Vergelijk het ribosoom met een 3D-printer op een bouwplaats. De bouwtekening komt binnen in de vorm van een lange strook genaamd mRNA (boodschapper-RNA, een kopie van een stukje DNA). Het ribosoom leest deze strook letter voor letter en plakt op basis daarvan, in de juiste volgorde, bouwstenen genaamd aminozuren aan elkaar. Die aminozuren worden aangevoerd door kleine koeriermoleculen, tRNA genoemd (transport-RNA). Het resultaat: een compleet nieuw eiwit, klaar voor gebruik in de cel.

Wat is het precies?

Een ribosoom is geen los ding maar een complex van meerdere onderdelen: ribosomaal RNA (rRNA, een molecuul dat qua bouwsteen lijkt op DNA) en tientallen eiwitten, die samen een grote en een kleine subeenheid vormen. Beide subeenheden klikken tijdelijk aan elkaar zodra er een eiwit gemaakt moet worden.

Het proces van eiwitaanmaak heet translatie en verloopt in drie stappen. Bij de initiatie vindt het ribosoom de startplek op de mRNA-streng en klikken de twee subeenheden om deze streng heen. Bij de elongatie schuift het ribosoom stap voor stap over het mRNA en leest daarbij groepjes van drie letters, codons genoemd. Elk codon correspondeert met precies één aminozuur, dat wordt aangeleverd door een passend tRNA-molecuul en aan de groeiende eiwitketen wordt vastgeplakt. Bij de terminatie stuit het ribosoom op een stopcodon, waarna het eiwit wordt losgelaten en de subeenheden weer uit elkaar vallen.

Een opvallend feit: het is uiteindelijk het rRNA, en niet de eiwitten in het ribosoom, dat de chemische binding tussen aminozuren tot stand brengt. Daarmee is het ribosoom een zogeheten ribozym, een RNA-molecuul met een katalytische (reactieversnellende) functie, iets wat lange tijd alleen aan eiwitten werd toegeschreven.

Niet elk ribosoom is identiek. Bacteriën hebben een iets kleiner type, aangeduid als 70S, terwijl cellen met een kern, zoals menselijke cellen, een groter 80S-ribosoom hebben. Dat verschil is chemisch en medisch relevant, zoals verderop blijkt.

Wat wil men ermee bereiken?

Onderzoek naar ribosomen dient meerdere doelen tegelijk. Ten eerste fundamenteel begrip: eiwitsynthese is een van de meest basale processen van het leven, en de precieze werking ervan blootleggen helpt bij het doorgronden van ziektes waarbij dit proces misgaat.

Ten tweede geneesmiddelontwikkeling. Omdat bacteriële ribosomen (70S) net anders in elkaar zitten dan menselijke (80S), kunnen medicijnen selectief het bacteriële ribosoom blokkeren zonder de menselijke cellen te schaden. Een groot deel van de bestaande antibiotica werkt op precies deze manier.

Ten derde speelt het ribosoom een sleutelrol bij mRNA-vaccins. Zo'n vaccin bestaat uit synthetisch mRNA dat, eenmaal in het lichaam, door de eigen ribosomen van de gevaccineerde persoon wordt afgelezen om een onschadelijk stukje viruseiwit te maken. Zonder de normale werking van het menselijke ribosoom zou deze vaccintechniek niet functioneren.

Tot slot proberen onderzoekers het ribosoom zelf aan te passen. Met zogeheten orthogonale ribosomen, aangepaste versies die naast de normale ribosomen in een cel kunnen werken, hopen wetenschappers de genetische code uit te breiden: cellen laten produceren met aminozuren die in de natuur niet voorkomen. Dat opent de deur naar eiwitten met compleet nieuwe eigenschappen, bijvoorbeeld voor medicijnen of materialen.

Voorbeelden uit de praktijk

Nobelprijs Scheikunde 2009. Ada Yonath, Venkatraman Ramakrishnan en Thomas Steitz ontvingen deze prijs voor het in kaart brengen van de driedimensionale structuur van het ribosoom met röntgenkristallografie, een techniek waarbij de atomaire opbouw van een molecuul wordt afgeleid uit de manier waarop het röntgenstraling buigt. Hun werk legde voor het eerst gedetailleerd bloot hoe het ribosoom eiwitten aan elkaar rijgt.

De cryo-EM-revolutie. Jacques Dubochet, Joachim Frank en Richard Henderson kregen in 2017 de Nobelprijs Scheikunde voor de ontwikkeling van cryo-elektronenmicroscopie (cryo-EM), een techniek waarbij moleculen razendsnel worden ingevroren en vervolgens met een elektronenmicroscoop worden afgebeeld. Deze methode maakte het vanaf ongeveer 2013 mogelijk om ribosomen in actie te fotograferen met bijna-atomaire scherpte, zonder dat kristallen nodig zijn.

mRNA-vaccins tegen covid-19 (2020-2021). De vaccins van Pfizer-BioNTech en Moderna introduceerden synthetisch mRNA in het lichaam. De ribosomen van de gevaccineerde persoon lazen dit mRNA af en produceerden daarmee het spike-eiwit van het coronavirus, waarop het immuunsysteem leerde reageren.

Ribosome profiling (Ribo-seq). Rond 2009 ontwikkelden Nicholas Ingolia en Jonathan Weissman een techniek om precies te meten welke stukjes mRNA op een bepaald moment door ribosomen worden afgelezen in een cel. Deze methode wordt inmiddels breed gebruikt om te bestuderen hoe actief eiwitproductie is bij gezonde en zieke cellen.

Onderzoek naar orthogonale ribosomen. In het laboratorium van Jason Chin bij het MRC Laboratory of Molecular Biology in Cambridge wordt gewerkt aan aangepaste ribosomen die niet-natuurlijke aminozuren in eiwitten kunnen inbouwen, met als doel de genetische code van organismen uit te breiden.

Hoe ver is de techniek?

Het in kaart brengen van de basisstructuur van het ribosoom is inmiddels grotendeels voltooid: sinds het begin van deze eeuw bestaan er gedetailleerde kristalstructuren, en dankzij cryo-EM kunnen onderzoekers sindsdien ook zien hoe het ribosoom er in verschillende fasen van de translatie uitziet. Ribosome profiling is een gevestigde, veelgebruikte onderzoekstechniek geworden.

Minder ver gevorderd is het daadwerkelijk herontwerpen van ribosomen. Cel-vrije systemen, waarbij onderzoekers zoals Michael Jewett aan Northwestern University proberen ribosomen buiten een levende cel, in een reageerbuis, op te bouwen en te laten functioneren, hebben aangetoond dat dit in principe kan. Maar de efficiëntie van zulke synthetische ribosomen ligt nog ver onder die van natuurlijke ribosomen in een levende cel.

Een belangrijk obstakel is de enorme complexiteit van het ribosoom zelf: het bestaat uit tientallen eiwitten en meerdere RNA-moleculen die in een precieze volgorde en vorm moeten samenkomen. Hoe die assemblage in een levende cel exact wordt aangestuurd, is nog niet volledig begrepen. Daarnaast verloopt het ontwerpen van bruikbare orthogonale ribosomen traag, omdat elke aanpassing zorgvuldig getest moet worden om te voorkomen dat de normale eiwitproductie van de cel verstoord raakt.

Ook op medisch vlak is er nog een uitdaging: doordat bacteriën resistentie ontwikkelen tegen bestaande antibiotica die op het ribosoom aangrijpen, blijft er behoefte aan nieuwe stoffen die dit aangrijpingspunt op een andere manier benutten. De ontwikkeling van dergelijke nieuwe antibiotica verloopt echter langzaam.

Wie werken eraan?

Het MRC Laboratory of Molecular Biology in Cambridge (Verenigd Koninkrijk) geldt als een van de meest toonaangevende centra voor ribosoomonderzoek, met werk dat uiteenloopt van structurele biologie tot orthogonale ribosomen.

Het Weizmann Institute of Science in Israël, waar Ada Yonath werkzaam was en is, blijft een belangrijk centrum voor structureel ribosoomonderzoek. In de Verenigde Staten bouwt Yale University voort op het werk van de inmiddels overleden Thomas Steitz, terwijl Northwestern University, met onder meer Michael Jewett, vooraan loopt in onderzoek naar cel-vrije en synthetische ribosomen.

Op het gebied van cryo-EM zijn diverse Duitse onderzoeksinstellingen, waaronder verschillende Max Planck Instituten, toonaangevend in het in beeld brengen van ribosomen en andere celstructuren. Daarnaast investeren farmaceutische bedrijven wereldwijd in onderzoek naar nieuwe antibiotica die op bacteriële ribosomen aangrijpen, al is dit onderzoeksgebied door beperkte commerciële prikkels de laatste decennia relatief onderbezet gebleven.

Verder lezen