Kennisbank

Retrofit: bestaande gebouwen en voertuigen klaarmaken voor de toekomst

Bijgewerkt: 19 september 2026 · 5 min leestijd

Een retrofit is het achteraf ombouwen van iets dat al bestaat, zodat het voldoet aan eisen van nu of morgen. Het woord komt uit het Engels: "retro" (terug) en "fit" (passend maken). Bij een huis betekent dit bijvoorbeeld dat er dikke isolatie tegen de bestaande muren komt, dat de oude cv-ketel wordt vervangen door een warmtepomp en dat er zonnepanelen op het dak komen te liggen, zonder dat het huis wordt gesloopt.

Denk aan een oude smartphone waarvan je de batterij en het opslaggeheugen laat vervangen in plaats van een nieuw toestel te kopen: de behuizing blijft hetzelfde, maar de onderdelen die er echt toe doen worden gemoderniseerd. Retrofit past dit principe toe op grotere schaal, vooral op gebouwen en voertuigen, met als doel energie te besparen en CO2-uitstoot te verminderen zonder alles opnieuw te hoeven bouwen.

Wat is het precies?

Bij een gebouwretrofit wordt eerst gekeken naar de "schil" van het gebouw: de muren, het dak, de vloer en de ramen. Door hier isolatiemateriaal aan toe te voegen, gaat er minder warmte verloren. Steeds vaker gebeurt dit met prefab gevel- en dakpanelen: complete, geïsoleerde platen die in de fabriek op maat worden gemaakt en vervolgens in een paar dagen tegen de bestaande gevel worden gemonteerd, in plaats van maandenlang handwerk op de bouwplaats.

Daarna volgt meestal de vervanging van de verwarmingsinstallatie. Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater en verwarmt daarmee het huis, in plaats van dat er aardgas wordt verbrand. Omdat een warmtepomp op een lagere temperatuur werkt dan een traditionele cv-ketel, is goede isolatie een voorwaarde om het huis toch behaaglijk te houden. Ook ventilatie wordt vaak aangepakt, met een systeem dat frisse lucht binnenlaat en warmte uit de afgevoerde lucht terugwint. Zonnepanelen op het dak maken het plaatje compleet door elektriciteit op te wekken voor de warmtepomp en andere apparaten.

Bij voertuigen werkt retrofit anders, maar het principe is vergelijkbaar. Bij een EV-retrofit (EV staat voor electric vehicle, elektrisch voertuig) wordt de verbrandingsmotor met de bijbehorende brandstoftank, uitlaat en versnellingsbak uit een bestaande auto gehaald. Daarvoor in de plaats komen een elektromotor en een batterijpakket, vaak zo geplaatst dat het gewicht en de plek van de originele onderdelen zoveel mogelijk worden nagebootst. De carrosserie, het interieur en vaak ook het onderstel blijven grotendeels ongewijzigd.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is minder CO2-uitstoot, zonder de omvangrijke uitstoot die nieuwbouw met zich meebrengt. Bij het produceren van beton, staal en bakstenen voor een nieuw gebouw komt namelijk veel CO2 vrij; dit heet embodied carbon (CO2 die al "opgesloten" zit in de materialen die ooit gebruikt zijn). Slopen en opnieuw bouwen gooit die eerder gemaakte klimaatinvestering weg. Door een bestaand gebouw te behouden en alleen te verbeteren, blijft die embodied carbon bewaard en wordt er niet opnieuw uitgestoten.

Daarnaast is retrofit vaak goedkoper en sneller dan sloop-nieuwbouw, zeker bij woningen waar mensen gewoon kunnen blijven wonen tijdens de verbouwing. Voor karakteristieke of monumentale gebouwen is slopen bovendien vaak geen optie; retrofit is dan de enige manier om ze energiezuinig te maken. Bij voertuigen speelt een vergelijkbare gedachte: een klassieke auto ombouwen naar elektrisch behoudt het cultuurhistorische voertuig, terwijl de uitstoot tijdens het rijden verdwijnt.

Voorbeelden uit de praktijk

Energiesprong is een Nederlands concept dat rond 2010-2013 is ontstaan, mede vanuit het toenmalige Platform31. Het idee: woningcorporaties laten rijtjeswoningen in enkele dagen ombouwen tot "nul-op-de-meter"-woningen, waarbij het huis over een jaar gemeten evenveel energie opwekt als het verbruikt. Dit gebeurt met vooraf gefabriceerde gevel- en dakelementen die inclusief isolatie, kozijnen en soms zonnepanelen op de bouwplaats worden gemonteerd. Het concept is daarna geëxporteerd naar onder meer het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en delen van de Verenigde Staten.

De Empire State Building in New York onderging tussen 2009 en 2011 een grote energetische renovatie, uitgevoerd in samenwerking met de Clinton Climate Initiative en het onderzoeksinstituut Rocky Mountain Institute. Er werden onder meer isolerende folies achter bestaand glas aangebracht en verouderde installaties vervangen. Het resultaat was een energiebesparing van ruim een derde, vaak genoemd als circa 38 procent, zonder dat het uiterlijk van het iconische gebouw veranderde.

In de autowereld liet Jaguar Classic, de historische afdeling van Jaguar, in 2017 de E-type Zero zien: een klassieke Jaguar E-type uit de jaren zestig, omgebouwd tot volledig elektrische auto met behoud van de originele carrosserie. Het project liet zien dat ook liefhebbersauto's met veel emotionele waarde elektrisch te maken zijn, al bleef het bij een kleine oplage.

Op Europees niveau lanceerde de Europese Commissie in oktober 2020 de Renovation Wave (renovatiegolf), onderdeel van de bredere Europese Green Deal. Het doel is het renovatietempo van gebouwen in de EU te verdubbelen en tegen 2030 zo'n 35 miljoen gebouwen energetisch te verbeteren, om zo de uitstoot van de gebouwde omgeving fors te verlagen.

Hoe ver is de techniek?

De techniek achter gebouwretrofit is grotendeels volwassen: isolatiematerialen, warmtepompen en prefab gevelsystemen zijn al jaren op de markt en worden op grote schaal toegepast. Het probleem zit minder in de techniek en meer in het tempo. In veel Europese landen wordt slechts rond de 1 procent van de gebouwenvoorraad per jaar grondig gerenoveerd, terwijl onderzoekers en beleidsmakers een tempo van 2 tot 3 procent per jaar noodzakelijk achten om de klimaatdoelen voor 2050 te halen. Belangrijke obstakels zijn de hoge voorinvesteringen, een tekort aan geschoolde vakmensen (isolatiemonteurs, installateurs) en ingewikkelde financiering, vooral bij particuliere huiseigenaren.

EV-retrofit van voertuigen staat technisch en qua schaal nog in de kinderschoenen. Het ombouwen van één auto is arbeidsintensief en daardoor relatief duur, waardoor het vooral gebeurt bij klassieke of bijzondere voertuigen in plaats van bij gewone gebruiksauto's. Ook de regelgeving is nog volop in ontwikkeling: in Nederland moet een omgebouwd voertuig individueel worden goedgekeurd door de RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer) voordat het de weg op mag, en de exacte eisen daarvoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en verduidelijkt. Grootschalige, betaalbare EV-retrofit voor de gewone automarkt is daarom nog geen realiteit.

Wie werken eraan?

In Nederland zijn de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en onderzoeksinstituut TNO belangrijke partijen bij het stimuleren en technisch onderbouwen van gebouwretrofit, samen met woningcorporaties die grote delen van de sociale huurwoningvoorraad laten verduurzamen. Het netwerk Energiesprong blijft daarbij een aanjager van het nul-op-de-meter-concept, ook internationaal.

Op Europees niveau trekt de Europese Commissie de Renovation Wave, met beleid en financiering om renovatietempo's in lidstaten te verhogen. Het International Energy Agency (IEA), een internationale energie-waakhond die regeringen adviseert, publiceert regelmatig rapporten over de voortgang van gebouwrenovatie wereldwijd en fungeert zo als onafhankelijke graadmeter. In de autowereld zijn het vooral gespecialiseerde, kleinere bedrijven die EV-retrofits uitvoeren, met Jaguar Classic als voorbeeld van een grote fabrikant die zelf een ombouwproject heeft opgezet; daarnaast bestaan er diverse gespecialiseerde ombouwbedrijven, met name in het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Verder lezen