Kennisbank

Provenance: hoe weet je nog of een foto of video echt is?

Bijgewerkt: 9 augustus 2026 · 5 min leestijd

Stel je koopt een antiek schilderij. De waarde en betrouwbaarheid ervan hangen sterk af van de herkomst: wie heeft het gemaakt, via welke handen is het gegaan, is het ooit vervalst? Die herkomstgeschiedenis heet in het Engels "provenance". Diezelfde term wordt nu gebruikt voor digitale bestanden: foto's, video's en teksten. Provenance in de techwereld betekent dat een bestand een soort digitaal paspoort krijgt, met daarin wie het gemaakt heeft, met welk apparaat of programma, en welke bewerkingen erna zijn toegepast.

Die behoefte is de afgelopen jaren snel gegroeid. Kunstmatige intelligentie kan tegenwoordig in seconden overtuigende foto's, video's en stemmen genereren die niet meer te onderscheiden zijn van echte opnames. Provenance-technologie probeert daar een tegenwicht tegen te bieden: niet door nep te detecteren, maar door aan echte content bewijsbaar te maken dát die echt is en waar die vandaan komt. Het is te vergelijken met een echtheidscertificaat dat automatisch wordt meegeleverd op het moment dat een foto wordt gemaakt of een AI-beeld wordt gegenereerd.

Wat is het precies?

Technisch gezien komt provenance neer op het toevoegen van gestructureerde metadata aan een bestand: extra informatie die naast de eigenlijke inhoud wordt opgeslagen. Bij een foto kan dat bijvoorbeeld zijn: gemaakt door camera X, op tijdstip Y, en vervolgens bewerkt in programma Z. Dat is op zichzelf niet nieuw, camera's slaan al decennia technische gegevens op (de zogeheten EXIF-data). Het probleem is dat gewone metadata makkelijk te verwijderen of te vervalsen is.

Moderne provenance-systemen lossen dat op met cryptografie. Bij elke stap in het leven van een bestand, opname, bewerking, export, wordt een record toegevoegd én digitaal ondertekend met een cryptografische sleutel van het apparaat of de software die de stap uitvoerde. Die keten van ondertekende stappen heet een "manifest". Wijzig je het bestand of de metadata achteraf zonder geldige sleutel, dan klopt de digitale handtekening niet meer en is te zien dat er is geknoeid.

Het bekendste open standaard hiervoor is C2PA (Coalition for Content Provenance and Authenticity), opgericht in 2021. Bestanden die aan deze standaard voldoen krijgen "Content Credentials": een klein pictogram dat gebruikers kunnen aanklikken om de herkomstgeschiedenis te bekijken, vergelijkbaar met het slotje bij een beveiligde website.

Een tweede, andersoortige techniek is watermerken. In plaats van metadata toe te voegen, verstopt de software een onzichtbaar signaal in de pixels of geluidsgolven zelf, zodanig dat het watermerk blijft bestaan zelfs als iemand een screenshot maakt of het bestand comprimeert. Metadata kan makkelijk worden weggeknipt; een goed verstopt watermerk is veel lastiger te verwijderen zonder de kwaliteit van het beeld te verpesten.

Wat wil men ermee bereiken?

Het hoofddoel is vertrouwen herstellen in digitale media. Nu AI-beeldgeneratoren als Midjourney, DALL-E en Sora steeds realistischer materiaal maken, wordt het voor het publiek lastiger om nep van echt te onderscheiden. Provenance draait de bewijslast om: in plaats van dat journalisten of feitencheckers moeten bewijzen dát iets nep is (vaak achteraf en tijdrovend), kan content die wél echt is dat direct aantonen.

Een tweede doel is transparantie over AI-gebruik. Veel platforms en wetgevers willen niet dat AI-content volledig verboden wordt, maar wel dat gebruikers weten wanneer ze naar iets kunstmatigs kijken. Zo verplicht de EU AI Act (van kracht sinds 2024, met gefaseerde ingang tot 2026) aanbieders van AI-systemen om gegenereerde beeld-, audio- en videocontent herkenbaar te labelen.

Ten derde speelt journalistiek en persvrijheid een rol. Persbureaus als Reuters, AP en de BBC willen kunnen aantonen dat hun beeldmateriaal authentiek is, vooral bij gevoelige gebeurtenissen zoals oorlogen of verkiezingen, waar nepbeelden politieke schade kunnen aanrichten. Provenance-metadata kan ook helpen bij het beschermen van makers: fotografen en kunstenaars kunnen auteurschap aantonen wanneer hun werk zonder toestemming wordt hergebruikt.

Voorbeelden uit de praktijk

Adobe lanceerde in 2019 het "Content Authenticity Initiative", de voorloper van C2PA, en bouwde Content Credentials inmiddels in in Photoshop en Adobe Firefly, de eigen AI-beeldgenerator die sinds 2023 automatisch herkomstinformatie toevoegt aan gegenereerde beelden.

Leica bracht in 2023 met de M11-P de eerste camera op de markt die C2PA-ondertekening direct in de hardware heeft ingebouwd: elke foto wordt bij het maken al cryptografisch ondertekend. Sony en Nikon kondigden vergelijkbare functies aan voor eigen camera's, gericht op professionele fotojournalistiek.

Google introduceerde in 2023 SynthID, een onzichtbaar watermerk voor beelden die zijn gemaakt met de eigen AI-generator Imagen. In 2024 breidde het bedrijf dit uit naar tekst en audio gegenereerd door zijn Gemini-modellen.

OpenAI sloot zich in 2024 aan bij C2PA en voegt sindsdien Content Credentials-metadata toe aan afbeeldingen die met DALL-E 3 en de Sora-videogenerator zijn gemaakt.

Nieuwsorganisaties als de BBC, The New York Times en persbureau AP experimenteren sinds 2022 met C2PA om herkomst van redactioneel beeldmateriaal te tonen aan lezers, onder meer via pilotprojecten rond verkiezingsverslaggeving.

Hoe ver is de techniek?

De cryptografische kant van provenance werkt technisch betrouwbaar: als een manifest geldig is ondertekend en de keten intact is, kun je met hoge zekerheid zeggen dat het bestand niet ongemerkt is aangepast. Het probleem zit vooral in de verspreiding en het gedrag van mensen en platforms eromheen.

Metadata gaat namelijk makkelijk verloren. Zodra een foto via WhatsApp, Instagram of een screenshot wordt gedeeld, wordt de C2PA-informatie in de praktijk vaak automatisch verwijderd door het platform, omdat sociale media bestanden comprimeren en metadata standaard wegstrippen. Daardoor komt het overgrote deel van online gedeeld beeldmateriaal zonder herkomstbewijs bij de kijker aan, ook als het origineel wél was ondertekend.

Watermerktechnieken zoals SynthID zijn robuuster tegen dit soort bewerkingen, maar niet onfeilbaar: onderzoekers hebben laten zien dat gerichte aanvallen watermerken soms kunnen verzwakken of verwijderen, en de techniek werkt alleen als de makers van AI-modellen vrijwillig meewerken. Een kwaadwillende partij die een niet-watermerkend model gebruikt, ontwijkt het systeem volledig.

Daarnaast is adoptie nog beperkt: lang niet alle camera's, telefoons, browsers en sociale platforms ondersteunen Content Credentials, waardoor het systeem pas echt nut heeft zodra het overal standaard wordt meegenomen, zowel bij het maken als bij het tonen van content. Dat vergt coördinatie tussen honderden bedrijven en jaren van uitrol.

Wie werken eraan?

C2PA wordt bestuurd door een coalitie van grote techbedrijven, waaronder Adobe, Microsoft, Intel, Sony, Truepic, de BBC en sinds 2024 ook OpenAI en Google. De standaard zelf is publiek en gratis te gebruiken, wat bedoeld is om brede adoptie te stimuleren.

Google DeepMind ontwikkelt SynthID als alternatieve of aanvullende watermerktechniek, vooral ingezet binnen de eigen Gemini- en Imagen-modellen. Truepic, een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in verificatietechnologie, levert software waarmee andere partijen C2PA-ondersteuning kunnen toevoegen aan hun apps en camera's.

Op regelgevend vlak zet vooral de Europese Unie druk via de AI Act, terwijl in de Verenigde Staten normen worden ontwikkeld door onder meer het National Institute of Standards and Technology (NIST). Persorganisaties zoals Reuters en AP werken actief mee aan praktijktesten om te bepalen hoe provenance-informatie het beste aan lezers kan worden getoond.

Verder lezen