Kennisbank

Preprint

Bijgewerkt: 26 september 2026 · 6 min leestijd

Een preprint is een wetenschappelijk artikel dat een onderzoeker openbaar maakt voórdat het door onafhankelijke vakgenoten is gecontroleerd en officieel is gepubliceerd in een tijdschrift. Het is te vergelijken met een schilder die een nieuw werk meteen in de etalage zet zodra de verf droog is, in plaats van te wachten tot een kunstcriticus het eerst heeft beoordeeld en van een stempel heeft voorzien. Iedereen kan het werk al bekijken, maar het definitieve oordeel moet nog volgen.

In de wetenschap betekent dit dat onderzoeksresultaten soms binnen enkele dagen na afronding al online staan, terwijl de traditionele weg via een tijdschrift maanden tot jaren kan duren. Preprints zijn vooral bekend geworden door hun rol tijdens de coronapandemie, toen onderzoekers wereldwijd razendsnel kennis over het virus wilden delen. Maar het fenomeen bestaat al sinds de jaren negentig en speelt inmiddels in vrijwel elk wetenschapsgebied een rol.

Wat is het precies?

Om te begrijpen wat een preprint is, moet je eerst weten hoe wetenschappelijke publicatie normaal verloopt. Een onderzoeker schrijft een artikel en stuurt dat naar een tijdschrift. Daar wordt het via peer review beoordeeld: andere experts uit hetzelfde vakgebied lezen het stuk kritisch door, controleren de methode en becommentariëren de conclusies. Pas na deze controle, en vaak na revisies, wordt het artikel gepubliceerd. Dit proces kost tijd, soms wel een jaar of langer.

Een preprint slaat deze stap voorlopig over. De onderzoeker plaatst het manuscript op een zogeheten preprint-server, een website die is ingericht om dit soort voorlopige artikelen te hosten. Bekende voorbeelden zijn arXiv (voor natuurkunde en wiskunde), bioRxiv (biologie), medRxiv (geneeskunde), SSRN (sociale wetenschappen) en ChemRxiv (scheikunde). Het artikel is dan direct en gratis voor iedereen te lezen.

Dat betekent niet dat alles zomaar geplaatst wordt. Preprint-servers voeren wel een lichte controle uit: ze checken of een stuk daadwerkelijk wetenschappelijk van aard is, of het niet plagiaat is, en of het geen overduidelijk gevaarlijke of onethische inhoud bevat. Dit heet screening en is iets anders dan peer review: er wordt niet inhoudelijk beoordeeld of de conclusies kloppen of de methode deugt. Die verantwoordelijkheid ligt nog volledig bij de lezer.

Elke preprint krijgt meestal een eigen DOI (Digital Object Identifier), een permanente internetverwijzing waarmee het stuk citeerbaar en vindbaar blijft, ook als de website ooit verandert. Ook is er versiebeheer: als een auteur het artikel later aanpast naar aanleiding van feedback of nieuwe inzichten, blijft de oude versie zichtbaar en wordt de nieuwe versie apart genummerd (v1, v2, enzovoort). Zo kan iedereen precies zien hoe een stuk zich heeft ontwikkeld, tot en met de uiteindelijke publicatie in een tijdschrift, waar vaak naar wordt doorverwezen.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel van preprints is snelheid. Wetenschap bouwt voort op eerder werk, en in snel bewegende velden — denk aan een uitbraak van een nieuw virus of doorbraken in kunstmatige intelligentie — kan een vertraging van maanden tot jaren de voortgang van het hele vakgebied afremmen. Door resultaten meteen te delen, kunnen andere onderzoekers er direct op voortbouwen.

Een tweede doel is open access: gratis en vrij toegankelijke wetenschap, zonder de betaalmuren die veel gerenommeerde tijdschriften hanteren. Preprints maken kennis ook toegankelijk voor onderzoekers en instellingen die zich dure abonnementen niet kunnen veroorloven, bijvoorbeeld in minder welvarende landen.

Preprints dienen ook als een soort prioriteitsclaim: door een ontdekking als eerste openbaar te maken, kan een onderzoeker aantonen wie het eerst tot een bepaald inzicht kwam, nog voordat de langzamere tijdschriftprocedure is afgerond. Daarnaast levert het vroegtijdig delen vaak nuttige feedback op uit de bredere wetenschappelijke gemeenschap, nog vóór de formele peer review, waardoor fouten soms al vroeg aan het licht komen. Tot slot spelen preprints in op de wens tot democratisering van wetenschap: iedereen, ook journalisten, beleidsmakers en geïnteresseerde burgers, kan meelezen in plaats van te wachten tot een samenvatting via de media verschijnt.

Voorbeelden uit de praktijk

Het oudste en bekendste voorbeeld is arXiv, opgericht in 1991 door natuurkundige Paul Ginsparg bij het Los Alamos National Laboratory in de Verenigde Staten. Wat begon als een eenvoudig systeem om natuurkundige artikelen te delen, groeide uit tot een onmisbaar platform voor natuurkunde, wiskunde, informatica en aanverwante velden. Tegenwoordig wordt arXiv beheerd door Cornell University.

Voor de biologie kwam er in 2013 bioRxiv, opgezet door het Cold Spring Harbor Laboratory in de Verenigde Staten. Het succes daarvan leidde in 2019 tot de lancering van medRxiv, een vergelijkbaar platform specifiek voor medisch onderzoek, opgezet door dezelfde organisatie in samenwerking met Yale University en het tijdschrift BMJ.

De grootste doorbraak in naamsbekendheid kwam tijdens de COVID-19-pandemie in 2020. Onderzoekers over de hele wereld plaatsten in razend tempo studies over het virus op medRxiv en bioRxiv, nog voordat die door tijdschriften waren beoordeeld. Dit versnelde de kennisdeling enorm, maar zorgde ook voor problemen: sommige preprints bevatten methodologische fouten of te voorbarige conclusies, die soms al door media werden opgepikt voordat vakgenoten er kritisch naar hadden kunnen kijken. Enkele veelbesproken preprints werden later ingetrokken nadat fouten aan het licht kwamen.

Ook buiten de natuurwetenschappen bestaan preprint-achtige systemen. SSRN (Social Science Research Network) fungeert al sinds de jaren negentig als verzamelplek voor voorlopige artikelen in economie, rechten en sociale wetenschappen. Voor de scheikunde is er sinds 2017 ChemRxiv, opgezet door onder meer de American Chemical Society.

Hoe ver is de techniek?

Het aantal preprints is de afgelopen jaren fors gegroeid, met een duidelijke versnelling rond 2020. Op platforms als bioRxiv en medRxiv worden inmiddels jaarlijks tienduizenden nieuwe manuscripten geplaatst; exacte cijfers verschillen per bron en per jaar, maar de trend is onmiskenbaar stijgend. arXiv, als oudste platform, telt inmiddels miljoenen artikelen in zijn archief sinds de oprichting in 1991.

Steeds meer tijdschriften integreren preprints in hun eigen werkproces. Sommige uitgevers bieden transparante review aan, waarbij de beoordelingen van vakgenoten publiek worden gemaakt naast het artikel. Andere tijdschriften hebben directe koppelingen met preprint-servers, zodat een auteur een preprint met één druk op de knop kan doorsturen voor formele peer review, een zogeheten preprint-to-journal pipeline.

De belangrijkste hindernis blijft kwaliteitscontrole. Omdat preprints geen peer review hebben ondergaan, kunnen ze fouten, overdreven claims of zelfs bewust misleidende informatie bevatten. Dit risico werd tijdens de pandemie pijnlijk zichtbaar, toen onjuiste preprints soms viraal gingen op sociale media voordat ze konden worden weerlegd. Wetenschappelijke instellingen en journalisten wordt daarom nadrukkelijk aangeraden om bij het citeren van een preprint altijd te vermelden dat het nog niet peer reviewed is, en voorzichtig te zijn met stellige conclusies op basis van nog niet gecontroleerd werk.

Wie werken eraan?

Cornell University beheert arXiv en zorgt voor de technische infrastructuur en financiering, deels met steun van andere universiteiten en de Simons Foundation. Het Cold Spring Harbor Laboratory in de Verenigde Staten staat aan de basis van zowel bioRxiv als medRxiv en blijft de belangrijkste beheerder van deze platforms.

Daarnaast is er ASAPbio (Accelerating Science and Publication in biology), een Amerikaanse non-profitorganisatie die zich specifiek inzet voor de bevordering van preprints en open peer review in de biologie en geneeskunde, onder meer via voorlichting en beleidsadvies aan tijdschriften en financiers.

Grote commerciële uitgevers spelen ook een rol: zo nam Springer Nature het platform Research Square over, dat onderzoekers helpt bij het plaatsen van preprints en het doorstromen naar formele publicatie. Op beleidsniveau stimuleren belangrijke financiers preprints actief, zoals de Amerikaanse NIH (National Institutes of Health) en de Britse Wellcome Trust, die onderzoekers aanmoedigen resultaten vroeg te delen. In Europa zet cOAlition S, het samenwerkingsverband achter Plan S, zich in voor open access, waarbij preprints een van de aanvaarde routes vormen. Ten slotte pleit het initiatief DORA (San Francisco Declaration on Research Assessment) ervoor dat onderzoekers niet alleen worden beoordeeld op basis van waar ze publiceren, maar ook op de inhoud van hun werk, wat de weg vrijmaakt voor een grotere waardering van preprints binnen de academische wereld.

Verder lezen