Kennisbank

Plasmasputteren: atoom voor atoom een laagje materiaal aanbrengen

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 5 min leestijd

Stel je een zandstraler voor, maar dan op de schaal van atomen. Bij plasmasputteren wordt een oppervlak niet bespoten met zand, maar met elektrisch geladen gasdeeltjes die met hoge snelheid op een blok materiaal inslaan. De klap schiet er losse atomen af, die vervolgens neerdwarrelen op het voorwerp dat je wilt coaten. Zo bouw je, laagje voor laagje, een extreem dun en gelijkmatig filmpje op — vaak niet meer dan enkele nanometers dik, duizenden keren dunner dan een mensenhaar.

Deze techniek zit verstopt in veel dingen om je heen zonder dat je het beseft. De spiegelende, warmtewerende laag op dubbel glas, de metalen bedrading in je computerchip, de magnetische laag op de schijf van een harde schijf, de anti-reflectiecoating op je bril: allemaal vaak gemaakt met plasmasputteren. Het is geen nieuwe hype-technologie, maar juist een van de stille werkpaarden van de moderne industrie, die de laatste decennia steeds verder verfijnd wordt.

Wat is het precies?

Het proces speelt zich af in een vacuümkamer. Alle lucht wordt eruit gepompt, want zuurstof en stof zouden het proces verstoren. Daarna laat men een kleine hoeveelheid edelgas binnen, meestal argon, omdat dat chemisch inert is en dus niet reageert met andere materialen.

Met een elektrisch veld wordt dit argongas omgezet in plasma: een wolk waarin elektronen van de atomen zijn losgeslagen, zodat er een mengsel van vrije elektronen en positief geladen ionen ontstaat. Dat plasma is de kenmerkende paarsblauwe gloed die je soms in afbeeldingen van deze machines ziet.

De positieve argon-ionen worden vervolgens aangetrokken door een negatief geladen plaat van het gewenste materiaal, het target genoemd. Ze knallen erop in en stoten er letterlijk atomen af door de inslag — een puur mechanisch proces, vergelijkbaar met biljartballen die tegen elkaar botsen. Er komt dus geen smelten of verdampen aan te pas, wat sputteren geschikt maakt voor materialen met een heel hoge smelttemperatuur, zoals wolfraam.

De losgeslagen atomen vliegen door de kamer en slaan neer op het substraat: het voorwerp dat gecoat moet worden, bijvoorbeeld een siliciumwafer, een glasplaat of een stuk gereedschap. Omdat dit atoom voor atoom gebeurt, is de laagdikte tot op de nanometer nauwkeurig te sturen.

In de praktijk gebruikt men bijna altijd magnetronsputteren: magneten achter het target houden de elektronen dicht bij het oppervlak gevangen, waardoor het plasma dichter en efficiënter wordt. Voor geleidende metalen volstaat gelijkstroom (DC-sputteren); voor niet-geleidende materialen zoals keramiek is RF-sputteren nodig, waarbij een wisselend hoogfrequent signaal voorkomt dat er lading op het target ophoopt.

Wil men geen zuiver metaal maar een verbinding aanbrengen, zoals een metaaloxide of -nitride, dan voegt men een reactief gas toe zoals zuurstof of stikstof: reactief sputteren. Een recentere en krachtigere variant is HiPIMS (High Power Impulse Magnetron Sputtering), waarbij het target met zeer korte, krachtige stroompulsen wordt bestookt. Dit geeft dichtere, zuiverdere lagen, maar vraagt duurdere apparatuur.

Wat wil men ermee bereiken?

De kern van de ambitie is controle: een functionele laag maken die precies de juiste dikte, zuiverheid en samenstelling heeft, en die goed hecht aan het onderliggende materiaal. Verf of lak spuiten kan dat niet op deze schaal, en chemische processen laten vaak onzuiverheden achter.

Sputteren maakt het mogelijk om eigenschappen toe te voegen die het basismateriaal zelf niet heeft: elektrische geleiding op glas, magnetisme op een schijf, reflectie op kunststof, corrosiebestendigheid op metaal. Vaak is maar een fractie van een micrometer nodig om dat effect te bereiken, wat grondstoffen en gewicht bespaart vergeleken met massieve onderdelen.

Voor de halfgeleiderindustrie is de drijfveer vooral miniaturisatie: chips bevatten kilometers aan microscopisch dunne bedrading, en sputteren is een van de weinige technieken die dat met de vereiste precisie en snelheid kan neerzetten. Voor de glas- en zonnepanelenindustrie draait het om energie-efficiëntie op grote schaal, tegen beheersbare kosten.

Voorbeelden uit de praktijk

De overstap van aluminium naar koperen bedrading in chips, doorgevoerd door IBM vanaf 1997, was een mijlpaal die sputteren nog belangrijker maakte: koper geleidt beter maar vraagt precieze barrièrelagen die via sputteren worden aangebracht, een methode die vrijwel de hele chipindustrie sindsdien gebruikt.

In de glasindustrie draaien fabrikanten als AGC, Saint-Gobain en Guardian Glass al sinds de jaren negentig grote sputterlijnen die glasplaten van meerdere meters breed continu voorzien van warmtewerende (‘low-E’) metaalcoatings, essentieel voor energiezuinige gebouwen.

In de dunnefilm-zonnepaneelindustrie gebruikten bedrijven als het Japanse Solar Frontier (dat de productie van CIGS-zonnecellen in 2022 staakte) en het Duitse Avancis sputteren om de molybdeen-achtercontactlaag en delen van de lichtabsorberende CIGS-laag (koper-indium-gallium-selenide) aan te brengen.

Fabrikanten van harde schijven zoals Seagate en Western Digital gebruiken al sinds de jaren negentig sputteren om de magnetische opslaglaag (een kobalt-chroom-platinalegering) op de schijfplaten aan te brengen — een proces dat nog altijd de basis vormt van magnetische dataopslag.

Meer recent onderzoekt onderzoeksinstituut imec in Leuven, samen met chipfabrikanten, het sputteren van ruthenium als mogelijke vervanger van koper voor de allerkleinste bedradingslagen in toekomstige chipgeneraties, werk dat rond 2020-2023 aandacht kreeg naarmate koper op atomaire schaal tegen zijn fysieke grenzen aanloopt.

Hoe ver is de techniek?

Plasmasputteren is geen prille technologie: magnetronsputteren werd al in de jaren zeventig gepatenteerd en is sindsdien uitgegroeid tot een volwassen, industrieel gestandaardiseerd proces. In de chip-, glas- en optische industrie draait het al decennia op grote schaal.

Toch is het veld niet stilgevallen. Onderzoek richt zich nu vooral op drie fronten. Ten eerste de opschaling naar steeds grotere oppervlakken, zoals megabrede glasplaten of flexibele rol-tot-rol folies voor buigbare elektronica, waarbij uniforme laagdikte over grote afstanden lastig blijft. Ten tweede nieuwe materiaalcombinaties voor chips en batterijen, waaronder alternatieven voor schaarse of dure grondstoffen zoals indium, dat wordt gebruikt in de doorzichtige geleidende ITO-laag (indium-tin-oxide) van touchscreens en waarvan de wereldvoorraad beperkt is. Ten derde de verdere opmars van HiPIMS voor dichtere, hardere en corrosiebestendigere lagen, al blijft de apparatuur duurder en de depositiesnelheid vaak lager dan bij klassiek magnetronsputteren.

Een structureel obstakel is de efficiëntie van het target zelf: doorgaans wordt slechts een deel van het targetmateriaal daadwerkelijk gebruikt voordat het vervangen moet worden vanwege ongelijkmatige erosie, wat bij dure materialen een reële kostenpost is. Dit blijft, ondanks decennia optimalisatie, een actief technisch aandachtspunt.

Wie werken eraan?

De apparatuurmarkt wordt gedomineerd door een klein aantal gespecialiseerde bedrijven: het Amerikaanse Applied Materials, marktleider in chipfabricage-apparatuur; het Zwitserse Oerlikon Balzers en Duitse Leybold, beide met een lange geschiedenis in vacuümcoatingtechniek; het Japanse ULVAC; en kleinere gespecialiseerde spelers als AJA International en Kurt J. Lesker in de Verenigde Staten, vooral gericht op onderzoeksapparatuur.

Op onderzoeksgebied speelt het Belgische imec in Leuven een vooraanstaande rol in sputtertoepassingen voor toekomstige chipgeneraties, in nauwe samenwerking met de internationale halfgeleiderindustrie. In Duitsland werkt het Fraunhofer-Institut für Elektronenstrahl- und Plasmatechnik (FEP) in Dresden aan industriële plasma- en coatingtechnologie.

Geografisch is de expertise geconcentreerd in landen met een sterke halfgeleider- of precisie-industrie: de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Zwitserland, Zuid-Korea en Taiwan, waar chipfabrikanten als TSMC grootschalig gebruikmaken van sputterprocessen in hun productielijnen.

Verder lezen