pegRNA: het molecuul dat DNA niet knipt, maar herschrijft
Stel je voor dat je een typefout in een boek wilt verbeteren. De oude methode is: de bladzijde eruit scheuren en een nieuwe, met de hand gekopieerde bladzijde erin plakken — met het risico dat je iets scheurt of de verkeerde pagina te pakken hebt. pegRNA maakt een preciezere aanpak mogelijk: je zet een klein Post-it-vel op de exacte plek van de fout, mét de correcte tekst erop, zodat een 'kopieerapparaat' alleen dat ene woord overschrijft. De rest van de bladzijde blijft intact.
pegRNA staat voor 'prime editing guide RNA' en is een speciaal ontworpen stukje RNA dat de kern vormt van een gentechniek genaamd prime editing. Het is geen op zichzelf staande technologie, maar een onderdeel van een groter systeem waarmee onderzoekers DNA in levende cellen heel gericht kunnen aanpassen: één letter veranderen, een klein stukje toevoegen of juist weghalen. Waar klassieke CRISPR-gentechnieken vooral goed zijn in DNA kapot knippen, is prime editing ontworpen om DNA te herschrijven — vandaar dat het ook wel 'zoek-en-vervang voor het genoom' wordt genoemd.
Wat is het precies?
Om pegRNA te begrijpen, helpt het eerst te weten hoe gewone CRISPR-gentechniek werkt. Bij de bekende Cas9-techniek stuurt een kort stukje RNA (de 'guide RNA') het knip-eiwit Cas9 naar een specifieke plek in het DNA. Cas9 knipt daar beide DNA-strengen door, en de cel repareert die breuk — vaak rommelig, soms met een extra sjabloon-DNA erbij voor een gerichte correctie. Die dubbele streng-breuk is krachtig, maar ook riskant: de cel kan verkeerd repareren, stukjes DNA verliezen, of chromosomen door elkaar husselen.
Een pegRNA is een verlengde versie van zo'n guide RNA, met drie onderdelen. Ten eerste een spacer: de adressticker die aangeeft waar in het genoom gewerkt moet worden. Ten tweede een scaffold: het stuk dat het RNA aan het Cas9-eiwit bindt. En ten derde, het nieuwe onderdeel, een 3'-extensie die twee dingen bevat: een 'primer binding site' (PBS, een kort stukje dat straks als aanknopingspunt dient) en een RT-sjabloon — letterlijk de nieuwe genetische tekst die geschreven moet worden.
Het bijbehorende eiwit is ook aangepast: het is geen gewoon Cas9, maar een Cas9 die slechts één DNA-streng knipt (een 'nickase') in plaats van twee, gekoppeld aan een tweede enzym: een reverse transcriptase. Dat enzym, oorspronkelijk afkomstig uit virussen, kan RNA-informatie omzetten in DNA.
Het proces verloopt in stappen. Eerst vindt het pegRNA-Cas9-nickase-complex de juiste plek in het DNA. Daar wordt slechts één van de twee DNA-strengen ingeknipt, niet allebei. Het losse uiteinde van die geknipte streng vouwt zich vervolgens om en hecht zich aan de PBS op het pegRNA — als een treinwagon die aankoppelt. De reverse transcriptase leest daarna het RT-sjabloon op het pegRNA af en 'typt' de nieuwe DNA-tekst rechtstreeks aan het uiteinde van de geknipte streng. Tot slot herkent de cel dit nieuwe stukje als de juiste versie en verwerkt het permanent in het DNA, terwijl de oude, foutieve versie wordt afgebroken.
Sinds de eerste versie (PE1) zijn er verbeterde varianten gekomen. PE2 gebruikt een efficiëntere reverse transcriptase, PE3 zet een tweede, kleine knip op de andere DNA-streng om de cel actiever tot reparatie aan te zetten, en PEmax combineert diverse optimalisaties. Ook het pegRNA zelf is verbeterd: een 'epegRNA' heeft een extra RNA-structuurtje aan het uiteinde dat het molecuul beschermt tegen afbraak in de cel, wat de efficiëntie flink verhoogt. Een recentere ontwikkeling, 'twin prime editing' (twinPE), gebruikt twee pegRNA's tegelijk en maakt daarmee grotere aanpassingen mogelijk, zoals het invoegen van langere DNA-stukken of zelfs het omdraaien van een DNA-segment.
Wat wil men ermee bereiken?
Het hoofddoel van prime editing is preciezer en veiliger genetisch corrigeren dan met bestaande technieken. Omdat er geen dubbele streng-breuk ontstaat, is het risico op grote, ongewenste DNA-schade — zoals verloren stukken chromosoom — kleiner dan bij klassieke CRISPR-Cas9-knip-en-plak-methoden. Bovendien is er geen los stukje donor-DNA nodig dat apart de cel in moet, wat bij de oudere 'HDR'-methode (homology-directed repair) vaak inefficiënt en afhankelijk van celdeling is.
Een belangrijke belofte is de breedte van wat prime editing in theorie kan repareren. Onderzoekers wijzen erop dat een groot deel van de bekende ziekteveroorzakende genetische varianten in de mens — puntmutaties, kleine inserties, kleine deleties — in principe met deze techniek te corrigeren zou zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld base editing, dat maar een beperkt aantal typen letterveranderingen aankan.
Concreet richt het onderzoek zich op twee sporen: geneesmiddelen voor erfelijke aandoeningen (de mutatie in patiëntcellen direct herstellen) en fundamenteel onderzoek, waarbij prime editing wordt gebruikt om ziektemodellen in cellen of dieren na te bootsen en zo geneesprocessen beter te begrijpen.
Voorbeelden uit de praktijk
De techniek werd in 2019 voor het eerst beschreven door Andrew Anzalone, David Liu en collega's van het Broad Institute (verbonden aan MIT en Harvard) in het tijdschrift Nature. In dat baanbrekende artikel corrigeerden ze in menselijke cellen in het lab onder meer de mutatie die sikkelcelziekte veroorzaakt en de mutatie achter de ziekte van Tay-Sachs.
In de jaren daarna volgden toepassingen in diermodellen, waaronder pogingen om erfelijke stofwisselingsziekten zoals fenylketonurie (PKU) in muizen te corrigeren.
In 2022 publiceerde hetzelfde onderzoeksteam twin prime editing, waarmee grotere DNA-veranderingen mogelijk werden, zoals het precies invoegen van hele genfragmenten — een stap die relevant is voor aandoeningen die niet met één lettercorrectie te verhelpen zijn.
Op therapeutisch vlak ontwikkelt het biotechbedrijf Prime Medicine, mede opgericht door David Liu, verschillende programma's die prime editing als medicijn willen inzetten, onder meer gericht op chronische granulomateuze ziekte (een zeldzame immuunstoornis) en de ziekte van Wilson (een stofwisselingsziekte met koperophoping). Voor het eerste programma is een klinische studie bij mensen gestart; de exacte voortgang van dit soort vroege trials verandert snel, dus lezers doen er goed aan de laatste berichten van het bedrijf zelf te raadplegen.
Buiten de geneeskunde experimenteren plantenonderzoekers, met name in China, met prime editing in gewassen als rijst en tarwe, om bijvoorbeeld ziekteresistentie of opbrengst te verbeteren zonder vreemd DNA in het gewas achter te laten.
Hoe ver is de techniek?
Prime editing is een relatief jonge techniek: sinds de introductie in 2019 is er in hoog tempo doorontwikkeld, met de opeenvolgende verbeteringen (PE2, PE3, PEmax, epegRNA) die de efficiëntie in het lab van enkele procenten naar aanzienlijk hogere niveaus hebben getild, afhankelijk van het celtype en de plek in het genoom.
Een belangrijk knelpunt blijft aflevering: het complex van pegRNA, Cas9-nickase en reverse transcriptase is groot, te groot om in één keer mee te geven aan de meestgebruikte virale vector voor gentherapie (AAV). Onderzoekers experimenteren daarom met het opsplitsen over twee virale vectoren, of met lipide-nanodeeltjes — hetzelfde type verpakking dat ook in mRNA-vaccins wordt gebruikt — om het systeem cellen in te krijgen.
Toepassingen waarbij cellen buiten het lichaam worden bewerkt en daarna teruggeplaatst ('ex vivo', zoals bij sommige bloed- en immuunziekten) zijn technisch beter haalbaar dan behandelingen die het DNA rechtstreeks in het lichaam van de patiënt moeten aanpassen ('in vivo'). Klinisch onderzoek bij mensen bevindt zich nog in een vroeg stadium; veiligheid op lange termijn en de kans op onbedoelde DNA-veranderingen elders in het genoom worden nog volop onderzocht. Er is tot op heden geen door toezichthouders goedgekeurde prime-editing-behandeling op de markt.
Wie werken eraan?
Het onderzoeksveld is nauw verbonden met het laboratorium van David Liu aan het Broad Institute of MIT and Harvard, waar prime editing is ontstaan en nog altijd wordt doorontwikkeld. Wereldwijd hebben tientallen universitaire onderzoeksgroepen de techniek overgenomen en verbeterd, onder meer in de Verenigde Staten, China en Europa.
Op commercieel vlak is Prime Medicine (gevestigd in Cambridge, Massachusetts, VS) de belangrijkste speler die specifiek op prime-editing-therapieën inzet. Verwante bedrijven zoals Beam Therapeutics richten zich op de naastgelegen techniek 'base editing' en worden vaak in één adem genoemd, al is het een andere aanpak. Onderzoeksinstituten zoals het Innovative Genomics Institute in Berkeley dragen bij aan bredere kennisontwikkeling over genoombewerking, inclusief prime editing. In de landbouwsector zijn vooral Chinese onderzoeksinstellingen actief met toepassingen in gewassen.
Verder lezen
- Nature — vakblad met de oorspronkelijke publicatie over prime editing
- Broad Institute of MIT and Harvard — onderzoeksinstituut waar prime editing is ontwikkeld
- Prime Medicine — biotechbedrijf dat prime-editing-therapieën ontwikkelt
- Addgene — non-profitorganisatie met achtergrondinformatie en materialen over CRISPR- en prime-editing-onderzoek
- Innovative Genomics Institute — onderzoeksinstituut met uitleg over genoombewerkingstechnieken