Kennisbank

Pasteurisatie: hoe verhitting voedsel veilig houdt

Bijgewerkt: 7 augustus 2026 · 5 min leestijd

Pasteurisatie is het kortstondig verhitten van vloeibaar voedsel, meestal melk, sap of bier, om schadelijke bacteriën te doden zonder de smaak en voedingswaarde ernstig aan te tasten. De methode is vernoemd naar de Franse scheikundige Louis Pasteur, die in de negentiende eeuw ontdekte dat verhitting bederf en ziekteverwekkers kan tegengaan zonder dat je het product hoeft te koken.

Een goede analogie is het bakken van een taart op een lagere temperatuur voor een langere tijd versus heel kort op hoge temperatuur: het resultaat kan vergelijkbaar zijn, maar het proces verschilt sterk. Bij pasteurisatie van melk gaat het bijvoorbeeld om het verwarmen tot rond de 72 graden Celsius gedurende ongeveer vijftien seconden, gevolgd door snelle afkoeling. Zo blijft de melk drinkbaar en voedzaam, maar gaan ziekteverwekkers zoals salmonella en listeria verloren, waardoor de houdbaarheid en veiligheid toenemen.

Wat is het precies?

Pasteurisatie draait om een precieze combinatie van temperatuur en tijd. Hoe hoger de temperatuur, hoe korter de behandeling hoeft te duren om hetzelfde effect te bereiken. Deze wisselwerking staat bekend als de tijd-temperatuurrelatie en is voor elk micro-organisme en elk product apart uitgezocht.

Er bestaan verschillende methoden. Bij lage-temperatuur-lange-tijd pasteurisatie (LTLT) wordt het product ongeveer dertig minuten op 63 graden Celsius gehouden. Dit is de klassieke methode, nog steeds gebruikt voor bijvoorbeeld sommige kaasproducten. Bij hoge-temperatuur-korte-tijd pasteurisatie (HTST), de meest gangbare methode voor consumptiemelk, wordt het product slechts vijftien tot twintig seconden op 72 tot 75 graden Celsius gebracht. Er bestaat ook ultrahoge-temperatuurbehandeling (UHT), waarbij het product enkele seconden naar 135 tot 150 graden Celsius gaat. UHT-melk is daardoor weken tot maanden houdbaar zonder koeling, al verandert de smaak enigszins door deze intensievere verhitting.

Na de verhitting volgt razendsnelle afkoeling, meestal binnen enkele seconden. Dit voorkomt dat het product te lang op een temperatuur blijft die weliswaar schadelijke bacteriën doodt, maar ook voedingsstoffen of smaakstoffen zou kunnen aantasten. Moderne pasteurisatie-installaties gebruiken warmtewisselaars: metalen platen of buizen waar het product doorheen stroomt terwijl aan de andere kant heet water of stoom langsstroomt. Zo wordt energie efficiënt hergebruikt, omdat de warmte van het al verhitte product weer wordt ingezet om het binnenkomende koude product voor te verwarmen.

Wat wil men ermee bereiken?

Het hoofddoel van pasteurisatie is voedselveiligheid. Rauwe melk kan bijvoorbeeld ziekteverwekkers bevatten zoals E. coli, salmonella, listeria en de bacterie die tuberculose veroorzaakt. Voor de introductie van pasteurisatie eind negentiende eeuw was rauwe melk een belangrijke bron van voedselvergiftigingen en zelfs dodelijke infectieziekten, vooral bij kinderen.

Een tweede doel is houdbaarheid. Door schadelijke en bedervende micro-organismen te doden, blijft voedsel langer goed. Dit maakt distributie over grotere afstanden mogelijk en vermindert voedselverspilling, wat ook relevant is voor de bredere ambitie om voedselsystemen efficiënter en duurzamer te maken.

Belangrijk is dat pasteurisatie niet hetzelfde is als steriliseren. Sterilisatie doodt vrijwel alle micro-organismen, inclusief sporen, en maakt een product vrijwel onbeperkt houdbaar zonder koeling, maar tast smaak en voedingswaarde sterker aan. Pasteurisatie is een compromis: genoeg verhitting om gevaarlijke ziekteverwekkers te elimineren en houdbaarheid te verlengen, maar niet zo veel dat het product zijn oorspronkelijke kwaliteiten verliest.

Voorbeelden uit de praktijk

Louis Pasteur ontwikkelde het proces oorspronkelijk in 1864 niet voor melk, maar voor wijn en bier, op verzoek van Franse wijnproducenten die last hadden van ongewenst bederf tijdens transport. Pas decennia later, rond 1886, paste de Duitse chemicus Franz von Soxhlet de techniek toe op melk, wat uiteindelijk leidde tot wijdverbreide adoptie in de zuivelindustrie.

In de Verenigde Staten voerde de staat Chicago in 1908 als een van de eerste plaatsen verplichte pasteurisatie van consumptiemelk in, na herhaalde uitbraken van melkgerelateerde ziekten. Nederland volgde in de twintigste eeuw met strenge zuivelwetgeving, en tegenwoordig is vrijwel alle in de winkel verkochte melk in Nederland gepasteuriseerd of UHT-behandeld.

Een modern voorbeeld van innovatie binnen dit veld is High Pressure Processing (HPP), een niet-thermische techniek die sinds de jaren negentig commercieel wordt toegepast, onder meer bij sapproducenten zoals het Nederlandse merk Innocent voor bepaalde smoothie-lijnen. Hierbij wordt voedsel onder extreem hoge druk gebracht in plaats van verhit, wat bacteriën doodt terwijl vitamines en smaak beter behouden blijven.

Ook in de context van vogelgriep bij melkvee in de Verenigde Staten, waar in 2024 besmettingen bij melkkoeien werden vastgesteld, bleek pasteurisatie een cruciale barrière: onderzoek van de Amerikaanse Food and Drug Administration bevestigde dat het reguliere pasteurisatieproces het H5N1-virus in commerciële melk effectief inactiveert, wat het belang van deze decennia oude techniek in een actuele context onderstreepte.

Hoe ver is de techniek?

Pasteurisatie zelf is een volwassen, breed gestandaardiseerde technologie die al meer dan een eeuw wereldwijd wordt toegepast. Er zijn dan ook geen fundamentele doorbraken meer te verwachten in het basisprincipe. De ontwikkeling zit tegenwoordig vooral in optimalisatie: energiezuinigere installaties, betere sensoren voor real-time temperatuurcontrole, en methoden die de smaak en voedingswaarde nog beter behouden.

Een belangrijke trend is de opkomst van alternatieve of aanvullende technieken die minder van warmte afhankelijk zijn, zoals eerdergenoemde High Pressure Processing, pulsed electric field-behandeling (waarbij korte elektrische pulsen celmembranen van micro-organismen beschadigen) en ultraviolet-behandeling voor heldere vloeistoffen zoals appelsap. Deze technieken staan te boek als 'niet-thermische pasteurisatie' en winnen terrein, vooral bij premium en 'vers' gepositioneerde producten, al zijn de installaties vaak duurder en energie-intensiever dan klassieke thermische pasteurisatie.

Een terugkerend maatschappelijk obstakel is niet technisch maar regelgevend en cultureel: in sommige landen, waaronder delen van de Verenigde Staten, bestaat een beweging die de verkoop van rauwe, ongepasteuriseerde melk bepleit vanwege vermeende gezondheidsvoordelen. Voedselveiligheidsinstanties zoals de FDA en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) waarschuwen hier consequent tegen, omdat wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsvoordelen ontbreekt terwijl de risico's op infecties wel degelijk aangetoond zijn.

Wie werken eraan?

Grote toeleveranciers van pasteurisatie-apparatuur zijn onder meer het Zweedse Tetra Pak, bekend van de gelijknamige verpakkingen, en het eveneens Zweedse Alfa Laval, gespecialiseerd in warmtewisselaars. Beide bedrijven leveren wereldwijd installaties aan zuivelfabrieken en sapproducenten.

Op het gebied van niet-thermische technieken lopen bedrijven als Avure Technologies (Verenigde Staten) en JBT Corporation voorop met High Pressure Processing-installaties. Universiteiten en onderzoeksinstituten zoals Wageningen University & Research in Nederland doen doorlopend onderzoek naar voedselveiligheid, houdbaarheid en de effecten van verschillende verhittingsmethoden op voedingswaarde.

Regelgevend spelen instanties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Europese Commissie via EU-hygiënewetgeving, en internationaal de Codex Alimentarius Commissie (een gezamenlijk orgaan van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN en de Wereldgezondheidsorganisatie) een centrale rol bij het vaststellen van normen voor pasteurisatie.

Verder lezen