OSINT: speurwerk met openbare bronnen
Stel je voor: een journalist wil weten waar een raket is afgevuurd die een vliegtuig neerhaalde. Hij heeft geen toegang tot geheime satellietbeelden van een inlichtingendienst, geen bronnen binnen het leger. Wat hij wel heeft, is internet: foto's die omstanders op sociale media plaatsten, video's van beveiligingscamera's die per ongeluk online kwamen, en gratis satellietbeelden van diensten als Google Earth. Door al die losse puzzelstukjes zorgvuldig te verzamelen en te combineren, reconstrueert hij precies wat er gebeurde. Dat is OSINT, of open source intelligence: inlichtingenwerk met informatie die voor iedereen toegankelijk is.
De term klinkt geheimzinnig, maar het tegenovergestelde is waar: OSINT draait juist om informatie die niet geheim is. Het gaat om nieuwsberichten, openbare registers, satellietfoto's, sociale-mediaposts, video's, kadastergegevens en zelfs metadata in foto's (de onzichtbare technische informatie die een bestand meedraagt, zoals waar en wanneer een foto is gemaakt). De kunst zit niet in het stelen van geheimen, maar in het slim doorzoeken, controleren en met elkaar verbinden van dingen die al openbaar zijn.
Wat is het precies?
OSINT is geen los apparaat of algoritme, maar een onderzoeksmethode die uit een aantal stappen bestaat. De eerste stap is verzamelen: zoveel mogelijk relevante openbare informatie bijeenbrengen. Dat kan met een simpele zoekmachine, maar ook met gespecialiseerde tools zoals Shodan (een zoekmachine die apparaten op het internet in kaart brengt) of archiefdiensten die verwijderde webpagina's bewaren.
De tweede stap is verificatie: controleren of informatie klopt en niet gemanipuleerd is. Onderzoekers gebruiken hiervoor onder meer omgekeerde afbeeldingszoekmachines om te zien of een foto al eerder ergens anders is gebruikt, en metadata-analyse om te checken of een bestand recent is aangepast.
Daarna volgt geolocatie: het precies vaststellen waar een foto of video is gemaakt. Onderzoekers vergelijken details zoals gebouwen, wegmarkeringen, schaduwlengte (voor het tijdstip van de dag) en zelfs de stand van de zon met satellietbeelden en kaartmateriaal, tot de exacte locatie vaststaat.
Tot slot volgt analyse en synthese: alle bevestigde puzzelstukjes worden samengevoegd tot een samenhangend, onderbouwd verhaal. Bij grotere onderzoeken werken tientallen mensen tegelijk aan verschillende stukjes van de puzzel, vaak via gedeelde documenten en gespecialiseerde software zoals Maltego, die relaties tussen personen, adressen en organisaties visueel in kaart brengt.
Wat wil men ermee bereiken?
OSINT is ontstaan omdat de hoeveelheid openbare digitale informatie explosief is gegroeid. Sociale media, goedkope satellieten en smartphones met camera's zorgen ervoor dat bijna elke gebeurtenis van vandaag ergens digitaal wordt vastgelegd. Die overvloed biedt kansen: wie weet hoe je moet zoeken, kan zaken blootleggen die vroeger alleen met geheime bronnen te achterhalen waren.
Journalisten gebruiken OSINT om nieuws te checken en onderzoeksjournalistiek te bedrijven zonder afhankelijk te zijn van anonieme tipgevers. Mensenrechtenorganisaties zetten het in om schendingen te documenteren, soms als bewijsmateriaal voor internationale rechtbanken. Opsporingsdiensten gebruiken het om verdachten of vermiste personen te traceren. Inlichtingendiensten en defensieorganisaties gebruiken OSINT als aanvulling op geheime bronnen, omdat openbare informatie vaak sneller beschikbaar is en makkelijker gedeeld kan worden met bondgenoten. Ook bedrijven zetten OSINT in, bijvoorbeeld om te controleren of zakenpartners betrouwbaar zijn of om eigen kwetsbaarheden op internet op te sporen voordat kwaadwillenden dat doen.
Voorbeelden uit de praktijk
Het bekendste voorbeeld is Bellingcat, een onderzoeksgroep opgericht door de Brit Eliot Higgins. Bellingcat werd wereldberoemd door het onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne in 2014. Tussen 2014 en 2016 reconstrueerde de groep, samen met het Joint Investigation Team, aan de hand van foto's, video's en satellietbeelden de route van de Buk-raketinstallatie die vermoedelijk verantwoordelijk was, tot in het Russische leger toe.
In 2018 gebruikte Bellingcat vergelijkbare technieken om de identiteit te achterhalen van de twee Russische mannen die verdacht werden van de gifgasaanslag op oud-spion Sergei Skripal in Salisbury. Door reisdocumenten, vluchtgegevens en gelekte Russische databases te combineren, identificeerde de groep de verdachten als agenten van de Russische militaire inlichtingendienst GROe.
Human Rights Watch gebruikt sinds enkele jaren commerciële satellietbeelden om mensenrechtenschendingen te documenteren, onder meer de vernietiging van Rohingya-dorpen in Myanmar vanaf 2017. Doordat gewone journalisten geen toegang hadden tot het gebied, waren satellietbeelden een van de weinige manieren om de omvang van de verwoesting onafhankelijk vast te stellen.
Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 speelt OSINT een grote rol in het volgen van het conflict. Onderzoekers en vrijwilligers over de hele wereld geolocaliseren dagelijks video's van gevechten, troepenbewegingen en aanvallen op basis van door burgers gedeelde beelden, vaak sneller dan officiële bronnen kunnen bevestigen.
Een heel ander soort toepassing zijn de Trace Labs CTF's (capture the flag-wedstrijden), die sinds 2018 worden georganiseerd. Teams van vrijwillige OSINT-onderzoekers proberen binnen een tijdslimiet zoveel mogelijk openbare informatie te vinden over vermiste personen, die vervolgens aan de politie wordt doorgegeven om opsporing te ondersteunen.
Hoe ver is de techniek?
OSINT is geen nieuwe wetenschap, maar het vakgebied is de afgelopen tien à vijftien jaar sterk geprofessionaliseerd. Wat ooit vooral het domein was van inlichtingendiensten met analisten die kranten en radio-uitzendingen uit het buitenland lazen, is uitgegroeid tot een discipline met eigen tools, opleidingen, gemeenschappen en zelfs wedstrijden.
Kunstmatige intelligentie speelt een steeds grotere rol, vooral bij het automatisch doorzoeken van enorme hoeveelheden beeldmateriaal, het herkennen van objecten op satellietfoto's en het detecteren van bewerkte of nagemaakte content (zogeheten deepfakes). Toch blijft veel werk mensenwerk: het interpreteren van context, het inschatten van betrouwbaarheid en het navigeren tussen tegenstrijdige bronnen vraagt nog altijd om menselijk oordeelsvermogen.
De belangrijkste obstakels zijn informatie-overload (te veel data om handmatig te verwerken), gerichte desinformatie die specifiek is ontworpen om OSINT-onderzoekers op het verkeerde spoor te zetten, en de moeite om met zekerheid vast te stellen of materiaal echt en actueel is. Daarnaast lopen onderzoekers voortdurend tegen ethische en juridische grenzen aan: waar eindigt legitiem onderzoek en begint ongewenste inmenging in iemands privéleven? Er bestaat geen uniforme wettelijke regeling die dit voor alle landen en situaties helder afbakent.
Wie werken eraan?
Bellingcat blijft de bekendste onafhankelijke speler en werkt inmiddels samen met grote media zoals The New York Times aan visuele onderzoeksjournalistiek. Op statelijk niveau hebben vrijwel alle grote inlichtingendiensten een eigen open source-afdeling, waaronder de Amerikaanse CIA en NSA, de Nederlandse MIVD en AIVD, en Europol, dat OSINT gebruikt bij grensoverschrijdende opsporing binnen de Europese Unie.
In de commerciële sector leveren bedrijven als het Oostenrijkse Maltego en het Amerikaanse Recorded Future software waarmee organisaties grote hoeveelheden open bronnen kunnen doorzoeken en visualiseren. Ook cybersecuritybedrijven gebruiken OSINT-technieken om dreigingen tegen hun klanten vroegtijdig te signaleren.
Academisch gezien wordt OSINT steeds vaker onderwezen binnen opleidingen journalistiek, inlichtingenstudies en cybersecurity, onder meer aan Nederlandse universiteiten en hogescholen. Landen die opvallend actief zijn in het OSINT-domein zijn de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland (mede dankzij de aanwezigheid van Bellingcat), terwijl landen als Rusland en China OSINT-technieken zowel defensief als offensief inzetten, bijvoorbeeld voor eigen inlichtingenwerk en desinformatiecampagnes.