Optische frequentiekam: een liniaal van licht voor ultraprecieze metingen
Stel je een liniaal voor waarvan de streepjes niet in millimeters staan, maar in kleuren licht - en waarvan elk streepje tot op vele decimalen achter de komma exact bekend is. Dat is in essentie een optische frequentiekam: een speciale laserbron die niet één kleur licht uitzendt, maar duizenden tot miljoenen extreem scherpe, gelijkmatig verdeelde frequenties tegelijk. Teken je zo'n spectrum, dan lijken die frequenties op de tanden van een haarkam - vandaar de naam.
Omdat elke "tand" van de kam een frequentie heeft die met extreme nauwkeurigheid vastligt en herhaalbaar is, kun je de kam gebruiken als meetlat voor licht. Wil je weten welke kleur licht een laser precies uitzendt, hoe ver een object weg is, of hoe snel een atoomklok tikt? Vergelijk het signaal met de dichtstbijzijnde tand van de kam en je kent het antwoord tot op vele cijfers nauwkeurig. Deze truc, ooit een curiositeit in natuurkundelaboratoria, vormt inmiddels de basis van 's werelds nauwkeurigste klokken en wordt onderzocht voor toepassingen als zelfrijdende auto's en supersnel internet.
Wat is het precies?
Een frequentiekam ontstaat niet toevallig, maar wordt gemaakt met een zogeheten modegekoppelde laser (mode-locked laser). Zo'n laser zendt geen continue lichtstraal uit, maar een rist extreem korte lichtflitsen, elk maar enkele femtoseconden lang (een femtoseconde is een miljoenste van een miljardste seconde). Die flitsen volgen elkaar op met een vaste herhaalfrequentie, vaak enkele honderden miljoenen keer per seconde.
Hier gebeurt iets fraais uit de natuurkunde: een reeks gelijkmatig herhaalde, korte pulsen in de tijd komt overeen met een reeks gelijkmatig verdeelde frequenties in het spectrum. Dit volgt uit de Fourier-analyse, de wiskundige techniek waarmee elk signaal kan worden opgesplitst in een som van zuivere golffrequenties. Zo levert de pulstrein automatisch de "kamtanden" op: duizenden scherpe frequentielijnen, allemaal exact even ver uit elkaar liggend, met een afstand die gelijk is aan de repetitiefrequentie van de laser.
Er is echter een addertje: de hele kam kan als geheel iets verschoven zijn ten opzichte van nul, de zogeheten offsetfrequentie. Om de kam echt bruikbaar te maken als meetlat, moet ook die offset precies bekend zijn. Dat gebeurt met een truc genaamd zelfreferentie (f-2f-interferometrie): licht uit het rode deel van de kam wordt in frequentie verdubbeld en vergeleken met licht uit het blauwe deel. Dat kan alleen als het spectrum van de kam minstens een octaaf breed is, iets wat meestal wordt bereikt door de laserpulsen eerst door een speciale, microscopisch dunne glasvezel te sturen (een fotonisch-kristalvezel) die het spectrum enorm verbreedt.
Sinds het einde van de jaren 2000 bestaat er ook een compactere variant: de microresonatorkam of Kerr-kam. Hierbij wordt geen modegekoppelde laser gebruikt, maar een piepklein ringvormig kanaaltje van glas of siliciumnitride (een microresonator) waar continu laserlicht wordt rondgepompt. Door een niet-lineair optisch effect - het Kerr-effect, waarbij de brekingsindex van het materiaal verandert met de lichtintensiteit - ontstaat vanzelf een frequentiekam, opgesloten in een chip van hooguit enkele millimeters groot. Dit maakt frequentiekammen in potentie veel kleiner en goedkoper dan de klassieke laseropstelling.
Wat wil men ermee bereiken?
Het doel van een frequentiekam is eenvoudig te omschrijven: extreem nauwkeurig weten welke frequentie licht heeft, en dat toepassen waar heel precieze metingen nodig zijn. Vóór de komst van de frequentiekam moesten onderzoekers ingewikkelde ketens van tientallen tussenliggende lasers bouwen om een optische frequentie - honderden biljoenen trillingen per seconde - te koppelen aan de veel langzamere microgolffrequenties waarmee elektronica overweg kan. De frequentiekam vervangt die hele keten door één instrument.
Dat opent de deur naar optische atoomklokken: klokken die niet tikken op cesium-microgolven, zoals de klokken die de huidige seconde definiëren, maar op optische overgangen in atomen als strontium of ytterbium, die honderdduizenden keren sneller trillen. Zulke klokken kunnen in potentie veel nauwkeuriger zijn dan de beste cesiumklokken, maar zonder frequentiekam zou niemand hun tikfrequentie kunnen aflezen.
Daarnaast wil men frequentiekammen inzetten voor spectroscopie: elk molecuul absorbeert licht op zijn eigen, unieke set frequenties, als een soort vingerafdruk. Met een kam als meetlat kun je duizenden van die vingerafdrukken tegelijk en met hoge precisie uitlezen, waardevol voor gasdetectie, medische ademanalyse en klimaatonderzoek.
Ook in de sterrenkunde is er behoefte aan: om piepkleine Dopplerverschuivingen in sterlicht te meten - het signaal waarmee exoplaneten worden opgespoord - moet een spectrograaf extreem nauwkeurig gekalibreerd zijn. Een frequentiekam biedt daarvoor een ijkstandaard die stabieler is dan wat met traditionele kalibratielampen mogelijk was.
Tot slot zien telecombedrijven en chipontwerpers kansen om de vele, dicht opeengepakte kamlijnen te gebruiken als afzonderlijke datakanalen: in plaats van voor elk kanaal in een glasvezelverbinding een aparte laser nodig te hebben, kan één enkele microresonatorkam in principe tientallen kanalen tegelijk leveren.
Voorbeelden uit de praktijk
In 2005 kregen de Duitse natuurkundige Theodor Hänsch en de Amerikaan John Hall de Nobelprijs voor de Natuurkunde, gedeeld met Roy Glauber, voor hun bijdrage aan precisiespectroscopie op basis van laserlicht, waaronder de ontwikkeling van de frequentiekamtechniek eind jaren negentig. Deze erkenning markeert het startpunt van de brede praktische toepassing van frequentiekammen.
Een bekende toepassing is de zogeheten astrokam (astro-comb), ontwikkeld door een samenwerking waarbij onder meer het Max-Planck-Institut für Quantenoptik en de Harvard-Smithsonian sterrenwacht betrokken waren. Rond 2012 lieten onderzoekers zien hoe een frequentiekam de HARPS-spectrograaf op de La Silla-sterrenwacht in Chili zo nauwkeurig kon kalibreren dat snelheidsverschillen van enkele centimeters per seconde in sterlicht meetbaar werden - de resolutie die nodig is om aardachtige exoplaneten op te sporen via de kleine "wiebel" die ze in hun ster veroorzaken.
In 2007 demonstreerde de groep van Tobias Kippenberg, destijds aan de EPFL in Zwitserland, de eerste frequentiekam die volledig op een microresonatorchip werd opgewekt, zonder modegekoppelde laser. Dit werk legde de basis voor compacte, chipgebaseerde frequentiekammen die sindsdien wereldwijd verder zijn ontwikkeld.
Die miniaturisatie kreeg in 2017 een spraakmakend vervolg: onderzoekers van de EPFL en het Karlsruhe Institute of Technology (KIT) publiceerden in Nature dat een enkele microresonatorkam kan dienen als lichtbron voor telecommunicatie, door tientallen kamlijnen tegelijk te gebruiken als aparte datakanalen. In hun proef werd data getransporteerd met een gecombineerde snelheid van meerdere tientallen terabits per seconde over een testverbinding van enkele tientallen kilometers.
Ook bij de ontwikkeling van optische atoomklokken bij instituten als NIST (National Institute of Standards and Technology, VS) en JILA in Boulder spelen frequentiekammen een sleutelrol: ze worden gebruikt om verschillende optische klokken - gebaseerd op elementen als strontium, ytterbium en aluminium - onderling te vergelijken en te koppelen aan de internationale tijdstandaard.
Hoe ver is de techniek?
Klassieke, op vezellasers gebaseerde frequentiekammen zijn inmiddels volwassen technologie: ze zijn al ruim vijftien jaar commercieel verkrijgbaar en staan in metrologie-instituten en universiteiten wereldwijd standaard opgesteld naast atoomklokken en precisiespectrometers.
Optische atoomklokken zelf - een belangrijke drijfveer achter veel van dit onderzoek - zijn wetenschappelijk gezien al jaren nauwkeuriger dan de huidige cesiumklok die de seconde definieert. Toch is de seconde nog niet officieel herzien: er lopen internationale trajecten, mede gecoördineerd door het Bureau International des Poids et Mesures (BIPM, het internationale bureau voor maten en gewichten), om verschillende optische klokken wereldwijd eerst jarenlang met elkaar te vergelijken voordat een nieuwe, op licht gebaseerde seconde-definitie wordt vastgesteld. Daarbij wordt regelmatig een datum rond 2030 genoemd, al kan dit traject vertraging oplopen.
De chipgebaseerde microresonatorkammen staan minder ver: sinds het pionierswerk aan het eind van de jaren 2000 is grote vooruitgang geboekt in stabiliteit en energiezuinigheid, en zijn er laboratoriumdemonstraties van toepassingen in dataoverdracht, radar en lidar (laserafstandmeting, onder meer relevant voor zelfrijdende auto's). Volledig geïntegreerde, in massa te produceren chips die ook buiten het laboratorium robuust werken, zijn echter nog grotendeels onderwerp van onderzoek. Belangrijke obstakels zijn de pomplaser die nodig is om de microresonator aan te sturen, het efficiënt inkoppelen van licht in de chip en het stabiel houden van de kam bij temperatuurschommelingen en trillingen.
Kortom: als meetinstrument in laboratoria is de frequentiekam allang bewezen technologie; als onderdeel van auto's, telecomnetwerken of consumentenapparatuur bevindt de techniek zich nog vooral in de proef- en opschalingsfase.
Wie werken eraan?
Aan de basis staan twee onderzoeksgroepen die de techniek grondlegden: die van Theodor Hänsch aan het Max-Planck-Institut für Quantenoptik in Garching (Duitsland) en die van John Hall aan JILA, een gezamenlijk instituut van de Universiteit van Colorado Boulder en het Amerikaanse NIST. Uit de groep van Hänsch kwam ook het bedrijf Menlo Systems voort, een van de belangrijkste commerciële leveranciers van frequentiekamsystemen.
Op het gebied van chipgebaseerde microresonatorkammen is de groep van Tobias Kippenberg, nu aan de EPFL in Lausanne (Zwitserland), toonaangevend, vaak in samenwerking met het Karlsruhe Institute of Technology (KIT) in Duitsland. Ook Amerikaanse instituten als NIST en Caltech en onderzoeksgroepen in onder meer Japan en China publiceren actief op dit terrein.
Daarnaast zijn nationale metrologie-instituten - organisaties die de wettelijke meetstandaarden van een land beheren, zoals de Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB) in Duitsland, het National Physical Laboratory (NPL) in het Verenigd Koninkrijk en LNE-SYRTE in Frankrijk - nauw betrokken bij het gebruik van frequentiekammen voor optische atoomklokken en tijdsvergelijkingen. Voor toepassingen in telecommunicatie en sensoren investeren ook chip- en telecombedrijven, onder meer rond siliciumfotonica, in de verdere ontwikkeling van compacte frequentiekambronnen.
Verder lezen
- Nobelprize.org - achtergrond over de Nobelprijs Natuurkunde 2005 voor precisiespectroscopie en de frequentiekamtechniek
- National Institute of Standards and Technology (NIST) - onderzoek naar optische klokken en frequentiekammen
- Max-Planck-Institut für Quantenoptik - onderzoeksgroep van Theodor Hänsch
- Menlo Systems - commerciële leverancier van frequentiekamsystemen
- Nature - wetenschappelijk vakblad met sleutelpublicaties over frequentiekammen