Online leren
Online leren betekent dat je kennis of vaardigheden opdoet via internet, in plaats van uitsluitend in een klaslokaal. Denk aan een videocollege dat je 's avonds op de bank bekijkt, een taalapp die je in de trein gebruikt, of een volledige universitaire cursus die je vanuit huis volgt en afsluit met een certificaat. De leraar hoeft niet meer in dezelfde ruimte te staan, en jij hoeft niet op een vast tijdstip aanwezig te zijn.
Een goede analogie is de overstap van de bioscoop naar streaming. Vroeger moest je naar één plek om op één tijdstip een film te zien; nu kies je zelf wanneer en waar je kijkt, en het aanbod is enorm gegroeid. Zo werkt het ook met leren: waar je vroeger fysiek aanwezig moest zijn bij een docent, kun je nu putten uit duizenden cursussen, van gratis video's tot volwaardige masterprogramma's, allemaal via een scherm.
Wat is het precies?
De kern van online leren is een digitaal platform waarop lesmateriaal, opdrachten en toetsen samenkomen. Zo'n platform heet in vakjargon een LMS, oftewel learning management system: software die bijhoudt wie welke lessen heeft gevolgd, welke cijfers zijn behaald en wanneer opdrachten moeten worden ingeleverd. Scholen en universiteiten gebruiken vaak zo'n systeem, ook voor lessen die deels fysiek plaatsvinden.
Een bekende vorm van online leren is de MOOC, wat staat voor massive open online course: een open cursus die in principe onbeperkt veel mensen tegelijk kunnen volgen, vaak gratis toegankelijk te bekijken maar met een betaald certificaat als je een officieel bewijs wilt. Een MOOC bestaat meestal uit korte video's, ingebouwde quizvragen en een forum waar deelnemers elkaar kunnen helpen.
Bij het plannen van lessen wordt onderscheid gemaakt tussen synchroon en asynchroon leren. Synchroon betekent dat iedereen op hetzelfde moment inlogt, bijvoorbeeld voor een live videocollege waarbij je vragen kunt stellen. Asynchroon betekent dat je het materiaal bekijkt wanneer het jou uitkomt, zonder dat anderen tegelijk online hoeven te zijn.
Steeds vaker wordt ook adaptief leren ingezet: software die op basis van jouw antwoorden bepaalt welke stof je nog niet beheerst en daar extra oefeningen voor aanbiedt. Dit gebeurt met algoritmes die het leerpad aanpassen aan het tempo en de fouten van de gebruiker, vergelijkbaar met hoe een navigatiesysteem een nieuwe route berekent als je een afslag mist. Verder maken veel platforms gebruik van gamification: spelelementen zoals punten, levels en dagelijkse reeksen die motiveren om door te gaan, een techniek die vooral bekend is van taal-apps.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste belofte van online leren is toegankelijkheid. Iemand in een dorp zonder universiteit in de buurt kan nu toch een cursus van een gerenommeerde instelling volgen, mits er een internetverbinding is. Dat maakt onderwijs in theorie minder afhankelijk van waar je woont of hoeveel geld je hebt om te reizen en te verblijven.
Een tweede doel is schaalbaarheid: één docent kan via video en geautomatiseerde toetsing duizenden of zelfs miljoenen studenten tegelijk bereiken, iets wat in een fysiek klaslokaal onmogelijk is. Dat kan de kosten per student flink verlagen, al blijft het maken van goed lesmateriaal en het onderhouden van een platform zelf kostbaar.
Flexibiliteit is een derde drijfveer. Mensen die al werken of zorgtaken hebben, kunnen studeren in de avonduren of in kleine brokjes tijd, in hun eigen tempo. Dit sluit aan bij het idee van levenslang leren: het besef dat je in een snel veranderende arbeidsmarkt je hele leven nieuwe vaardigheden moet blijven bijleren, niet alleen tijdens een opleiding op jonge leeftijd.
Voorbeelden uit de praktijk
Khan Academy, opgericht in 2008 door Salman Khan, begon als een verzameling gratis instructievideo's over wiskunde op YouTube en groeide uit tot een non-profitplatform met duizenden lessen voor basis- en middelbaar onderwijs, wereldwijd gebruikt door zowel leerlingen als docenten.
Coursera werd in 2012 opgericht door Andrew Ng en Daphne Koller, beiden hoogleraren aan Stanford University, en was een van de eerste grote MOOC-platforms. Universiteiten en bedrijven bieden er cursussen en zelfs volledige online master-opleidingen aan, met certificaten die tegen betaling te behalen zijn.
In datzelfde jaar, 2012, richtten het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en Harvard University gezamenlijk edX op, aanvankelijk als non-profitinitiatief. Sinds 2021 is edX onderdeel van het beursgenoteerde bedrijf 2U, wat destijds discussie opriep over de balans tussen open, toegankelijk onderwijs en commerciële belangen.
Duolingo, gelanceerd in 2011-2012 door Luis von Ahn en Severin Hacker, maakte taalonderwijs laagdrempelig via een gratis app met gamification: korte oefeningen, puntensystemen en herinneringen om dagelijks te oefenen. Het bedrijf ging in 2021 naar de beurs.
Ook Nederlandse instellingen doen mee: TU Delft en Wageningen University & Research bieden al jaren MOOCs aan via platforms als edX en Coursera, over onderwerpen van waterbeheer tot voedselzekerheid. De coronapandemie zorgde in 2020 voor een plotselinge en wereldwijde versnelling, toen scholen en universiteiten van de ene op de andere dag noodgedwongen overstapten op online onderwijs.
Hoe ver is de techniek?
Online leren is inmiddels een volwassen en breed gebruikt onderdeel van het onderwijslandschap, geen experimentele technologie meer. Vrijwel elke onderwijsinstelling gebruikt op zijn minst een LMS, en het aanbod aan MOOCs en losse cursussen is de afgelopen vijftien jaar enorm gegroeid.
Toch zijn er hardnekkige knelpunten. MOOCs kampen van meet af aan met hoge uitvalpercentages: onderzoek laat zien dat vaak minder dan tien procent van de aanmelders een gratis online cursus daadwerkelijk afrondt. Zonder de sociale druk van een klaslokaal en een vaste docent blijkt het voor veel mensen lastig om gemotiveerd te blijven.
Een ander punt van zorg is de digitale kloof: niet iedereen heeft een snelle internetverbinding, een geschikt apparaat of de digitale vaardigheden om goed mee te kunnen doen, waardoor online leren ongelijkheid soms eerder vergroot dan verkleint. Ook is er kwaliteitsverschil tussen cursussen; niet elk certificaat weegt even zwaar bij werkgevers, en er is nog geen uniforme standaard voor de waarde van online diploma's.
De effectiviteit van adaptieve, op algoritmes gebaseerde leersystemen is veelbelovend maar nog niet overtuigend bewezen op grote schaal: studies laten wisselende resultaten zien, en het is lastig te isoleren of verbeteringen komen door de technologie zelf of door andere factoren zoals extra begeleiding. Onderzoekers zijn het erover eens dat online leren het beste werkt in combinatie met menselijke begeleiding, niet als volledige vervanging daarvan.
Wie werken eraan?
Commerciële platforms als Coursera, 2U (met edX), Udemy en LinkedIn Learning vormen inmiddels een aanzienlijke sector, naast gespecialiseerde bedrijven zoals Duolingo voor talen. Daarnaast bestaan non-profitinitiatieven zoals Khan Academy, die met donaties en subsidies gratis onderwijs aanbieden.
Op onderzoeksgebied lopen Amerikaanse universiteiten als MIT, Stanford en Harvard voorop, mede omdat zij aan de basis stonden van de eerste grote MOOC-platforms. In Nederland houden de Open Universiteit, die van oudsher gespecialiseerd is in afstandsonderwijs, en SURF, de landelijke ict-samenwerkingsorganisatie voor onderwijs en onderzoek, zich actief bezig met de ontwikkeling en ondersteuning van online leren. Ook reguliere universiteiten zoals TU Delft investeren in eigen online-onderwijsteams.