Onderzeekabel: de dunne draden op de bodem van de oceaan die het internet dragen
Als je een video-oproep doet met iemand in Amerika, denk je misschien dat je bericht via een satelliet omhoog en weer omlaag schiet. In werkelijkheid gaat bijna al het internationale internetverkeer via kabels die letterlijk op de bodem van de oceaan liggen. Zo'n onderzeekabel (ook wel zeekabel of submarine cable genoemd) is een lange, beschermde glasvezelkabel die continenten met elkaar verbindt door duizenden kilometers over de zeebodem te lopen.
Stel je een tuinslang voor, maar dan gevuld met haardunne glasdraden waar lichtflitsen doorheen razen in plaats van water. Die 'tuinslang' wordt vanaf een gespecialiseerd kabelschip stukje bij beetje uitgerold, van de ene kust naar de andere, soms dwars over de Atlantische Oceaan, soms langs de kust van hele continenten. Meer dan 95% van al het dataverkeer tussen landen — e-mails, video's, financiële transacties, dit artikel dat je nu leest — reist op enig moment via zo'n kabel. Satellieten spelen daarbij maar een marginale rol.
Wat is het precies?
Een onderzeekabel bestaat in de kern uit een of meerdere paren glasvezeldraden, elk dunner dan een mensenhaar. Door die vezels worden gegevens verstuurd als pulsen laserlicht: aan is een 1, uit is een 0. Omdat licht zich razendsnel voortplant, reist een signaal van Amsterdam naar New York in slechts enkele tientallen milliseconden.
Die kwetsbare glasvezels worden beschermd door lagen staaldraad, koper en kunststof, vergelijkbaar met de opbouw van een stalen kabel die een brug ondersteunt. Dicht bij de kust, waar vissersnetten, ankers en getijden een risico vormen, is de kabel extra dik en wordt hij vaak enkele meters onder de zeebodem ingegraven. Op de diepe oceaanbodem — soms wel acht kilometer diep — ligt de kabel gewoon los, beschermd door de afgelegen locatie zelf.
Licht verzwakt na verloop van tijd, dus elke 60 tot 100 kilometer zit een repeater ingebouwd: een cilindervormig apparaat dat het signaal versterkt met behulp van een technologie genaamd erbium-gedoteerde vezelversterking. Deze repeaters krijgen stroom via de kabel zelf, aangeleverd vanaf de walstations aan weerszijden van de oceaan. Een enkele kabel kan zo duizenden kilometers overbruggen zonder dat er ergens onderweg stroom uit de zee hoeft te komen.
Het aanleggen gebeurt met gespecialiseerde kabelschepen die de kabel met een gecontroleerde snelheid afrollen terwijl ze varen, soms geholpen door een onderwaterploeg (een op afstand bestuurd voertuig) die de kabel in de zeebodem begraaft. Reparaties gebeuren op vergelijkbare wijze: een schip vist de beschadigde kabel op, knipt het defecte stuk eruit en last een nieuw stuk aaneen — precisiewerk op open zee dat dagen tot weken kan duren.
Wat wil men ermee bereiken?
Het primaire doel is simpel: zoveel mogelijk data zo snel en betrouwbaar mogelijk tussen continenten vervoeren. Onderzeekabels zijn goedkoper per verstuurde bit, sneller (lagere vertraging) en hebben veel meer capaciteit dan satellietverbindingen. Voor clouddiensten, financiële handel, videostreaming en internationale telefonie is deze infrastructuur onmisbaar.
Daarnaast is er een geopolitieke en economische laag. Landen en techbedrijven willen niet afhankelijk zijn van slechts één of twee kabelroutes, omdat een kabelbreuk dan een heel land van het internet kan afsnijden. Diversificatie van routes — bijvoorbeeld nieuwe kabels via de Noordelijke IJszee of om Afrika heen in plaats van via kwetsbare knooppunten zoals de Rode Zee of het Suezkanaal — is daarom een expliciet doel geworden.
Grote technologiebedrijven zoals Google, Meta en Microsoft investeren inmiddels zelf in kabels, niet om winst te maken op het verhuren van capaciteit, maar om grip te krijgen op de snelheid en betrouwbaarheid van hun eigen datacenters wereldwijd. Voor hen is een eigen kabel vergelijkbaar met een eigen snelweg in plaats van afhankelijk zijn van de openbare weg.
Voorbeelden uit de praktijk
2Africa is met een geplande lengte van ongeveer 45.000 kilometer een van de langste onderzeekabels ter wereld. Het project, geleid door een consortium waaronder Meta, MTN, Orange, Vodafone en China Mobile, verbindt Afrika met Europa en het Midden-Oosten en werd in fases opgeleverd, met belangrijke delen die in 2023 en 2024 operationeel werden.
Dunant (vernoemd naar Rode Kruis-oprichter Henry Dunant) is een transatlantische kabel van Google tussen de Verenigde Staten en Frankrijk, die in 2021 in gebruik werd genomen en destijds gold als een van de kabels met de hoogste capaciteit ooit gebouwd.
Equiano, eveneens een Google-kabel, loopt langs de westkust van Afrika van Portugal naar Zuid-Afrika en werd stapsgewijs in gebruik genomen vanaf 2022, met als doel de internetsnelheid in landen als Nigeria en Namibië fors te verhogen.
Historisch gezien was TAT-1 (Transatlantic No. 1) uit 1956 de eerste telefoonkabel over de Atlantische Oceaan — een technologische mijlpaal die telefoongesprekken tussen Europa en Noord-Amerika voor het eerst mogelijk maakte zonder radioverbindingen.
Recenter is er veel media-aandacht geweest voor beschadigingen aan kabels in de Oostzee, waar in 2024 en 2025 meerdere kabels tussen onder meer Finland, Estland en Duitsland beschadigd raakten, vermoedelijk door ankers van vrachtschepen. Deze incidenten zetten de kwetsbaarheid van kabels prominent op de politieke agenda in Europa.
Hoe ver is de techniek?
De basistechnologie — glasvezel met lichtsignalen — is decennia oud en zeer volwassen. Wat wél snel verandert, is de capaciteit: door slimmere signaalverwerking en meer vezelparen per kabel is de hoeveelheid data die door één kabel kan, de afgelopen tien jaar vertienvoudigd. Waar oudere kabels enkele terabits per seconde aankonden, halen de nieuwste ontwerpen honderden terabits per seconde.
Een belangrijk obstakel is niet de techniek zelf, maar de kwetsbaarheid van het wereldwijde netwerk. Er zijn wereldwijd naar schatting enkele honderden actieve onderzeekabels, en gemiddeld raken er jaarlijks meer dan honderd beschadigd door visserij, ankers of natuurlijke oorzaken zoals onderzeese aardverschuivingen. De meeste reparaties verlopen routinematig, maar het aantal gespecialiseerde reparatieschepen wereldwijd is beperkt, wat bij meerdere gelijktijdige incidenten tot vertragingen kan leiden.
Een nieuwere zorg is moedwillige sabotage. Naar aanleiding van de incidenten in de Oostzee en eerdere schade aan kabels bij Taiwan en in de Rode Zee (deze laatste mogelijk gerelateerd aan aanvallen door Houthi-rebellen op scheepvaart) hebben NAVO-landen vanaf 2024 extra bewaking en patrouilles ingesteld rond kritieke kabelroutes. Bewijs voor opzettelijke sabotage is in veel gevallen echter moeilijk hard te maken; onderzoeken lopen nog en niet elk incident is eenduidig toe te schrijven aan kwade opzet.
Nieuwe routes, zoals de geplande Far North Fiber-kabel door de Noordelijke IJszee tussen Europa, Alaska en Japan, bevinden zich nog in de bouw- of planningsfase en moeten in de komende jaren operationeel worden. Zulke arctische routes zijn technisch uitdagender vanwege ijs en extreme omstandigheden, maar bieden een alternatief voor drukke, geopolitiek gevoelige zeestraten.
Wie werken eraan?
Het daadwerkelijke aanleggen van kabels wordt gedomineerd door een klein aantal gespecialiseerde bedrijven: SubCom (Verenigde Staten), Alcatel Submarine Networks / ASN (Frankrijk, onderdeel van Nokia), NEC (Japan) en de Chinese speler HMN Technologies (voorheen Huawei Marine). Deze bedrijven bouwen de kabels, bezitten de gespecialiseerde schepen en voeren ook reparaties uit.
Grote techbedrijven zoals Google, Meta, Amazon en Microsoft zijn de afgelopen tien jaar van klant tot mede-eigenaar geworden: ze financieren en gebruiken kabels vaak samen met telecombedrijven zoals Orange, Vodafone, China Mobile en Telxius binnen internationale consortia.
Op beleidsniveau houdt de International Cable Protection Committee (ICPC) zich bezig met de bescherming van kabels wereldwijd, terwijl de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU), een VN-organisatie, meewerkt aan internationale afspraken over infrastructuur. Onderzoeksbureau TeleGeography houdt gedetailleerd bij welke kabels waar liggen en wordt veel geciteerd als onafhankelijke bron. Op Europees niveau zijn de Europese Commissie en de NAVO recent actiever geworden in het beschermen van kabels in wateren zoals de Oostzee, mede na de incidenten van 2024-2025.