NVLink Fusion: hoe Nvidia zijn supersnelle chipverbinding openstelt voor concurrenten
Stel je een snelweg voor die is aangelegd voor één type vrachtwagen: de eigen wagens van Nvidia. Jarenlang reden alleen Nvidia-grafische chips (gpu's) over die snelweg, via een verbindingstechniek die zij zelf 'NVLink' noemen. Andere merken vrachtwagens moesten via de smalle binnenwegen: langzamere, standaard verbindingen zoals PCIe. Met NVLink Fusion opent Nvidia een deel van die snelweg voor vrachtwagens van andere merken, zodat ook chips van bijvoorbeeld Qualcomm of Fujitsu er gebruik van kunnen maken.
Concreet betekent dit dat bedrijven die hun eigen computerchips ontwerpen, deze voortaan razendsnel kunnen laten samenwerken met Nvidia's grafische chips. Waar computeronderdelen normaal met elkaar praten via relatief trage, algemene verbindingen, kunnen chips die via NVLink Fusion zijn aangesloten data uitwisselen met een snelheid en directheid die voorheen alleen was voorbehouden aan Nvidia's eigen onderling verbonden chips. Voor grote clouddiensten die AI-systemen bouwen, kan dat het verschil maken tussen een traag en een supersnel datacenter.
Wat is het precies?
Om NVLink Fusion te begrijpen, moet je eerst weten wat NVLink zelf is. Het is een verbindingstechnologie die Nvidia zelf heeft ontwikkeld om meerdere gpu's (grafische processoren, de chips die oorspronkelijk voor games werden gemaakt maar nu vooral AI-berekeningen doen) razendsnel met elkaar te laten communiceren. Een standaardverbinding zoals PCIe (de gangbare aansluiting tussen bijvoorbeeld een videokaart en de rest van een computer) is relatief traag vergeleken met NVLink, dat veel meer data per seconde kan verplaatsen.
In de nieuwste generatie datacenters bouwt Nvidia complete rekken vol chips die via een soort interne 'schakelkast', de NVLink Switch, met elkaar zijn verbonden. Zo'n rek gedraagt zich eigenlijk als één enorme chip in plaats van losse onderdelen. Tot voor kort was dat netwerk exclusief voor Nvidia-hardware: eigen gpu's en de eigen 'Grace'-processoren (de algemene rekenchips van Nvidia, vergelijkbaar met de processor in een gewone computer).
NVLink Fusion verandert dat door twee dingen mogelijk te maken. Ten eerste kunnen bedrijven hun eigen, op maat gemaakte hoofdprocessor (cpu) aansluiten op Nvidia-gpu's via NVLink, in plaats van via de trage standaardpoorten. Ten tweede kunnen bedrijven hun eigen gespecialiseerde AI-chips, ook wel 'XPU's' genoemd (een verzamelnaam voor chips die op maat zijn gemaakt voor een specifieke taak, zoals AI-berekeningen), laten meedraaien in hetzelfde snelle netwerk als Nvidia's gpu's. Nvidia levert hiervoor de technische bouwstenen: een stukje herbruikbare chipontwerp-technologie, ook wel 'IP' genoemd (intellectual property, oftewel kant-en-klare technische bouwblokken die andere bedrijven in hun eigen chipontwerp kunnen verwerken), waarmee chipontwerpers een NVLink-aansluiting in hun eigen chip kunnen inbouwen.
Belangrijk is dat dit geen open, universele standaard is zoals bijvoorbeeld USB. Het blijft technologie van Nvidia, die het bedrijf via licenties beschikbaar stelt aan een selecte groep partners. Nvidia bepaalt dus nog altijd wie er mag meedoen en onder welke voorwaarden.
Wat wil men ermee bereiken?
De directe aanleiding is een verschuiving in de markt voor AI-hardware. Grote clouddiensten zoals Google, Amazon en Microsoft bouwen steeds vaker hun eigen, op maat gemaakte AI-chips, zogeheten ASIC's (Application-Specific Integrated Circuits: chips die specifiek zijn ontworpen voor één taak, in tegenstelling tot een algemene gpu). Denk aan Google's TPU-chips of Amazons Trainium-chips. Deze bedrijven doen dat om minder afhankelijk te worden van Nvidia en om kosten te besparen, aangezien Nvidia-gpu's duur zijn en de vraag ernaar torenhoog is.
Voor Nvidia is dat een bedreiging: als clouddiensten volledig overstappen op eigen chips, loopt Nvidia omzet mis. NVLink Fusion is Nvidia's antwoord daarop. In plaats van te proberen deze klanten volledig terug te winnen met eigen chips, biedt Nvidia aan om zijn snelle verbindingstechnologie te verhuren aan diezelfde bedrijven. Zo kan een clouddienst een eigen AI-chip bouwen, maar die chip toch laten samenwerken met Nvidia-gpu's via de snelste beschikbare verbinding. Nvidia verdient dan niet aan de verkoop van een complete chip, maar wel aan licenties, gpu's die alsnog in het rek belanden, en de rol van 'lijm' die alles verbindt.
De onderliggende gedachte is dat Nvidia liever een onmisbaar onderdeel blijft van elk AI-datacenter, ook als het bedrijf niet meer elke chip zelf levert. Door de belangrijkste verbinding tussen chips in eigen hand te houden, blijft Nvidia een sleutelpositie behouden, zelfs in datacenters die grotendeels uit chips van andere merken bestaan.
Voorbeelden uit de praktijk
Nvidia kondigde NVLink Fusion aan tijdens de Computex-techbeurs in Taipei, in mei 2025, tijdens een keynote van topman Jensen Huang. Bij de aankondiging noemde Nvidia een aantal partners die als eerste met de technologie aan de slag gaan.
Chipontwerper Qualcomm, vooral bekend van processoren voor smartphones, werd genoemd als partner die eigen, op maat gemaakte serverprocessoren wil laten aansluiten via NVLink Fusion. Ook Fujitsu, het Japanse technologiebedrijf dat al langer eigen serverprocessoren (de Monaka-serie) ontwikkelt, staat op de lijst van partners die hun cpu's geschikt willen maken voor de technologie.
Aan de kant van de chipontwerp-industrie noemde Nvidia bedrijven als Marvell, Alchip Technologies en Astera Labs: gespecialiseerde bedrijven die andere techbedrijven helpen bij het ontwerpen en produceren van chips op maat. Zij bouwen de NVLink-technologie in als bouwblok, zodat hun klanten (vaak clouddiensten) relatief eenvoudig chips kunnen laten maken die met Nvidia-hardware kunnen communiceren. Ook grote ontwerpsoftware-leveranciers als Synopsys en Cadence, wier programma's chipontwerpers gebruiken om nieuwe chips te tekenen en te testen, pasten hun gereedschappen aan om NVLink-ondersteuning makkelijker te maken.
Concrete, volledig afgeronde datacenters die vandaag al draaien op NVLink Fusion-hardware zijn er, voor zover openbaar bekend, nog niet: de genoemde voorbeelden betreffen aangekondigde samenwerkingen en technologie die in ontwikkeling is, niet al operationele systemen bij eindgebruikers.
Hoe ver is de techniek?
NVLink Fusion bevindt zich in een vroege fase. De aankondiging in mei 2025 ging vooral over de mogelijkheid en de eerste partnerschappen, niet over kant-en-klare producten die al in datacenters draaien. Chipontwikkeling is een langzaam proces: van het besluit om NVLink-ondersteuning in een chip in te bouwen tot een werkend, geproduceerd exemplaar gaan doorgaans meerdere jaren overheen, onder meer omdat een nieuw chipontwerp eerst getekend, gesimuleerd, geproduceerd en getest moet worden voordat het in een datacenter kan worden ingezet.
De onderliggende technologie is overigens niet gloednieuw. Nvidia gebruikt de basis, genaamd NVLink-C2C (chip-to-chip, oftewel een verbinding tussen twee losse chips op één chippakket), al langer intern om bijvoorbeeld zijn eigen Grace-processor te koppelen aan zijn Hopper- en Blackwell-gpu's. Met NVLink Fusion maakt Nvidia dit stukje techniek nu ook extern beschikbaar, in plaats van het puur voor eigen gebruik te houden.
Een belangrijk obstakel is dat dit geen neutrale, open standaard is: partners zijn afhankelijk van Nvidia's licentiebeleid en van chipontwerp-technologie die eigendom blijft van Nvidia. Concurrenten en onafhankelijke waarnemers wijzen erop dat dit Nvidia's greep op de markt eerder verstevigt dan verzwakt, ook al lijkt het oppervlakkig gezien een opening naar meer diversiteit in hardware. Daarnaast is onduidelijk hoeveel van de aangekondigde partnerschappen daadwerkelijk zullen leiden tot chips die in de praktijk op grote schaal worden geproduceerd en gebruikt; dergelijke aankondigingen in de chipindustrie leiden niet altijd tot commercieel succesvolle producten.
Wie werken eraan?
Nvidia zelf ontwikkelt en beheert de kern van de technologie, en blijft degene die bepaalt wie er via licenties toegang krijgt. Voor de daadwerkelijke chipontwikkeling is Nvidia afhankelijk van partners: chipontwerpers zoals Qualcomm en Fujitsu die uiteindelijk de processoren maken die via NVLink Fusion worden aangesloten, en gespecialiseerde ontwerpbedrijven zoals Marvell, Alchip Technologies en Astera Labs die de technische integratie voor klanten verzorgen.
Software- en ontwerpgereedschapmakers Synopsys en Cadence spelen een ondersteunende rol: hun programma's worden door vrijwel de hele chipindustrie gebruikt om nieuwe chips te ontwerpen, en hun aanpassingen maken het voor chipontwerpers eenvoudiger om NVLink-ondersteuning in hun eigen ontwerpen te verwerken.
Op de achtergrond spelen ook de grote Amerikaanse clouddiensten zoals Google, Amazon, Microsoft en Meta een rol als beoogde afnemers: zij zijn de partijen die eigen AI-chips bouwen en voor wie NVLink Fusion aantrekkelijk zou moeten zijn. Nvidia heeft echter geen van deze bedrijven expliciet als bevestigde klant van NVLink Fusion genoemd bij de aankondiging; het gaat vooralsnog om een aanbod aan de bredere markt van chipontwerpers en clouddiensten.