Novel food-dossier: hoe nieuwe voedingsmiddelen de Europese markt op mogen
Een novel food-dossier is het formele aanvraagbestand dat een bedrijf bij de Europese Unie moet indienen wanneer het een écht nieuw soort voedingsmiddel wil verkopen: iets dat Europeanen voor 1997 niet of nauwelijks aten. Denk aan meel van insecten, olie uit gekweekte algen of, meer recent, vlees dat niet van een geslacht dier komt maar in een bioreactor is opgekweekt uit cellen. Voordat zo'n product in de supermarkt mag liggen, moet eerst worden aangetoond dat het veilig is om te eten.
Vergelijk het met de goedkeuring van een nieuw medicijn: ook daar mag een fabrikant niet zomaar een pil op de markt brengen, maar moet eerst een dik dossier met veiligheidsgegevens worden beoordeeld door een onafhankelijke waakhond. Bij voedsel is die waakhond de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), en het dossier heet een novel food-dossier. Pas als de beoordeling positief is en alle EU-landen akkoord gaan, komt het product op de zogeheten Unielijst van toegestane nieuwe voedingsmiddelen te staan en mag het overal in de EU verkocht worden.
Wat is het precies?
De basis is de Novel Food-verordening, officieel Verordening (EU) 2015/2283, die sinds 1 januari 2018 van kracht is. Daarin staat een vrij eenvoudige definitie: een novel food is elk voedingsmiddel dat vóór 15 mei 1997 niet in significante mate door mensen in de EU werd gegeten. Die datum is willekeurig gekozen als praktisch ijkpunt, maar heeft grote gevolgen: alles wat na die datum als nieuw wordt beschouwd, valt onder de regels, ook als het elders ter wereld al eeuwenlang gegeten wordt.
Er zijn drie hoofdcategorieën. Ten eerste nieuwe voedselbronnen, zoals insecten of algen. Ten tweede voedsel gemaakt met een nieuwe productiemethode, zoals gekweekt vlees of eiwitten uit precisiefermentatie (waarbij micro-organismen in een tank specifieke eiwitten aanmaken). Ten derde traditionele voedingsmiddelen uit landen buiten de EU die daar al lang gegeten worden, maar in Europa onbekend zijn, zoals bepaalde tropische vruchten of zaden.
Het dossier zelf is een uitgebreid rapport waarin de aanvrager beschrijft hoe het product wordt gemaakt, wat de samenstelling is, of er allergene stoffen in zitten, hoeveel mensen het naar verwachting zullen eten en welke dierstudies of andere veiligheidstests zijn uitgevoerd. Dat dossier gaat via een digitaal indieningsportaal naar de Europese Commissie, die het doorstuurt naar EFSA voor een wetenschappelijke risicobeoordeling. Concludeert EFSA dat het product veilig is, dan stemmen de EU-lidstaten in een comité (het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed, kortweg SCoPAFF) over de definitieve toelating. Bij een positieve stemming schrijft de Commissie het product bij op de Unielijst.
Wat wil men ermee bereiken?
Het belangrijkste doel is consumentenbescherming: voorkomen dat mensen onbekende risico's lopen met voedsel waar simpelweg nog geen ervaring mee is. Een stof die in een ander land al jaren gegeten wordt, kan bij Europeanen toch onverwachte allergische reacties of andere effecten veroorzaken, en dat wil de wetgever vooraf uitsluiten in plaats van achteraf ontdekken.
Daarnaast heeft de regeling een economisch doel: één Europese procedure in plaats van 27 nationale goedkeuringstrajecten. Voor een bedrijf is het aantrekkelijker om één keer een dossier bij de EU in te dienen dan om in elk lidstaat apart een vergunning te moeten regelen. Dat maakt de interne markt eenvoudiger en voorspelbaarder.
Tot slot speelt er een bredere ambitie: de EU wil ruimte bieden aan voedselinnovatie die kan bijdragen aan een duurzamer voedselsysteem. Insecten en gekweekt vlees worden vaak genoemd als alternatieven voor traditioneel vlees met een kleinere klimaat- en landgebruiksvoetafdruk. Het novel food-kader is daarmee niet alleen een veiligheidsfilter, maar ook de poort waardoor dit soort producten de markt moet passeren voordat ze een reële rol kunnen spelen in de eiwittransitie, de verschuiving van dierlijke naar meer plantaardige of alternatieve eiwitbronnen.
Voorbeelden uit de praktijk
De meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden zijn de insecten die de afgelopen jaren via dit traject zijn goedgekeurd. De gedroogde meelworm (larve van de meeltor, Tenebrio molitor) was in juni 2021 het eerste insect dat een EU-brede toelating kreeg, onder meer verwerkt in snacks en broodproducten. Later dat jaar, in november 2021, volgde de treksprinkhaan (Locusta migratoria). Begin 2022 werd de huiskrekel (Acheta domesticus) toegelaten, in bevroren, gedroogde en poedervorm. In 2023 kwam daar de kleine meeltorlarve (Alphitobius diaperinus) bij.
Een ander voorbeeld is algenolie, gewonnen uit de microalg Schizochytrium, die als bron van omega-3-vetzuren (DHA) is toegelaten en inmiddels in allerlei verrijkte producten wordt verwerkt, van zuivelvervangers tot voedingssupplementen.
Het meest besproken dossier op dit moment is dat van gekweekt vlees, ook wel cultivated meat of kweekvlees genoemd: spiercellen van een dier die in een bioreactor worden vermeerderd tot een vleesachtig product, zonder dat daarvoor een dier geslacht hoeft te worden. Verschillende bedrijven, waaronder het Nederlandse Mosa Meat (bekend van 's werelds eerste kweekvleeshamburger in 2013, gepresenteerd door onderzoeker Mark Post), hebben novel food-dossiers ingediend of aangekondigd deze in te dienen. Tot op heden is nog geen enkel kweekvleesproduct via dit traject EU-breed goedgekeurd; de beoordeling loopt.
Hoe ver is de techniek?
De procedure zelf is inmiddels goed ingesleten: sinds de verordening in 2018 in werking trad, zijn tientallen producten via dit traject beoordeeld en toegelaten. Formeel heeft EFSA negen maanden de tijd voor zijn risicobeoordeling, maar in de praktijk duurt het vaak langer, omdat de klok stilstaat zodra EFSA aanvullende gegevens bij de aanvrager opvraagt. Reken in de praktijk op anderhalf tot enkele jaren tussen indiening en definitieve opname op de Unielijst.
Bij de insectendossiers bleek vooral de politieke en maatschappelijke context lastig: onjuiste geruchten dat insecten "stiekem" in gewoon brood of pasta zouden worden verwerkt, leidden in verschillende lidstaten tot ophef, terwijl toegelaten insectenproducten juist verplicht geëtiketteerd moeten worden. Bij gekweekt vlees ligt de discussie nog gevoeliger: Italië nam eind 2023 een nationale wet aan die de productie en verkoop van gekweekt vlees op eigen bodem verbiedt, vooruitlopend op een eventuele EU-toelating. Dat toont een spanningsveld: de novel food-procedure is een EU-bevoegdheid, maar individuele lidstaten proberen via andere wetgeving toch invloed uit te oefenen op wat er uiteindelijk op het bord belandt.
Onzeker is vooral hoe snel en in welke vorm gekweekt vlees eventueel wordt goedgekeurd, en of de huidige politieke weerstand in sommige lidstaten de facto voor vertraging zorgt, ook als EFSA een product veilig verklaart. Buiten de EU is de techniek al verder: Singapore keurde in 2020 als eerste land ter wereld gekweekt kip goed voor verkoop, en de Verenigde Staten volgden in 2023 met goedkeuringen voor de bedrijven Upside Foods en Good Meat.
Wie werken eraan?
Binnen de EU zijn twee instanties centraal. EFSA, gevestigd in Parma, voert de onafhankelijke wetenschappelijke risicobeoordeling uit en publiceert die als openbaar advies. De Europese Commissie (met name het directoraat-generaal voor gezondheid en voedselveiligheid, DG SANTE) is verantwoordelijk voor het beleid en de uiteindelijke besluitvorming, samen met vertegenwoordigers van de 27 lidstaten in het SCoPAFF-comité. In Nederland houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht op de naleving van de regels zodra een product is toegelaten.
Aan de kant van de aanvragers gaat het vaak om gespecialiseerde bedrijven. In de insectensector zijn Nederlandse en Franse spelers als Protix en Ÿnsect bekende namen, die insecten kweken voor zowel humane voeding als diervoer. Op het gebied van gekweekt vlees lopen Mosa Meat (Nederland) en verschillende Noord-Europese en Amerikaanse start-ups voorop met onderzoek en dossiervoorbereiding. Wageningen University & Research is als kennisinstelling nauw betrokken bij onderzoek naar alternatieve eiwitten, wat regelmatig als wetenschappelijke onderbouwing in dossiers terugkomt.
Buiten de EU heeft het Verenigd Koninkrijk sinds de brexit een eigen, vergelijkbaar traject via de Food Standards Agency (FSA), los van de Europese procedure. Wereldwijd lopen landen als Singapore en de VS voorop met snellere of eerdere goedkeuringen voor met name gekweekt vlees, wat de vergelijking met het voorzichtigere Europese tempo scherp maakt.