Neuroproteasoom: de opruimdienst van de zenuwcel
Elke cel in ons lichaam produceert voortdurend eiwitten, en net zo voortdurend raken sommige van die eiwitten beschadigd, verkeerd gevouwen of overbodig. Zonder een systeem om die afvaleiwitten op te ruimen zou een cel langzaam verstopt raken. Dat opruimsysteem heet het proteasoom: een tonvormig eiwitcomplex dat als een soort papierversnipperaar oude en foutieve eiwitten in stukken knipt. Het neuroproteasoom is de term die onderzoekers en journalisten gebruiken voor dit proteasoomsysteem zoals het functioneert in zenuwcellen, de neuronen waaruit onze hersenen en ons zenuwstelsel zijn opgebouwd.
Waarom verdient dat een aparte naam? Omdat neuronen een bijzonder probleem hebben. De meeste cellen in je lichaam delen zich regelmatig, waardoor oude, met afval volgepropte cellen worden vervangen door verse. Neuronen doen dat niet: een hersencel die je bij je geboorte hebt, kan je hele leven meegaan. Al dat afval moet dus ter plekke, in diezelfde cel, worden opgeruimd, jarenlang, zonder onderbreking. Werkt die opruimdienst niet goed, dan hopen beschadigde eiwitten zich op, en dat is precies wat we zien bij ziektes als Alzheimer en Parkinson.
Wat is het precies?
Het proteasoom is geen los onderdeel, maar een klein fabriekje van meerdere eiwitten samen, met een naam die zijn bouw verraadt: het 26S-proteasoom. Dat bestaat uit een tonvormige kern (het 20S-deeltje) met daarin de knipenzymen, en aan een of beide uiteinden een dopje (het 19S-regulatoire deeltje) dat als poortwachter functioneert.
Voordat een eiwit de ton in mag, moet het eerst worden gelabeld. Dat gebeurt met een klein eiwitje genaamd ubiquitine, dat in kettingetjes aan het afvaleiwit wordt vastgeplakt door een reeks enzymen (met de wat technische namen E1, E2 en E3). Zie het als een sticker die zegt: dit exemplaar mag worden vernietigd. Het 19S-dopje herkent die ubiquitineketen, ontvouwt het eiwit met behulp van energie uit ATP (de brandstofmolecuul van de cel), en duwt het de kern in, waar het in kleine peptidesnippers wordt geknipt. Die snippers worden daarna hergebruikt om nieuwe eiwitten te bouwen. Dit hele systeem heet het ubiquitine-proteasoomsysteem.
In neuronen speelt dit systeem zich op bijzondere plekken af. Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven op synapsen, de piepkleine contactpunten tussen uitlopers van neuronen, die soms wel een meter van de kern van de cel verwijderd liggen. Onderzoek laat zien dat proteasomen daadwerkelijk naar die synapsen toe reizen en daar lokaal eiwitten afbreken, iets wat cruciaal blijkt te zijn voor het aanpassen van de sterkte van synapsen, en dus voor leren en geheugen.
Wat wil men ermee bereiken?
Onderzoekers bestuderen het neuroproteasoom vooral met één groot doel: begrijpen hoe hersenen verouderen en ontsporen, en daar iets aan doen. Bij vrijwel elke bekende neurodegeneratieve ziekte vindt men opeenhopingen van verkeerd gevouwen eiwitten in de hersenen: amyloïd-bèta en tau-eiwit bij Alzheimer, alfa-synucleïne bij Parkinson, een gemuteerde vorm van het huntingtine-eiwit bij de ziekte van Huntington, en TDP-43 bij ALS. Een falend of overbelast proteasoom wordt gezien als een van de mechanismen die deze opstapeling mogelijk maken, al is het meestal niet de enige oorzaak.
Daaruit vloeien twee soorten wetenschappelijke ambities voort. De eerste is diagnostisch: kunnen we meten hoe goed iemands proteasoomsysteem nog werkt, bijvoorbeeld als vroege waarschuwing voor cognitieve achteruitgang? De tweede is therapeutisch, en verrassend tweeledig. Aan de ene kant zoekt men naar manieren om het proteasoom juist actiever te maken, zodat het sneller giftige eiwitophopingen opruimt. Aan de andere kant hebben onderzoekers geleerd om het proteasoom juist gericht in te zetten: met zogeheten PROTAC-moleculen (proteolysis targeting chimera) kun je een specifiek, ongewenst eiwit een ubiquitinesticker laten opplakken, zodat de cel het zelf naar de eigen vuilnisman brengt. Dat opent de deur naar medicijnen die niet simpelweg een eiwit blokkeren, zoals de meeste huidige pillen doen, maar het laten verdwijnen.
Voorbeelden uit de praktijk
Hoewel het neuroproteasoom als apart onderzoeksveld nog relatief jong is, bouwt het voort op een aantal mijlpalen die goed gedocumenteerd zijn.
- In 2004 ontvingen Aaron Ciechanover, Avram Hershko en Irwin Rose de Nobelprijs voor de Scheikunde voor hun ontdekking, in de jaren tachtig, van het ubiquitine-gemedieerde eiwitafbraaksysteem, de basis van alle latere proteasoomonderzoek.
- In 1998 ontdekte een Japans onderzoeksteam onder leiding van Tatsutoshi Kitada dat mutaties in het gen Parkin, dat codeert voor een enzym in de ubiquitineketen, een erfelijke, vroeg beginnende vorm van de ziekte van Parkinson veroorzaken. Dit was een van de eerste directe bewijzen dat het ubiquitine-proteasoomsysteem en hersenziekten met elkaar verbonden zijn.
- In 2003 keurde de Amerikaanse toezichthouder FDA bortezomib (merknaam Velcade) goed, een medicijn dat het proteasoom juist afremt en wordt ingezet tegen de bloedkanker multipel myeloom. Dit bewees dat je met medicijnen op het proteasoom kunt ingrijpen, al is dit middel niet geschikt voor hersenziekten omdat het de bloed-hersenbarrière slecht passeert en te giftig is voor gezonde cellen.
- Rond 2001 ontwikkelden de onderzoekers Craig Crews (Yale University) en Raymond Deshaies het concept van PROTAC-moleculen, de techniek waarmee je het proteasoom kunt sturen om een specifiek, gekozen eiwit af te breken. Crews richtte later het bedrijf Arvinas op, dat deze technologie doorontwikkelde, onder meer met experimentele moleculen gericht op eiwitten die een rol spelen bij Parkinson.
- Onderzoeksgroepen zoals die van Nico Dantuma aan het Karolinska Instituut in Zweden ontwikkelden meetmethoden (fluorescerende merkereiwitten) om proteasoomactiviteit zichtbaar te maken in levend weefsel, inclusief hersenweefsel van muizen, waarmee voor het eerst rechtstreeks kon worden gevolgd hoe deze activiteit verandert bij veroudering en ziekte.
Hoe ver is de techniek?
De basiswetenschap achter het neuroproteasoom staat stevig: dat het ubiquitine-proteasoomsysteem bestaat en werkt zoals hierboven beschreven, is al decennia experimenteel bevestigd en met een Nobelprijs bekroond. Onzeker is echter nog veel over de details bij hersenziekten: is een falend proteasoom een oorzaak van neurodegeneratie, een gevolg ervan, of allebei tegelijk in een vicieuze cirkel? Op die vraag bestaat nog geen sluitend antwoord.
Op het gebied van diagnostiek zijn de meetmethoden voor proteasoomactiviteit voorlopig vooral onderzoeksinstrumenten, gebruikt in laboratoriumdieren en celkweken, en nog niet in de spreekkamer bij de huisarts. Op het gebied van behandeling geldt: proteasoomremmers zoals bortezomib bestaan en worden al gebruikt, maar dan tegen kanker, niet tegen hersenziekten. PROTAC-medicijnen die gericht een schadelijk hersenaandoening-eiwit laten afbreken, bevinden zich merendeels nog in vroege klinische studies (de eerste fase van onderzoek bij mensen), niet op de markt.
De grootste technische obstakels zijn de bloed-hersenbarrière, het beschermende filter dat voorkomt dat de meeste medicijnmoleculen de hersenen bereiken, en de precisie die nodig is: het proteasoom is zo fundamenteel voor élke cel dat een middel dat het te grofmazig aanpakt, ernstige bijwerkingen kan veroorzaken. Verwacht daarom geen doorbraakmedicijn op korte termijn; dit blijft voorlopig grondwetenschappelijk en vroegklinisch onderzoek.
Wie werken eraan?
Het fundamentele onderzoek naar het ubiquitine-proteasoomsysteem in de hersenen gebeurt grotendeels aan universiteiten en publiek gefinancierde onderzoeksinstituten, zoals Stanford University en Yale University in de Verenigde Staten, het Karolinska Instituut in Zweden, en diverse Max Planck-instituten in Duitsland. Financiering komt vaak van nationale gezondheidsinstanties zoals het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) en de Europese Onderzoeksraad (ERC).
Op de toepassingskant is een kleine groep biotechbedrijven actief in wat de sector targeted protein degradation noemt, het gericht laten afbreken van eiwitten via het proteasoom. Arvinas, mede opgericht door PROTAC-pionier Craig Crews, is daarin een van de bekendste namen, met naast kankerprogramma's ook experimentele moleculen gericht op neurodegeneratieve aandoeningen. Andere bedrijven in dezelfde niche zijn Kymera Therapeutics en C4 Therapeutics, eveneens Amerikaanse spelers. Grote farmaceutische bedrijven volgen dit veld op de voet en gaan geregeld samenwerkingen aan met dit soort gespecialiseerde biotechbedrijven, al verschuiven de precieze partnerschappen voortdurend.
Verder lezen
- Nobelprize.org — achtergrond bij de Nobelprijs Scheikunde 2004 over het ubiquitine-proteasoomsysteem
- Arvinas — bedrijf gespecialiseerd in PROTAC-technologie en gerichte eiwitafbraak
- Alzforum — onafhankelijk vakplatform over onderzoek naar Alzheimer en andere neurodegeneratieve ziekten
- Nature — wetenschappelijk tijdschrift met origineel onderzoek naar het ubiquitine-proteasoomsysteem
- PubMed — doorzoekbare database van biomedische vakliteratuur, waaronder proteasoomonderzoek