Kennisbank

Megawatt: de eenheid achter de energietransitie

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 5 min leestijd

Een megawatt (MW) is een eenheid van vermogen: de snelheid waarmee energie wordt opgewekt, getransporteerd of verbruikt. Eén megawatt staat gelijk aan één miljoen watt, oftewel duizend kilowatt. Ter vergelijking: een gemiddelde waterkoker gebruikt ongeveer 2.000 watt. Je zou dus zo'n 500 waterkokers tegelijk moeten aanzetten om aan één megawatt te komen. Op de schaal van een heel land is één megawatt aan continu opgewekt vermogen ongeveer genoeg om de gemiddelde, over de dag uitgesmeerde stroomvraag van zo'n 3.000 Nederlandse huishoudens te dekken.

De term duikt steeds vaker op in nieuws over toekomsttechnologie: windparken, kerncentrales, datacenters voor kunstmatige intelligentie en snelladers voor elektrische auto's worden allemaal uitgedrukt in megawatts. Dat is geen toeval. Naarmate de samenleving verder elektrificeert, groeit de behoefte aan een gestandaardiseerde maat om vraag en aanbod van elektrisch vermogen te kunnen vergelijken en plannen. Wie begrijpt wat een megawatt betekent, kan nieuwsberichten over energieprojecten en netcapaciteit beter op waarde schatten.

Wat is het precies?

Vermogen en energie worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn twee verschillende dingen. Vermogen (uitgedrukt in watt) is de snelheid waarmee energie wordt geleverd of verbruikt op een bepaald moment. Energie (uitgedrukt in wattuur, kilowattuur of megawattuur) is de hoeveelheid die daadwerkelijk over een periode is geleverd. Vermogen maal tijd levert energie op: een lamp van 1.000 watt die een uur brandt, verbruikt 1 kilowattuur.

De schaal loopt op in stappen van duizend: 1.000 watt is 1 kilowatt (kW), 1.000 kilowatt is 1 megawatt (MW), en 1.000 megawatt is 1 gigawatt (GW). Een grote kolen- of gascentrale draait meestal in de orde van honderden megawatts tot ruim 1 gigawatt. Een zonnepaneel op een dak levert typisch 300 tot 400 watt, dus er zijn duizenden panelen nodig om samen op 1 megawatt te komen.

Belangrijk is dat een opgegeven vermogen vaak een piek- of nominale waarde is, niet wat er continu geleverd wordt. Een windturbine met een piekvermogen van 10 MW draait niet altijd op volle kracht: bij weinig wind levert hij veel minder, bij storm soms zelfs niets. Daarom wordt naast het opgestelde vermogen ook gekeken naar de zogeheten capaciteitsfactor: het percentage van de tijd dat een installatie daadwerkelijk op vol vermogen draait.

Wat wil men ermee bereiken?

Het doel van het meten in megawatts is in de kern heel praktisch: het maakt uiteenlopende bronnen en verbruikers van elektriciteit onderling vergelijkbaar. Een netbeheerder moet weten hoeveel vermogen een fabriek, een datacenter of een laadplein aan het net gaat onttrekken, om te kunnen bepalen of kabels en transformatoren dat aankunnen. Een energiebedrijf gebruikt megawatts om de capaciteit van een centrale of windpark te communiceren naar investeerders en toezichthouders.

Achter die boekhoudkundige functie zit een grotere ambitie: de overgang naar een elektriciteitssysteem dat minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen, terwijl de vraag naar stroom juist toeneemt door elektrische auto's, warmtepompen, waterstofproductie en energie-intensieve technologie zoals AI-datacenters. Al die ontwikkelingen worden uiteindelijk uitgedrukt in dezelfde eenheid, wat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld de groei van windenergie op zee direct af te zetten tegen de groei van de vraag vanuit datacenters.

Voorbeelden uit de praktijk

Enkele concrete projecten laten zien hoe megawatts in de praktijk worden gebruikt:

  • Kerncentrale Borssele (Zeeland): sinds 1973 in bedrijf, met een elektrisch vermogen van ongeveer 485 MW. Het is de enige kerncentrale van Nederland en wordt beheerd door EPZ.
  • Windpark Hollandse Kust Zuid: een offshore windpark voor de Zuid-Hollandse kust met een totaal vermogen van ongeveer 1.500 MW (1,5 GW), gebouwd door Vattenfall en volledig operationeel geworden in 2023. Het gold als een van de eerste grootschalige windparken op zee die zonder directe subsidie op de elektriciteitsprijs werden gerealiseerd.
  • ITER, de internationale experimentele kernfusiereactor in Cadarache (Frankrijk): het project mikt op een fusievermogen van 500 MW, opgewekt met slechts circa 50 MW aan verwarmingsvermogen. Na herhaalde vertragingen wordt volledige deuterium-tritiumoperatie inmiddels niet eerder dan medio jaren 2030 verwacht.
  • Snelladers voor elektrische auto's: laadpalen van netwerken als Ionity en Tesla's nieuwste Superchargers leveren pieken tot ongeveer 350 kW per auto. Een laadplein met tien van zulke laadpunten kan dus al snel enkele megawatts aan netaansluiting vragen, vergelijkbaar met een kleine fabriek.
  • Datacenters voor kunstmatige intelligentie: grote clusters van servers en gespecialiseerde AI-chips vragen inmiddels tientallen tot honderden megawatts aansluitvermogen per locatie. Techbedrijven als Microsoft, Google en Meta hebben de afgelopen jaren datacentercapaciteit in Nederland uitgebreid, mede gedreven door de groeiende rekenbehoefte van AI-modellen.

Hoe ver is de techniek?

Megawatt is zelf geen technologie maar een meeteenheid, dus "hoe ver" gaat hier over de snelheid waarmee vermogen wordt bijgebouwd en over de vraag of het elektriciteitsnet die groei kan bijbenen. Op dat vlak is het beeld gemengd.

Aan de aanbodkant groeit windenergie op zee snel: Nederland streeft naar circa 21 gigawatt opgesteld vermogen op zee rond 2031, tegenover een paar gigawatt begin jaren 2020. Aan de vraagkant stijgt het elektriciteitsverbruik door elektrische auto's, warmtepompen en datacenters sneller dan verwacht.

Het grootste obstakel zit niet in het opwekken van megawatts, maar in het transporteren ervan. Sinds ongeveer 2021 kampt Nederland met zogeheten netcongestie: netbeheerders als TenneT, Liander, Enexis en Stedin hebben op steeds meer plekken in het land onvoldoende transportcapaciteit om nieuwe grootverbruikers of -opwekkers zonder wachttijd aan te sluiten. Bedrijven staan soms jaren op een wachtlijst voor een aansluiting van enkele megawatts. Fusie-energie, zoals bij ITER, blijft daarnaast een technologie die weliswaar grote vermogens belooft, maar op zijn vroegst pas na 2035 een rol kan gaan spelen in de praktijk, en dan nog alleen als experimentele stap richting een echte krachtcentrale.

Wie werken eraan?

In Nederland zijn transmissienetbeheerder TenneT en de regionale netbeheerders Liander, Enexis en Stedin verantwoordelijk voor het transport van megawatts van opwekker naar verbruiker. Windparkontwikkelaars als Vattenfall, Ørsted en RWE bouwen en exploiteren de offshore windparken die de komende jaren voor het grootste deel van de nieuwe vermogensgroei moeten zorgen. EPZ beheert de kerncentrale in Borssele, en de Nederlandse overheid onderzoekt de bouw van nieuwe kerncentrales om extra vermogen toe te voegen.

Op het gebied van kernfusie werkt de ITER-organisatie samen met de Europese Unie, de Verenigde Staten, China, Rusland, Japan, Zuid-Korea en India aan de bouw van de reactor in Frankrijk. In de digitale hoek investeren techbedrijven als Microsoft, Google, Meta en Amazon in datacentercapaciteit, terwijl beleidsmakers bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei en uitvoeringsorganisatie RVO proberen vraag en aanbod van megawatts via wet- en regelgeving in balans te houden.

Verder lezen