Kennisbank

Megaconstellatie: duizenden satellieten voor wereldwijd internet

Bijgewerkt: 11 oktober 2026 · 5 min leestijd

Een megaconstellatie is een netwerk van duizenden kleine satellieten die samen de aarde omcirkelen op een paar honderd kilometer hoogte, met als doel overal op de planeet snel internet te leveren. In plaats van één grote satelliet die hoog boven de evenaar hangt, werkt een megaconstellatie met heel veel kleine satellieten die laag vliegen en elkaar voortdurend aflossen, zodat er altijd wel eentje binnen bereik is van een schotelantenne op de grond.

Vergelijk het met een estafette: één marathonloper die de hele race alleen moet lopen (de klassieke, verre satelliet) is traag en kan maar één ding tegelijk. Een team van duizend hardlopers die elk een klein stukje overnemen (de megaconstellatie) is sneller en flexibeler, al kost het wel veel meer organisatie om iedereen op tijd te laten wisselen. Het bekendste voorbeeld is Starlink van SpaceX, dat sinds 2019 duizenden satellieten heeft gelanceerd om mensen in afgelegen gebieden, op schepen en zelfs in vliegtuigen van internet te voorzien.

Wat is het precies?

De meeste megaconstellaties draaien in een lage baan om de aarde, in het Engels Low Earth Orbit of LEO genoemd, meestal tussen de 300 en 1.200 kilometer hoogte. Dat is veel lager dan de klassieke communicatiesatellieten, die op ruim 35.000 kilometer hoogte in een vaste positie boven de evenaar hangen (een geostationaire baan).

Die lage hoogte heeft een belangrijk voordeel: minder vertraging. Een signaal naar een geostationaire satelliet en terug doet er door de grote afstand al snel een halve seconde over, wat videobellen of online gamen lastig maakt. Bij een LEO-satelliet is die vertraging vaak maar 20 tot 40 milliseconden, vergelijkbaar met gewoon glasvezelinternet.

Het nadeel is dat een satelliet zo laag en zo snel beweegt dat hij maar een klein stukje aarde tegelijk kan bedienen, en dat stukje ook nog eens binnen enkele minuten weer uit het zicht verdwijnt. Daarom zijn er duizenden satellieten nodig: terwijl de ene wegvliegt, moet de volgende al klaarstaan om de verbinding over te nemen. Sommige systemen gebruiken ook laserverbindingen tussen satellieten onderling, zodat data niet steeds eerst naar een grondstation moet, maar via de ruimte naar de juiste plek kan worden doorgestuurd.

Op de grond staat een plat, zelf-richtend antenneschoteltje (een phased array-antenne) dat automatisch de snelst bewegende satelliet volgt zonder mechanisch te draaien. Omdat LEO-satellieten door luchtweerstand op termijn hoogte verliezen, hebben ze een beperkte levensduur van ongeveer vijf tot zeven jaar en moeten ze steeds worden aangevuld met nieuwe lanceringen.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is wereldwijde dekking, ook op plekken waar glasvezel of mobiele masten nooit rendabel zullen zijn: afgelegen dorpen, woestijnen, oceanen, polargebieden en rampgebieden waar infrastructuur is weggevallen. Voor miljoenen mensen zonder betaalbare breedbandverbinding kan dit een manier zijn om toch online te komen.

Daarnaast is er een commercieel en strategisch belang. Bedrijven zien een enorme markt in connectiviteit voor scheepvaart, luchtvaart, landbouw, defensie en mobiele netwerken die anders moeilijk te bereiken zijn. Landen en blokken als de Verenigde Staten, China en de Europese Unie zien megaconstellaties ook als een vorm van digitale soevereiniteit en geopolitieke invloed: wie het netwerk beheert, bepaalt mede wie waar toegang tot internet heeft, wat tijdens de oorlog in Oekraïne concreet zichtbaar werd toen Starlink een rol kreeg in de communicatie van het Oekraïense leger.

Er is ook een technische belofte: doordat satellieten in massa worden gebouwd en met herbruikbare raketten worden gelanceerd, dalen de kosten per satelliet en per lancering snel, wat ruimtevaart in het algemeen goedkoper maakt.

Voorbeelden uit de praktijk

Starlink (SpaceX, Verenigde Staten) is de grootste megaconstellatie tot nu toe. Sinds de eerste lancering in 2019 heeft SpaceX duizenden satellieten in een baan gebracht en telt het netwerk inmiddels vele miljoenen gebruikers wereldwijd, met recente uitbreidingen die ook directe verbinding met gewone smartphones mogelijk maken.

OneWeb, inmiddels onderdeel van het Frans-Britse Eutelsat OneWeb, voltooide in 2023 een eerste constellatie van ruim 600 satellieten, vooral gericht op zakelijke en overheidsklanten in plaats van individuele consumenten.

Project Kuiper (Amazon) lanceerde zijn eerste testsatellieten in 2023 en begon in 2024 en 2025 met grootschalige lanceringen, met als doel ruim 3.200 satellieten om internet te combineren met Amazons bredere clouddiensten.

In China lopen twee grote, door de staat gesteunde initiatieven: Guowang (ook wel SatNet genoemd) en Qianfan (ook bekend als de G60 Starlink-constellatie, met lanceringen vanaf 2024 bij Shanghai), die elk duizenden satellieten moeten gaan omvatten als Chinees antwoord op Starlink.

Het Canadese bedrijf Telesat ontwikkelt met Lightspeed een kleinere constellatie van circa 200 satellieten, gericht op bedrijven en overheden, met lanceringen die rond 2025 op gang kwamen.

Hoe ver is de techniek?

Starlink is inmiddels operationeel en commercieel beschikbaar in tientallen landen, inclusief Nederland, en toont dat het concept werkt op grote schaal. Andere projecten lopen duidelijk achter: Kuiper en de Chinese constellaties zijn nog in de opbouwfase, met pas een fractie van de uiteindelijk geplande satellieten in de ruimte.

Toch zijn er serieuze obstakels. Het aantal objecten in een lage baan om de aarde groeit snel, wat de kans op botsingen tussen satellieten en met ruimtepuin vergroot. Experts waarschuwen al jaren voor het zogeheten Kessler-syndroom: een kettingreactie van botsingen die bepaalde banen op termijn onbruikbaar zou kunnen maken. Satellietoperators moeten hun satellieten daarom regelmatig automatisch laten uitwijken voor puin.

Astronomen maken zich zorgen over lichtvervuiling: de satellieten reflecteren zonlicht en verstoren daardoor opnames van telescopen, zowel optisch als in radiogolven. Er is ook nog onvoldoende onderzoek naar de milieueffecten van satellieten die aan het einde van hun leven in de atmosfeer verbranden, waarbij metaaldeeltjes vrijkomen op een hoogte waar hun langetermijneffect op de ozonlaag en het klimaat nog wordt onderzocht. Daarnaast is er internationale regelgeving nodig over radiofrequenties en orbitale posities, een proces dat via de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) loopt en vaak trager gaat dan de technologie zelf.

Wie werken eraan?

SpaceX (Verenigde Staten) is met Starlink de onbetwiste marktleider en profiteert van zijn eigen herbruikbare Falcon 9-raketten om lanceerkosten laag te houden. Amazon ontwikkelt Project Kuiper als concurrent, en Eutelsat OneWeb (Frankrijk/Verenigd Koninkrijk) richt zich vooral op zakelijke markten.

In China trekken staatsbedrijven en lokale overheden, waaronder die van Shanghai, de ontwikkeling van Guowang en Qianfan, met uitgebreide steun van de Chinese ruimtevaartorganisatie CASC. Canada brengt met Telesat een kleinere, gespecialiseerde speler in het veld.

De Europese Unie werkt via een consortium van onder meer SES, Eutelsat en Thales aan IRIS², een eigen Europese satellietconstellatie die vanaf de tweede helft van dit decennium operationeel moet worden en Europa minder afhankelijk moet maken van Amerikaanse en Chinese netwerken. Internationale instanties zoals de ITU en ruimtevaartorganisaties als ESA en NASA houden toezicht op regelgeving, baanveiligheid en het volgen van ruimtepuin, terwijl astronomen wereldwijd, onder meer verenigd in de Internationale Astronomische Unie, de impact op de nachtelijke hemel in kaart brengen.

Verder lezen