Loyal Wingman: de onbemande vleugelman van de jachtvlieger
Stel je een jachtvlieger voor die niet langer alleen de lucht in gaat, maar vergezeld wordt door een onbemand toestel dat naast hem vliegt, meekijkt, meeluistert en indien nodig zelfs meevecht. Dat onbemande toestel heet een Loyal Wingman: een drone die is ontworpen om als digitale 'vleugelman' te functioneren naast een bemand gevechtsvliegtuig. De term is een knipoog naar het klassieke begrip 'wingman' uit de luchtvaart, de piloot die je rug dekt tijdens een missie, maar dan uitgevoerd door een onbemand, deels zelfdenkend toestel.
Een goed voorbeeld om het idee grijpbaar te maken: denk aan een politiehondengeleider die met een goed getrainde hond op pad gaat. De hond neemt zelfstandig beslissingen (rennen, zoeken, waarschuwen) maar blijft onder het gezag van de geleider, die de eindbeslissingen neemt. Zo werkt een Loyal Wingman ook: de menselijke piloot in het bemande toestel geeft opdrachten op hoog niveau ('verken dat gebied', 'blijf op die positie'), en de drone voert dat autonoom uit, zonder dat elke bocht en elke sensorkeuze door een mens wordt aangestuurd.
Wat is het precies?
Een Loyal Wingman is in de kern een onbemand gevechtsvliegtuig (in het Engels: uncrewed combat aerial vehicle, afgekort UCAV) dat is uitgerust met autonomiesoftware: computerprogramma's die het toestel in staat stellen zelfstandig te vliegen, obstakels te vermijden en tactische keuzes te maken binnen de grenzen die een mens vooraf heeft ingesteld.
Het samenspel tussen het bemande en onbemande toestel heet manned-unmanned teaming (MUM-T), oftewel bemand-onbemand samenwerken. Dat werkt in grote lijnen in vier stappen. Eerst geeft de piloot in het bemande toestel een missiedoel of gedragsopdracht door via een beveiligde datalink, een draadloze verbinding die bestand moet zijn tegen afluisteren en verstoring. Vervolgens verwerkt de boordcomputer van de drone die opdracht en combineert die met eigen sensordata: radar, camera's, elektronische sensoren die vijandelijke signalen opsporen. Dat samenvoegen van verschillende soorten sensorinformatie tot één bruikbaar beeld heet sensorfusie. Daarna voert de drone de taak autonoom uit, bijvoorbeeld vooruitvliegen om als 'ogen en oren' te dienen, een radarbaken te simuleren om de vijand af te leiden, of een wapen af te vuren. Bij dat laatste geldt bij vrijwel alle huidige programma's een harde eis: een mens moet expliciet toestemming geven voordat een wapen wordt ingezet, de zogeheten 'human in the loop'.
Belangrijk is ook het begrip attritable: letterlijk 'verslijtbaar' of 'opofferbaar'. Een Loyal Wingman is bewust goedkoper gebouwd dan een volwaardig bemand gevechtsvliegtuig, dat al gauw tachtig tot honderd miljoen dollar kost. Het idee is dat een leger het zich kan veroorloven een Loyal Wingman te verliezen in een riskante missie, zonder dat er een pilotenleven op het spel staat en zonder dat het financieel een ramp is. Veel ontwerpen hebben bovendien een modulaire neus of ladingruimte: afhankelijk van de missie kun je andere sensoren, stoorzenders of wapens inbouwen.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste drijfveer is het verkleinen van risico voor menselijke piloten. Door een onbemand toestel vooruit te sturen als verkenner of lokaas, hoeft de bemande jet niet als eerste het gevaarlijkste luchtruim in.
Daarnaast draait het om massa tegen lagere kosten. Moderne gevechtsvliegtuigen zoals de F-35 zijn extreem duur en er worden er wereldwijd relatief weinig van gebouwd. Met goedkopere, deels autonome drones kan een luchtmacht in theorie meer toestellen tegelijk inzetten, wat vooral relevant wordt geacht bij een mogelijk conflict met een tegenstander die zelf over een grote luchtmacht beschikt, zoals China.
Een derde doel is uitbreiding van sensorbereik en vuurkracht zonder dat de bemande jet zelf dichterbij hoeft te komen. Eén piloot zou in de toekomst mogelijk meerdere drones tegelijk kunnen aansturen, waardoor het effectieve bereik en de slagkracht van een enkele missie toenemen zonder evenredig meer piloten nodig te hebben. Ten slotte spelen kostenbesparingen op de lange termijn mee: onderhoud en training voor onbemande toestellen zijn doorgaans goedkoper dan voor bemande jachtvliegtuigen, al is dat bij de huidige, nog experimentele generatie toestellen nog niet hard bewezen.
Voorbeelden uit de praktijk
Het meest bekende project draagt de naam letterlijk in zich: de MQ-28 Ghost Bat, ontwikkeld door Boeing Defence Australia in samenwerking met de Royal Australian Air Force (RAAF). Het project werd in 2019 gepresenteerd onder de naam 'Loyal Wingman' en maakte in 2021 zijn eerste vlucht in Australië. Het is daarmee het eerste toestel van dit type dat buiten de Verenigde Staten is ontwikkeld en gebouwd, en gaf de bredere categorie feitelijk zijn naam.
In de Verenigde Staten liep parallel het Skyborg-programma van de Amerikaanse luchtmacht, gericht op het ontwikkelen van herbruikbare autonomiesoftware die op verschillende drone-typen kan draaien. Die software is onder meer getest op de XQ-58 Valkyrie van fabrikant Kratos, een relatief goedkope, attritable drone die al sinds 2019 testvluchten uitvoert.
Voortbouwend hierop lanceerde de Amerikaanse luchtmacht het bredere Collaborative Combat Aircraft (CCA)-programma. In april 2024 werden General Atomics en Anduril geselecteerd om hun ontwerpen (respectievelijk de YFQ-42A en YFQ-44A) verder te ontwikkelen voor een eerste testfase. Dit programma geldt als een van de meest concrete pogingen om Loyal Wingman-drones daadwerkelijk in productie en operationele dienst te krijgen.
Ook Rusland experimenteert met dit concept: de zware onbemande S-70 Okhotnik werd ontwikkeld om samen met het Su-57-gevechtsvliegtuig te opereren. Berichten uit 2024 meldden dat een testexemplaar van de Okhotnik tijdens een vlucht bij de grens met Oekraïne verloren ging, wat de nog experimentele status van dergelijke programma's onderstreept.
In Europa werkt het Frans-Duits-Spaanse Future Combat Air System (FCAS) aan een vergelijkbaar concept onder de naam 'remote carriers': kleinere, deels onbemande toestellen die als zwerm rond een toekomstig bemand gevechtsvliegtuig zouden moeten opereren. Dit programma bevindt zich echter nog vooral in de ontwerp- en discussiefase en kampt met terugkerende spanningen tussen de deelnemende landen en industrieën over taakverdeling.
Hoe ver is de techniek?
Loyal Wingman-technologie bevindt zich op dit moment vooral in de test- en prototypefase. Er vliegen wereldwijd meerdere werkende prototypes, en sommige daarvan, zoals de MQ-28 en de XQ-58, hebben al tientallen testvluchten achter de rug. Grootschalige, operationele inzet in eskaders naast bemande squadrons heeft echter nog nergens plaatsgevonden.
De belangrijkste technische knelpunten liggen niet zozeer bij het vliegen zelf, dat is relatief beheersbare techniek, maar bij de autonomie in complexe, veranderlijke situaties. Een drone die zelfstandig een vooraf bepaalde patrouilleroute vliegt is iets anders dan een drone die in real time moet beslissen hoe te reageren op een onverwachte dreiging, terwijl de communicatie met het bemande toestel mogelijk wordt verstoord door elektronische oorlogsvoering. Ook het vertrouwen in AI-besluitvorming is een obstakel: militaire commandostructuren en internationaal humanitair recht vereisen op dit moment vrijwel overal menselijke goedkeuring voordat wapens worden ingezet, wat de mate van 'autonomie' in de praktijk beperkt tot verkenning, misleiding en ondersteunende taken.
Een ander spanningsveld is de balans tussen kosten en kunnen: hoe goedkoper een toestel wordt gemaakt om echt 'opofferbaar' te zijn, hoe minder geavanceerde sensoren en wapens het kan dragen, wat de nuttige waarde ervan weer verkleint. Programma's als het Amerikaanse CCA proberen hier een tussenweg in te vinden, maar definitieve, grootschalige productiebeslissingen en een concrete datum voor operationele inzet zijn op het moment van schrijven nog niet publiek vastgelegd.
Wie werken eraan?
De Verenigde Staten lopen voorop, met de Amerikaanse luchtmacht als opdrachtgever en bedrijven als General Atomics, Anduril en Kratos als bouwers van de toestellen. Onderzoeksbureau DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency), bekend van eerdere baanbrekende defensietechnologie, heeft in het verleden bijgedragen aan onderliggende autonomietechnologie.
Australië speelt een unieke rol via Boeing Defence Australia en de Royal Australian Air Force, die met de MQ-28 Ghost Bat een van de eerste operationeel geteste toestellen in dit segment neerzetten.
In Europa zijn Frankrijk, Duitsland en Spanje de drijvende krachten achter het FCAS-programma, met fabrikanten als Dassault Aviation en Airbus. Het Verenigd Koninkrijk onderzocht via het 'Team Tempest'-samenwerkingsverband eigen concepten voor onbemande begeleidingstoestellen, al verliep de voortgang van dat specifieke deelproject minder gestaag dan de Australische en Amerikaanse trajecten.
Rusland ontwikkelt de S-70 Okhotnik via vliegtuigbouwer Soechoj, en China wordt door westerse analisten en defensiemedia verondersteld aan vergelijkbare concepten te werken, onder meer rond de GJ-11-drone, al is hierover aanzienlijk minder publieke, geverifieerde informatie beschikbaar dan over de Amerikaanse en Australische programma's.