Kennisbank

Laagverrijkt uranium: de brandstof achter kernenergie, uitgelegd

Bijgewerkt: 6 augustus 2026 · 5 min leestijd

Laagverrijkt uranium, vaak afgekort als LEU (van het Engelse low-enriched uranium), is de meest gebruikte splijtstof voor kerncentrales wereldwijd. Het is uranium waarin het aandeel van de splijtbare isotoop uranium-235 kunstmatig is verhoogd, maar wel onder de grens van 20 procent is gebleven. Die grens is niet willekeurig: boven de 20 procent spreekt men van hoogverrijkt uranium (HEU), het type materiaal dat in theorie geschikt is voor kernwapens. LEU is dat niet, en juist dat maakt het zowel praktisch bruikbaar als relatief veilig vanuit non-proliferatie-oogpunt.

Een handige analogie is sinaasappelsap. Natuurlijk uranium lijkt op sap dat sterk verdund is: het bevat maar 0,7 procent van het "actieve" uranium-235, de rest is het veel stabielere uranium-238. Verrijking is te vergelijken met het indikken van dat sap: je concentreert het werkzame bestanddeel. Voor een kerncentrale hoef je het sap maar een beetje in te dikken, tot pakweg 3 tot 5 procent. Voor een bom zou je het extreem moeten concentreren, tot ruim 90 procent. Laagverrijkt uranium blijft daar dus ver vandaan, maar is wel geconcentreerd genoeg om een kernreactor efficiënt te laten draaien.

Wat is het precies?

Uranium dat uit de grond komt, bestaat voor 99,3 procent uit het isotoop uranium-238 en voor slechts 0,7 procent uit uranium-235. Alleen dat laatste isotoop splijt gemakkelijk wanneer het een neutron invangt, en die kernsplijting is precies wat een kerncentrale nodig heeft om warmte op te wekken. Met 0,7 procent U-235 kun je echter geen gewone kerncentrale laten draaien; het percentage is te laag om een stabiele kettingreactie in stand te houden.

Om het aandeel U-235 te verhogen, wordt uranium eerst omgezet in het gas uraniumhexafluoride (UF6). Dat gas wordt vervolgens door duizenden razendsnel draaiende centrifuges geleid, opgesteld in lange rijen die "cascades" heten. Omdat U-235-atomen net iets lichter zijn dan U-238-atomen, worden ze in de centrifuge licht naar het midden geduwd, terwijl de zwaardere atomen naar buiten worden geslingerd. Door het gas talloze keren opnieuw te centrifugeren, stijgt het U-235-gehalte stap voor stap.

Voor gewone kerncentrales stopt dat proces meestal rond de 3 tot 5 procent verrijking. Voor sommige onderzoeksreactoren en voor een nieuwe generatie kleine, geavanceerde reactoren gaat men hoger, tot net onder de 20 procent; dit segment krijgt tegenwoordig een eigen naam: HALEU (High-Assay Low-Enriched Uranium). Na verrijking wordt het gas weer omgezet in uraniumoxide-poeder, geperst tot kleine keramische pellets en verpakt in metalen splijtstofstaven die samen een splijtstofelement vormen.

Wat wil men ermee bereiken?

Het primaire doel van verrijking is simpel: uranium bruikbaar maken als brandstof voor elektriciteitsopwekking zonder CO2-uitstoot tijdens bedrijf. Kernenergie levert al decennia een substantieel deel van de stroom in landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Korea, en LEU is daarbij de industriestandaard geworden.

Er is echter een tweede, minstens zo belangrijke drijfveer: non-proliferatie. Door wereldwijd de norm te vestigen dat civiele kernenergie draait op materiaal dat ver onder wapenkwaliteit blijft, wordt het risico verkleind dat splijtstof voor centrales wordt omgeleid naar een wapenprogramma. Dit streven kreeg in de jaren zeventig en tachtig een concrete vorm in het Amerikaanse RERTR-programma (Reduced Enrichment for Research and Test Reactors), dat onderzoeksreactoren wereldwijd hielp overschakelen van hoogverrijkt naar laagverrijkt uranium.

Recenter is er een derde motief bijgekomen: de opkomst van kleine modulaire reactoren (SMR's) en andere geavanceerde reactorontwerpen. Die hebben vaak compactere kernen nodig die langer meegaan zonder bijtanken, en daarvoor is gewoon LEU (3-5 procent) niet altijd toereikend. Vandaar de groeiende vraag naar HALEU, dat nog steeds ruim onder de wapengrens blijft maar wel een hogere energiedichtheid biedt.

Voorbeelden uit de praktijk

Het RERTR-programma, gestart in 1978 en uitgevoerd door onder meer het Argonne National Laboratory, heeft sindsdien tientallen onderzoeksreactoren in landen als Frankrijk, Zuid-Afrika en Kazachstan omgebouwd van HEU naar LEU-splijtstof, juist om proliferatierisico's te beperken.

In Nederland speelt het bedrijf Urenco, met een verrijkingsfabriek in Almelo, al sinds de jaren zeventig een centrale rol in de Europese LEU-productie, naast vestigingen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

In de Verenigde Staten leverde Centrus Energy in 2023 de eerste commercieel geproduceerde HALEU op Amerikaanse bodem sinds decennia, geproduceerd in de American Centrifuge Plant in Piketon, Ohio, met steun van het Amerikaanse ministerie van Energie (DOE). Dit gebeurde nadat was gebleken dat vrijwel alle bestaande HALEU-productiecapaciteit ter wereld bij het Russische staatsbedrijf Rosatom lag.

Ontwikkelaars van geavanceerde reactoren zoals TerraPower (met het Natrium-ontwerp in Kemmerer, Wyoming) en X-energy (met de Xe-100) hebben hun eerste splijtstofleveringen moeten uitstellen, mede omdat westerse HALEU-toeleveringsketens nog in opbouw zijn.

Ook Iran figureert in dit dossier: het land verrijkte uranium tot 20 procent en later zelfs tot 60 procent in de faciliteiten van Natanz en Fordow, ver boven wat voor civiele doeleinden nodig is. Dit voedde internationale zorgen en onderstreept waarom het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) verrijkingsniveaus nauwlettend monitort.

Hoe ver is de techniek?

De verrijkingstechniek zelf is allesbehalve nieuw. Gasdiffusie werd al in de jaren veertig ontwikkeld, en de efficiëntere gascentrifugetechnologie is sinds de jaren zestig en zeventig operationeel. Voor gewone LEU op het niveau van 3 tot 5 procent is er dan ook wereldwijd ruim voldoende, bewezen productiecapaciteit.

De echte uitdaging van dit moment zit in HALEU. Tot voor kort was Rosatom vrijwel de enige partij ter wereld die dit hogere-assay-materiaal commercieel produceerde. Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 en de daaropvolgende sancties en geopolitieke spanningen is de afhankelijkheid van Russische HALEU een probleem geworden voor westerse reactorontwikkelaars. De opbouw van alternatieve capaciteit, zoals bij Centrus Energy in de VS en plannen bij Urenco en Orano in Europa, is gaande maar kost tijd: nieuwe centrifugecascades bouwen en certificeren duurt jaren, en ook transport en opslag van HALEU vragen om aangepaste veiligheidsnormen vanwege een hoger risico op een ongewenste kettingreactie (kritikaliteit) bij hogere verrijkingsgraden.

Voor de reguliere LEU-splijtstofketen is de techniek dus volwassen en betrouwbaar; voor HALEU bevindt de toeleveringsketen zich nog duidelijk in een opbouwfase, met de Verenigde Staten en Europa die pogen minder afhankelijk te worden van Rusland.

Wie werken eraan?

De belangrijkste commerciële verrijkers zijn Urenco (een consortium van Nederlandse, Duitse en Britse overheden en bedrijven, met fabrieken onder meer in Almelo), Orano (Frankrijk, voorheen Areva), Rosatom/TENEX (Rusland) en CNNC (China). In de Verenigde Staten probeert Centrus Energy met overheidssteun een binnenlandse HALEU-industrie op te bouwen.

Op onderzoeksgebied speelt het Amerikaanse ministerie van Energie via nationale laboratoria als Argonne National Laboratory en Idaho National Laboratory van oudsher een sleutelrol, onder meer via het genoemde RERTR-programma en opvolgerprogramma's gericht op HALEU. Internationaal houdt het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) toezicht op verrijkingsactiviteiten wereldwijd, om te waarborgen dat civiel materiaal niet wordt afgeleid naar militaire doeleinden.

Verder lezen