Kennisbank

Kwantumspeltheorie: strategie spelen met superpositie en verstrengeling

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 6 min leestijd

Speltheorie is de wiskundige studie van strategische beslissingen: hoe je het beste kunt handelen wanneer de uitkomst niet alleen van jouw eigen keuze afhangt, maar ook van wat een ander doet. Het bekendste voorbeeld is het "gevangenendilemma": twee verdachten worden apart ondervraagd en moeten allebei kiezen tussen zwijgen of praten, zonder te weten wat de ander kiest. Kwantumspeltheorie stelt een intrigerende vraag: wat gebeurt er als spelers hun keuze niet meer met een simpel "ja" of "nee" hoeven te maken, maar met de rekenregels van de kwantummechanica, het deel van de natuurkunde dat beschrijft hoe deeltjes zich op de kleinste schaal gedragen?

In de kwantumwereld kan een deeltje in superpositie verkeren: een toestand die tegelijk een beetje "ja" én een beetje "nee" is, totdat er gemeten wordt. Twee deeltjes kunnen bovendien verstrengeld raken, waardoor een meting aan het ene deeltje direct iets zegt over het andere, hoe ver ze ook uit elkaar liggen. Stel je het gevangenendilemma voor met munten die dankzij verstrengeling op een manier "gekoppeld" zijn die in de gewone wereld onmogelijk is. Onderzoekers ontdekten dat spelers die zulke kwantumtrucs mogen gebruiken, soms tot heel andere en voor beide partijen gunstigere uitkomsten komen dan in het klassieke spel. Dat maakt kwantumspeltheorie een intrigerend snijvlak tussen natuurkunde, wiskunde en gedragswetenschap, al is het vooral een theoretisch onderzoeksveld en nog geen toepasbare technologie.

Wat is het precies?

Klassieke speltheorie werkt met strategieën (de keuzemogelijkheden van spelers) en uitbetalingen (hoe goed elke combinatie van keuzes voor iedere speler uitpakt). Een centraal begrip is het Nash-evenwicht, vernoemd naar wiskundige John Nash: een situatie waarin geen enkele speler zijn uitkomst kan verbeteren door alleen zijn eigen keuze te veranderen, gegeven wat de anderen doen.

Kwantumspeltheorie vervangt de klassieke keuzes door qubits, kwantumbits. Een gewone bit is 0 of 1; een qubit kan door superpositie een mengsel van beide zijn, met bepaalde kansen op elke uitkomst zodra je meet. Een "strategie" wordt in dit kader een wiskundige bewerking die is toegestaan binnen de kwantummechanica en die de toestand van de qubit verandert zonder dat er informatie verloren gaat.

Het cruciale ingrediënt is verstrengeling. Voordat het spel begint, worden de qubits van de spelers met elkaar verstrengeld, meestal door een neutrale partij die het spel opzet. Daardoor zijn de latere keuzes van de spelers, hoe onafhankelijk ze ook lijken, wiskundig met elkaar verbonden. Aan het eind van het spel wordt er gemeten, wat de qubits terugbrengt naar een gewone 0 of 1, en op basis daarvan worden de uitbetalingen bepaald, net als in een klassiek spel.

Het bekendste voorbeeld is de kwantumversie van het gevangenendilemma. In het klassieke dilemma is "allebei verraden" het enige stabiele evenwicht, ook al zouden beide spelers baat hebben bij "allebei zwijgen". In de kwantumversie kan er, afhankelijk van de mate van verstrengeling, een nieuw evenwicht ontstaan dat voor beide spelers beter uitpakt dan het klassieke resultaat. Het dilemma "verdwijnt" als het ware door de wiskunde van verstrengeling.

Wat wil men ermee bereiken?

Kwantumspeltheorie ontstond niet uit een praktische behoefte, maar uit nieuwsgierigheid: verandert de logica van strategische interactie wezenlijk als spelers toegang hebben tot kwantummiddelen? Dat is in de eerste plaats een fundamentele vraag over de aard van informatie en beslissingen, vergelijkbaar met de vraag waarom kwantumcomputers bepaalde problemen sneller kunnen oplossen dan klassieke computers.

Een tweede doel is het beter begrijpen van kwantuminformatietheorie zelf. Spelsituaties zijn een handige, intuïtieve manier om te bestuderen hoe verstrengeling en meting zich gedragen, en om protocollen voor kwantumcommunicatie en -cryptografie te analyseren als een soort "spel" tussen eerlijke partijen en een eventuele afluisteraar.

Een derde, meer toekomstgerichte drijfveer is de opkomst van kwantumnetwerken. Als er ooit een "kwantuminternet" bestaat waarin partijen via verstrengelde deeltjes met elkaar communiceren, kunnen onderhandelingen, veilingen of beveiligingsprotocollen zich anders gedragen dan klassieke speltheorie voorspelt. Kwantumspeltheorie probeert alvast het wiskundige gereedschap te ontwikkelen om zulke situaties te analyseren, ook al bestaat een grootschalig kwantuminternet nog niet.

Voorbeelden uit de praktijk

Omdat het veld overwegend theoretisch is, bestaan de "praktijkvoorbeelden" vooral uit invloedrijke onderzoekspapers en kleinschalige experimenten, niet uit commerciële toepassingen.

De "PQ penny flip" van David Meyer (1999). De natuurkundige David Meyer, verbonden aan de University of California, San Diego, beschreef een spel geïnspireerd op Star Trek, waarin een kwantumspeler het opneemt tegen een klassieke tegenstander bij het omdraaien van een munt. Door gebruik te maken van superpositie kan de kwantumspeler in theorie altijd winnen, ongeacht de strategie van de klassieke tegenstander. Dit was een van de eerste concrete demonstraties dat toegang tot kwantummiddelen een strategisch voordeel kan opleveren.

Het kwantum-gevangenendilemma van Eisert, Wilkens en Lewenstein (1999). Deze drie natuurkundigen werkten een kwantumversie van het gevangenendilemma uit waarin verstrengeling tussen de spelers een nieuw, gunstiger evenwicht mogelijk maakt. Dit paper geldt als het startpunt van kwantumspeltheorie als apart onderzoeksveld.

Kwantumveilingen. In de jaren na 1999 onderzochten fysici, onder wie Edward Piotrowski en Jan Sładkowski, of veilingmechanismen (zoals gebruikt bij de verkoop van bijvoorbeeld telecomfrequenties) baat kunnen hebben bij kwantumprotocollen die bieders meer privacy of andere strategische eigenschappen geven. Dit werk bleef vooralsnog theoretisch.

Kwantumversies van Parrondo's paradox. Onderzoekers rond Derek Abbott aan de University of Adelaide bestudeerden hoe combinaties van "verliezende" spellen in een kwantumcontext soms tot winst kunnen leiden, een kwantumvariant van de klassieke Parrondo-paradox uit de kansrekening.

Kleinschalige experimentele demonstraties. In de jaren daarna hebben verschillende onderzoeksgroepen eenvoudige kwantumspellen, zoals varianten op de penny flip of het gevangenendilemma, daadwerkelijk uitgevoerd op kleine experimentele opstellingen, bijvoorbeeld met fotonen of op cloudplatforms voor kwantumcomputers. Dit zijn proof-of-concept-demonstraties die laten zien dat de voorspelde effecten optreden, niet toepassingen die ergens buiten het laboratorium worden gebruikt.

Hoe ver is de techniek?

Het is belangrijk om kwantumspeltheorie niet te verwarren met een technologie die "rijpt" richting commerciële toepassing, zoals kwantumcomputerchips. Het is in de eerste plaats een wiskundig-theoretisch onderzoeksveld dat sinds 1999 actief is en zich grotendeels afspeelt in vaktijdschriften voor natuurkunde en kwantuminformatie.

Een belangrijk punt van discussie binnen het veld zelf is dat er geen eenduidige, algemeen aanvaarde manier bestaat om een klassiek spel te "kwantiseren", dat wil zeggen om te zetten naar een kwantumversie. Verschillende onderzoekers kiezen verschillende wiskundige protocollen, en deze keuzes bepalen sterk welke uitkomst je krijgt. Sommige critici, waaronder onderzoekers die kritisch keken naar het oorspronkelijke Eisert-Wilkens-Lewenstein-protocol, wijzen erop dat de "oplossing" van het gevangenendilemma sterk afhangt van aannames die niet vanzelfsprekend zijn, en dat het niet altijd duidelijk is of de kwantumversie nog wel "hetzelfde spel" beschrijft als het klassieke origineel. Dit blijft een open methodologische discussie.

Praktische toepassingen, bijvoorbeeld in echte veilingen, onderhandelingen of netwerkbeveiliging, zijn er nog niet. Zolang grootschalige kwantumnetwerken (waarin verstrengelde deeltjes over lange afstanden betrouwbaar kunnen worden verdeeld) niet bestaan, blijft kwantumspeltheorie voornamelijk een academische en conceptuele oefening, met een gestage maar bescheiden stroom publicaties per jaar.

Wie werken eraan?

Het veld is relatief klein en overwegend academisch; er zijn geen grote technologiebedrijven die kwantumspeltheorie als productlijn ontwikkelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kwantumcomputerhardware.

Belangrijke grondleggers zijn David Meyer (University of California, San Diego), en Jens Eisert, Martin Wilkens en Maciej Lewenstein, wier werk uit 1999 als startpunt van het veld geldt. Eisert is tegenwoordig verbonden aan de Freie Universität Berlin, en Lewenstein aan ICFO, het Institut de Ciències Fotòniques bij Barcelona. Derek Abbott en collega's aan de University of Adelaide in Australië hebben met name bijgedragen aan kwantumvarianten van paradoxen zoals die van Parrondo.

Verder onderzoek vindt plaats binnen bredere groepen voor kwantuminformatietheorie aan universiteiten met sterke natuurkunde- en wiskundeafdelingen, onder meer in het Verenigd Koninkrijk (Oxford, Cambridge), Duitsland, Spanje, Canada (het Institute for Quantum Computing in Waterloo) en Australië. Er is ook raakvlak met economen die geïnteresseerd zijn in "kwantumcognitie", een apart onderzoeksveld dat kwantumwiskunde gebruikt om menselijke besluitvorming te modelleren, los van de vraag of er daadwerkelijk kwantummechanica in de hersenen plaatsvindt.

Verder lezen