Kwantumopsluitingseffect: hoe grootte op nanoschaal kleur en gedrag bepaalt
Het kwantumopsluitingseffect beschrijft iets opmerkelijks: als je een stukje halfgeleidermateriaal (een materiaal dat, afhankelijk van omstandigheden, stroom kan geleiden of niet, zoals silicium) extreem klein maakt — tot een paar nanometer, dus een paar miljardste meter — dan veranderen de natuurkundige eigenschappen ervan drastisch. Niet omdat het materiaal chemisch anders wordt, maar puur omdat het zo klein is. Een nanokristal (een piepklein, geordend kristal van slechts enkele duizenden atomen) van bijvoorbeeld cadmiumselenide kan, afhankelijk van zijn afmeting, rood, groen of blauw licht uitzenden. Hetzelfde materiaal, andere kleur, alleen door de grootte te veranderen.
Een bruikbare analogie is een gitaarsnaar. Een lange snaar trilt langzaam en geeft een lage toon; maak je de snaar korter, dan trilt hij sneller en klinkt de toon hoger. Iets vergelijkbaars gebeurt met elektronen in een nanokristal: hoe kleiner de ruimte waarin een elektron 'opgesloten' zit, hoe groter de energiesprongen worden die het elektron kan maken. Bij halfgeleiders vertaalt een grotere energiesprong zich naar licht met een hogere energie, en dus een blauwere kleur. Kleinere kristallen geven daardoor blauwer licht, grotere kristallen roder licht — een direct, meetbaar en bruikbaar verband tussen afmeting en kleur.
Wat is het precies?
Om te begrijpen waarom dit gebeurt, moet je naar de kwantummechanica kijken, de natuurkunde die het gedrag van deeltjes als elektronen beschrijft. In een groot stuk halfgeleidermateriaal kunnen elektronen vrijwel elke energiewaarde aannemen binnen een bepaalde band; de energieniveaus liggen zo dicht bij elkaar dat ze in de praktijk continu lijken. Maar kwantummechanisch gedragen elektronen zich ook als golven, en golven die in een kleine ruimte opgesloten zitten, kunnen alleen bepaalde, discrete (losstaande) golfpatronen vormen — net zoals een snaar alleen op bepaalde tonen kan trillen, niet op elke willekeurige frequentie.
Natuurkundigen noemen dit een 'deeltje-in-een-doos'-model: sluit je een deeltje op in een steeds kleinere doos, dan worden de toegestane energieniveaus steeds verder uit elkaar getrokken. Wanneer een nanokristal kleiner wordt dan een bepaalde drempelwaarde — de zogeheten Bohr-excitonstraal — treedt dit opsluitingseffect merkbaar op. Een exciton is een gebonden paar van een elektron en een 'gat' (de lege plek die het elektron achterlaat, die zich als een positief deeltje gedraagt); de Bohr-excitonstraal is de natuurlijke afstand waarop dit paar zich normaal gesproken door het materiaal zou bewegen. Is het kristal kleiner dan die afstand, dan worden elektron en gat gedwongen dicht bij elkaar te blijven, en wordt hun energie sterk afhankelijk van de afmeting van het kristal.
Het praktische gevolg: door tijdens de synthese (het chemisch laten groeien) van nanokristallen de groeitijd of temperatuur te variëren, kunnen onderzoekers de diameter van de kristallen — en daarmee de kleur van het uitgezonden licht — vrij nauwkeurig afstemmen, zonder het onderliggende materiaal te veranderen.
Wat wil men ermee bereiken?
De aantrekkingskracht van het kwantumopsluitingseffect zit in de combinatie van precisie en eenvoud. In plaats van voor elke gewenste kleur een ander chemisch materiaal te moeten ontwikkelen, kun je met één en dezelfde stof, alleen door de kristalgrootte te regelen, een heel scala aan kleuren produceren. Dat maakt fabricageprocessen goedkoper en beter te standaardiseren.
Voor beeldschermen betekent dit fellere, zuiverdere kleuren met minder energieverbruik dan klassieke lcd-technologie. Voor zonnecellen hoopt men de opname van zonlicht te optimaliseren door de afmeting van kwantumdots (de gangbare naam voor deze nanokristallen wanneer ze als lichtgevend of lichtopnemend materiaal worden gebruikt) af te stemmen op het zonnespectrum. In de geneeskunde wil men kwantumdots gebruiken als fluorescente markers: piepkleine, extreem heldere 'lampjes' die zich aan specifieke cellen of eiwitten hechten, waardoor artsen bijvoorbeeld tumorweefsel scherper in beeld kunnen brengen. En in de nog pril ontwikkelde kwantumcomputing onderzoekt men of je een enkel elektron in een kwantumdot kunt gebruiken als qubit — de kwantumversie van een bit, de basiseenheid van informatie in een computer, die (vereenvoudigd gezegd) tegelijk 0 én 1 kan zijn.
Voorbeelden uit de praktijk
Het effect werd voor het eerst waargenomen door de Russische natuurkundige Alexei Ekimov, die begin jaren tachtig van de vorige eeuw bij het Ioffe Instituut in de Sovjet-Unie ontdekte dat gekleurd glas met daarin nanokristallen van koperchloride een grootte-afhankelijke kleur vertoonde. Onafhankelijk daarvan deed de Amerikaanse chemicus Louis Brus, verbonden aan Columbia University en destijds werkzaam bij Bell Labs, midden jaren tachtig een vergelijkbare ontdekking in kwantumdots die vrij in oplossing zweefden.
De doorbraak die kwantumdots praktisch bruikbaar maakte, kwam van Moungi Bawendi, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). In 1993 publiceerde zijn onderzoeksgroep een synthesemethode waarmee kwantumdots met zeer uniforme grootte en hoge kwaliteit konden worden geproduceerd — een cruciale stap, omdat kleine verschillen in afmeting anders leiden tot een waaier aan kleuren in plaats van één zuivere tint. Voor deze gezamenlijke ontdekking en ontwikkeling ontvingen Ekimov, Brus en Bawendi in 2023 de Nobelprijs voor Chemie.
Op commercieel vlak introduceerde Samsung vanaf 2013 televisies met kwantumdot-technologie, later vermarkt onder de naam QLED, waarbij een laag kwantumdots wordt gebruikt om het licht van een lcd-achtergrondverlichting om te zetten in zuiverdere kleuren. Ook Sony bracht kwantumdotschermen op de markt. Een recenter voorbeeld uit onderzoeksland is het werk van QuTech, het kwantumonderzoeksinstituut van de Technische Universiteit Delft, waar sinds de jaren 2010 wordt geëxperimenteerd met kwantumdots in silicium en galliumarsenide als mogelijke qubits voor kwantumcomputers.
Hoe ver is de techniek?
De ontwikkelstatus verschilt sterk per toepassing. Kwantumdots in beeldschermen zijn inmiddels volwassen, commerciële technologie: al meer dan tien jaar staan er kwantumdot-tv's in winkels, en de techniek wordt breed toegepast. Wel is er een aandachtspunt geweest: de meest onderzochte en efficiënte kwantumdots bevatten vaak cadmium, een zwaar metaal dat giftig en milieubelastend is. Om aan Europese milieuregels (zoals de RoHS-richtlijn, die het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektronica beperkt) te voldoen, hebben fabrikanten cadmiumvrije alternatieven ontwikkeld, met name op basis van indiumfosfide. Deze zijn inmiddels wijdverbreid, al presteren ze op sommige technische punten nog iets minder goed dan de oorspronkelijke cadmiumvarianten.
Kwantumdots in zonnecellen en LED-verlichting bevinden zich tussen onderzoek en beginnende commercialisering: er zijn werkende prototypes en enkele nichetoepassingen, maar grootschalige, kostenefficiënte productie is nog niet de norm. Medische toepassingen, zoals fluorescente markering voor diagnostiek, zitten grotendeels nog in de onderzoeks- en klinische testfase; de toxiciteit van cadmiumhoudende kwantumdots in het lichaam blijft een reëel punt van zorg, en cadmiumvrije varianten voor medisch gebruik worden nog actief ontwikkeld en getest.
Het gebruik van kwantumdots als qubit voor kwantumcomputers is het minst volwassen spoor: dit is vroeg-experimenteel onderzoek. Losse kwantumdot-qubits zijn in laboratoria aangetoond, maar het opschalen naar de duizenden of miljoenen onderling verbonden, foutbestendige qubits die nodig zijn voor een bruikbare kwantumcomputer, is nog niet gerealiseerd en blijft een van de grote technische hobbels in het hele veld van kwantumcomputing — niet alleen voor kwantumdots, maar voor vrijwel elk qubit-platform.
Wie werken eraan?
Op het gebied van kwantumdots voor consumentenelektronica zijn Samsung en Sony de bekendste namen aan de productzijde, terwijl bedrijven als Nanosys (Verenigde Staten) zich specifiek toeleggen op de productie van het kwantumdotmateriaal dat in beeldschermen wordt verwerkt.
Aan de fundamentele onderzoekskant spelen enkele universiteiten en instituten een centrale rol: het Massachusetts Institute of Technology (MIT), waar Moungi Bawendi zijn synthesemethode ontwikkelde, Columbia University in de Verenigde Staten, verbonden aan het werk van Louis Brus, en het Ioffe Instituut in Sint-Petersburg, Rusland, waar Alexei Ekimov zijn ontdekking deed. Voor toepassingen in kwantumcomputing is QuTech aan de Technische Universiteit Delft in Nederland een van de vooraanstaande onderzoeksgroepen die met kwantumdot-qubits experimenteert, naast Amerikaanse onderzoekscentra zoals het Los Alamos National Laboratory, dat onder meer onderzoek doet naar kwantumdots voor zonne-energie en beeldvormingstoepassingen.
Geografisch is het onderzoeksveld sterk verspreid over de Verenigde Staten, Rusland, Nederland, Zuid-Korea (via Samsung) en Japan (via Sony), met bijdragen uit tal van andere landen op universitair niveau.
Verder lezen
- Nobelprize.org — achtergrond over de Nobelprijs Chemie 2023 voor de ontdekking van kwantumdots
- Nature — wetenschappelijk vaktijdschrift met onderzoekspublicaties over kwantumdots en nanomaterialen
- QuTech (TU Delft) — Nederlands onderzoeksinstituut voor kwantumtechnologie, waaronder kwantumdot-qubits
- American Chemical Society — vakorganisatie met achtergrondinformatie over de chemie van kwantumdots