Kennisbank

Koude functionele test: de generale repetitie van een kerncentrale

Bijgewerkt: 6 augustus 2026 · 6 min leestijd

Voordat een nieuwe kerncentrale ook maar één gram splijtstof binnenkrijgt, moet het hele bouwwerk van leidingen, pompen, kleppen en sensoren eerst bewijzen dat het simpelweg werkt. Die eerste grote proef heet de koude functionele test. Vergelijk het met een nieuw huis met vloerverwarming: voordat de installateur ooit de cv-ketel aanzet, wordt het hele leidingstelsel gevuld met koud water en onder druk gezet om te controleren of er nergens een lek zit en of alle kranen en thermostaten doen wat ze moeten doen. Bij een kerncentrale gebeurt precies datzelfde, maar dan met een installatie zo groot als een fabriekshal en onder een druk die tientallen keren hoger ligt dan in een cv-systeem.

Het woord "koud" slaat dus niet op winterweer, maar op de afwezigheid van nucleaire warmte: er zit nog geen splijtstof in de reactor en er wordt geen kernreactie opgewekt. Het gaat om de allereerste keer dat het complete primaire circuit — het gesloten systeem van leidingen en pompen dat straks het koelwater rond de reactorkern moet laten stromen — als één geheel wordt getest. Pas als deze test goed doorlopen is, mag de volgende, "hete" testfase beginnen, en pas daarna komt er ooit splijtstof bij kijken.

Wat is het precies?

De bouw van een kerncentrale duurt jaren. Eerst wordt het gebouw neergezet, daarna worden het reactorvat, de stoomgeneratoren, de hoofdkoelmiddelpompen en kilometers aan leidingwerk geïnstalleerd. Zodra dat primaire circuit mechanisch compleet is, begint de koude functionele test.

Het circuit wordt gevuld met gedemineraliseerd water — extra zuiver water zonder mineralen, zodat er geen kalkaanslag of corrosie ontstaat. Met behulp van tijdelijke of al geïnstalleerde pompen wordt dat water vervolgens onder druk gezet, tot een niveau dat in de buurt komt van de latere bedrijfsdruk (bij een drukwaterreactor al snel meer dan 150 bar, ofwel zo'n honderdvijftig keer de luchtdruk om ons heen). De temperatuur blijft daarbij dicht bij de omgevingstemperatuur.

Terwijl het systeem onder druk staat, controleren technici stuk voor stuk: lekken zij duizenden lasnaden en flenzen? Sluiten kleppen goed af en openen ze weer? Werken pompen, sensoren, alarmen en de besturingssoftware zoals bedoeld? Ook het personeel oefent tijdens deze fase met procedures en noodscenario's, nog zonder de risico's die straks met echte splijtstof gepaard gaan.

Is de koude test succesvol afgerond, dan volgt de hete functionele test. Daarbij wordt het water via de wrijvingswarmte van de eigen koelmiddelpompen opgewarmd tot bedrijfstemperatuur, ruim boven de 300 graden Celsius, en tot volledige bedrijfsdruk — nog steeds zonder splijtstof. Dat test hoe het systeem zich gedraagt bij thermische uitzetting van leidingen en materialen, iets wat een koude test niet kan simuleren. Pas na deze twee stappen wordt de reactor geopend om de splijtstofstaven te laden, waarna de eerste kritikaliteitstests en langzame vermogensopbouw volgen.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is veiligheid. Een lek, een verkeerd gemonteerde klep of een softwarefout is veel makkelijker en goedkoper te herstellen zolang er nog geen radioactief materiaal in de installatie zit: monteurs kunnen dan zonder stralingsbescherming en zonder tijdsdruk aan het werk.

Daarnaast is het een kostenafweging. Fouten die pas na splijtstofbelading aan het licht komen, kunnen leiden tot maandenlange vertraging, extra stralingsbescherming voor werknemers en soms zelfs het gedeeltelijk weer moeten openen van een systeem dat al besmet is geraakt. Vroeg testen is dus goedkoper testen.

Tot slot is de test een wettelijke stap. Nationale toezichthouders — in Nederland de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) — eisen een geslaagde koude en hete functionele test als voorwaarde voordat een vergunning voor splijtstofbelading wordt afgegeven. Het is tegelijk een moment waarop bouwer, exploitant en toezichthouder gezamenlijk vertrouwen opbouwen dat de installatie als geheel werkt zoals op de tekentafel bedacht.

Voorbeelden uit de praktijk

De meest besproken recente voorbeelden komen van de nieuwe generatie grote reactoren, die stuk voor stuk met vertraging te maken kregen — deels juist ontdekt tijdens deze testfases.

Olkiluoto 3 in Finland, een EPR-reactor van de Finse exploitant TVO, doorliep zijn hete functionele test rond 2014. Daarna volgden nog jaren vertraging door andere problemen, onder meer met turbine- en regelsystemen, voordat de centrale in april 2023 commercieel in bedrijf kwam.

Flamanville 3 in Frankrijk, eveneens een EPR-reactor, van energiebedrijf EDF, doorliep zijn koude en hete functionele tests in de jaren rond 2018-2019. Daarbij kwamen problemen aan het licht met lasnaden in het secundaire stoomcircuit, die eerst hersteld moesten worden. De reactor ging uiteindelijk pas eind 2024 echt in bedrijf — ruim tien jaar later dan oorspronkelijk gepland.

Vogtle 3 en 4 in de Amerikaanse staat Georgia, AP1000-reactoren van Westinghouse-ontwerp, gebouwd voor Georgia Power, doorliepen hun hete functionele testfase rond 2022. Unit 3 kwam in juli 2023 commercieel in bedrijf, unit 4 volgde in april 2024.

Hinkley Point C in het Verenigd Koninkrijk, ook een EPR-project van EDF, bevindt zich per 2026 nog in de bouwfase; de functionele testfase is naar verluidt nog niet bereikt en de verwachte opstartdatum is meermaals naar achteren geschoven.

Voor Nederland geldt dat er nog geen nieuwe kerncentrale in aanbouw is: plannen rond een tweede en derde centrale, onder meer bij Borssele, bevinden zich per 2026 nog in de planning- en vergunningfase. Een koude functionele test ligt hier dus nog jaren in de toekomst.

Hoe ver is de techniek?

De koude functionele test zelf is geen nieuwe of onbewezen technologie — het is een gestandaardiseerde stap die al sinds de eerste commerciële kernreactoren in de jaren zestig en zeventig wordt toegepast. Wat wél verandert, is de complexiteit van wat er getest moet worden: moderne reactorontwerpen zoals de EPR, AP1000 en APR1400 hebben uitgebreidere digitale besturings- en instrumentatiesystemen dan hun voorgangers, waardoor de testfase zelf ingewikkelder en tijdrovender is geworden.

Opvallend genoeg is juist deze commissioningsfase bij recente grootschalige projecten vaak een van de belangrijkste bronnen van vertraging en kostenoverschrijding gebleken. Niet omdat de testmethode onbetrouwbaar is, maar omdat tijdens het testen precies de gebreken worden gevonden waarvoor de test bedoeld is: onvolkomen lasnaden, verkeerd functionerende kleppen, softwarematige integratieproblemen. De test doet dus zijn werk, maar het herstel van gevonden gebreken kost tijd.

Voor de nieuwe generatie kleine modulaire reactoren (SMR's), die grotendeels fabrieksmatig gebouwd zouden moeten worden, moet dit soort testprocedures nog in de praktijk zijn waarde bewijzen zodra de eerste series daadwerkelijk gebouwd worden. De belofte is dat gestandaardiseerde, in de fabriek voorgeteste modules deze testfase sneller en voorspelbaarder maken dan bij de grote, op maat gebouwde centrales van nu, maar dat is nog niet op grote schaal aangetoond.

Wie werken eraan?

De grote reactorbouwers en -leveranciers staan aan de basis van deze testprocedures: EDF en Framatome (Frankrijk, EPR-ontwerp), Westinghouse (Verenigde Staten, AP1000), KHNP en KEPCO (Zuid-Korea, APR1400), Rosatom (Rusland, VVER-ontwerp) en CGN/CNNC (China, Hualong One).

Daarnaast voeren de exploitanten van de centrales de tests in de praktijk uit, zoals TVO in Finland, Southern Nuclear/Georgia Power in de Verenigde Staten en ENEC in de Verenigde Arabische Emiraten. De resultaten worden beoordeeld door nationale toezichthouders: de ASN in Frankrijk, de NRC in de Verenigde Staten, STUK in Finland, en in Nederland de ANVS. Internationaal biedt het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) richtlijnen en normen waarop nationale toezichthouders hun eisen baseren.

In Nederland zijn onder meer EPZ (exploitant van de bestaande centrale in Borssele) en de Nederlandse overheid betrokken bij de verkenning van nieuwbouw, samen met internationale reactorleveranciers die interesse hebben getoond in een rol bij eventuele nieuwe centrales. Concrete bouwbesluiten, en daarmee een concrete datum voor een Nederlandse koude functionele test, zijn er per 2026 nog niet.

Verder lezen