Kennisbank

Kettinggeweer: het automatische wapen dat draait op een elektromotor in plaats van kruit

Bijgewerkt: 20 augustus 2026 · 5 min leestijd

Een kettinggeweer is een automatisch vuurwapen waarbij niet de ontploffing van elk schot zelf de volgende patroon in de kamer duwt, maar een elektromotor die via een ketting het mechaniek aandrijft. Vergelijk het met het verschil tussen een ouderwetse waterpomp die je met de hand moet blijven pompen (elke slag levert net genoeg energie voor de volgende) en een pomp die wordt aangedreven door een elektromotor die gewoon blijft draaien, ongeacht wat er in de leiding gebeurt. Bij een kettinggeweer bepaalt de motor het ritme, niet het schot.

Het woord "ketting" is hier letterlijk bedoeld: in het wapen zit een gesloten kettingloop, vergelijkbaar met een fietsketting maar dan zwaarder uitgevoerd, die om twee tandwielen loopt en verbonden is met het sluitstuk (het onderdeel dat de patroon in de kamer duwt en na het schot de huls weer uitwerpt). Kettinggeweren zitten niet in de handen van individuele soldaten, maar zijn gemonteerd op voertuigen, helikopters en schepen, waar ruimte, gewicht en een aansluiting op de boordelektriciteit geen probleem zijn.

Wat is het precies?

Bij een gewoon automatisch wapen, zoals een machinegeweer, wordt de energie om het volgende schot voor te bereiden gehaald uit het schot zelf: de gasdruk van de afgevuurde patroon duwt een zuiger terug, of de terugslag van het wapen zet een veermechaniek in beweging. Dat werkt goed, maar het maakt het wapen ook afhankelijk van elke individuele patroon. Een zwak schot, een vervuilde kamer of een beschadigde huls kan de cyclus verstoren en een storing veroorzaken.

Een kettinggeweer omzeilt dat probleem door de aandrijving los te koppelen van het schot. Een elektromotor, meestal gevoed door het boordnet van het voertuig of de helikopter, drijft via een tandwielkast de kettingloop aan. Die ketting zit vast aan een blokje dat in een geleiderail heen en weer beweegt, vergelijkbaar met een naald in een naaimachine. Bij de beweging naar achteren wordt de lege huls uitgeworpen en de haan gespannen; bij de beweging naar voren wordt een nieuwe patroon uit de gordel gepakt, in de kamer geduwd en afgevuurd.

Omdat de motor de vuursnelheid bepaalt, is die snelheid nauwkeurig instelbaar en zeer constant, iets waar richtcomputers op voertuigen goed mee overweg kunnen. Een ander praktisch voordeel: als er ooit een storing optreedt, bijvoorbeeld een patroon die niet afgaat, kan de motor de ketting simpelweg even terugdraaien om de patroon alsnog uit te werpen, zonder dat een bemanningslid het wapen handmatig hoeft te openen. In een helikoptercockpit of een gepantserd voertuig, waar je niet zomaar uit kunt stappen om een wapen te ontstoppen, is dat een groot voordeel.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer achter het kettinggeweer is betrouwbaarheid onder zware, onvoorspelbare omstandigheden. Militaire planners willen een wapen dat blijft functioneren bij stof, trillingen, extreme temperaturen en langdurig gebruik, zonder dat een bemanningslid het middenin een gevecht handmatig moet repareren.

Daarnaast speelt precisie mee. Doordat de vuursnelheid onafhankelijk is van de munitie, kan die snelheid worden afgestemd op de taak: lager voor zuinig en gericht vuren op een doel, hoger wanneer meer vuurkracht nodig is. Dat past goed bij moderne richtsystemen die met computerondersteuning doelen volgen en maar een beperkt aantal, zorgvuldig getimede schoten willen afvuren in plaats van een ongerichte vuurstoot.

Tot slot is er een gewichts- en complexiteitsafweging. Meerloops "gatling"-wapens (met meerdere ronddraaiende lopen, zoals in oudere vliegtuigkanonnen) zijn ook zeer betrouwbaar, maar zwaar en groot. Een kettinggeweer met één loop levert vergelijkbare betrouwbaarheid bij een compacter en lichter ontwerp, wat vooral voor helikopters, waar elke kilo telt, van belang is.

Voorbeelden uit de praktijk

Het bekendste voorbeeld is de M230, een 30mm-kettinggeweer dat is ontwikkeld door Hughes Helicopters (het bedrijf dat het kettinggeweerprincipe in de jaren zeventig introduceerde) en dat sindsdien onder de neus van de Amerikaanse AH-64 Apache-gevechtshelikopter hangt. Het is het wapen waarmee de meeste mensen onbewust bekend zijn via nieuwsbeelden en films over Apache-helikopters.

Voor gepantserde voertuigen is de M242 Bushmaster, een 25mm-kanon, het bekendste voorbeeld. Het zit onder meer op het Amerikaanse infanteriegevechtsvoertuig Bradley en op het lichte gepantserde voertuig LAV-25 van het Amerikaanse marinierskorps.

De GAU-19 is een kettinggeweer in .50-kaliber (12,7mm) met drie ronddraaiende lopen, een soort hybride tussen een kettinggeweer en een gatling-wapen, gebruikt op sommige helikopters en lichte voertuigen als zelfverdedigingswapen.

Op zee draait de Mk 38-affuit van de Amerikaanse marine om een 25mm Bushmaster-kanon. Dit systeem, gemonteerd op onder meer fregatten en amfibische schepen, is bedoeld om snelle kleine vaartuigen op korte afstand te bestrijden, een dreiging die na aanslagen op marineschepen met explosievenboten extra aandacht kreeg.

Ook relevant voor Nederlandse lezers: de Koninklijke Landmacht rijdt met het infanteriegevechtsvoertuig CV9035NL, uitgerust met een 35mm-kanon uit de Bushmaster-familie, een van de zwaardere kettinggeweren die momenteel bij Europese landmachten in gebruik zijn.

Hoe ver is de techniek?

Het kettinggeweer is geen nieuwe of experimentele technologie; het bestaat al sinds de jaren zeventig en tachtig en wordt al decennialang operationeel ingezet. In die zin is het "volwassen" techniek. De ontwikkeling van de afgelopen jaren zit vooral in verfijning: lichtere materialen, zuinigere motoren, betere integratie met digitale richtsystemen, en munitie die onderweg kan worden geprogrammeerd, bijvoorbeeld granaten die pas op een ingestelde afstand ontploffen.

De belangrijkste actuele trend is een verschuiving naar grotere kalibers. Om moderne, beter gepantserde gevechtsvoertuigen op grotere afstand te kunnen raken, is in de Verenigde Staten gewerkt aan een 50mm-kettinggeweer (bekend als de XM913, onderdeel van de "Bushmaster III"-familie) voor een nieuwe generatie infanteriegevechtsvoertuigen. Dit soort programma's laat zien dat de techniek weliswaar bewezen is, maar dat de precieze toekomstige toepassingen, en welke voertuigprogramma's het uiteindelijk overleven, nog volop in beweging zijn: legerprogramma's worden regelmatig herzien, vertraagd of stopgezet, en het is voor buitenstaanders niet altijd goed te volgen welke variant op welk moment de status "in gebruik" versus "in ontwikkeling" heeft.

Een blijvend obstakel is het gewicht en stroomverbruik van de motor en tandwielkast, die het wapen zwaarder en complexer maken dan een eenvoudig gasgedreven wapen. Voor toepassingen waar dat gewicht een probleem is, zoals lichte drones of infanteriewapens, is het kettinggeweerprincipe dan ook niet gangbaar; het blijft in de praktijk een technologie voor voertuigen, helikopters en schepen met voldoende vermogen en montageruimte.

Wie werken eraan?

De ontwikkeling van het kettinggeweer is historisch sterk verbonden met één bedrijfslijn: van Hughes Helicopters, via McDonnell Douglas en Alliant Techsystems (ATK), tot de huidige eigenaar Northrop Grumman, dat via zijn wapensystemen-divisie de "Chain Gun"-productlijn (waaronder de M230 en de Bushmaster-familie) produceert en doorontwikkelt.

Als grootste opdrachtgever en financier speelt het Amerikaanse leger (en de bredere Amerikaanse defensie-industrie) een centrale rol, onder meer via aanbestedingsprogramma's voor nieuwe gevechtsvoertuigen. Daarnaast gebruiken en onderhouden diverse NAVO-bondgenoten kettinggeweren op hun eigen voertuigen, waaronder Nederland (CV9035NL), Zweden en Denemarken (die eveneens CV90-voertuigen met Bushmaster-kanonnen rijden), en het Verenigd Koninkrijk, dat kettinggeweren op gepantserde voertuigen gebruikt of heeft overwogen.

Verder lezen