Johannesbrood: het eeuwenoude gewas met een moderne toekomst
Johannesbrood is de peulvrucht van de johannesbroodboom (Ceratonia siliqua), een groenblijvende boom die van oorsprong in het Middellandse Zeegebied groeit. De lange, bruine peulen bevatten een zoet, chocoladeachtig vruchtvlees en harde zaadjes. Al duizenden jaren wordt dit vruchtvlees gedroogd en tot poeder gemalen als natuurlijke zoetstof en cacaovervanger — iets wat je misschien nog kent van "carobrepen" uit de gezondheidswinkel.
Wat johannesbrood recent weer relevant maakt, is niet de smaak maar de plant zelf: de boom is extreem droogtebestendig en overleeft op arme, droge grond waar veel andere gewassen het niet redden. In een tijd waarin klimaatverandering de landbouw in het Middellandse Zeegebied onder druk zet en de cacaosector kampt met misoogsten en ontbossing, kijken onderzoekers en voedingsbedrijven met hernieuwde interesse naar dit oude gewas als klimaatbestendig alternatief.
Wat is het precies?
De johannesbroodboom behoort tot de peulvruchtenfamilie (Fabaceae, dezelfde familie als bonen en linzen) en kan honderden jaren oud worden. De boom bloeit in de herfst en vormt daarna platte peulen van 10 tot 25 centimeter lang, die in de zomer rijp worden geoogst.
Een peul bestaat uit twee delen die apart worden verwerkt. Het vruchtvlees (de kalebast) wordt gedroogd, geroosterd en gemalen tot johannesbroodmeel of carobpoeder: een van nature zoete stof zonder cafeïne en zonder theobromine, de stof die in cacao voorkomt en die voor sommige dieren giftig is. Daardoor wordt carobpoeder ook gebruikt in hondensnacks als cacaovrij alternatief.
De harde zaadjes leveren een heel ander product op: johannesbroodpitmeel, internationaal bekend als locust bean gum en genummerd als voedingsadditief E410. Dit is een galactomannaan, een type plantaardige gom die water bindt en producten dikker of stabieler maakt. Het wordt op grote schaal gebruikt in ijs, yoghurt, sauzen en vleeswaren.
Opvallend detail: de zaadjes van johannesbrood zijn van nature bijna allemaal even zwaar. Handelaren in edelstenen gebruikten ze daarom eeuwenlang als gewichtseenheid — de term "karaat" voor de zuiverheid en het gewicht van diamanten stamt hiervan af.
Wat wil men ermee bereiken?
Er spelen twee doelen door elkaar. Het eerste is landbouwkundig: telers en onderzoekers willen gewassen vinden die bestand zijn tegen langere droogtes en hogere temperaturen, zonder dat daarvoor extra irrigatie nodig is. De johannesbroodboom heeft diepe wortels, heeft weinig water nodig zodra hij eenmaal volgroeid is, en kan op kalkrijke, schrale grond groeien waar bijvoorbeeld olijfbomen het moeilijk hebben. Dat maakt het gewas interessant voor zogeheten agroforestry: landbouwsystemen waarin bomen en gewassen gecombineerd worden om bodemerosie tegen te gaan en het land klimaatbestendiger te maken.
Het tweede doel ligt in de voedingsindustrie. De cacaosector kampt al jaren met problemen: ontbossing in West-Afrika, prijsschommelingen door misoogsten, en kritiek op arbeidsomstandigheden op cacaoplantages. Daarnaast willen fabrikanten producten met minder suiker, minder vet en zonder cafeïne. Johannesbrood biedt op papier een oplossing voor meerdere van die problemen tegelijk, omdat het al een chocoladeachtige smaak heeft zonder cacao te zijn.
Belangrijk om eerlijk te zijn: johannesbrood smaakt niet identiek aan cacao. Het mist de bitterheid en complexiteit van echte chocolade, en bevat van nature tannines (looistoffen) die een wrange nasmaak kunnen geven als de peulen niet goed verwerkt zijn. Dat is precies waar veel van het huidige onderzoek zich op richt.
Voorbeelden uit de praktijk
Johannesbroodpitmeel in de voedingsindustrie. E410 wordt al decennia industrieel geproduceerd en verwerkt in duizenden voedingsproducten wereldwijd, van roomijs tot kant-en-klare sauzen. Grote ingrediëntenbedrijven, waaronder de voormalige voedingsdivisie van DuPont (sinds 2021 onderdeel van het Amerikaanse IFF), horen tot de belangrijkste producenten van dit soort plantaardige verdikkingsmiddelen.
Carobrepen en -poeder als cacaovervanger. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is carobpoeder een vast product in de gezondheidsvoeding, vooral populair bij mensen die cafeïne of theobromine willen vermijden.
Johannesbroodstroop op Cyprus en Malta. Op deze eilanden bestaat een eeuwenoude ambachtelijke traditie van het koken van johannesbroodstroop (lokaal soms "zwarte gouden stroop" genoemd) uit het vruchtvlees. Deze streekproducten worden nog altijd kleinschalig geproduceerd en vormen onderdeel van pogingen om lokale, traditionele voedselketens te behouden.
Herintroductie in mediterrane landbouwprojecten. In delen van Spanje, Marokko en Zuid-Italië wordt de johannesboom (opnieuw) aangeplant in het kader van projecten tegen bodemerosie en verwoestijning, omdat de boom weinig onderhoud vraagt na de eerste jaren.
Cacaovrije chocolade van foodtech-bedrijven. De afgelopen jaren zijn er kleine voedseltechnologiebedrijven ontstaan die chocolade-achtige producten maken zonder cacaobonen, waarbij johannesbrood soms als een van de grondstoffen dient naast bijvoorbeeld haver of zonnebloempitten. Het Italiaanse bedrijf Foreverland is hier een voorbeeld van. Dit segment is nog klein en het is nog onduidelijk welke aanpak op grotere schaal commercieel succesvol zal worden.
Hoe ver is de techniek?
Voor johannesbroodpitmeel (E410) als voedingsadditief is de techniek volledig volwassen: dit is een gevestigde, wereldwijd verhandelde grondstof met een stabiele markt. Hier is weinig "ontwikkeling" meer nodig.
Voor johannesbrood als cacaovervanger in chocolade-achtige producten staat de ontwikkeling nog aan het begin. De belangrijkste technische obstakels zijn het wegnemen van de wrange tannines zonder de zoetheid te verliezen, het nabootsen van de smeltstructuur van echte chocolade (die te maken heeft met cacaoboter, een vet dat johannesbrood niet bevat), en simpelweg de smaak dichter bij chocolade brengen voor een breder publiek dan de huidige nichemarkt van gezondheidsbewuste consumenten.
Voor johannesbrood als klimaatbestendig landbouwgewas is er een ander obstakel: de boom groeit langzaam en draagt pas na zo'n zes tot acht jaar voor het eerst vruchten, en na vijftien tot twintig jaar pas volop. Dat maakt grootschalige herbeplanting een investering op de lange termijn, wat de opschaling vertraagt vergeleken met snellere landbouwinnovaties.
Kortom: als grondstof is johannesbrood allang bewezen technologie, maar als klimaatoplossing en cacaualternatief bevindt het zich in een vroege, kleinschalige fase waarin nog niet vaststaat hoe groot de rol uiteindelijk zal worden.
Wie werken eraan?
Spanje is doorgaans de grootste producent van johannesbrood ter wereld, gevolgd door andere mediterrane landen als Italië, Portugal, Marokko, Griekenland, Cyprus en Turkije. Deze landen hebben van oudsher de klimaatomstandigheden waarin de boom van nature gedijt.
Op onderzoeksgebied zijn agrarische kennisinstituten in deze regio betrokken bij studies naar droogtebestendige mediterrane boomgewassen, vaak met johannesbrood als een van de onderzochte soorten naast bijvoorbeeld amandel en olijf. Internationale landbouworganisaties zoals de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) volgen dit soort klimaatadaptatieonderzoek in het Middellandse Zeegebied.
Aan de industriële kant produceren grote ingrediëntenbedrijven zoals IFF johannesbroodpitmeel voor de wereldwijde voedingsmiddelenindustrie. Daarnaast zijn er kleinere, gespecialiseerde foodtech-bedrijven die experimenteren met cacaovrije chocolade, veelal opgericht als startup in de afgelopen vijf tot tien jaar. Dit is een versnipperd veld zonder één duidelijke marktleider.