Kennisbank

Immuunveroudering: waarom ons afweersysteem verzwakt met de jaren

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 5 min leestijd

Het lichaam van een pasgeborene bouwt in de eerste levensjaren een indrukwekkend leger van afweercellen op, klaar om vrijwel elke indringer te herkennen. Maar dat leger blijft niet eeuwig even scherp. Naarmate we ouder worden, functioneert het immuunsysteem geleidelijk minder goed: het herkent nieuwe bedreigingen trager, reageert minder krachtig op vaccins en raakt bovendien chronisch een beetje 'ontstoken'. Dat proces heet immuunveroudering, of met de wetenschappelijke term immunosenescentie.

Een handige vergelijking is die van een brandweerkorps. Bij een jonge brandweer zijn er veel nieuwe, fitte rekruten die snel op elke melding kunnen reageren. Bij een verouderd korps zijn er steeds minder nieuwe rekruten, veel oudgedienden die alleen nog de branden bestrijden die ze al eerder hebben gezien, en er hangt voortdurend een lichte rooklucht in de kazerne zelf, ook als er geen brand is. Precies dat gebeurt in het lichaam: minder nieuwe afweercellen, een geheugen dat zich vastbijt in oude bedreigingen, en een sluimerende ontsteking die nergens meer weggaat.

Wat is het precies?

Een centrale speler is de thymus, een klein orgaan achter het borstbeen waar T-cellen — een type witte bloedcel dat gespecialiseerd is in het herkennen van specifieke ziekteverwekkers — hun training krijgen. Vanaf de puberteit krimpt de thymus geleidelijk en wordt deels vervangen door vetweefsel, een proces dat thymusinvolutie heet. Het gevolg: op oudere leeftijd worden er veel minder nieuwe, 'naïeve' T-cellen aangemaakt die nog niet eerder een indringer hebben ontmoet.

Daardoor verschuift de balans in het lichaam steeds meer richting geheugen-T-cellen: cellen die al kennis hebben gemaakt met specifieke virussen of bacteriën, vaak al decennia eerder. Dat is prettig tegen bekende vijanden, maar problematisch bij iets nieuws, zoals een onbekend griepvirus. Het immuunsysteem van een oudere persoon heeft eenvoudigweg minder 'vers' materiaal in huis om snel op nieuwe dreigingen te reageren.

Tegelijk ontstaat er een tweede probleem: chronische, laaggradige ontsteking die niet gekoppeld is aan een concrete infectie. De Italiaanse immunoloog Claudio Franceschi introduceerde hiervoor rond het jaar 2000 de term inflammaging, een samentrekking van 'inflammation' (ontsteking) en 'aging' (veroudering). Bloedwaarden van ontstekingseiwitten liggen bij oudere mensen structureel hoger, ook zonder dat ze ziek zijn, en dat hangt samen met allerlei ouderdomsklachten, van hart- en vaatziekten tot gewrichtsproblemen.

Een belangrijke bron van die sluimerende ontsteking is cellulaire senescentie. Dit zijn lichaamscellen die zijn gestopt met delen — vaak als bescherming tegen het worden van een kankercel — maar die niet afsterven. Zulke 'zombiecellen' blijven aanwezig en scheiden een cocktail van ontstekingsstoffen uit, het zogeheten SASP (senescence-associated secretory phenotype, oftewel het senescentie-gebonden uitscheidingspatroon). Hoe meer van deze cellen zich ophopen met de leeftijd, hoe meer chronische ontstekingsprikkels het lichaam te verwerken krijgt, wat het immuunsysteem verder uit balans brengt.

Wat wil men ermee bereiken?

Onderzoekers naar immuunveroudering hebben geen illusie dat het proces volledig valt te stoppen. Het doel is bescheidener maar praktisch belangrijk: het immuunsysteem van ouderen langer functioneel houden, zodat vaccins beter aanslaan, infecties zoals griep of longontsteking minder vaak dodelijk aflopen, en het lichaam beter in staat blijft afwijkende cellen — waaronder vroege kankercellen — op te ruimen.

Daarnaast hoopt men door inflammaging te temperen, ook chronische ziekten die met ontsteking samenhangen te vertragen, zoals atherosclerose (aderverkalking) en bepaalde vormen van dementie. De onderliggende ambitie van het bredere veld van veroudering onderzoek is niet zozeer mensen extreem oud te laten worden, maar de healthspan te verlengen: het aantal jaren dat iemand gezond en zelfstandig doorbrengt, in plaats van alleen de totale levensduur op te rekken.

Voorbeelden uit de praktijk

Een van de duidelijkste toepassingen is het gordelroosvaccin Shingrix, goedgekeurd in 2017. Dit vaccin bevat een zogeheten adjuvant, een hulpstof die de afweerreactie versterkt, juist omdat het immuunsysteem van oudere mensen minder krachtig reageert op een 'kaal' vaccin. Shingrix bleek in studies aanzienlijk effectiever bij zestigplussers dan het oudere gordelroosvaccin.

Om dezelfde reden bestaan er hoge-dosis griepvaccins, zoals Fluzone High-Dose, specifiek ontwikkeld voor 65-plussers. Deze bevatten een grotere hoeveelheid antigeen — het stofje dat het immuunsysteem leert herkennen — om het verzwakte afweersysteem toch een adequate respons te ontlokken.

Op experimenteler terrein onderzoeken wetenschappers senolytica: stoffen die senescente 'zombiecellen' selectief opruimen. Een bekend voorbeeld is de combinatie van de kankermedicijnen dasatinib en het plantenstofje quercetin, die vanaf ongeveer 2019 in kleine klinische studies bij de Mayo Clinic werd getest op oudere patiënten met longaandoeningen.

Ook loopt de TAME-trial (Targeting Aging with Metformin), opgezet onder leiding van veroudering onderzoeker Nir Barzilai. Dit zou de eerste grote klinische studie moeten worden die veroudering zelf als uitkomstmaat neemt, met het al decennialang gebruikte diabetesmiddel metformine als kandidaat om leeftijdsgebonden ziekten — waaronder immuungerelateerde problemen — uit te stellen.

Tot slot is er Altos Labs, een in 2022 opgericht biotechbedrijf dat onderzoek doet naar partiële celherprogrammering: het gedeeltelijk 'terugzetten' van de biologische klok van cellen met behulp van zogeheten Yamanaka-factoren. Dit onderzoek staat nog in een vroeg, overwegend preklinisch stadium, maar richt zich mede op het herstellen van verouderde, minder goed functionerende celtypes, waaronder immuuncellen.

Hoe ver is de techniek?

Vaccinstrategieën die rekening houden met immuunveroudering zijn inmiddels gangbare praktijk en worden wereldwijd toegepast. Dat is het meest volwassen deel van het veld: het is bewezen, goedgekeurd en beschikbaar.

Interventies die veroudering van het immuunsysteem zelf willen afremmen of omkeren — senolytica, metformine voor dit doel, partiële herprogrammering — bevinden zich grotendeels nog in klinische trials of zelfs in het laboratoriumstadium. Er is tot op heden geen enkel geneesmiddel dat door een toezichthouder specifiek is goedgekeurd om 'veroudering' te behandelen.

Dat laatste wijst op een fundamenteel obstakel: instanties zoals de Amerikaanse FDA erkennen veroudering officieel niet als ziekte. Dat maakt het lastig om een medicijn goedgekeurd te krijgen voor 'anti-aging' als zodanig; onderzoekers moeten in plaats daarvan concrete, meetbare aandoeningen als doelwit nemen. Daarnaast verschilt de snelheid van immuunveroudering sterk tussen individuen, en zijn er lange trials nodig om overtuigend aan te tonen dat een interventie daadwerkelijk levensduur of ziektevrije jaren oplevert.

De coronapandemie maakte het probleem pijnlijk zichtbaar: oudere mensen met een verouderd immuunsysteem liepen een sterk verhoogd risico op ernstige COVID-19 en reageerden vaak minder goed op de eerste generaties vaccins, wat mede leidde tot extra boosterdoses voor deze groep. Dit gaf het onderzoeksveld een duidelijke, praktische impuls.

Wie werken eraan?

In de Verenigde Staten coördineert het National Institute on Aging (NIA), onderdeel van de National Institutes of Health, veel fundamenteel onderzoek naar veroudering, inclusief immuunveroudering. Het Buck Institute for Research on Aging in Californië is een gespecialiseerd onderzoeksinstituut dat zich volledig richt op de biologie van veroudering. In Duitsland doet het Max Planck Institute for Biology of Ageing in Keulen vergelijkbaar fundamenteel werk.

Op onderzoekersniveau geldt Janko Nikolich-Žugich van de University of Arizona als een vooraanstaand expert op het gebied van immunosenescentie, terwijl Claudio Franceschi van de Universiteit van Bologna geldt als grondlegger van het inflammaging-concept.

Aan de bedrijfskant investeren onder meer Altos Labs, Unity Biotechnology, Retro Biosciences en Calico (een dochterbedrijf van Alphabet, het moederbedrijf van Google) fors in veroudering onderzoek, waarbinnen immuunfunctie een terugkerend thema is. Het zwaartepunt van dit onderzoek ligt duidelijk in de Verenigde Staten, met het Verenigd Koninkrijk en in mindere mate Duitsland en de rest van de Europese Unie als belangrijke aanvullende spelers.

Verder lezen