Hydrometallurgie: metalen winnen met water in plaats van vuur
Stel je voor dat je een kop koffie zet. Je giet heet water over gemalen koffiebonen, en de stoffen die je wilt hebben — de smaakstoffen en cafeïne — lossen op in het water. De rest, het vruchtvlees van de boon, blijft achter als koffiedik. Hydrometallurgie werkt in de kern hetzelfde: metaalertsen of afgedankte producten worden "gezet" in een vloeistof, meestal een zuur of een loog, zodat het gewenste metaal oplost en van de rest gescheiden kan worden. Geen hoogoven, geen gloeiend vloeibaar metaal, maar bakken, tanks en leidingen vol vloeistof.
De term komt van het Griekse hydor (water) en metallurgie (metaalbewerking). Het is een van de drie hoofdroutes om metaal uit erts te halen, naast pyrometallurgie (met hoge temperaturen smelten, zoals in een hoogoven) en elektrometallurgie (met elektrische stroom, vaak als laatste stap in een hydrometallurgisch proces). Hydrometallurgie bestaat al meer dan een eeuw — denk aan de winning van goud met cyanide-oplossingen sinds de negentiende eeuw — maar het veld is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt, vooral door de vraag naar batterijmetalen zoals lithium, kobalt en nikkel, en door de wens om metalen terug te winnen uit oud elektronisch afval in plaats van alleen uit nieuwe mijnbouw.
Wat is het precies?
Een hydrometallurgisch proces bestaat meestal uit drie stappen. De eerste heet logen (in het Engels leaching): het erts, de mijnbouwafval-hoop of het gemalen elektronische afval wordt in contact gebracht met een vloeistof — vaak zwavelzuur, soms een loog zoals natronloog, of een ander oplosmiddel — die specifiek het gewenste metaal laat oplossen terwijl het grootste deel van het gesteente onopgelost blijft. Bij sommige processen, zoals HPAL (High Pressure Acid Leaching, hogedruk-zuurloging), gebeurt dit onder hoge druk en temperatuur in een grote drukvat, een autoclaaf genoemd, om ook lastig oplosbare ertsen aan te pakken.
De tweede stap is zuivering en concentratie. De "loogoplossing" bevat behalve het gewenste metaal vaak ook ongewenste stoffen. Met technieken als solvent extraction (oplosmiddelextractie, waarbij het metaal selectief overgaat naar een tweede, niet met water mengbare vloeistof) of ionenwisseling wordt het gewenste metaal eruit gehaald en geconcentreerd.
De laatste stap is terugwinning: het metaal wordt uit de gezuiverde oplossing gehaald, bijvoorbeeld door elektrowinning (met elektrische stroom wordt zuiver metaal op een elektrode afgezet, vergelijkbaar met galvaniseren) of door het metaal neer te laten slaan als een vaste stof (precipitatie) die vervolgens gedroogd en verder verwerkt wordt. Het eindresultaat is een zuiver metaal of een metaalverbinding die klaar is voor verdere industriële toepassing.
Wat wil men ermee bereiken?
Het belangrijkste argument voor hydrometallurgie is dat het vaak minder energie kost dan smelten op hoge temperatuur, en dus minder CO2-uitstoot met zich meebrengt — al hangt dit sterk af van het specifieke proces en de gebruikte energiebron. Daarnaast kan hydrometallurgie overweg met ertsen die te arm of te complex zijn voor traditioneel smelten, zoals lage-kwaliteit nikkelertsen (lateriet) die wereldwijd steeds belangrijker worden nu de vraag naar nikkel voor batterijen groeit.
Een tweede drijfveer is urban mining: het terugwinnen van metalen uit gebruikte producten zoals afgedankte batterijen, printplaten en katalysatoren. Naarmate elektrische auto's en consumentenelektronica ouder worden en aan het einde van hun levensduur komen, ontstaat een groeiende stroom aan metaalhoudend afval. Hydrometallurgische recycling kan hieruit lithium, kobalt, nikkel en koper terugwinnen met een hoge zuiverheid, wat helpt om de afhankelijkheid van nieuwe mijnbouw te verminderen.
Ten derde speelt geopolitiek een rol. Veel kritieke metalen, zoals zeldzame aarden, worden nu vooral in een klein aantal landen verwerkt. Landen als de Verenigde Staten en lidstaten van de Europese Unie investeren in eigen hydrometallurgische scheidingscapaciteit om minder afhankelijk te worden van één regio.
Voorbeelden uit de praktijk
Het Bayer-proces, uitgevonden door de Oostenrijkse chemicus Karl Bayer aan het einde van de negentiende eeuw, is misschien wel het oudste grootschalige hydrometallurgische proces: bauxieterts wordt met hete natronloog behandeld om aluinaarde (aluminiumoxide) te winnen, de grondstof voor aluminium. Het proces wordt nog altijd wereldwijd gebruikt, nauwelijks veranderd in zijn basisprincipe.
Bij de winning van koper is de combinatie van logen, oplosmiddelextractie en elektrowinning (samen aangeduid als SX-EW) al decennia gangbaar bij mijnen met lagere ertsgehaltes, onder meer bij operaties van mijnbouwbedrijven in de Amerikaanse staat Arizona en in Chili.
Voor nikkel en kobalt uit lateriet-ertsen (een ertstype dat ontstaat door verwering in tropische klimaten) wordt HPAL toegepast, onder meer bij het Ambatovy-project in Madagaskar, dat rond 2012 in productie kwam, en bij het Goro-project in Nieuw-Caledonië, dat na jaren van technische en financiële problemen inmiddels onder de naam Prony Resources verdergaat.
Bij zeldzame aarden — een groep van zeventien metalen die onder meer nodig zijn voor magneten in windturbines en elektromotoren — is hydrometallurgische scheiding essentieel, omdat deze elementen chemisch sterk op elkaar lijken en alleen met honderden stappen van oplosmiddelextractie van elkaar te scheiden zijn. Lynas Rare Earths verwerkt hiervoor erts uit Australië in een scheidingsfabriek in Kuantan, Maleisië. In de Verenigde Staten breidde MP Materials zijn mijn in Mountain Pass, Californië, uit met een eigen hydrometallurgische scheidingsinstallatie, om niet langer alleen ruw concentraat te hoeven exporteren.
Op het gebied van batterijrecycling combineert het Belgische bedrijf Umicore in Hoboken een smeltstap met hydrometallurgische raffinage om kobalt, nikkel en lithium terug te winnen uit oude batterijen en elektronica. Het Canadese Li-Cycle ontwikkelde een tweetraps hydrometallurgisch proces ("Spoke and Hub") specifiek gericht op lithium-ionbatterijen.
Hoe ver is de techniek?
Voor klassieke toepassingen zoals koperwinning, goudwinning en aluinaarde is hydrometallurgie een volwassen, decennialang beproefde technologie die op industriële schaal draait. Het risico zit hier vooral in optimalisatie: minder chemicaliën- en waterverbruik, en beter beheer van de vaak zure of basische afvalstromen die overblijven.
Voor nieuwere toepassingen ligt dat anders. HPAL-projecten voor nikkel hebben een geschiedenis van kostenoverschrijdingen en vertragingen, omdat de hoge druk, hoge temperatuur en corrosieve chemicaliën technisch veeleisend zijn. Hydrometallurgische scheiding van zeldzame aarden buiten China staat nog relatief in de kinderschoenen; de meeste technische kennis en capaciteit is decennialang geconcentreerd geweest in Chinese fabrieken, en het opbouwen van vergelijkbare expertise elders kost tijd.
Batterijrecycling via hydrometallurgische weg is technisch werkend, maar de sector is nog schaalvergrotend: de hoeveelheid afgedankte batterijen die nu beschikbaar is, is nog beperkt vergeleken met de capaciteit die recyclingbedrijven willen bouwen, wat de sector kwetsbaar maakt voor tegenvallende volumes en dalende metaalprijzen. Ook nieuwe technieken zoals directe lithiumextractie uit zoutwater of geothermisch water — waar bedrijven als Vulcan Energy in Duitsland en Standard Lithium in de Verenigde Staten aan werken — bevinden zich nog in de pilot- of vroege-commerciële fase en moeten nog bewijzen dat ze op grote schaal betrouwbaar en betaalbaar zijn.
Een terugkerend knelpunt bij alle hydrometallurgische processen is de omgang met afvalwater en reststoffen: grote hoeveelheden zure of basische vloeistof, en vaste resten die zware metalen kunnen bevatten, moeten zorgvuldig worden opgeslagen of verwerkt om bodem- en waterverontreiniging te voorkomen. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt bij vergunningverlening en publieke acceptatie van nieuwe projecten.
Wie werken eraan?
Grote mijnbouw- en metaalbedrijven zoals Vale, BHP, Glencore en Freeport-McMoRan passen hydrometallurgische processen toe binnen hun bestaande mijnbouwactiviteiten. Gespecialiseerde spelers zoals Umicore (België) en Li-Cycle (Canada) richten zich vooral op recycling. Op het gebied van zeldzame aarden zijn Lynas Rare Earths (Australië/Maleisië) en MP Materials (Verenigde Staten) de bekendste namen buiten China, terwijl Chinese bedrijven nog altijd het grootste deel van de wereldwijde verwerkingscapaciteit bezitten.
Op onderzoeksgebied heeft Nederland met de TU Delft een onderzoeksgroep die zich specifiek richt op hydrometallurgie en het terugwinnen van metalen uit afval (urban mining), als onderdeel van de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen. Ook Belgische instellingen zoals KU Leuven en het onderzoeksinstituut VITO doen onderzoek naar hydrometallurgische recyclingtechnieken, mede omdat België met Umicore een grote industriële speler in huis heeft. Landen als Australië, Chili, de Democratische Republiek Congo, Canada en de Verenigde Staten zijn belangrijk vanwege hun grondstoffenvoorraden, terwijl de Europese Unie via subsidieprogramma's investeert in eigen verwerkingscapaciteit om minder afhankelijk te zijn van import.
Verder lezen
- Hydrometallurgy (wetenschappelijk vaktijdschrift, Elsevier)
- TU Delft — onderzoek naar metaalrecycling en hydrometallurgie
- United States Geological Survey (USGS) — data over grondstoffen en mijnbouw
- Umicore — batterijrecycling en metaalraffinage
- MP Materials — zeldzame aarden en scheidingstechnologie