Kennisbank

Gigawatt: waarom deze oude energie-eenheid ineens overal opduikt

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 5 min leestijd

Een gigawatt is een eenheid van vermogen: 1 miljard watt, oftewel duizend megawatt. Het is dezelfde eenheid die je kent van een gloeilamp (60 watt) of een föhn (2000 watt), maar dan opgeschaald naar het niveau van complete elektriciteitscentrales. Eén gigawatt is ongeveer het vermogen van één grote kerncentrale-eenheid, en genoeg om ruwweg 700.000 tot 1 miljoen gemiddelde Europese huishoudens tegelijk van stroom te voorzien.

Waarom duikt deze eenheid dan ineens op in nieuws over toekomsttechnologie? Omdat de nieuwe generatie datacenters voor kunstmatige intelligentie (AI) zoveel elektriciteit vreet, dat techbedrijven niet langer in megawatt rekenen, maar in gigawatt. Een enkel datacenterproject van bijvoorbeeld OpenAI of Meta kan straks evenveel stroom vragen als een middelgrote stad, of zelfs als een heel land als Litouwen. Die schaalsprong verklaart waarom "gigawatt" het nieuwe modewoord is in gesprekken over AI, energie en de stroomnetten die dit allemaal moeten dragen.

Wat is het precies?

Vermogen en energie worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn verschillende dingen. Vermogen (watt) is de snelheid waarmee energie wordt geleverd of verbruikt, op een gegeven moment. Energie (kilowattuur of kWh) is de hoeveelheid die je optelt over een periode. Een gigawatt is dus geen hoeveelheid stroom, maar een tempo: hoeveel vermogen een centrale kan leveren of een fabriek kan verbruiken, op elk moment dat hij op volle capaciteit draait.

Ter vergelijking: een modern windturbinepark op zee levert doorgaans enkele honderden megawatt tot ruim 1 gigawatt. Een grote kerncentrale-eenheid, zoals de nieuwe EPR-reactoren in Frankrijk of Engeland, haalt ongeveer 1,6 gigawatt. Het totale opgestelde vermogen van heel Nederland ligt rond de 35 tot 40 gigawatt, verspreid over duizenden centrales, windmolens en zonneparken.

Een "gigawatt-datacenter" betekent dus dat een gebouw of gebouwencomplex continu zoveel stroom nodig heeft als een forse centrale kan leveren. Dat vermogen gaat vrijwel volledig naar twee dingen: de rekenchips (GPU's) die AI-modellen trainen en laten draaien, en de koeling die nodig is om al die warmte weer af te voeren.

Wat wil men ermee bereiken?

De directe drijfveer is simpel: grotere en krachtigere AI-modellen trainen vereist meer rekenkracht, en meer rekenkracht vereist meer chips, en meer chips vragen meer stroom. Bedrijven als OpenAI, Microsoft, Google, Meta, Amazon en xAI zijn ervan overtuigd dat wie het meeste rekenvermogen bezit, voorop blijft lopen in de AI-race. Vermogen in gigawatts is daarmee een concrete, meetbare uitdrukking geworden van technologische ambitie.

Er speelt ook een strategisch element: chips zijn schaars en duur, maar stroom is op de lange termijn misschien wel de grotere bottleneck. Wie op tijd toegang weet te regelen tot grootschalige, betrouwbare energie — bij voorkeur CO2-arm, om reputatie- en klimaatredenen — verzekert zich van een voorsprong die concurrenten niet zomaar kunnen inhalen. Dat verklaart waarom techbedrijven ineens rechtstreeks deals sluiten met energiebedrijven en zelfs kerncentrales heropenen, in plaats van simpelweg stroom van het net af te nemen.

Voorbeelden uit de praktijk

Stargate (2025) — OpenAI, Oracle, SoftBank en investeerder MGX kondigden begin 2025 een investering aan tot 500 miljard dollar in Amerikaanse AI-infrastructuur. De eerste locatie, in Abilene, Texas, moet uiteindelijk richting de 1 gigawatt aan capaciteit groeien, met verdere uitbreiding op andere locaties.

Meta's Hyperion-datacenter — Meta kondigde in 2025 een datacenter aan in Richland Parish, Louisiana, dat volgens de eigen plannen uiteindelijk tot 5 gigawatt vermogen zou kunnen beslaan, verspreid over meerdere bouwfasen.

xAI's Colossus (Memphis) — Elon Musks AI-bedrijf bouwde in recordtempo een supercomputercluster in Memphis, Tennessee. Omdat aansluiting op het bestaande net te traag ging, zette xAI tijdelijk eigen gasturbines in, wat leidde tot kritiek van lokale bewoners en milieugroepen over luchtkwaliteit.

Microsoft en Three Mile Island (2024) — Microsoft sloot een deal met energiebedrijf Constellation om de gesloten reactor-eenheid van Three Mile Island (herdoopt tot Crane Clean Energy Center) te heropenen, met als doel vanaf ongeveer 2027-2028 zo'n 835 megawatt stroom rechtstreeks te leveren aan Microsofts datacenters.

Amazon en Talen Energy — Amazon Web Services sloot een overeenkomst voor stroom van de kerncentrale Susquehanna in Pennsylvania, en investeert daarnaast in kleine modulaire kernreactoren (SMR's) om op langere termijn eigen, betrouwbare stroombronnen te hebben.

Hoe ver is de techniek?

De ambities zijn duidelijk gigawatt-groot, maar de uitvoering loopt tegen harde praktische grenzen aan. Het aansluiten van nieuwe, grote stroomvragers op het elektriciteitsnet duurt in de Verenigde Staten vaak jaren, omdat netbeheerders eerst moeten onderzoeken of het net de extra belasting aankan. Diezelfde wachtrij-problematiek speelt in Nederland: hier heet het netcongestie, en grote afnemers en producenten staan soms jarenlang op een wachtlijst bij netbeheerders zoals TenneT.

Ook de bouw van nieuwe centrales gaat niet vanzelf. Kerncentrales heropenen of nieuw bouwen kost jaren aan vergunningen en techniek; gasturbines zijn wereldwijd schaars doordat iedereen ze tegelijk bestelt; en kleine modulaire reactoren (SMR's) van bedrijven als Kairos Power, X-energy en NuScale bestaan grotendeels nog op papier of in pilotfase, met commerciële uitrol op zijn vroegst tegen het einde van dit decennium.

Er is bovendien onzekerheid over de vraag zelf. Sommige analisten, waaronder het Internationaal Energie Agentschap (IEA), waarschuwen dat AI-datacenters wereldwijd binnen enkele jaren een aanzienlijk deel van de extra elektriciteitsvraag kunnen vormen, terwijl anderen erop wijzen dat efficiëntere chips en modellen de groei kunnen afremmen. Kortom: de gigawatt-ambities zijn concreet aangekondigd, maar of ze allemaal en op tijd gerealiseerd worden, staat allerminst vast.

Wie werken eraan?

Aan de vraagkant staan de grote Amerikaanse techbedrijven voorop: OpenAI (met partners Oracle en SoftBank), Microsoft, Google, Meta, Amazon en xAI. Chipmaker Nvidia levert de GPU's die deze datacenters vullen en heeft daarmee indirect groot belang bij elke nieuwe gigawatt aan capaciteit.

Aan de aanbodkant spelen Amerikaanse energiebedrijven een sleutelrol, zoals Constellation Energy en Talen Energy, naast opkomende kernenergiebedrijven als Kairos Power, X-energy, NuScale en Oklo die inzetten op kleine modulaire reactoren. Overheidsinstanties zoals de Amerikaanse Nuclear Regulatory Commission (NRC) en het Department of Energy bepalen mede het tempo via vergunningen en subsidies.

In Nederland en de rest van Europa ligt de nadruk vooralsnog minder op AI-datacenters van deze schaal en meer op de bredere elektrificatie van de economie, met netbeheerders als TenneT en Netbeheer Nederland die worstelen met vergelijkbare capaciteitsvraagstukken. China ontwikkelt op zijn beurt een eigen, deels afgeschermd ecosysteem van AI-chips en energie-infrastructuur, met een eigen tempo dat van buitenaf moeilijk te verifiëren is.

Verder lezen