Kennisbank

Getaltheorie: de wiskunde achter priemgetallen en digitale beveiliging

Bijgewerkt: 8 augustus 2026 · 7 min leestijd

Getaltheorie is het deelgebied van de wiskunde dat zich bezighoudt met de eigenschappen van gehele getallen: 1, 2, 3, 4, en zo verder, inclusief hun negatieve tegenhangers en nul. Het klinkt misschien als schoolstof, maar getaltheorie hoort tot de oudste en tegelijk meest actuele takken van de wiskunde. Wie ooit online heeft gewinkeld, gebankierd of ingelogd met een wachtwoord, heeft onbewust gebruikgemaakt van getaltheorie: de beveiliging van vrijwel al het internetverkeer steunt op eigenschappen van grote priemgetallen, getallen die alleen deelbaar zijn door 1 en zichzelf.

Een eenvoudige analogie: stel je voor dat je twee heel grote priemgetallen met elkaar vermenigvuldigt, bijvoorbeeld een getal van honderd cijfers keer een ander getal van honderd cijfers. Het product uitrekenen is voor een computer een fluitje van een cent. Maar iemand die alleen dat product ziet en moet uitzoeken uit welke twee priemgetallen het is opgebouwd, staat voor een schier onmogelijke rekenklus, zelfs met de snelste computers ter wereld. Dat verschil in moeilijkheidsgraad — makkelijk vermenigvuldigen, moeilijk terugrekenen — is precies waar veel van onze digitale beveiliging op rust.

Wat is het precies?

De basis van getaltheorie is verrassend eenvoudig: het bestuderen van gehele getallen en de relaties daartussen. Een centraal begrip is deelbaarheid: het getal 12 is deelbaar door 1, 2, 3, 4, 6 en 12. Een priemgetal is een getal groter dan 1 dat alleen deelbaar is door 1 en zichzelf, zoals 2, 3, 5, 7, 11, 13. Priemgetallen worden wel de “bouwstenen” van de getallen genoemd, omdat elk geheel getal groter dan 1 op precies één manier te schrijven is als product van priemgetallen. Dit heet de hoofdstelling van de rekenkunde.

Een ander belangrijk gereedschap is modulaire rekenkunde, ook wel “klokrekenen” genoemd. Op een analoge klok is 9 uur plus 5 uur gelijk aan 2 uur, omdat je na 12 weer bij 1 begint. Wiskundigen gebruiken dit principe met andere getallen dan 12 om patronen in getallen te ontdekken. Deze techniek blijkt cruciaal voor de cryptografische systemen die later in dit artikel aan bod komen.

Getaltheoretici werken met bewijzen: sluitende, logische redeneringen die een wiskundige bewering voor eens en altijd waar maken, in tegenstelling tot een vermoeden dat “waarschijnlijk waar lijkt” op basis van voorbeelden. Het veld kent een aantal beroemde uitspraken. Fermat’s laatste stelling, in 1637 door de Franse jurist en amateurwiskundige Pierre de Fermat geformuleerd, stelt dat er geen gehele getallen x, y en z bestaan die voldoen aan x³+y³=z³ (of hogere machten), terwijl dat voor het kwadraat wel kan (denk aan 3²+4²=5²). Het duurde ruim 350 jaar voordat hier een sluitend bewijs voor kwam.

Andere beroemde open vragen zijn het tweelingpriemvermoeden (zijn er oneindig veel paren priemgetallen die precies twee uit elkaar liggen, zoals 11 en 13?), het Goldbach-vermoeden (is elk even getal groter dan 2 te schrijven als de som van twee priemgetallen?) en de beroemde Riemann-hypothese, een diepe uitspraak over de verdeling van priemgetallen langs de getallenlijn. Al deze vermoedens zijn eenvoudig te formuleren, maar tot op heden niet bewezen of weerlegd.

Wat wil men ermee bereiken?

Voor veel wiskundigen is getaltheorie in de eerste plaats intellectuele nieuwsgierigheid: het blootleggen van de diepe, vaak onverwachte patronen die in gehele getallen verscholen zitten. Deze “zuivere” motivatie moet niet onderschat worden — grote delen van de getaltheorie werden eeuwenlang beoefend zonder enig praktisch nut voor ogen.

Toch is diezelfde in eerste instantie nutteloos geachte wiskunde inmiddels onmisbaar geworden voor de praktijk. Het bekendste voorbeeld is cryptografie: het vakgebied dat zich bezighoudt met het versleutelen van informatie. Systemen als RSA (waarover hieronder meer) steunen direct op het feit dat het vermenigvuldigen van grote priemgetallen eenvoudig is, maar het ontbinden van hun product in factoren extreem lastig. Zonder deze getaltheoretische eigenschap zou veilig internetverkeer — van online bankieren tot versleutelde chatberichten — er heel anders uitzien.

Een tweede, actueel doel is het voorbereiden op de dreiging van kwantumcomputers. Een voldoende krachtige kwantumcomputer zou, met een algoritme dat in 1994 door wiskundige Peter Shor werd bedacht, de priemfactor-ontbinding waarop RSA steunt in principe snel kunnen kraken. Dit heeft een race op gang gebracht naar nieuwe, “post-kwantum” cryptografische systemen die gebaseerd zijn op andere, naar verwachting kwantumbestendige wiskundige problemen, waaronder eveneens getaltheoretische en aanverwante structuren zoals roosters (lattices). Ook foutcorrectiecodes, die ervoor zorgen dat digitale data correct overkomt ondanks ruis of beschadiging, steunen op getaltheoretische structuren.

Voorbeelden uit de praktijk

Een aantal concrete mijlpalen laat zien hoe getaltheorie de praktijk raakt. In 1977 ontwikkelden Ron Rivest, Adi Shamir en Leonard Adleman aan het Massachusetts Institute of Technology het RSA-algoritme, vernoemd naar hun achternamen. Dit was een van de eerste bruikbare systemen voor “public key”-cryptografie, waarbij iedereen een bericht kan versleutelen met een openbare sleutel, maar alleen de ontvanger het met een geheime sleutel kan ontcijferen. RSA wordt tot op de dag van vandaag breed gebruikt, al wordt het geleidelijk aangevuld of vervangen door andere technieken.

In 1994 publiceerde de Britse wiskundige Andrew Wiles, werkzaam aan Princeton University, een compleet bewijs van Fermat’s laatste stelling, na jarenlang in het geheim te hebben gewerkt en na het herstellen van een fout die in een eerdere versie was ontdekt. Het bewijs, dat voortbouwt op geavanceerde theorie rond elliptische krommen, geldt als een van de grootste prestaties in de moderne wiskunde.

Sinds 1996 loopt het GIMPS-project (Great Internet Mersenne Prime Search), waarbij vrijwilligers wereldwijd de rekenkracht van hun computers beschikbaar stellen om te zoeken naar Mersenne-priemgetallen, een speciale categorie zeer grote priemgetallen van de vorm 2 tot een macht min 1. Het project heeft in de loop der jaren meerdere van de grootste bekende priemgetallen ontdekt.

Sinds 2009 steunt het cryptografische systeem achter Bitcoin op elliptische-krommecryptografie, een tak van de getaltheorie die met kleinere sleutels een vergelijkbaar beveiligingsniveau haalt als klassieke RSA-systemen. Dit maakte het praktischer voor toepassingen met beperkte rekenkracht, zoals blockchain-transacties.

Tot slot rondde het Amerikaanse standaardisatie-instituut NIST in augustus 2024 een jarenlang traject af met de publicatie van de eerste officiële post-kwantum cryptografiestandaarden, bedoeld om toekomstige systemen te beschermen tegen kwantumcomputers. Dit traject begon in 2016 met een wereldwijde oproep aan wiskundigen en cryptografen om nieuwe versleutelingsmethoden voor te stellen en te laten toetsen.

Hoe ver is de techniek?

Getaltheorie is geen technologie die in de gebruikelijke zin “rijpt” zoals een nieuw type batterij of zonnepaneel. Het is een wetenschappelijk vakgebied waarin vooruitgang bestaat uit bewijzen, en die komen vaak onvoorspelbaar en na jaren of decennia van stilstand. Sommige van de oudste open vragen in het vak, zoals het tweelingpriemvermoeden en het Goldbach-vermoeden, dateren van eeuwen geleden en zijn nog altijd onopgelost.

De Riemann-hypothese, geformuleerd door de Duitse wiskundige Bernhard Riemann in 1859, geldt als een van de belangrijkste openstaande problemen in de hele wiskunde. Het Clay Mathematics Institute heeft het in 2000 tot een van de zeven “Millennium Prize Problems” benoemd, met een prijs van 1 miljoen dollar voor wie een geldig bewijs of weerlegging levert. Tot nu toe is er geen oplossing gevonden, al is enorm veel numeriek bewijsmateriaal verzameld dat de hypothese ondersteunt.

Toch zijn er wel degelijk doorbraken. In 2013 zorgde de destijds relatief onbekende wiskundige Yitang Zhang voor een sensatie door te bewijzen dat er oneindig veel paren priemgetallen bestaan met een afstand van hooguit 70 miljoen tussen hen — een enorme stap richting het (nog altijd onbewezen) tweelingpriemvermoeden, waarbij die afstand slechts 2 zou moeten zijn. Na Zhangs werk brachten andere wiskundigen, waaronder James Maynard, deze bovengrens via nieuwe technieken sterk omlaag, tot enkele honderden. Deze episode illustreert goed hoe vooruitgang in getaltheorie verloopt: lange periodes van schijnbare stilstand, afgewisseld met plotselinge sprongen die het hele veld in beweging brengen.

Op het praktische vlak, in cryptografie, is de belangrijkste onzekerheid niet wiskundig maar technologisch: hoe snel bruikbare, grootschalige kwantumcomputers werkelijkheid worden. Schattingen daarover lopen sterk uiteen en zijn met de nodige voorzichtigheid te behandelen. De overstap naar post-kwantum standaarden wordt daarom nu al ingezet, ook al is nog onduidelijk wanneer — of zelfs of — de dreiging concreet wordt.

Wie werken eraan?

Zuivere getaltheorie wordt vooral beoefend aan universiteiten en gespecialiseerde onderzoeksinstituten. Het Institute for Advanced Study in Princeton, Verenigde Staten, waar ook Andrew Wiles een deel van zijn loopbaan doorbracht, geldt als een van de meest prestigieuze centra voor wiskundig onderzoek wereldwijd. Ook universiteiten als Oxford in het Verenigd Koninkrijk en MIT in de Verenigde Staten hebben vooraanstaande getaltheorie-groepen.

Het Clay Mathematics Institute speelt een bijzondere rol door met de Millennium Prize Problems aandacht en middelen te richten op de belangrijkste openstaande vragen in de wiskunde, waaronder de Riemann-hypothese.

Onder de bekendste hedendaagse getaltheoretici vallen namen als Terence Tao (University of California, Los Angeles), die in 2006 de Fields-medaille ontving — de hoogste onderscheiding in de wiskunde — en breed werk heeft verricht rond priemgetallen en aanverwante gebieden; James Maynard (Oxford), bekend van zijn werk over priemgetal-gaten en eveneens Fields-medaillewinnaar (2022); en Peter Scholze (Max Planck Institute for Mathematics, Duitsland), die met nieuwe theoretische kaders diepe verbindingen heeft gelegd tussen getaltheorie en meetkunde.

Op het toegepaste vlak, rond cryptografie, speelt het Amerikaanse NIST een centrale rol via de standaardisatie van beveiligingsalgoritmen die wereldwijd worden overgenomen. Daarnaast investeren overheden en onderzoeksinstellingen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en China in zowel fundamenteel getaltheoretisch onderzoek als de ontwikkeling van kwantumbestendige cryptografie, vaak met het oog op nationale veiligheid en digitale soevereiniteit.

Verder lezen