Gepersonaliseerde gentherapie: een medicijn op maat van één patiënt
Stel je voor: een medicijn dat wereldwijd voor precies één patiënt is gemaakt, afgestemd op een foutje in diens DNA dat verder nergens ter wereld exact zo voorkomt. Dat is in de kern wat gepersonaliseerde gentherapie is: een behandeling die niet uit de kast komt, maar op maat wordt ontworpen voor het genetische profiel van één patiënt of familie. Vergelijk het met een maatpak versus confectiekleding: een standaardpak past een gemiddeld figuur redelijk, een maatpak is geknipt op de exacte lichaamsmaten van één persoon.
De meeste gentherapieën die in het nieuws komen, richten zich op mutaties die bij grote groepen patiënten voorkomen, zoals bij de spierziekte SMA of de bloedziekte sikkelcelanemie. Gepersonaliseerde gentherapie gaat een stap verder: ze wordt ontwikkeld voor extreem zeldzame, soms zelfs unieke mutaties die maar bij één kind of één familie ter wereld zijn gevonden. Voor deze patiënten bestaat vaak geen enkel ander medicijn, en de gepersonaliseerde aanpak is dan letterlijk hun laatste hoop.
Wat is het precies?
Het proces begint met een diagnose. Via DNA-sequencing (het aflezen van de volledige erfelijke code) speuren artsen naar de precieze fout in het DNA die de ziekte veroorzaakt: een verkeerde letter, een ontbrekend stukje, of een verkeerd geplakte naad in het genetisch materiaal.
Zodra die fout bekend is, ontwerpen onderzoekers een molecuul dat specifiek op die fout aangrijpt. Dat kan op verschillende manieren. Een veelgebruikte methode is een antisense-oligonucleotide (ASO): een kort, kunstmatig gemaakt stukje genetisch materiaal dat als een soort pleister aan het foutieve stukje RNA plakt en zo voorkomt dat de cel een schadelijk eiwit aanmaakt. Een nieuwere methode is CRISPR-geneediting: moleculair "schaar en lijmpotlood" waarmee de DNA-tekst zelf wordt geknipt en gecorrigeerd.
Na het ontwerp volgt productie: het molecuul wordt in het laboratorium nagemaakt, zo goed mogelijk op veiligheid getest, en toegediend aan de patiënt, bijvoorbeeld via een ruggenprik (bij hersenaandoeningen) of een infuus. Omdat het middel voor slechts één of enkele patiënten wordt gemaakt, ontbreken de grote, jarenlange klinische studies die bij gewone medicijnen verplicht zijn. Toezichthouders zoals de Amerikaanse FDA en het Europese EMA werken daarom aan aparte, versnelde beoordelingskaders voor dit soort N-of-1-behandelingen (behandelingen getest op een groep van slechts één patiënt).
Wat wil men ermee bereiken?
Het doel is simpel te omschrijven maar moeilijk te bereiken: patiënten met een ziekte die zo zeldzaam is dat er nooit een commercieel medicijn voor zal komen, toch een kans op behandeling geven. Bij "gewone" zeldzame ziekten delen tenminste een paar honderd tot enkele duizenden patiënten wereldwijd dezelfde mutatie, genoeg om een medicijn voor te ontwikkelen en te laten goedkeuren. Maar bij ultrazeldzame, patiëntspecifieke mutaties is de patiënt vaak wereldwijd de enige, of een van een handvol dragers.
Voor deze groep, soms "n=1"-patiënten genoemd, bestaat normaliter geen enkel verdienmodel voor een farmaceutisch bedrijf: te weinig patiënten om de ontwikkelkosten (vaak honderden miljoenen euro's voor een regulier medicijn) terug te verdienen. Gepersonaliseerde gentherapie probeert dit probleem te omzeilen door het productieproces te standaardiseren: niet het hele medicijn wordt telkens opnieuw uitgevonden, maar alleen het korte, patiëntspecifieke deel van het molecuul wordt aangepast, terwijl de rest van het productieplatform hetzelfde blijft. Zo hoopt men kosten en doorlooptijd drastisch te verlagen.
Voorbeelden uit de praktijk
Milasen (2019). Het bekendste voorbeeld is milasen, genoemd naar de Amerikaanse patiënte Mila Makovec. Zij had de ziekte van Batten, een dodelijke hersenaandoening, veroorzaakt door een unieke mutatie die alleen bij haar was gevonden. Een team onder leiding van neuroloog Timothy Yu van Boston Children's Hospital ontwikkelde binnen ongeveer een jaar een op maat gemaakt ASO-medicijn, dat vanaf 2018 werd toegediend. Het onderzoek werd in 2019 gepubliceerd in het New England Journal of Medicine en geldt als het startpunt van het veld.
KJ Muldoon (2025). Een pasgeboren jongen met een zeldzame stofwisselingsziekte (CPS1-deficiëntie, waarbij het lichaam ammoniak niet goed kan afbreken) kreeg in 2025 een op maat gemaakte CRISPR-gentherapie toegediend bij Children's Hospital of Philadelphia (CHOP), in samenwerking met de University of Pennsylvania. Van diagnose tot behandeling verstreken slechts enkele maanden, destijds gezien als een opmerkelijk snelle doorlooptijd voor dit soort therapie. De resultaten werden gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.
n-Lorem Foundation. Deze Amerikaanse non-profitorganisatie, opgericht in 2020 door ASO-pionier Stanley Crooke, ontwikkelt gratis op maat gemaakte ASO-therapieën voor patiënten met ultrazeldzame, unieke mutaties (doorgaans bij minder dan enkele tientallen patiënten wereldwijd). De stichting heeft inmiddels tientallen patiënten behandeld of in behandeling genomen.
CAR-T-celtherapieën (sinds 2017). Bij therapieën als Kymriah en Yescarta worden afweercellen (T-cellen) van de patiënt zelf uit het bloed gehaald, in het lab genetisch aangepast zodat ze kankercellen herkennen, en vervolgens teruggegeven. Dit is strikt genomen geen behandeling van een unieke mutatie, maar wel een gentherapie die voor iedere patiënt opnieuw, met zijn of haar eigen cellen, wordt gemaakt.
Gepersonaliseerde mRNA-kankervaccins. Moderna en Merck testen een mRNA-vaccin (mRNA-4157/V940) dat wordt afgestemd op de specifieke mutaties in de tumor van een individuele melanoompatiënt. Tussentijdse resultaten, vanaf 2023 gepresenteerd en gepubliceerd, toonden in combinatie met immuuntherapie een verminderd risico op terugkeer van de ziekte.
Hoe ver is de techniek?
Het veld staat nog in de kinderschoenen. Er zijn wereldwijd hooguit enkele tientallen tot een paar honderd patiënten behandeld met een écht op maat gemaakte gentherapie, tegenover miljoenen patiënten die al met standaardmedicijnen worden behandeld. Elke behandeling blijft in principe een individueel experiment: er is geen grote studiegroep om de werkzaamheid statistisch te bewijzen, wat de wetenschappelijke en regulatoire beoordeling ingewikkeld maakt.
De belangrijkste vooruitgang zit in snelheid en kosten. Waar de ontwikkeling van milasen in 2017-2018 nog bijna een jaar kostte, lukte het bij de behandeling van KJ Muldoon in 2025 in enkele maanden. Dat komt doordat platformen voor ASO's en CRISPR steeds meer gestandaardiseerd raken: het ontwerp- en productieproces verandert nauwelijks, alleen de "genetische tekst" van het molecuul wordt aangepast aan de patiënt.
Belangrijke obstakels blijven bestaan. Ten eerste de kosten: ook al dalen ze, een individuele behandeling kost al snel honderdduizenden tot miljoenen euro's, en er is zelden een verzekeraar of overheid met een pasklaar vergoedingskader. Ten tweede de regelgeving: toezichthouders moeten een balans vinden tussen snelheid (een ernstig ziek kind kan niet jaren op goedkeuring wachten) en veiligheid (elk middel is in feite ongetest bij mensen voordat het voor het eerst wordt toegediend). Ten derde de toegankelijkheid: de expertise en infrastructuur zijn geconcentreerd bij een handvol academische centra in de Verenigde Staten en Europa, waardoor patiënten elders ter wereld nauwelijks toegang hebben.
Wie werken eraan?
Boston Children's Hospital, met neuroloog Timothy Yu als boegbeeld, geldt als een van de pioniers op het gebied van patiëntspecifieke ASO-therapieën. Children's Hospital of Philadelphia (CHOP) trok in 2025 veel aandacht met de snelle CRISPR-behandeling van baby KJ Muldoon, in samenwerking met onderzoekers van de University of Pennsylvania.
Op het gebied van financiering en toegankelijkheid speelt de n-Lorem Foundation een sleutelrol door gratis behandelingen te ontwikkelen voor patiënten die anders buiten de boot zouden vallen. Farmaceutisch bedrijf Ionis Pharmaceuticals, dat de ASO-technologie mede heeft ontwikkeld en ook achter goedgekeurde ASO-medicijnen als nusinersen (Spinraza) zit, levert veel van de onderliggende chemie waarop personalisatie wordt gebaseerd.
Op het gebied van gepersonaliseerde celtherapie en kankervaccins zijn grote spelers Novartis en Gilead/Kite (CAR-T-therapieën), en Moderna en Merck (mRNA-kankervaccins). Toezichthouders zoals de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) publiceren sinds enkele jaren specifieke richtlijnen voor individuele of N-of-1-therapieën, om ontwikkelaars houvast te geven binnen bestaande wet- en regelgeving.