Fotosensibilisator
Stel je een piepklein zonnepaneel voor dat is ingebouwd in een molecuul. Dat molecuul vangt licht op, maar gebruikt de energie niet om stroom op te wekken: het geeft de energie door aan iets anders, waardoor een chemische reactie op gang komt die zonder licht niet of veel langzamer zou plaatsvinden. Dat is in de kern wat een fotosensibilisator doet.
De naam verraadt de functie. 'Foto' verwijst naar licht, 'sensibilisator' betekent dat de stof iets gevoelig maakt voor een reactie — meestal zuurstof in de directe omgeving. Een bekend voorbeeld: een patiënt krijgt een stof toegediend die onschadelijk is totdat een arts er met een laser op schijnt. Op dat moment zet de fotosensibilisator zuurstof om in een agressieve vorm die tumorweefsel vernietigt. Hetzelfde basisprincipe wordt ook onderzocht om met zonlicht schone waterstof te maken of om zonnecellen goedkoper te produceren.
Wat is het precies?
Een fotosensibilisator is een molecuul dat licht van een bepaalde golflengte absorbeert. Door die absorptie komt een elektron in het molecuul in een hogere energietoestand terecht: het molecuul raakt 'aangeslagen' (in het Engels: excited state). In die kortstondige toestand kan het molecuul zijn energie op twee manieren kwijt.
Bij het zogenoemde type I-mechanisme geeft de aangeslagen fotosensibilisator een elektron af aan of neemt een elektron over van een naburig molecuul, waardoor reactieve radicalen ontstaan. Bij het type II-mechanisme, dat in de geneeskunde het meest gebruikt wordt, draagt de fotosensibilisator zijn energie rechtstreeks over aan gewone zuurstof (O2) in de omgeving. Daardoor ontstaat singlet zuurstof, een kortlevende maar zeer reactieve vorm van zuurstof die eiwitten, celmembranen en DNA kan beschadigen.
Het resultaat is een reactie die heel gericht is in plaats en tijd: alleen waar de fotosensibilisator zich bevindt én waar tegelijk licht op valt, gebeurt er iets. Dat maakt het instrument aantrekkelijk voor toepassingen waarbij je schade wilt beperken tot een klein, precies gebied.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste drijfveer is precisie. In de geneeskunde wil men tumoren of geïnfecteerd weefsel vernietigen zonder gezond weefsel eromheen te beschadigen, zoals bij chirurgie of bestraling wel kan gebeuren. Omdat de reactie alleen optreedt waar licht én fotosensibilisator samenkomen, kan een arts de behandeling letterlijk richten met een laser of endoscoop.
Een tweede motivatie is het bestrijden van antibioticaresistentie. Bacteriën kunnen zich niet makkelijk 'aanpassen' aan singlet zuurstof zoals ze dat wel doen tegen antibiotica, omdat het mechanisme te breed en te destructief is om te omzeilen. Dat maakt fotodynamische antimicrobiële therapie interessant als aanvulling op klassieke antibiotica.
Buiten de geneeskunde wil men fotosensibilisatoren inzetten om zoninstraling om te zetten in bruikbare energie of brandstof: bijvoorbeeld om water te splitsen in waterstof en zuurstof, of om in zonnecellen licht op te vangen met goedkopere materialen dan traditioneel silicium.
Voorbeelden uit de praktijk
Photofrin (porfimer sodium) was in 1993 in Canada en kort daarna in de Verenigde Staten de eerste fotosensibilisator die officieel werd goedgekeurd voor fotodynamische therapie, aanvankelijk tegen blaaskanker en later ook slokdarm- en longkanker.
Verteporfin (Visudyne), goedgekeurd door de Amerikaanse FDA in 2000, wordt gebruikt bij de natte vorm van leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Het middel hoopt zich op in de abnormale bloedvaatjes achter in het oog; gericht laserlicht sluit vervolgens die vaatjes af zonder het omliggende netvlies te beschadigen.
5-aminolevulinezuur (5-ALA), verkocht onder merknamen als Gliolan (in de EU goedgekeurd in 2007), wordt gebruikt bij operaties aan hersentumoren. De stof stapelt zich selectief op in tumorcellen en licht daar op onder blauw licht, waardoor chirurgen tumorweefsel beter van gezond weefsel kunnen onderscheiden tijdens de ingreep.
Op het gebied van energie ontwikkelde de Zwitserse scheikundige Michael Grätzel in 1991 aan de EPFL de kleurstofgevoelige zonnecel (dye-sensitized solar cell), waarin een fotosensibilisator op basis van ruthenium licht opvangt en elektronen doorgeeft aan een titaniumdioxide-laag. Deze cellen zijn goedkoper te maken dan klassieke siliciumcellen en werken relatief goed bij binnenlicht.
Methyleenblauw, een eeuwenoude kleurstof, wordt sinds enkele decennia opnieuw onderzocht als fotosensibilisator tegen resistente wondinfecties en in de tandheelkunde tegen bacteriën in tandvleespockets.
Hoe ver is de techniek?
Fotodynamische therapie is voor een beperkt aantal indicaties, vooral bepaalde huidkankers (actinische keratose, basaalcelcarcinoom), de slokdarm en de blaas, inmiddels een gevestigde klinische behandeling met jarenlange praktijkervaring. Voor dieper gelegen tumoren blijft een fundamenteel obstakel bestaan: zichtbaar en nabij-infrarood licht dringt maar enkele millimeters tot een paar centimeter diep door in weefsel, wat de toepassing beperkt tot oppervlakkige of via een endoscoop bereikbare plekken.
Een tweede beperking is de afhankelijkheid van zuurstof. Veel tumoren hebben juist een zuurstofarme kern (hypoxie), waardoor het type II-mechanisme daar minder goed werkt. Onderzoekers proberen dit te omzeilen met fotosensibilisatoren die ook via het type I-mechanisme werken, of door zuurstof lokaal aan te voeren via nanodeeltjes.
Op het gebied van energie is vooral fotokatalytische waterstofproductie met fotosensibilisatoren nog grotendeels een laboratoriumtechnologie: de omzettingsefficiëntie van zonlicht naar waterstof is doorgaans te laag voor grootschalige, economisch rendabele toepassing. Kleurstofgevoelige zonnecellen hebben wel een commerciële niche gevonden, vooral in gebouw-geïntegreerde toepassingen (ramen, gevels) en in apparaten die op binnenlicht werken, maar hebben de markt voor grootschalige stroomopwekking niet veroverd vanwege lagere efficiëntie en stabiliteit dan silicium- of perovskietcellen.
Wie werken eraan?
In de geneeskunde geldt het Roswell Park Comprehensive Cancer Center in de Verenigde Staten, waar Thomas Dougherty in de jaren zeventig pionierswerk verrichtte, als een van de bakermatten van fotodynamische therapie. Farmaceutische en medische-technologiebedrijven zoals Biolitec (Duitsland/Oostenrijk), Photocure ASA (Noorwegen) en Bausch + Lomb (opvolger van het oorspronkelijke Visudyne-merk QLT) brengen fotosensibilisatoren op de markt.
Op energiegebied is de EPFL (École Polytechnique Fédérale de Lausanne) in Zwitserland, met het laboratorium van Michael Grätzel, het bekendste onderzoekscentrum voor kleurstofgevoelige zonnecellen. Daarnaast doen onderzoeksgroepen in China, Japan, de Verenigde Staten en de Europese Unie actief onderzoek naar fotokatalytische waterstofproductie, vaak gefinancierd via nationale energie-innovatieprogramma's en instituten zoals het Amerikaanse National Renewable Energy Laboratory (NREL) en het Duitse Max Planck Instituut.
Verder lezen
- National Cancer Institute (VS) — achtergrond over fotodynamische therapie
- PubMed — wetenschappelijke publicaties over fotosensibilisatoren
- Nature — onderzoeksartikelen over fotokatalyse en fotomedicijnen
- EPFL — onderzoek naar kleurstofgevoelige zonnecellen
- U.S. Food and Drug Administration — goedkeuringsdossiers van fotosensibiliserende geneesmiddelen