Kennisbank

FGF21: het hormoon dat je lichaam vertelt te vasten

Bijgewerkt: 7 augustus 2026 · 6 min leestijd

FGF21 staat voor Fibroblast Growth Factor 21, een eiwitmolecuul dat als hormoon door je lichaam circuleert. Het wordt vooral aangemaakt in de lever en fungeert als een soort boodschapper die andere organen vertelt hoe ze moeten omgaan met energie. Vergelijk het met de bedrijfsleider van een hotel die tijdens een rustige periode met weinig gasten alle afdelingen laat overschakelen op een zuinige stand: de keuken kookt anders, de verwarming gaat lager, het personeel wordt herverdeeld. FGF21 doet iets vergelijkbaars in je lichaam tijdens vasten of een streng koolhydraatarm dieet: het zet de lever aan tot vetverbranding, maakt vetweefsel actiever en verandert hoe spieren glucose opnemen.

Wetenschappers zijn om twee redenen geïnteresseerd in FGF21. Ten eerste omdat het een aangrijpingspunt lijkt voor medicijnen tegen obesitas, diabetes type 2 en leverziekten. Ten tweede omdat muizen die genetisch zijn aangepast om chronisch veel FGF21 aan te maken, in onderzoek aanzienlijk langer leven dan gewone muizen. Dat laatste heeft FGF21 ook op de radar gezet van onderzoekers die zich bezighouden met veroudering. Belangrijk om meteen te zeggen: er bestaat geen goedgekeurd medicijn of supplement met FGF21 dat mensen langer laat leven. Wat er wel is, zijn experimentele medicijnen die op FGF21 lijken en die momenteel worden getest tegen leverziekten.

Wat is het precies?

FGF21 behoort tot de familie van fibroblast growth factors (FGF's), een groep van zo'n 22 eiwitten die van oorsprong vooral bekend zijn van hun rol bij celgroei en weefselontwikkeling. De meeste FGF's werken lokaal, dicht bij de cellen die ze aanmaken. FGF21 hoort echter, samen met een paar verwante eiwitten, tot een kleine subgroep die als echt hormoon door het bloed reist en op afstand werkt op andere organen.

Om zijn werk te kunnen doen heeft FGF21 een hulpeiwit nodig dat beta-klotho heet. Dit eiwit zit op het oppervlak van bepaalde cellen, vooral in de lever, vetweefsel, alvleesklier en hersenen, en fungeert als een soort sleutelgat waar FGF21 precies in past. Zonder beta-klotho kan FGF21 niet aan de bijbehorende receptor binden en gebeurt er niets.

De aanmaak van FGF21 wordt aangezwengeld door specifieke omstandigheden: langdurig vasten, een ketogeen dieet (zeer koolhydraatarm en vetrijk), een eiwitarm dieet, blootstelling aan kou en, in mindere mate, intensieve lichaamsbeweging. Zodra het hormoon vrijkomt, zorgt het voor een reeks aanpassingen: de lever gaat vetzuren omzetten in ketonlichamen (een alternatieve brandstof voor hersenen en spieren), vetweefsel wordt gevoeliger voor insuline, en wit vetweefsel kan gedeeltelijk veranderen in het metabolisch actievere bruine vet, dat energie verbrandt in plaats van opslaat.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer achter FGF21-onderzoek is medisch: kunnen we de gunstige effecten van het hormoon namaken met een medicijn? Vooral bij MASH (metabolic dysfunction-associated steatohepatitis, de medische term voor ernstige leververontsteking door vetopstapeling, vroeger NASH genoemd) is grote behoefte aan behandelingen, omdat de ziekte tot leverfalen kan leiden en tot voor kort nauwelijks gerichte medicatie had.

Daarnaast hoopt men dat FGF21-achtige stoffen kunnen helpen bij obesitas en diabetes type 2, omdat het hormoon in dierproeven het lichaamsgewicht verlaagt en de insulinegevoeligheid verbetert zonder dat het, zoals sommige andere middelen, de eetlust rechtstreeks onderdrukt.

De tweede, meer speculatieve drijfveer is veroudering. Het idee is dat FGF21 een deel van de gezondheidsvoordelen van vasten en calorierestrictie nabootst, twee interventies waarvan al decennia bekend is dat ze bij dieren de levensduur verlengen. Als een medicijn dezelfde route in het lichaam kan activeren zonder dat mensen daadwerkelijk hoeven te vasten, zou dat in theorie vergelijkbare voordelen kunnen opleveren. Dit is voorlopig een hypothese op basis van dierstudies, geen bewezen effect bij mensen.

Voorbeelden uit de praktijk

FGF21 werd voor het eerst beschreven in 2000 door de Japanse onderzoeker Nishimura en collega's, die het gen identificeerden zonder meteen te weten wat de functie ervan was. Pas in 2005 lieten onderzoekers van het farmaceutisch bedrijf Eli Lilly, onder leiding van Alexei Kharitonenkov, zien dat toediening van FGF21 bij diabetische muizen en apen de bloedsuiker en vetwaarden sterk verbeterde. Die publicatie zette de ontwikkeling van FGF21 als medicijn in gang.

In 2012 publiceerden onderzoekers van University of Texas Southwestern Medical Center, onder wie Steven Kliewer en David Mangelsdorf (de wetenschappers die eerder ook de rol van beta-klotho ontrafelden), een studie waarin muizen die levenslang extra FGF21 aanmaakten aanzienlijk langer leefden dan gewone muizen, zonder dat ze minder aten. Dit was een van de eerste sterke aanwijzingen voor een mogelijke rol van FGF21 in veroudering.

Op medicijngebied ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Akero Therapeutics efruxifermin, een langwerkende variant van FGF21 gekoppeld aan een antilichaamfragment. In het SYNCHRONY-onderzoeksprogramma, met fase 3-studies die vanaf 2023 liepen, verbeterde het middel bij patiënten met MASH duidelijk de leverstructuur op biopsie.

Het bedrijf 89bio ontwikkelde pegozafermin, een FGF21-variant waaraan polyethyleenglycol (PEG) is gekoppeld om de afbraak te vertragen. Dit middel wordt getest in de ENLIGHTEN-studies, zowel voor MASH als voor ernstig verhoogde triglyceriden (bloedvetten), met resultaten die vanaf 2023 gepubliceerd werden.

Bristol Myers Squibb ontwikkelde eerder pegbelfermin, eveneens een gepegyleerde FGF21-variant, maar staakte de verdere ontwikkeling voor leverziekte na teleurstellende resultaten in vergelijking met concurrerende middelen, een voorbeeld van hoe lastig het is om dit type hormoon succesvol te vertalen naar een werkzaam medicijn.

Hoe ver is de techniek?

Puur natuurlijk FGF21 is als medicijn niet bruikbaar: het wordt binnen enkele uren tot minder dan een dag afgebroken in het lichaam, onder meer doordat een enzym (DPP-4) het eiwit snel knipt. Daarom hebben alle huidige kandidaat-medicijnen aanpassingen nodig, zoals koppeling aan antilichaamfragmenten of PEG, of mutaties die het eiwit stabieler maken, zodat één injectie per week in plaats van meerdere keren per dag volstaat.

Voor leverziekte (MASH) bevinden de belangrijkste kandidaten, waaronder efruxifermin en pegozafermin, zich in fase 3-onderzoek, de laatste testfase voordat een medicijn eventueel goedkeuring kan krijgen. Er is, voor zover bekend, nog geen FGF21-gebaseerd medicijn officieel goedgekeurd door geneesmiddelenautoriteiten zoals de FDA of EMA; de sector wacht op de uitkomsten van deze grote studies. Ter vergelijking: het eerste medicijn tegen MASH dat wél werd goedgekeurd (resmetirom, in 2024 in de Verenigde Staten), werkt via een ander mechanisme en niet via FGF21.

Een complicerende factor is dat mensen met obesitas vaak al van nature verhoogde FGF21-spiegels hebben, maar daar minder gevoelig voor lijken te zijn, een verschijnsel dat 'FGF21-resistentie' wordt genoemd en sterk lijkt op het bekendere leptine-resistentie bij obesitas. Dit maakt het lastiger te voorspellen hoe goed extra toegediend FGF21 bij iedereen zal werken.

De veroudering-hypothese staat wetenschappelijk nog veel verder van toepassing af. De positieve effecten op levensduur zijn tot nu toe alleen aangetoond bij muizen; er lopen geen klinische studies die FGF21-analogen specifiek testen als middel tegen veroudering bij mensen. De huidige medicijnontwikkeling richt zich uitsluitend op concrete metabole ziekten.

Wie werken eraan?

Op academisch vlak spelen onderzoekers van University of Texas Southwestern Medical Center een sleutelrol, met name de groep rond Steven Kliewer en David Mangelsdorf die veel van het fundamentele mechanisme van FGF21 en beta-klotho hebben opgehelderd. Instituten die zich richten op veroudering, zoals het Buck Institute for Research on Aging in de Verenigde Staten, bestuderen de bredere rol van FGF21 in de biologie van veroudering.

Op het gebied van medicijnontwikkeling zijn Akero Therapeutics en 89bio, beide Amerikaanse biotechbedrijven, momenteel de belangrijkste spelers met hun fase 3-kandidaten voor MASH. Grotere farmaceutische bedrijven zoals Bristol Myers Squibb hebben in het verleden ook FGF21-varianten ontwikkeld, al werd dat programma stopgezet. Ook Novo Nordisk, bekend van diabetes- en obesitasmedicatie, volgt en onderzoekt de bredere metabole route waar FGF21 deel van uitmaakt. De meeste activiteit concentreert zich in de Verenigde Staten, met aanvullend fundamenteel onderzoek in Europa en Azië naar de rol van FGF21 in stofwisseling en veroudering.

Verder lezen