Kennisbank

Extrusie: hoe materiaal door een mal duwen de fabriek van de toekomst vormgeeft

Bijgewerkt: 20 augustus 2026 · 5 min leestijd

Stel je een pastamachine voor. Je stopt er een klomp deeg in, draait aan de hendel, en er komt een lange, gelijkmatige sliert spaghetti uit met precies dezelfde doorsnede van begin tot eind. Dat is in essentie extrusie: een techniek waarbij een materiaal onder druk door een opening met een bepaalde vorm wordt geperst, waardoor er een lang, continu profiel ontstaat met steeds dezelfde dwarsdoorsnede.

In de industrie gebeurt dit al meer dan een eeuw met metaal, kunststof en rubber, en het resultaat zie je overal om je heen: aluminium kozijnen, pvc-buizen, rubberen afdichtingen en zelfs drop. Wat extrusie de laatste jaren opnieuw interessant maakt, is dat dezelfde basisidee — materiaal gecontroleerd door een opening duwen — nu ook de kern vormt van 3D-printen, van printers die complete huizen 'printen' met beton, en van laboratoriumtechnieken die levend weefsel opbouwen laagje voor laagje. Extrusie is daarmee niet alleen een oude fabriekstechniek, maar ook een bouwsteen van meerdere toekomsttechnologieën tegelijk.

Wat is het precies?

Klassieke extrusie werkt met een extruder: een lange metalen cilinder met daarin een draaiende schroef, vergelijkbaar met een grote vleesmolen. Grondstof — bijvoorbeeld kunststofkorrels of een aluminium staaf — wordt aan het ene uiteinde ingevoerd. De schroef duwt het materiaal verder, waarbij het door warmte en wrijving zacht of vloeibaar wordt. Aan het andere uiteinde zit de matrijs, ook wel 'die' genoemd: een metalen plaat met een precies uitgesneden opening in de gewenste vorm.

Zodra het zachte materiaal door die opening wordt geperst, neemt het de vorm van de matrijs aan en komt het er als een continue streng weer uit. Die streng koelt vervolgens af — bij kunststof vaak in een waterbad, bij metaal aan de lucht — en wordt daarna op maat gezaagd of opgerold. Zo ontstaan bijvoorbeeld de lange aluminium profielen voor raamkozijnen of de kunststof buizen voor de riolering.

Bij 3D-printen via extrusie, de bekendste vorm heet FDM of FFF (fused deposition modeling/fused filament fabrication), gebeurt in wezen hetzelfde op miniatuurschaal. Een dun filament van kunststof wordt versmolten en door een klein mondstuk geperst, dat zich beweegt volgens een digitaal ontwerp. In plaats van één lange rechte streng ontstaat zo laag voor laag een driedimensionaal object. Bij 3D-geprinte gebouwen gebeurt precies hetzelfde principe, maar dan met een mengsel van cement, zand en additieven dat uit een grote spuitkop komt die op een robotarm of portaalframe is gemonteerd.

Wat wil men ermee bereiken?

De aantrekkingskracht van extrusie zit in de combinatie van snelheid, herhaalbaarheid en vormvrijheid. Eenmaal ingesteld, produceert een extrusielijn urenlang continu hetzelfde profiel, met weinig materiaalverspilling en relatief lage kosten per meter. Dat maakt het aantrekkelijk voor massaproductie van bouwmaterialen, verpakkingen en kabels.

In de context van toekomsttechnologie gaat het net iets verder. Bij 3D-printen via extrusie is het doel om complexe, op maat gemaakte vormen te maken zonder dure mallen, wat ontwerpvrijheid geeft en kleine series betaalbaar maakt. Bij bouwprinten met beton is de belofte dat huizen sneller, goedkoper en met minder handmatige arbeid gebouwd kunnen worden, wat relevant is gezien wereldwijde tekorten aan bouwvakkers en betaalbare woningen. Bij extrusie-gebaseerde bioprinting is het doel nog ambitieuzer: onderzoekers proberen levend weefsel, en uiteindelijk misschien organen, laag voor laag op te bouwen uit cellen en biomaterialen, voor gebruik in medisch onderzoek en op termijn transplantatie. En bij recycling wordt extrusie gebruikt om versnipperd plastic afval opnieuw te smelten en tot bruikbare korrels of producten te persen, als onderdeel van een circulaire economie.

Voorbeelden uit de praktijk

Het Amerikaanse bedrijf ICON uit Austin, Texas, ontwikkelde de betonprinter Vulcan en bouwde daarmee vanaf 2022 een wijk met 3D-geprinte huizen in Georgetown, Texas, in samenwerking met projectontwikkelaar Lennar. De printer extrudeert laag voor laag een speciaal betonmengsel tot complete muren.

Het Deense bedrijf COBOD International bouwde met zijn BOD2-printer meerdere projecten in Europa, waaronder een driehoogs appartementengebouw in Beckum, Duitsland, gerealiseerd in 2023 in samenwerking met bouwconcern PERI. Het gold destijds als een van de grootste 3D-geprinte gebouwen van Europa.

In de farmaceutische industrie gebruikt het Britse spin-off-bedrijf FabRx, voortgekomen uit onderzoek aan University College London, hot-melt extrusie om gepersonaliseerde tabletten te 3D-printen met de exacte dosering die een individuele patiënt nodig heeft, met hun M3DIMAKER-printer die vanaf 2022 in ziekenhuisomgevingen werd getest.

Op het gebied van weefselkweek werkt onder meer Universiteit Utrecht, samen met het UMC Utrecht, al jaren aan extrusie-gebaseerde bioprinting van kraakbeen, met als doel op termijn implantaten te maken voor patiënten met gewrichtsschade. Dit werk bevindt zich nog in de onderzoeksfase en is niet vergelijkbaar met commerciële organentransplantatie.

Ook in de recyclingwereld is extrusie zichtbaar: het open-source-initiatief Precious Plastic, gestart in Nederland rond 2013, verspreidde ontwerpen voor kleinschalige extrusiemachines waarmee lokale werkplaatsen wereldwijd plastic afval verwerken tot nieuwe producten.

Hoe ver is de techniek?

Traditionele extrusie van metaal en kunststof is volwassen technologie: het wordt al sinds het begin van de twintigste eeuw op industriële schaal toegepast en is nauwelijks nog 'toekomsttechnologie' te noemen. De innovatie zit vooral in de nieuwe toepassingen.

3D-printen via extrusie (FDM/FFF) is inmiddels wijdverspreid, zowel bij hobbyisten als in de industrie voor prototypes en kleine series, al blijft massaproductie via deze methode doorgaans trager en duurder dan spuitgieten. Bouwprinten met beton groeit snel maar is nog een niche: het aandeel 3D-geprinte woningen in de totale woningbouw is wereldwijd nog klein, en er lopen nog discussies over bouwregelgeving, brandveiligheid en constructieve sterkte op lange termijn. Extrusie-gebaseerde bioprinting van eenvoudig weefsel zoals kraakbeen en huid is al mogelijk in laboratoriumomstandigheden, maar het printen van complexe, doorbloede organen zoals een nier of lever wordt door onderzoekers zelf nog op minstens tien tot twintig jaar geschat, mede door de uitdaging om functionerende bloedvaten mee te printen.

Wie werken eraan?

Op het gebied van bouwprinten zijn ICON (Verenigde Staten), COBOD International (Denemarken), Mighty Buildings (Verenigde Staten) en het Duitse bouwconcern PERI toonaangevende namen. In kunststof- en metaalextrusie voor de industrie zijn gevestigde spelers als het Duitse machinebouwbedrijf KraussMaffei en het Oostenrijkse EREMA (gespecialiseerd in recyclingextrusie) van belang.

Op medisch-farmaceutisch vlak loopt FabRx (Verenigd Koninkrijk) voorop met extrusie-geprinte medicatie, terwijl bioprinting-onderzoek wereldwijd verspreid is over universiteiten, waaronder Universiteit Utrecht en UMC Utrecht in Nederland, Wake Forest Institute for Regenerative Medicine in de Verenigde Staten, en diverse technische universiteiten in Zweden en Zuid-Korea. Onderzoeksfinanciering komt vaak van nationale wetenschapsorganisaties zoals NWO in Nederland en de Europese Unie via Horizon Europe-programma's.

Verder lezen